De Scheldegalm: gazette van Audenaerde

892 0
18 januari 1914
close

Waarom wilt u dit item rapporteren?

Opmerkingen

Verzenden
s.n. 1914, 18 Januari. De Scheldegalm: gazette van Audenaerde. Geraadpleegd op 07 augustus 2020, op https://nieuwsvandegrooteoorlog.hetarchief.be/nl/pid/1r6n01117p/
Toon tekst

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.

N1 3271. Zondag 18 Januari 1914. 56e Jaar. DE SCHELDEGALM GAZETTE VAN AUDENAARDE HET BLAD VERSCHIJNT WEKELIJKS DEN ZATERDAG. — Men schrijft in bij de Uitgevers BEVERNAEGE GEBROEDERS, Reclamen en rechterlijke aankondigingen 50 centimen per drukregel. — De inschrijvers die hun blad niet wekelijks en op behoo- Krekelput, 15, en in aile POSTKaNTOREN. — De prijs der insehriiving per jaar, voorafbetaalbaar is voor BELG1E 3 fr. 75 ; voor renden tijd per post ontvangen, worden vriendelijk verzocht ons er seftens kennis van te geven. Om dit te voorkomen is ook het beste FRANKRIJK en aile BU1TENLANDEN 7 fr. 50; voor AUDENAARDE 3 fr. — Alleartikelen en mededeelingen betretfende de redactie middel het abonnement in het postbureel of aan den briefdrager te vragen, aan wie men niet rneer dau de geinelde prijztn moeten vrachtvrij toegezonden worden. MenisverzochtdeAunoncen den VR1JDAG middag te laten geworden;deprijsis 20c. perregel. moet betalen. Aile toegezondene of terhandgestelde geschriften die wij in ons blad niet kunnen opnemen worden niet teruggegeven. Burgemeester Raepsaet heeft deze week, m venoek van ovname. liet volyende recht va antwoord yezonden aan de « Volksvrijheid. Audenaarde, den 12 Januari 191' Mijnheer, Sedert verscheidene weken houdt uw bla zich bezig met mijn onlslag als Burgemeeste der stad AudeDaarde. Volgens ik lees, is de reden van ontslag nii de garnizoenkwestie, maar wel de slechte e ellendige toestand der Stadskas. Die bewerin vind ik bevesligd in het arlikel « Burgemeeste Raepsaet » van 11 dezer en wiens slot is « veel scliuld en eene ledige kas ! ! ! ». Om he valsche en onrechtvaardige van die aantijgin te bewijzen, zal ik mij vergenoegen met u hier onder mede te deelen wat ik verklaard heb i: ziiting van den Gemeenteraad, dato 22 Decem ber 1913, waar ik in devolgende bewoordingei mijn ontslag kennen deed : « Mijne Heeren, » De rekening van het dienstjaar 1912, di gij zooeven hebt goedgekeurd, sluit met eenei goedvmd. van 111 902,37 franken. 1k ben gelukkig U, in naam van het Schepei College, te mogen verklaren dat degene van he loopende dienstjaar 1913 insgelijks met eenei goedvind vanomtrent't zelfdebedrag, sluiten zal « Ik vind het belangrijk, om uwentwille hieropeene tijdrekenkundige tabel te laten vol-gen over den geldelijken toestand onzer sta< sedert 1890, jaar wanneer ik Burgemeestei werd, tôt 1912 inbegrepen. » Ziehier deze tabel : JAA.RGANG VOORDEELIG SLOT NADEELIG SLOT 1890 7.070,0b 1891 20 896 51 1892 32.885,57 1893 27.311,55 1894 29 753,81 1895 40.956,47 J896 50,520,80 1897 98 794,76 1898 94 777.03 1899 98 503,68 -1900 118.0*21,29 1901 101,951,47 1902 15.959,82 1903 15 657,38 1904 67.446 42 1905 7*2.154,73 1906 23,763,15 1907 28 722.94 1908 29 328,46 -19' 9 70 9*21,30 1910 127 792,34 19H 96 698,86 f o 19 4 < i an»» 37 « Er blijkt uit deze opgave dat, gedurende deze 23 jaar, onze Gemeenterekeningen regel-matig niet eenen BONI sloten, deze van 1905 uitgezonderd, die 15.939.82 franken mali aan-wijst. De oorzaak van dit tekort ligt bierin da er buitengewone werken van openbaar nut uit gevoerd werden. » « Gij hebt dus de voldoening, Mijne Heeren. met mii vast te stellen dat de Stad Audenaarde zich in*eenen geldelijken toestand bevindt die volkomen net, klaar en gunstig is. » Ditgezegd. veroorloof ik mij U eene tweede verklaring te doen : « In zitting van 8 October laatstleden, is ei eenediepe verdeeldheid ontstaan tusschen de meerderheid van den Raad p.n haren Voorzitter nopens het groot gamizoen dat de heer Mini ster van Oorlog ons aanbood. Ik