De Scheldegalm: gazette van Audenaerde

1174 0
15 februari 1914
close

Waarom wilt u dit item rapporteren?

Opmerkingen

Verzenden
s.n. 1914, 15 Februari. De Scheldegalm: gazette van Audenaerde. Geraadpleegd op 20 januari 2020, op https://nieuwsvandegrooteoorlog.hetarchief.be/nl/pid/bz6154g50g/
Toon tekst

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.

Nr 3275. Zondag 15 Februari 1914. 56e Jaar. DE SCHELDEGALM GAZETTE VAN AUDENAARDE HET BLAD VERSCHIJNT WEKELIJKS DEN ZATERDAG. — Men schrijft in bij de Uitgevers BEVERNAEGE GEBROEDERS, Krekelput, 15, en in aile POSTKANTOREN. — De prijs der inschrijving per jaar, vooraf betaalbaar is voor BELG1E 3 fr. 75 ; voor FRANKRIJK en aile BIÏITENLANDEN 7 fr. 50; voor AUDENAARDE 3 fr.—Aileartikelen en mededeelingen betreflende de redactie moeten vrachtvrij toegezonden worden. MenisverzochtdeAnnoncen den VRIJDAG middag te laten geworden; de prijs is 20c. per regel. Reclamen en rechterlijke aankondigingen 50 centimen per drukregel. — De inschrijvers die hun blad niet wekelijks en op behoo-renden tijd per post ontvangen, worden vriendelijk verzoeht ons er seftens kennis van te geven. Om dit te voorkoraen is ook het beste middel het abonnement in het postbureel of aan den brietdrager te vragen, aan wie men niet meer dan de gemelde prijztn moet betalen. Aile toegezondene of terhandgestelde geschritten die wij in ons blad niet kunnen opnemen worden niet teruggegeven. .IAPAN Woelingen in de Ramer. — De Kamer heeft met 205 stemmen tegen 16b het voorstel der oppositie tegen 't ministerie verworpen. Tijdens de bespreking ontstonden er tusschen de regee-ringsgezinden en leden der oppositie, hevige vechtpartijen. Volksvertegenwoordiger Ito werd buiten kennis uit de Kamer gedragen. Toen de menigte die voor de Kamer gesehaard stond den uitslag der stemming vernam, poog-den zij de deuren van het Parlement in te beu-ken. Daar zij er niet in gelukten, poogden zij de bureelen van het regeeringsgezind dagblad « Chuo » te bestormen. Nogmaals werd het hun door de politie belet. Rond 10 ure 's avonds waren de betoogers bijna allen naar huis ge-keerd ; buiten was het inderdaad schrikkelijk koud en de politie scheen toch al hunne pogin-gen om woelingen te verwekken, te zullen ver-ijdelen. Het volk heeft verscheidene volksverte-genwoordigers, die voor de regeering stemden, aangerand. Op sommige plaatsen was de tus-schenkomst van het léger noodig, om ergere woelingen te voorkomen. Tijdens de woelingen van dinsdag werden zes personen gekwetst. 150 personen werden aangehouden. Het Kamerlid Kourhara, die op de Parlementsplaats eene redevoering hield, werd door de politie mishandeld. Thans is de CHINA De toestand. — Een engelsche correspondent te Peking meldt, dat hei gerucht gaat, dat het ministerie zal aftreden. De nieuwe ministers zouden dan voortaan uitsluitend verantwoorde-lijk zijn aan den président. De aanstaande mi-nister-voorzitter schijnt Chu-Chi-Chang te zijn, die onder het Mandehoe-bewind een belangrijk ambt had bekleed. De minister van oorlog, die thans in Woetsjang is, waar hij tijdelijk de onder-presideut Lijoeanhoeng vervangt, is naar Peking terug ontboden. Hij is te Woetsjang opgevolgd door generaal Toeansjikes, een stug en hardbandig militair, die indertijd den op-stand in Kiangsi bedwongen had. De correspondent wijst er verder op dat de verschillende pogingen, gedaan om wijzigingen te brengen in de Grondwet, de oplossing van de bestaande moeilijkheden noggeen stap nader hebben gebracht. Aile voorstellen om uit de bestaande steeg te komen, houden geene reke-ning met deze waarheid, dat indien China in werkelijkheid een republiek wil worden, dit enkel kan geschieden op de basis van het be-ginsel van volksvertegenwoordiging, met eene behoorlijke splitsing van machtsbevoegdheden. Doch, zoolang de groote mogendheden goed-vinden, dat China maar blijft leenen, zal geen blijvende verbetering meer intreden. En aile ernstige Europeanen, die een oordeel over de toestanden kunnen vellen, zien de toekomst dnntp.r in. MEXICO Overwinning der oproerlingen. Volgens een