zal op de bij-zonderheden van dit voorval niet terugkomen maar het scheen mij van dan af onmogelijl langer de bediening van Burgemeester te ver vullen. « Nochtans, vooraleer gevolg te geven aai een besluit, mij ingegeven door de reden daa: zooeven aangehaald, heb ikhet oogen blik willei afwachten waarop het Schepen-Collegie in staa zou zijn U de rekening van 1912 voor te leggen Mijne beslissing werd nog vaster bij he beschouwen van mijnen ouderdom en het onbe twistbaar recht op rust, dat ik inroep na 24jaa zt van mijn leven als Burgemeester aan 't bestuu n der gemeentezaken toegewijd te hebben. » « 1k kondig U aan, Mijne Heeren, datikaai j Z. M. den Koning mijn ontslag als Burgemee ster kom in te dienen. » « Ik ben in geweten overtuigd dat ik altije d en in aile omstandigheden enkel gehandeld hel ir met de begeerte van wel te doen en zoo mijiu geboortestad trouw te dienen, die geboortestat •X waaraan ik gehecht ben door de mnigste ei a heiligste banden, die meer dan honderd jaai g oud zrjn. » r * * * • In 't bespreken der redenen van mijn ontslag, :t Heer Uitgever, bedient uw blad zich van kwet-i sende en onverdiende uitdiukkmgen die mij volkomen koel en onverschillig laten ; ik achi 1 mij zelfs te waardig er op te antwoorden. » 'k Herhaal het hier, ik verlaat het Bestuur 1 der stad met de gerustheid ten voile mijnen plicht gekweten te hebben, wat men ook denke of zegge over de manier waarop ik. gedurende 2 24 jaar, de gemeentebelangen van Audenaarde i verdedigd heb. De fiuancieële toestand der stad, dien ik kom i uiteen te doen en dien elke medeburger vrijelijk t nazien mag, maakt plaats noch voor dubbelzin-i nigheid, noch voor verdachtmaking. Ik verzoek U, Mijnheer de Uitgever, dit ailes in uw eerstkomend nuinmer op te nemen, op de eerste bladzijde en in dezelfde letiers die gij [ gebruiktet om U met mij bezig te houden, ■ krachiens het recht van antwoord, dat de Wet mij toekent. Aanvaard, Mijnheer, mijne beste groeten. Paul Raepsaet. ——-— JAPAN Vulkanische uitbarsting. Een hevige vulkanische uitbarsting heeft plaats gehad op het eiland Kokashima. De stad Kokashima en de omliggende gemeenten staan in brand. De bewoners van Kagoshina hebben de stad verlaten. Men vreest voor talrijke slachtofTers. De vulkanische uitbarstingen. Het is zaterdag morgend, dat de eerste vulkanische uitbarsting zichvoordeed op het eiland van Kokashima. Ontzaggelijke blokken steen werden tôt op eene hoogte van 2700 voet en meer geslingerd fin enkele hunner ploften neer op een afstand van 20 mijlen. Lavasiroomen liepen de hellingen van den vulkan af en be-doiven drie dorpen,waarvande bevolking reeds deels gevlucht was. Hetaantalslachtoffers, door de lava verrast, is niet gekend, maar het moet verscheidene honderden bedragen. Een bosch van het naburige vasteland, waar-in vluchtelingen eene schuilplaats gezocht had-den, schootin brand. Nieuwe uitbarstingen wierpen de lava in de ; richting van Kokashima, dat vuur vatte. Een wilde vlucht ontstond. Er moeten daar ver-; scheidene honderden dooden zijn. De bewoners overrompelden de koopwarentreinen, die dan met hen naar het noorden vertrokken. 's Avonds was er niemand meer te Kokashima Deze stad telde 70,000 zielen. Alleen de telegrafrst bleef op zijn post. Een vloedgolf. Volgens berichten uit Tokio, Ireeft eene vloedgolf de toestand te Kokashima nog erger gemaakt. Honderden huizen werden ver-nield en verscheidene personen zwaar gewond. AMERIKA Belgisch schip in nood. — Sint-John. (Nieuw-Brunswick) 14 januari. De stoomer « Cobeguid », van de Belgische Zeevaartmaat-schappij, komende van de Antillen, met onge-veer 150 passagiers en evenveel zeelieden, is in de baai van Fundy op de kust geloopen. Per draadlooze telegraaf heeft de kapitein den gevaarlijken toestand van het schip doen kennen, docb eensklaps werd de gemeenschap afgebroken. Hetlaatste telegram meldde, dat het water het schip overromnelde. Er woei een hevig tempeest. Verscheidene stoomers zijn ter hulp gevaren. MEXICO 1 Sinds zaterdag avond is het treinverkeei tusschen Vera-Cruz en de hoofdstad Mexice onderbroken ; te Boca-dil-Monte hebben dt [ opstandelingen een petrooltrein, in een tunnel ! bij middel van dvnamiet, doen springen ; zi, , hebben alzoo de spoorlijn tusschen de twee j oceanen afgesneden. Daar deze lijn aan eeneEngelsche maatschap-pij behoort, heeft de heer Garden, gezant van Engeland, zijn beklag aan président Heurta gedaan. In het contract der vergunning staal eene bepaling, volgens welke de spoorbaan, in geval van nood, door de Engelsche troepen mag bewaakt worden. Men vraagt zich nu af wat Engeland zal doen om de belangen zijner land-zaten te beschermen. Een vlieger g-efusiljeerd. — Verleden jaar waren de fransche vliegers Paulhan en Didier Masson naar de Vereenigde Staten vertrokken, waar zij nabij de Mexikaansche gren-zen aan verscheidene vliegmeetings deelnamen. Zij vlogen zelfs naar Mexico waar zij in ver-scbillende steden hunne vluchten lieten bewon-deren. In Mexico was het echter niet veilig, daar de bloedige burgeroorlog er het land ver-scheurde, Paulhan keerde ook spoedig naar Fiankrijk weder, terwijl Didier Masson in Mexico bleef, waar hij een werkzaam dcel nam aan den burgeroorlog. Hij sloot metdeoproer lingen of grondwettelijken een contract van twee jaar volgens hetwelk hij 800 dollars, 4,000 fr. per maand trok voor vier verkenningsvluch-ten per week. Didier Masson bewees de grootste diensten aan de oproerlingen. Hij lichtte hen heel nauw-keurig in over de stellingerr van den vrjand en richite in dezes rangen groote verwoestingen aan met bommen te werpen. Masson is de eerste vlieger, die het nut van het vliegmachien in tijd van oorlog bewezen heeft. Hij vloog bo-ven de regeeringstroepen en op zekeren dag doodde hij met eenenkelen bom zestig soldaten. Geen enkele vlieger heeft in de balkanstaten zulk werkdadig deel genomen aan de krijgsver-richtingen. Ook werd Masson door de regeeringstroepen zeergevreesd. Hij hield zich steeds op eene hoogte boven de 700 meters, zoodat de kogels van den vijand hem niet konden treften. In augustus laatstleden bevond Masson zich met eene afdeeling oproerlingen te Las Guemas eene kleine haven. De regeerintg'.roepen lagen mot hunne ochcpcn in de huveu en nnoffHpn aan wal te komen om de oproerlingen in de stad te ontmoeten. Didier Masson steeg op met talrijke bommen en zweefde boven de vijande-lijke schepen, waarop hij bommen liet vallen om de ontschepingder troepen te beletten. Zijn plan scheen te zullen gelukken. De regeeringstroepen konden niet aan wal stappen en de schepen waren op het punt in vollen stoom weg te varen. Eensklaps echter viel de motor van Masson's vliegmachien stil en het toestel daalde snel neder. Masson poogde zoo dicht mogelijk tegen het kamp der oproerlingen neer te komen doch het was vruchteloos ; hij daalde neder aan den anderen kant der stad, waar de regeeringstroepen meester waren. Een regen kogels vielen rondom Masson neder. Deze stak eene witte vlag in de hoogte, ten teeken dat hij zich over-gaaf, en het geweervuur werd gesiaakt. Masson werd gevangen genomen en naar het kamp der regeeringstioepen geleid. Eenige officiers h elden een korten krijgsraad en brachten het doodvonnis tegen Masson uit. Deze werd tegen eenen muur geplaatst. Eer.e compagnie soldaten kwam voor hem post vat-ten ; op een kort bevel van een officier, knetter-den een tiental schoten en Masson stortte ten gronde, het gansche lichaam met kogels door-boord. Een officier schoot hem dan den genade-kogel door het hoofd. De eerste vlieger was gefusiljeerd ! De dood van Masson is van het grootste belang voor de regeling der wetten van den oorlog Het is in-derdaad door de groote mogendheden nog niet bepaald, welke hnnne houding zal zijn tegen-over de vliegers in tijd van oorlog. De kwestie is deze : moet