telegram uit Nogales (Arizona), hebben de troepen van generaal Carranza zich meester gemaakt van Nazatlan. Hetis de eerste zeehaven die in handen der oproerlingen zou gevallen zijn. De gouvernementstroepen verdedigen de zeehaven van Guaymas, waar zij belegerd worden door de oproerlingen, die met hun geschut tal-rijke gebouwen vernield hebben. De belegerde artillerie kan moeilijk weer schieten, daar de oproerlingen tusschen de bergen verscholen zitten. In het gevecht van El Puerto bij Tampico werden er 71 oproerlingen gedood. De oproerlingen hebben te Casas Grande, zonder den minsten vorm van procès, 22 man-nen der bende van Caotillo neergeschoten. Al tijd aanhoudingen. De inhechtenisnemingen in Mexico z'stad) houden aan. Thans is de voormalige minister van onderwijs onder président Madero, senor José Vera Estanol, in hechtenis genomen en in een huis van bewaring opgesloten. Het is nog gekend, van welk misdrijf Estanol beticht wordt. Tegen de Amerikanen. Uit El Paso seint men dat een overste der oproerlingen, Maximo Castillo, die het distrikt van Chiuhakua doorloopt, aan al de Amerikanen bevet heeft gegeven het land te verlaten. Al de-genen, die aan dit bevel zouden te kort komen, zouden het met den dood bekoopen. Het gevolg er van is, dat de Amerikaansche eigenaars zich gehaast hebben de grens over te trekken. Een Staatsaanslag. Er wordt gemeld dat een Staatsaanslag te Mexico, hoofdstad der Mexicaansche republiek, beraamd wordt. De troepen werden in hunne kazernen gehouden en de kazerne der artillerie werd door patroeljen bewaakt. Men heeft de wacht van het oresidentieel oaleis verdubbeld. ALBANIE De troon van Albanie. —Twee albanee^che katholieke afgeveerdigden zijn zondag uit Scu-tari vertrokken om de kroon van Albanie den prins von Wied aantebieden. Kolonel Philipps, engelsche gouverneur van Albanie, had de inlandsche hoofdmannen, zoowelmusulmannen als katholieken verzoeht zich bij dit geziitschap aan te sluiten. De musulmannen hebben halsstarig gewei-gerd afgeveerdigden aan te duiden om de kroon aan een christen prins te gaan aanbieden. Bij gevolg zijn de katholieken alleen vertrokken. Kolonel Philipps zet zijne onderhandelingen voort, met de hoop dat hij de musulmannen nog zal kunnen overhalen. Te Scutari is het algemeen oordeel dat zij in hunne weigering zullen blijven volherden. De prins is op weg naar de italiaansche en oostenrijksche hoofdsteden. Na zijne terugkomst in Duitschland zal hij scheep gaan naar Albanie. Men weet evenwel nog niet uit welke haven hij vertrekken zal. De reis zal afgelegd worden aan boord van een oorlogschip der nationaliteit waartoe de vertrekhaven beiiooren zal. Een oorlogschip eener andere mogendheid zal 't eerste begeleiden. Te Durazzo ismen volop bezig met het inrich-ten eener lijfwacht voor prins von Wied. Zij zal 200 soldaten tellen, uit de verschillende streken van het prinsdom afkomstig. Vijftig zullen gekozen worden in de provincie Scutari, 50 in Midden-Albanie, 50 in 't zuiden en de 50 overigen in den omtrek der stedenDijnknva, Soema, Mot en Dibra. Al de soldaten der lijfwacht zullen jonge en sterke mannen moeten . zijn. , ^ De prins von Wied is maandag avond, om il ure, te Romeaangekomen. Hij werd aan de statie ontvangen door den groot-ceremoniemee-ster van het frof en talrijke hooge ambtenaars. De prins werd begroet op de kreten : « Leve Albanie ». Tijdens de twee dagen dat de prins te Rome zal verblijven, zullen talrijke en belangrijke vraagstukken behandeld worden. De leening van 10 millioen, door Oostenrijk en Italie aan den prins gewaarborgd, zou de aanstaande Nationale Bank van Albanie in niets verbinden. De plaats waar de prins in Albanie zal ontschepen, zal in gemeen overleg vastge-steld worden. Een belangrijk punt is ook de keus eener hoofdstad, waarin de prins, naar het schijnt, ziin woord wil te zeagen hebben. ENGELANQ Brand te Bombay. — In eene bakkerij m : den Bazar, brak brand uit. Een honderdtal personen waren op de boven-verdiepingen. Enkelen slaagden erin langs den , trap te ontkomen. Ailes stond echter weldra in lichter laaie. Verschillende