een vlieger aanzien worden als verkenner of als bespieder ? Sedert vijf eeuwen hebben de mogendheden de wetten van den oorlog vastgesteld. Volgem deze wetten wordt een verkenner aanzien al: een krijgsgevangene en als dusdanig mag e; | hem geen leed geschieden. Een bespieder daar ! entegen, wordt onmiddellijk gefusiljeerd. Ir Mexico heeft men Masson dus aanzien als eer bespieder. Wat zullen de europeesche mogend heden daarover beslissen ? Wij twijfelen er niet aan, of zij zullen de vliegers rangschkken bij de verkenners. Immers, een vlieger draagt het uniform van zijn leger ; hij vliegt openlijk op verkenning uit; hij kondigd zijne tegenwoordigbeid aan den vijand aan met bommen te werpen en door het geronk van zijn motor : hij stell zrch bloot aan al de gewone en zelfs buitengewone gevaren van den oorlog. Een bespieder daarentegen, draagt geen uniform ; gaat niet openlijk maar in het grootste geheim, op verkenning, verbergt zich zooveel mogelijk en tracht zich aan al de gevaren te onttretken. Het is als een sluipmoordenaar. Stelt u nu de vraag in welke reeks een vliegers moet gerangschikt worden ? Zonder aarze-len zal men den vlieger een verkenner noemen, want in de wijze van oorlog voeren heeft de vlieger volstrekt niets gemeens met een bespieder of spion. De fransche Luchtvaartbond heeft aange-drongen bij de mogendhed™ opdat zij zoohaast mogelijk de oorlogswet voor de vliegers zouden opmaken. De Mexikaansche regeeringstroepen hebben de kwestie opgelost op eene wijze, die door aile eerlijke lieden moet gelaakt worden. Die oplossing gelijkt eerderaan eene wraakne-ming, waarvan iedereen de nuttelooze wreed-heid voelt. SPANJE Dynamietontplo/Jing. — Te Lerida is een zekere hoeveelheid dynamiet, welke men nabij het vuur deed dragen, ontploft. Vier arbeiders zijn gedood en vijftien gewond ge- worden, waaronder verscheidene erg. — Sehrikkelijk tramongeluk te Hsrzele. Op de tramlijn Geeraardsbergen-St-Lievens-Essche-Herzele, waar over eenigén tijd de schrikkelijke trambotsing plaats greep, die wij getneld hebben, en waarbij een vijftigtal personen gekwetst werden, is zaterdag avond, rond 7 ure weer een vreeselijk ongeluk gebeurd, dat tiiina ppnp îispliikp pamn werd. Schrikkelijke botsing. Op de steile helling van St-Lievens-Essche stond een goederenwagpn met 10 000 kilos kolen gtgareerd op een zijspoor. Zaterdag avond toen de ftoomtram rond 7 ure uit Herzele naar Geeraardsbergen vertrok, kwam die waggon eensklaps in voile snelheid de helling afgerold naar de stoomtram toe. De machinist August Hornick, 29 jaar oud, bemi rkte het gevaar. Hij keerde s ffens d- n stoom, doch de ramp was onvermijdelijk. Met sehrikkelijk geweld botste de hollende waggon op de locomotief. Het gebots en gekraak, en daarbij de angstkreten der ooggetuigen en der reizigers weerklonken akelig door de duisternis De locomotief drong achteruit, verbrijzelde tôt splinters den eersten waggon en vernielde ge-deeltelijk de vier anderen. De locomotief was geheelen gansch verwrongen. De reddingswer-ken werden dadelijk ingericht door het perso-neel der tramstatie en eenige toegesnelde personen.De slachtoffers. De machinist August Hornick, werd bedolven onder den stoomketel van hetmachien. Zijn lijk was ijselijk verminkt en was slechts nog een vormlooze bloedige vleeschklomp. De dood moet oogenblikkelijk geweest zijn. Wa^de sto-ker betreft, het voorste zijner tong is afge-beten door de tanden welke door het geweld van den schok opeen geslagen zijn. De ongeluk-kige kan nietspreken. Hij verkeert in onrust-wekkenden toestand. Noemen wij onder de vreeselijke gekwetsten : de opziener Jozef Van Aelst, de treinwachter De Groote François, Vande Velde Richard, landbouwer te St-Lie-vens-Hautem, een italiaan, in Brussel thans i worende, zekere Antonio Pecco. Allen zijr i doodelijk gewond. Er zijn nog een tiental an dere personen minder erg gekwetst. , Het parket ter plaats. Het parket van Audenaarde, dat onmiddellijk verwittigd werd, kwam zondag ter plaats een ondet zoek instellen over de oorzaak der botsing Hoe is de steenkolenwagen van de helling ge-raakt ? Uit het onderzoek zou gebleken zijn dat er kinderen rond den wagen gespeeld en de remmen moeten losgedraaid hebben. De kleine onvooi'zichtigen moeten den waggon voorlge-duwd hebben. Het onderzoek wordt ieverig voorlgezet. De stoffelijke schade is aanzienlijk. Geheimzinnig drama te Lembecq-bij-Hal. Er is te Lembecq en omliggende van niets anders spraak dan van een geheimzinnig drama dat er zondag morgend heeft plaats gehad. Eene vrouw bracht haren man verscheidene sneden toe en vluchite vervolgens weg. Enkele uren nadien vond men haar versteven lijk. Het gezin WUlekens. Op ongeveer 2 kilometers van het dorp, in eene nederige, doch propere woning. verbleven de echtgenooten Willekens. De man. Simon, is 29 jaar oud, zijne echtgenoote, geboren Jeannette Boermans, was er 21. Beiden verstonden malkander zeer goed en schenen de gelukkigste menschen der wereld. Hun eenig kind is thans 2 jaar oud. Jeannette Boermans legde zich zaterdag avond van af 9 ure te bed, terwijl haar echtge-noot naar den barbier t'rok. Na nog een glas bier gedronken te hebben trok hij huiswaarts Het was 10 1/2 ure toen hij zich op zijne beurt te bed legde. Willekens die zeer matig is, had niet meer gedronken dan gewoonte. Ziine vrouw maakte hem niet deminste opmerking en beiden sliepen weldra in. Het drama. Zor dag morgend, rond 4 ure, werd Willekens opeens uit zijnen slaap gewekt door een nnn.lûn hilo M i i. ,-ï^h H c. nn on bestatigue dat zijne vrouw, die met een nebloed mes in de hand naast het bed stond, hem eene diepe snede had toegebracht. De vrouw wilde nog voort steken of snijden, doch ziende dat haar man zich verdedigde vluchtte, zij de straat op. Willekens die overvloedig bloedde, riep om hulp, waarop geburen toesnelden. Ej,n dokter in allerhaast bijgehaald, bestatigde dat de on-gelukkige zeven wonden bekomen had, waarvan er twee bijzonder erg waren. Eene aan den hais had 1*2 centitneters lengte ; een andere op het hoofd is 20 centimeters lang. De politiecommissaris, die op de hoogte ge-bracht werd van het gebeurde, ging op zoek naar de vrouw en vernam weldra dat voorbij-gangers haar lijk ontdekt hadden in eene gracbt niet ver van den Kruisweg De arme sukkel was bijna naakt. Zij droeg enkel een nachthemd en een dunnen onderrok. Het lijk werd gevonden in eene knielende houding. Haar hoofd leunde tegen eene haag. Een dokter onderzocht het lijk der ongelukkige en bestatigde dat deze bezwe-ken was aau bloedsopdrang, door de koude veroorzaakt. Het onderzoek. De politie stelde vervolgens een onderzoek in. Willekens werd ondervraagd doch kon zich maar niet inheelden wat zijne vrouw mocht aan-gezet hebben de moordpoging te plegen. Hij had nog nooit met haar de minste oneenigheid gehad. De geburen bevestigden dat zij inder-daad nooit eenigen twist gehoord hadden in huis. Men denkt dat de vrouw plotseling zinne-loos geworden is ofwel dat zij in een staat van slaapwandelarij gehandeld heeft. Het lijk werd naar het doodenhuis ovcrgebracht. i Aanhouding eener bende g-ewapende valsebmunters te Brussel. Sedert eenige tijd werden er talrijke valsche stukken van 5 en 2 frank met beeldenaars van Leopold 11. koning Albert en van de Zaaister, di-i- Fransche Republiek, in omloop gebiacht. Een dezer dagen had de heerJaussens, hoofd der rechterlijke afdeeling, vernomeu dat deze valsche stukken te Brussel vervaardigd waren en de uitgevers daarvan eveneens in de hoofdstad woonden. De aanhouding. De heer Janssens belaste den heer Vander-strieht en twee rechterlijke agentenom zich met deze zaak bezig te houden. Zaterdag avond reeds namen dezen op den Grooten Zavel, te Brussel, eene vrouw en twee mannen in hechtenis, op het oogenblik dat ze hunne woning wilden binnengaan. Het drietal werd, zwaar