personen sprongen uit de vijfde verdieping op een tegenover lig-gend gebouw. Acht personen zijn verbrand. — De Engelsche vorsten naar Frankrijk. — De koning en de koningin van Engeland zullen op hun reis naar Frankrijk vergezeld worden door sir Edward Grey. Zij komen den 21 april te Cherbourg aan en zullen drie dagen te Parys vertoeven. — Huldiging. — Kapitein Inch, de held van den « Volturno », is te Londen in het Mansion House gehuldigd. De lord-mayor zegde, dat de algemeene be-wondering voor zijn gedrag behoefte had zich te uiten. Waren niet aile eerste klas passagiers van zijn schip, op twee Russen na, verdronken de linlde was stellig van hen uiigegaan. Nu was hunne taak overgenomen door een aantal passagiers van de « Carmania », een van de vele schepen, die den « Volturno » te hulp waren gesneld. Deze bijeenkomst in het Mansion House was er het gevolg van. Onder de aanwezigen bevonden zich Buxton, de minister van handel, en Marconi. Kapitein Inch ontving den gouden Quiver-penning voor moed, een gouden uurwerk en ketting en een adres op perkament, geteekend door den lord-mayor ; mevr. Inch kreeg eene diamanten borstspeld en een zilveren theeser-vies. ' Na de ontvangst in het Mansion House be-gaf kapitein Inch zich naar de Lloyd, waar hij ook door de verzekeraars werd gehuldigd. — In de reehtszaal. — Te Londen had eene rechtzitting plaats, die de aanwezigen veel verinaak gaf. Voor rechter Darling en eene bijzondere jury werd een procès behandeld, door een onderwijzer, Nelson, ingesteld tegen een weekblad, wegens smaadschrift. Nelson had op zekeren dag een H-jarigen leerling gekastijd en in het genoemde weekblad was dit feit vermeld en als aanleiding genomen tôt de verklaring, dat de genoemde onderwijzer ongeschikt was voor zijne taak. De heer Nelson achtte zich door dit artikel en de voorstelling, die hierin van de tuchtiging wasgegeven, beleedigd en stelde een procès tegen het blad in. Hij verklaarde ter zitting, dat de leerling onoplettend was geweest tijdens eene spellingles en dat hij daarvoor eenige slagen op de hand had ontvangen. Het rietje, waartnede deze straf was toege-diend, werd aan het hof vertoond. Maar rechter Darling wildeweten hoedatrieije gebruikt werd. « Laat eens zien hoc gij den knaap hebt gekastijd, vroeg de rechter. Maar sla den deur-waarder niet. » De eischer : « Maar er moet toch een slacht-jffer wezen. » De heer Nelson gaf zich nu onder het gelach 1er aanwezigen zelf een tik over de hand. Dat «as de eerste aanschouwelijke les in do recht-îaal, maarhierbij bleef het niet. Een oogenblik alci werd door den aUvucaat Vou don gcilaagt!^, lie wilde doen uitkomen dat deonderwijzer zeer •uim gebruik maakte van zijn recht tôt licha-onelijke kastijding der leerlingen, gevraagd of le onderwijzer wel eens een jongen op 't hoofd iad geslagen. « Wat noemt gij slaan », vroeg le onderwijzer Nelson. « Als deze heer geen bezwaar heeft, en de heer Nelson wees op een rerslaggever, die het dichtst bij 't getuigenhekje iat, zal ik u toonen wat ik deed. » En zonder ;oestemming af te wachten, gaf de heer Nelson len verslaggever eenige tikken om de ooren. Het hof zat krom van het lachen. « Sloegt gij zoo hard als nu ? » vroeg de idvocaat. « Ja, zoo », zegde de heer Nelson, maar er .vas geen hoofd meer in de nabijheid om eene ■weede proef te doen slagen. — Het gevangeniswezen. — Lord Reading vroeger Sir Rufus Isaacs), de « Lord Chief lustice », heeft ingezelschap van den « hoine >ecretary» en den voorzitter van de gevangenis-;ommissie een bezoek gebracht aan de Worm-ivood Scrubbs-gevangenis. Er zijn in den laatsten tijd ingrijpende wijzi-jingen gebracht in het Engelsche gevangenis-«ezen en de opperrechter is nu van plan de : verschillende gevangenissen en verbeterhuizen 1 ichtereenvolgens te bezoeken, ten einde door I ?igen aanschouwing te leeren hoe de vonnissen i ;en uitvoer woiden gelegd en onder welke om- i standigheden degevangenen leven. Lord Reading toonde bijzondere belangstel- j ing voor de behandeling van de gevangenen, 1 rerooi'deeld tôt dwangarbeid en hij schijnt van