geboeid, naar het commissariaat der Koolmarkt overgebrarht. De beide mannen werden aldaar elk in het bezit gevonden van een geladen browning, van verscheidene valsche geldstukken en grondstof-fen, dienende tôt vervaardiging van valsche munt. Ook op de vrouw werden talrijke valsche muntslukken aangetroffen. De werkplaats der valschmunters. De drie aangehoudenen legden weldra heken-tenissen af en verklaarden dat de werkplaats voor de vervaardiging dezer valsche munt geves-tigd was op eene kamer van een huis in de Hoogstraat. Zondag ochtend in de vroegte begaven drie politiebeambten zich naar het opgegeven adres. Gewapr.nde bandieten. Op eene kamer van de tweede verdieping troffon ze een kerel aan, die onverhoeds over-vallen, gegrepen kon worden, alvorens hij van zijn browningrevolver gebruik maken kon. Doch, terwijl de politiemannen zieh nog met den gevangene bezig hielden, bemerkten ze in een beleride kamer een tweeden man. die een revolver op hen gerich; hield. En tegelijkertijd wierp de kerel uit het raam het materiaal. dat tôt de vervaardiging der valsche inuntstukken gediend had. Op het dak. Daarna slaagde de bandiet er in op het dak revolver dreigend in de hand houdend,%chter eene schouw verschool. Alsdan on bood de heer Vanderstricht de pompiers van den post der kazerne. die weldra met de ladderbrandspuit aanrukten. Thans aar-zelde de kerel niet langer, maar sprongvan vijf meters hoogte op een platdak. Op dit platdak werd hij, ondanks hevigen tegenstand, door den heer Vanderstricht gegrepen, wien in de worsteling met den schuik drie tanden uitgeslagen werden. De beide aangehoudenen werden nu eveneens naar het hoofdbureel van politie overgebracht. Nog andere aanhoudingen. Kort daarna werden in de Pasteurstraat, te Anderlecht, nog twee personen : een man en eene vrouw, opgepakt, die deel uitmaakten van dezelfde bende. Ook op dezen man vond men een geladen revolver, terwijl de vrouw in het bezit werd gevonden van valscb geld. Een achtste persoon is in den loop van zondag morgend nog gevangen genomen op eene kamer van de Alexiaanstraat, te Brussel. Deze medeplichtige was ook met een revolver gewa-pend.Al het mat rieel en al de valschemun stukken zijn in beslag genomen, in de woningen der aaugehouden personen. De gevangen genomen vi ouwen moesten het valsche geld uitgeven in de provinciesteden. Tusschen de aangi houden personen bevinden zich twee Belgen, een Italiaan, een Spanjaard en vier Franschen. Er worden nog andere aanhoudingen ver-wacht. 1D E Eiland-Prinses oojexs— (19e Vervolg.) T En zij bekende het mij zooals een kind het zou hebben gedaan, zonder blos of verlegen-heid, maar met eene openheid van blik, die gansch haarhart deed sprekenuithareoogen. — Het zal tijd kosten, zegde ik eindelijk, om hem over te halen, hem los te maken van deze vreetnde en aandoenlijke hersen-schim, die hem bindt aan dit eiland. Maar ik geloot toeh dat het gelukken zal. Wij moeten met ons drieën gaan — want ge zoudthemtochniet alleen willen achterlaten: — O neen ! o neen ! rrep zij. Arme vader! Lievevader ! Hoe zou ik hem alleen kunner laten? — 1k heb u lief, Rupert. En ik het ook hem lief, met heel mijn hart. Maar anders liet zij er op volgen, met een zucht er een verwarden blik, alsot'zij zelf het raadse van haar hart niet begreep. De volgende dagen gingen zonder iets meldenswaardig voorbij. In rustige, kalrm eenvormighei I geleek de eene dag volmaak op den anden. Elken dag, van morgenc tôt avond, straalde de zon aan den wolken loozen hemel ; elken dag sprankelde englin sterde de eeuwig zwoegende zoe. Kapitein Scott werkle 's morgens en ir de namiddaguren, wanneer de grootste bitte Yoorbij was, in den tuin. Steeds hield hi de hand aan het graf van zijne vrouw, dat hij telkens beplante met nieuwe bloemen. Soms ging ik met hem mee uit visscnen. Dit was met alleen eene noodzakelijkheid voor onze tatel, maar tevens een tijdverdrijf en vermaak. 1k was veel met Eulalie en hielp haar, al pratend, bij hare huise ijke bezigheden. Zoo gleden de morgen uren voorbij.' De prinses was in haardoenevengeregeldals dekoning Zij rustte na het middagmaal een paar uren in hare hangmat en tegen den avond ging zij zwemmen. Daarbij was ik altijd toeschou-wer. Aan gevaar dacht ik nu niet meer, want een haai vertoonde zich nooit en Eulalie ging dan ook te water zonder haren ponjaard. Nadat haar vader er bezwaar had tegen gemaakt, had zij mij niet meer gevraàgd met haar mee te gaan zwemmen. Ik verge-noegde mij dus met toekijken. Ik was nu ruim vier weken op het eiland geweest. toe.t op zekeren namidrlag, terwijl Eulalie sliep en ik in dentuinmiju p'jpje rookte, kapitein Scott naar mij toekwam en zich naast mij zette op de bank. Ik had opgemerkt dat hij dien middag aan tafel ongewoon stil en in zich zelf ge-keerd was geweest. Hij had ook bijna niets i geëeten, en het scheen mij toe ot' hij ook i îichamelijk, meer dan geestelijk, zich niel goed voelde. Zijne oogen stonden mat er om zijnen mond werkten zenuwachtige trek-kingen. Eenigen tijd bleef hij zwijgendnaas mij zitten. Toen begon hij, zacht sprekende als in eene kerk en met zrjne oogen op der i grathouvel gevestigd : , — De geest van mijne vrouw is mij dezer nacht verschenen. Zij heeft mij hare wen schen kenbaar gemaakt. Die stemmen over-een met de mijne, en daarom is het mijn plicht, Rupert, ze u mee te deelen. Nog nooit te voren had hij mij bij mijnen voornaam en zoo gemeenzaam toegesproken. Daar hij zweeg waagde ik in het midden te brengen : — Ik hoop van harte, mijnheer. dat die wenschen, waarvan ge spreent, ook overeen-stemmen met de mijne. — Daaraan twijtel ik niet, antwoordde hij, met zachte waardigheid. Van het oogenblik af, dat ge mij gevraagd hebt wat er van mijne dochter worden moest in geval ik stierf en haar alleen op dit eiland achterliet, is mijn geest voortdurend onrustig geweest. Reeds vôôr uwe komst kwelde mij dikwijls die gedaohte ; maar tegenwoordtg vervolgt zij mij dag en nacht. Telkens en telkens heb \k met mijne vrouw er over gesproken. Maar gisterennacht eerst is zij mij verschenen ongeroepen : en zij heeft mij eene opdracht gedaan die overeeukomt met hetgeen ik bij mij zelf reeds zeer ernstig had oveiwogeu. Ztj wil, om den vrede van mijn gemoed, en om hareeigene liefde voor ons kind, dat ik u de hand van mijne dochter geven zal, om haar echtgenoot en beschermer te zijn op deze wereld, zoolang het God behagen zal u samen te laten in dit leven. XIII. De aandoeningen, die deze mededeelins : van den zonderlingen man in mij wekte, waren zoo sterk, dat ik in het eerst niet spreken kon. Eindelijk bracht ik uit: i — Gij wilt mij een schat toedenken, mijnheer, grooter dan waarop ik ooit h'ad dur- ven hopen. Maar — veroorloof mij de opmerking — indien Eulalie en ik hier blijven moeten tôt uwen dood — die, naar ik van harte hoop, nog vele jaren ver in de toe-komst ligt — dan dreigt onze verloving op den langen weg te gaan vervuren, en de verhouding zal en voor uwe dochter en vooi mij uiterstmoeielijken pijnlijk gaan worden — Wat bedoeit ge '! ik begrijp u niet riep hij hoog, en hij richtte zich op me majesteit. Ik bied u mijne dochter — eent prinses van het koninklijk bloed van Enge land — tôt vrouw, en terwijl ge dit aanboe terecht bschouwt als iets boven uwe stoutsti verwachtingen, wijst ge het in denzelfdei adem af als weinig beterdanonaannemelijk — Gij verstaat mij verkeerd, zegde ik. I! bedoel dat het en voor Eulalie en voor mi wreed, ja onhoudbaar wezen zou, op di eiland jaar in jaar uit te moeten leven al verloolden, zonder een huwelijk te. kunnei sluiten, — tenzij gij mij veroorloofdet uw dochter naar elders mee te nemeu en haar t trou wen. — Natuurlijk zou dat wreed en onhoud baar wezen, antwoorde hij. Maar dit is oo mijne bedoeling niet. Mijn wensch is, dat g de echtgenoot van mijne dochter