i plan diegenen onder hen, die geen beroepsmis- ; iiadigers zijn van de anderen te scheiden. : DUITSCHLAND Kolonel von lieuter. — De JNieuwe bevelheb-ber van het regiment grenadiers, prins Karel van Pruisen, te Frankfort, aan de Oder, zal zich na de aanvaarding van zijn post persoon-lijk bij den keizer aanmelden. Van sommige zijden beschouwt men dit als eene bevestiging, dat kolonel von Reuter door zijne overplaatsing metterdaad onderscheiden is. Maar een blad voert daartegenaan,dathet gebruik medebrengt dat kolonels, die een nieuw regiment krijgen, zich aan den keizer komen voorstellen. Men zou in dit geval moeten weten, of de keizer zelf den wensch te kennen heeft gegeven, om den kolonel te ontvangen ; en dat is nog de vraag. — Militair optreden. — Aile Zuid-Duitsche regeeringeu hebben, naar de bladen melden, thans verklaard dat zij instemaien met het maken van een algemeene regeling voor het gebruiken van militairen bij opstootjes in het Rijk. Zoodra de Pruisische regeering het eens sal geworden zijn over nieuwe dienstvoorschrif-len, kan men dus eene gedachtenwisseling iusschen de belanghebbende regeeringen ver-wachten.In welingelichte kringen neemt men aan, dat le regeling geen moeilijkheden mede zal bren-;en, aangezien men het er nu reeds over eens s, dat de troepen in 't beginsel alleen op ver-:oek van de burgerlijke overheid tusschen bei-len zullen mogen komen. Ook aangaande bij-:ondere gevallen, zooals tusschenkomst van nilitairen wanneer het burgerlijke gezag niet in Haat is, militaire liulp in te roepen, gevallen 'an noodweer, enz., zullen duidelijke bepalin-;en vastgesteld worden die de bevoegdheden ian weerskanten scherp begrenzen. — De sneeuw. ■— Het wegruimen van de neeuw te Berlijn heeft in dezen winter 410,000 nark gekost. Aangezien het plaveisel daar in let geheel 11,350,000 vierkantemeters beslaat, ledroegen de kosten 3.6 pfenning den vierkan-en meter. In het geheel werden 376,723 ku-lieke meters weggevoerd en in de riolen of in iet water uitgestort. — Krankz-innig verklaard — De onderwij-er Wagner, de man die zich aan een aantal Qoorden en bcandstichtingen, te Degerloch en lulhausen had schuldig gemaakt, is van rechts-ervolging ontslagen en voor goed naar een ;rankzinnigengesticht overgebracht. FRANKRIJK Lreweidige brand. — Maandag werd eene .Jo.-.g-.'jui tatoenspinnerij, teKysselgevesugd, oor het grootste deel de prooi der vlammen. De schade beloopt een millioen frank. Tijdens de blusschingswerken werden drie lompiers min of meer ernstig verwond door het nstorten van een muur. Toen de brandgedoofd vas en men tôt de opruimerswerken overging, ■ond men onder de puinen van den ingestorten nuur het lijk van een pompier. — Eene erge zaak van bespieding. — Maan-lag is nabij het fort Lucey, een verdachte kerel langehouden, die men "denkt een spioen te vezen. Lucey is een der verdedigingposten van Toul, ip 8 kilometers afstand. Een batterijwachter >emerkte, op een hoogvlak, tusschen deze twee >laatsen, een kerel, wiens handelingen hem 'erdacht voorkwamen. Hij keek in het rond met ien verrekijker, nam notas enookphotografiën. De wachter kon, geholpen door een werkman len kerel, ondanks zijn geweldigen tegenstand, lanhouden. Hij werd voor den bevelhebber ;ebracht, aan wien hij verklaarde zich Burgard e noemen, landbouwer, wonende nabij Nancy, in eenvoudig toerist-te zijn. De krijgsoverheid moet verklaard hebben dat ;ij aan deze aanhouding ;het grootste belang îecht. Het onderzoek der notas en schetsen zou jewezen hebben dat men een zeer gevaarlijken ipioen in handen heeft ; men denkt zelfs een )uitsche vestingartillerie-ofïicier. Te Nancy vroeg hij verlof om eens naar het ;emak te gaan ; men vond er later overblijfso-en eener kaart van den slaf, betrekkelijk de mistreken van het fort en van Tondres. Burgard :ou als priester vermomd in de streek gekomen :ijn, om geene vermoedens op te wekken. Bij eene huiszoeking in de hofstede, als zijne woning opgegeven, vond men een vijftigtal kaarten, uitgegeven door den Franschen staf en het ministerie. In het verhoor, dat hem maandag afgenomen werd, heeft Théodore Burgard niet nagelaten krachtdadig zijne onschuld staande te houden. Hij beweerde veel belang in photographie en in militaire zaken te stellen en dit als oud-soldaat. maar ver was hem het gedacht de geheimen der nationale verdediging uit te vorschen. Bovendien verklaarde hij dat hij voortaan nog slechts in aanwezigheid van zijn advocaat zal spreken. Audenaarde 9 Februari 1914. Aan de lieeren Bevernaege, uitgevers van den « Scheldegalm ». Ter gelegenheid van hetontslag van den heer Burgemeester Raepsaet, heeft een stedelijk weekblad zich bezig gehouden met de muziek-sehool en stadsfiarmonie van Audenaarde. De geschiedenis dezer twee inrichtingen be-gint in 't jaar 1864. Elk rechtgeaarde Audenaardist heefter belang bij deze geschiedenis te kennen, al ware het maar om de onnauwkeurigheden tewederleggen begaan door degenen die het eerste woord dezer geschiedenis niet kennen. Veroorlooft dus, mijnheeren, dat een der oudste leerlingen der school, en thans daarvan leeraar, zijne toevlucht neme tôt uw geëerd blad, om een juist en volledig verslag te geven van af de stichting der schooltot oponzedagen, om alzoo zijne amblgenoten op de hoogte te stellen nopens deze inrichting. Metdees schrijven in zijne kolommen op te nemen, zal de « Scheldegalm » getrou.v blijven aan zijne kenspreuk « Geen politiek en leve Audenaarde ! » Eerste tijdstip 1839-1868. Ons gemeentebestuur richtte het stedelijk muziekconservatorium in den 26 October 1839, en reeds van 1 Januari kwam het in voile wer-king.Haar eerste besturende commissie bestond uit: voorzitter: M. Liefmans-Bonnb, burgemeester ; leden : MM. Gérard Malfait, Hen-drik Ro.nsse; schatbewaarder : M. Jacob Grau ; secretaris : M. Julius Saby. In dezelfdc zitting werd M. J.-B. Lemaitre, muzikant bij het 4e linieregiment, toen te Audenaarde in carnizoen. tôt honfdleeraar Hflr nieuwe school benoemd. Den 21 December daaropvolgende kreeg hij als medewerkers de heeren Pieteu r.RÉGOiREen Karel Lodewijk Sass, vader der doorluchtige zangeres, jufvrouw Marie Sass, eerste leerlinge van ons conservatorium. Tijdens de wereldten-toonstelling van 1867, speelde zij in het groot schouwburg te Parys de roi van Sélika, door Meyerbeer voor haar geschreven in zijn befaamd opéra » l'Africaine ». Die juffer zangeres deed zoo den naam van Audenaarde in den vreemde kennen. Beide leeraars waren hier toegevallen met M. Lemaitre van het 4e linieregiment, alsook nagenoemde heeren professors Sass en Piquet. Op het einde van 1840 verliet M. Sass de stad en ,werd vervangen door M. Adoi.f Piquet, deze beide, vooimalig trombon, eerste solo en clarinetspeler bij het 4° linieregiment. Den 10 November 18-41, ingezien den snel-len vooruitgang der school, benoeinde de ge-meenteraad een vierden leeraar M. Francies Leblon, artist-muzikant ter stede, serpentspe-ler in St-Walburgakerk. In dezelfde zitting legde men de grondslagen eener stedelijke harmonie. De raad besliste dat de leeraars en de leerlingen van het conservatorium gehouden waren aile openbare feesten en vermakelijkheden op te luisteren door het uitvoeren van muziekstukken, telkens zij daar-toe door het Schepen-College zou aanzocht worden. De klassen der muziekschool werden alsdan bepaaldelijk als volgt verdeeld : M. Lemaitre, vocalisatie (zang) en koperen speeltuigen, uit-gezonderd den tweeden cursus van trombonne en cor à clefs. M. Adolf Piquet, viool en clari- net. M. Grégoire, grondregelen van muziek en solfège. Mr Grégoire gaf zijn ontslag en verliet de stad den 15 April 1843. Den 26 Juli daaropvolgende verving hem M. Hartwig Behrens, artist bij het 12e linieregiment ter stede, geboien te Hude, Hertogdom van Holstein (Duitschland), echtgenoot van Camilla Note onzer stad. Den 18 November 1844 diende M. Piquet zijn ontslag in en den 30 daaropvolgende werd hij vervangen door M. Antoon Fischer, oorspron-kelijk uit Meiningen (Saksen). Deze werd ge-last met den leergang van klarinet en de lagere klassen van viool. Ontslaggever op 't einde van 1846, verving men hem den 30 Januaril847 door M. Bernard Postula, artist-clarinet van Luik. Deze heer onderwees slechts gedurende 5 jaar en verliet Audenaarde in October 1852. Door een zonderling toeval werd hij den 23 Oct. 1852 vervangen door M. ChristiaanFischer vader van M. Léon Fischer, thans greffier aan onze rechtbank van eersten aanleg. Beide heeren Fischer waren in Audenaarde toegekomen als gagisten, met het muziek van het 12e linieregiment.