worde zult. — En — met uw verlof — wie zal on dan trou wen? ■— Ik, zegde hij, in zijn majesteitelijke stijl, in dat ééne woordje aide hooghei leggend, waarmede een monarch bij de grs lie Gods het « pluralis majestatis » « wij uitspreekt. De koning is het hoofd de-Kerk en d verdediger des geloofs. Krachiens zijn goc delijk recht is hij bevoegd tôt het uitoefe nep van priesterlijke ritueelen. Maar in dit geval ben ik nog meer dan Koning. Ik ben ook vader — en in de dubbele hoedanig-heid van koning en vader zal ik uwe veree-niging even bindend maken, als indien dt : schakels gesmeed waren op het altaar var ' de Kerk. Dit waren machtig groote we>orden die misschien op een onpartijdigen toehoordei ; een geheel anderen indruk zouden hebbeii i gemaakt, dan er mee beoogd werd. Bij mi - echter, als zeer rechtstreeks bij de zaak be I trokkene, stuiten zij op geen tegenspraak s — Als Eulalie het er meê eens is, zegdi i ik, wees dan verzekerd, mijnheer, dat zij ir ! mij een trouwen echtgenoot hebben zal. t — Indien ik daaraan twijfelde, dan., j riep hij. Maar hij brak af en zegde : « Er i; t ook nog een ander punt voor de geldigheie 5 van uw huwelijk tnet mijne dochter op di i eiland. Ik ben een Schot; en dus, daar wi j alleen zijn op dit eiland, waarvan ik mij be s schouwen mag als souverein, zoo staat he mij vrij om hier de Sclrotsche wetterr en ge - bruiken iu te voeren. Kent ge die ? t Ik moest volmondig mijne onwetendheii e bekennen. i — Nu dan... het procès is onregelmatig maar toch even bindend als alswanneer he s huwelijk voltrokkeu was door een priester na de voorgeschevene atkondiging, in d n kerk der parochie. Deze vorm van huwelij i berust op de wederzijdsche toestemming va: - den man en de vrouw, en het contrat » wordt niet verijdeld door de afwezighel van getuigen. Iletisgeldig, hoewel, zooal e ik zegde, onregeltnatig. — Wel riep ik, stralend van blijdscha i- en met een huppelend hart •— als gij e vrede mee hebt, en Eulalie vindt het goed, dan zal ik voor mij waarlijk geen bezwaar maken ! — Rupert de la Touche, zegde de kapitein, gij zijt een gentleman —en een gentleman is een man van eer. Wanneer ik u mijn schat, mijn ailes, mijne kleine Lily : geeft, dan reken ik op uwe rechtschapen- ■ heid. Hij stak zijne hand uit, en ik greep ze. j Trauen stonden hem in de oogen. Ik was ■ diep geroerd — niet enkel van vreugde . maar ook van medelijden met tien man, die i in zijn waanzin toch zoo wijs in zijne ver-i eenzaming zoo nobel was. Daar voor ons was het graf zij ner vrouw; en gindsin^de . schamele woning rustte zijn eenig kind, 'dat s hij mij nu geschonken had. Maar ik ltende I mijn eigen hart, en ik voeltle dat ik voor t dit. kind van hem goed en tronw zou wezen'. j Evenwel, gelijk er geen licht zonder scha- - duw en geen roos zonder doûrnen is, zoo is t er op deze onvulmaakte wereld ouk geen - bljdschap zonder teleur'stelling. Reeds'ter-stond zette de kapitein min ot meer eenea I domper op mijne opgetogenheid, door te zeggen : — Iltermee is natuurlijk ook uilgemaakt, t dat gij en zij met mij op het eiland blijven , wonen. Eene scheiding van mijn kind zou e ik niet verdragen. i — Maar waarom zoudt ge niet met ons i meegaan ? vroeg ik. t Htj keek mij diep verwijtend aan, en met 1 een grootsch gebaar naar het grof van zijne s vrouw, riep hij uit : —• Moet zij dan alleen blijven. P r Wordt Voortgezet»

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.

Er is geen OCR tekst voor deze krant.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.

Er is geen OCR tekst voor deze krant.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.

Er is geen OCR tekst voor deze krant.
Dit item is een uitgave in de reeks De Scheldegalm: gazette van Audenaerde behorende tot de categorie Katholieke pers. Uitgegeven in Oudenaarde van 1858 tot 1914.

Bekijk alle items in deze reeks >>

Toevoegen aan collectie

Locatie

Onderwerpen

Periodes