* * * « Van dit tijdstip af rijpen reeds de vruchten » door de eerste meesters met zorg gekweekt. » Weldra zal men uit het conservatorium ar-» tisten zien verschijnen allezins bekwaam om » op hunne beurt in het onderwijs van muziek » rang te nemen en eer te doen aan de instelling » die hen heeft voortgebracht. » Laat ons enkele voorbeelden aanhalen : » Den 7 September 1842 hehaalde de heer » Eugeen De Vos den 1° prijs der tweedecursis » van clarinette, deii 1e prijs van cacographie » en den 1e accessit van transpositie. » In volgende prijsdeeling had de talenlvolle » jongeling geene tegenkanters meer, bekwaam » om hem het hoofd te bieden. Men bekroonde » hem met de eereprijzen en wierp hem de on-» derscheidingen met voile handen toe. » Den 29 Januari 1847 werd de jonge De Vos » dan ook voDrlezer benoemd in den lageren » curcis van clarinet. » Om des jongelings uitstekende verdiensten » meer en meer te beloonen, benoemde de Be-» sturende Commissie hem den23 October 1852 » tôt leeraar, met last van den cursus van cla-» rinet te geven, onlangs door den heer Postula » opgezegd. u lu avu luuu iuu iOOO o~~~o » het korps der leeraars een gevoelig verlits » door het afsterven des heeren Behrens, leeraar » van viool. De commissie willende aile onder-» breking in den curcus vermijden, duidde » dezes gewezen leerling M. Karel Note aan, » om voorloopig den ledigen leerstoel te be-» kleeden. » Ter zelfder zitting werd M. Eugeen De » Vos, reeds toegevoegden leeraar, gelast den » intérim te doen van den cursus des heeren » Leblon, die alsdan ziek was. Tevens werd hij » aangeduid om in de Harmonie de kleine cla-» rinet te spelen. » In Oogst 1867 overleed M. Leblon. De » Commissie van 't conservatorium achtte het » nutteloos 't getal leeraars te vermeerderen en » was van meening dat men den cursus door » den overledene gegeven, aan den heer Eugeen » De Vos zou toevertrouwen. Daarbij zou men » hem den titel van professor toekennen. » Die benoemingen als leeraars der heeren » De Vos en Note werden door den gemeente- » raad in zitting van 2 Oct. 1868, bekrachtigd. (1 ) * * Hier sluit het eerste tijdstip der stedelijke muziekschool. Vooraleer over te gaan tôt het tweede, laat mij toe u te zeggen dat, bij besluit van 10 November 1841, de Gemeenteraad had voorgesteld dat voortaan leeraars en leerlingen van 't conservatorium een muziekkorps uit-maakten, ten dienste der stad. _ P. DE RUYCK. (/) Paul Raepsaet. — Het jubelfeesl der heeren leeraars en oud-leerlingen van het stedelijk muziek' conservatorium van Audenaarde van 21 Februari 188t. Audenaarde, drukkerij Bevernaege-Van Eechaute, 188t. D E Eiland-Prinses (23° Vervolg.) Maar welke verrassing voor hem, als we straks weer voor hemzoudenverschijnen! Dan sluimerde ze weer wat, ontvvaakte weer, en sprak over den haai, hoe zij hem zou moeten aanvallen en afmaken, indien hij nog levend bleek te zijn. Ze was wakker toen de morgend kwam. Wij zagen zachtjes aan het licht door de ope-ning blauwen en geleidelijk in de grot het schemerschijnsel terugkeeren. Toen duurde het ook niet lang meer.of we zagen den haai drijven, met den buik naar boven, dood. — God zij gedankt ! riep ik. Daar drijft hij Lil ! Victorie, victorie! Komaan, nu eruit ! Eulalie gaf me weer het eene eind van de lijn, en we gingen te water. Zij zwom voor-uit en dook onder, recht inhetblauwewater. Ik volgde, weer geloodst door de lijn, en in minder dan een minuut waren wij boven, in de glorie der morgendzon, die wij begroet-ten als nieuw geboren. Eenige krachtige slagen brachten ons wal. Uit het water gestegen, stond ik versteld bij den aanblik mijner vrouw. Hare witte kleeding was doortrokken van bloed, zoodat zij er uitzag alsot'zij uiteenshchthuiskwam. IJef bleek echter dat zij zelf geen schram be-komen had, Het was ailes haaienbloed, dat 't monster uit zijne wonden had uitgestooten. Voorwaar het oude staal van Toledo had goeden dienst gedaan, op eene vvijze waarvan de wapen-smid zeker nooit had gedroomd. Wij klauterden haastig de rotsen op, want Eulalie hunkerde om haren vader gerust te stellen. Door de boomen lieen spoedden wij ons naar de achterzijde van het huis, en ik gat Eulalie den raad zich niet in hare bloe-dige kleeding aan haren vader te vertoonen, omdat hij zeker daarvan schrikken zou. Ook ik zelf wilde beginnen met mijn nat en be-zoedeld zwemkostuum tegen mijne gewone kleeding te verwisselen. Dan zouden wij ons schade inhalen met eten. Want ik voelde mij zoo hongerig als ongetwijfeld de haai was, toen hij in de .grot op ons lag te loeren. Wij herkleeden ons dus en traden in de eetkamer. Daar vonden wij kapitein Scott niet. Hij had blijkbaar nog niet ontbeten, want er stond niets op de tafel. Ongetwijfeld echter was hij reeds opgestaan. Het waar-schijnlijkst was, dat hij onswas gaanzoeken. — Terwijl gij het ontbijt gereedmaakt, zal ik buiten een rookend vuur maken, zegde ik tôt Eulalie. Dat zal voor uw vader het beste teeken van onze thuiskomst zijn. Roepen en schreeuwen baat niets. Misschien is hij wel in de kano naar de rotsen gevaren. Zoodra hij den rook ziet, zalhij gerust wezen. Ik ging heen en maakte op eene opene plaats in den tuin een vuur aan, dat ik met haltdroge kokosstengels voedde, zoodat het een dikken en donk'eren rook opkronkelen deed. Dat zal hij wel zien, dacht ik, en ik ging weer naar binnen. Middelerwijl wilde Eulalie's bezorgdheid over haren vader haar geen rust laten. Telkens, onder het bereiden van eten door, kwam zij naar buiten, nu aan de voorzijde, dan aan de achterzijde, om te zien of hij nog niet kwam. Ik voor mij maakte mij niet be-zorgd. Ik twijfelde niet of de rook, die ver weg, zichtbaar moest zijn, zou hem wel aan-stonds doen toesnellen. — Zou hij niet in de boot zijn gegaan, om bij de grot naar ons te gaan zoeken.opperde Eulalie. Hij wist toch dat wij daar heen-gingen.— Ja, zegde ik, maar zou het baten dat hij naar de grot voer, daar hij toch zelf er niet in kan? Hij zal zoo aanstonds welkomen. De rook is voor hem het zekerste signaal. Wij waren beiden hongerig en wij ontbeten dus flink. Wij vonden wat kouden visch, en Eulalie had een pudding gemaakt, die veel had van kruisbessentaart. Daarbij kokosmelk, broodvrucht, bananen — het een bij het ander een kostelijk maal. Ons tafelgesprek liep, naar men wel den-ken kan, hoofdzakelijk over het doorgestane avontuur. Nu het achter den rug was, leek het ons nog eens zoo verschrikkelijk;en wel mochten wij den Hemel danken, dat wij beiden hier weer ongedeerd en veilig zaten, ons tegoeddoende aan de liefelijke gaven der natuur. Zoodra ik ontbeten had, ging ik uit om naar den kapitein te kijken. Ik beklom de kleine hoogte bij het huis, van welke men een groot de l van het eiland kon overzien. Maar geen menschelijk wezen was ergens te bespeuren. De zon, hoewel nog niet hoog gerezen, wierp over den tuin reeds een fel-len gloed, die eerst in den namiddag door de schaduw der zuidwaarts staande boomen zou getemperd worden. Zooschelwas'tlicht, dat men de oogen ertegenbeschutten moest. Terwiji ik nu zoo rondkeek, viel mijn blik toevallig op het grafheuveltje.en daarzagik tusschen de bloemen iets liggen, wat ik tôt dusver niet had opgemerkt. Ik liep er heen — en daar vond ik kapitein Scott languit over het graf van zijne vrouw. Ilij lag op het koralen kruis ; maar zoo, dat de bloemen en het gras hem bijna geheel verborgenhiel-den. Vandaar dat ik slechts toevallig hem in het oog gekregen had. Ik dacht eerst dat hij slechts bewusteloos was. Hij was geheel gekleed, zooals hij geweest was toen hij op zijne spade leunde en tôt ons sprak vôôr wij naar de grot gingen. Hieruitleidde ikaf dathij den ganschennacht reeds zoo gelegen had ; en dit deed mij ver-moeden dat hij dood moest zijn. Hij lag op zijn aangezicht, zoodat ik hem gedeeltelijk moest omkeeren, om hem te kunnen zien. Toen was een blik voldoende. Nooit stond de dood zekerder op een menschelijk gelaat te lezen. Hij lag in een bla-kendenzonnegloed. Binnenenkeleurenreeds zou de ontbinding zich merkbaar maken. ■— Wat is er, riep Eulalie achter mij. — Hier is uw vader, zegde ik zacht. — Wat is er met hem gebeurd ? riep zij — en reeds had zij zich bij het lijk op de knieën geworpen. — Eulalie, sprak ik plechtig, uw vader is bij God. — Is hij dood ? riep zij. — Ja. Den ganschen nacht reeds, ver-moed ik. — Dood.? riep zij, alsofzijhetnietbegreep. Zooals moeder ? — Ja, Eulalie. Zooals moeder. Wat kon dit kind weten van den dood, — dit kind, dat tien jaar lang met haren vader alleen op dit eiland had gewoond, nooit iemand had zien sterven ot begraven, nooit geleerd had, den dood van een mensch in verband te brengen met ailes wat in de men-schelijke samenleving daaruit voortvloeit en zich daaraan vastknoopt ? Doode vogels en visschen kende zij. Maar doodemenschen— een doode vader !.... ■— Help mij hem naar binnen dragen, Eulalie, zegde ik. Zij gehoorzaamde, schier wezenloos van schrik, afgrijzen en stomme verbijstering. En samen droegen wij den doode in de kamer waar ik zelf indertijd was binnenge-dragen, en wij legden hem neer op de mat. In dit warme klimaat kan een lijk nietlang boven deaarde blijven ; zelts nu reeds be-gonnen de eerste teekenen van ontbinding zich kenbaar te maken. Maar toch kon i'k het niet over mijn hart verkrijgen, zoo ter-stond eene spade te nemen en een graf te gaan graven. De schok trof mij zwaar, en op Eulalie begon hij eigenlijk nu eerst te werken. Nadat wij den doode hadden neergelegd, stond zij als versteend naar hem te staren. Met een strak gelaat en stijf samengevouwen vingers staarde zij, en staarde, alsof zij ver-wachtte dat hij zoo aanstonds ontwaken en haar weder toespreken zou. Van het wezen van den dood kon zij zich blijkbaar nog geen begrip maken. Om aan deze pijnlijke spanning een einde te maken, haalde ik een lap zeil en spreidde dien over het lijk. Vervolgensnam ik Eulalie bij de hand en bracht haar uit die kamer in deeetkamer.waar iknaasthaar ging zitten. — Bedenk nu eens, Eulalie, zegde ik,hoe het voor u wezen zou als ik niet hier was. Dan zoudtge alleen zijn. — O ja, o ja ! antwoordde zij, enzijbegon te weenen. — Maar ge zijt niet alleen zegde ik, en ik kuste haar en streeldehare hand,uwvader had u lief — maar niet zooals ik u lief heb. En het was God's beschikking, dat ik hier zou komen om u te beschermen en uws vaders plaats bij u in te nemen. — Zal ik hem dan nu nooit meer terug-zien ? vroeg zij snikkend, en zij keek mij aan met de oogen van een bedroefd, verwonderd kind. — Niet meer, wanneer ik hem begraven heb. — Zal ik dan niet met hem kunnen spreken, zooals hij met moeder sprak ? — Neen. De dooden spreken niet meer. — Maar vader sprak toch met moeder. — Dat kan wezen. Ik weet het niet, antwoordde ik. Maar vestig daarop uwe gedachlen niet ; want anders verdwaalt ge in het bovenzin-zinnelijke — en daarvoor zijt ge te jong, te zeer van deze wereld nog. Bedenk liever hoe vreeselijk uw lot zou zijn geweest als deze slag u alleen had getroffen. Wat zoudt ge dan hebben moeten doen ! Besefl ge wel hoe ontzettend uw toestand dan geweest zouzijn? Ge zoudt alleen zijn gebleven op dit eiland, zonder een schepsel om u te helpen of om mee te spreken. Al meer en meer zoudt ge verwilderd zijn, tôt ge eindelijk ook zoudt zijn gestorven, zonder iemand om u te ver-plegen — zonder iemand om u te, begraven zelts. Wordt Voortgezet,

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.

Er is geen OCR tekst voor deze krant.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.

Er is geen OCR tekst voor deze krant.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.

Er is geen OCR tekst voor deze krant.
Dit item is een uitgave in de reeks De Scheldegalm: gazette van Audenaerde behorende tot de categorie Katholieke pers. Uitgegeven in Oudenaarde van 1858 tot 1914.

Bekijk alle items in deze reeks >>

Toevoegen aan collectie

Locatie

Onderwerpen

Periodes