De Vlaamsche stem: algemeen Belgisch dagblad

564 0
close

Waarom wilt u dit item rapporteren?

Opmerkingen

Verzenden
s.n. 1915, 22 Juni. De Vlaamsche stem: algemeen Belgisch dagblad. Geraadpleegd op 15 oktober 2019, op https://nieuwsvandegrooteoorlog.hetarchief.be/nl/pid/db7vm43z0n/
Toon tekst

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.

pafgte Jaaygâng N°# 143 Dinsflag 23 Juni 1915 « Cet VÎrmSw" "^TEÉnd^A CI-IT.MAAKT MAC H T I «tJACTIEBUP -EL : KALVEHST ,AÏ 64, AMSTERDAM. — TELEFOON No. 9922 Noord. Du Vlaamscfce item verschijnt te Amsterdam elken dag des morgens ip vler blaiizijt} n. Abouutn/ -jitspr\Js by vooruitbetaling: . Voor Holland en BelgiS jv;r jay / to.fjQ — per kwartaal /1.75 — per raaand / 0.75. Volt ngelaiv], Frankrijk en buitenland dezelfde prijzen, met ver-hoog' ig van verzendingîikosten {'2^ cent per nummer). Hootdopsteller : Mr. ALBERIK DESWARTE Opstèlraad a CYRSEL BUYSSE — RENE 0E CLERCQ — AMDRE DE RI00ER Yoor ABONNEMENTEN wende men zich tôt de Ad ministratie van het blad. KALVERSTRAAT 64, AMSTERDAM. — Tel. N. 9922. Voor AANKONDIGINGEN wende men zich tôt de Administratif van de VLAAMSCHE STEM, Kalverstraat 64, Amsterdam. — Tel. N. 9922, .ADVERTENTIES: 20 Cents per regel. m A rs li^fiîouo le b I - dzijd e: Ano nze Aixmnenten en Koopers, V.' m? — Mr. J. Rouie Jr. I .kimdige Kroniek. — André de Iiidder. V ^îteiingen. — Jan J : Zeldenthms. U bladzij d e: Brieven van het Front. Zivii?:ide verslag der Onderzoekscommissie. (S.ot.) Duuoche spionnage. 3o bladz ij d e: . . De Europeesche oorlog (met kaartje). Brïeven uit Parijs. — U'K/na Knciap. Telegramnien en Berichten. Voordracliten en Feesten. l'it do Kampen. 4 e b 1 a d z ij d o: Do 6tormaanval. — WHly Timmcrmans* Do wet 6p de vergoeding. Boc-kbeoordeeling. In liet Vluchtoord Ede. b ea ttmeiSsi en Koopere. Voorloopig zal van af morgen ons blad zekere rff-r, op cwee,/bladzijden en des Zondags niet iç,:ck:j%cn. _ . ho wrdt ans orgaan tijdelijk gcbracht op nVn tegenv:oordigcn omvang van aile Belgische l'K.ven, die ofwel op twee pagincus, ofwel mit hleiner formaat uit komen. Onze It'zers zullen dit des te beter bcgrijpen, dmr wij immers - sinds 1 Mei onzen abonne-mentsprijs hebben gehalveerd. Ofschoon die Ùdv'eetmg het abonnentcnaantal in de ver-mchte inate decd aangroeien, is gemelde ooicnblihliclijkc bezuinigingsmaatrege.l desniet-ti'min genoodzaakt, hoof dzakelijk door de hui-%c prij&verhooging van het papier. Ilit nu en dan op twee bladzijden brengen "Àl goedgemaakt worden door een des te rijker iûoud in de vier-paginas-nummers. We zijn er zoo op gesteld, aile mogelijke ruinite voor orn inhoud te winnen, dat we den omvang van ht hoofd van 't blad van morgen af derwijze Meidr.n, dut wij reeds daardoor de, waarde wnéénkolom inwinnen. Mits een bondiger in-Mccden onzer nieuwsberichtcn zal niet één on-:tT gewone rubrieken — dank va oral aan de l pay nrs. — moeten vervaXlen. Iht voorloopig niet verschijncn des Zondags \ Komt overeen met de gewoonte van vele Belgi- ; ichr, en Noderlandsche dagbladen, die, zelfs in tormalen tijd, éénmaal per week niet uitko-wcn. Trouiuens, in Nederland zijn kiosken en voehcinkels ■ des Zondags gesloten, en in de prouMcie hmt mecstal het Zondagiwmmer urst den Maandag toe. Mit deze maatrigelen bestrijden we zege-iïtrend h et tijdelijk gevaar voor ons orgaan, w behoudt de „Vlaamsche Stem" hare leef-oaarheid. Dat is het hoofddoel, waarvoor onze woprhs en abomientcn, iminers onze vrienden, ons steunen, genoeg zullen gevoelenom ons M alle geval trouw en verklcefd bij té'' blijvcn. y. btgrijpen imm-ers die groote waxirheid, n.l. tjat onze ondememing een zuiver principiëele r> vwbij het gaat o>m staande en pal te meti deze tribvAin der Vla-amsch-Bclgische en net een der Qroot-N ederlandsche culture eU be-KHtyen., Waarom? Wij hebben zeer bondig laten uitechijnen, £r°1Q ^n8te^ng van een Raad van » ons in de huidige omstandigbeden voor e giê als wenschelijk voorkomt. ■tiet bewijs dat men besefb hoezeer wij «luitend door het nationaal belang ge-rô\en worden, vinden wij in het feit, dat en ook van Katholieke zijde met welwil-en h&id deze gedachte in overweging vraagt ,,La Métropole", dat strekking van het voorstel nader zou omschreven worden. ij hebben de gebenrlijke samenstelling iat °en za^e.nm^n^s^er^ buiten kwestie ge-kn!?' Z^n wer(^ nochtans door laat ^Gn?otei1 aangedrongen, en dat jn ZIC, h^grijpen, wanneer men onder wr re^ening houdt met het feit, dat de van bet Engelsch ministerie ook voor veel Belgen als een mwst geWen. twria^r vaderland in nood ver-stem ' f a^e twisten, die den peu ,Vrageu van bekrompen partijbelan-Pas^ dan evenmin, dat tamengestlTtr11'1 68n,enkeIe PartiJ 2011 blifven, enkel en alleen omdat van d-'SPï! Vf? ®or<i«©l zijn, dat de belangen kunnen k! i r €en V€randering zouuen ledpn worden, als het vanwege partimipLf • .^P08^^ betaamt mt falcen ** ^ m^ri^stei*i^ te willen ge- 8e®11 bijbedoelingen, WkîuT \ast » den blik ge- ûouden od do hoogere belangen van het land, die thans zoo zwaar bedreigd worden. Wij wenschen voorloopig niet deel te nemen aan de gedachtenwisseling, die ge-voerd wordt over de mogelijkheid of de wenscheiijkheid van een zakenministerie ; iedereen zal evenwel in onze meening deelen, dat de eensgezinde wil van het vaderland des te meer moet bevestigd worden, naar-mate het land dieper geteisterd wordt en de bezetting langer duurt. I-Ioe z^al die wil beter tôt uiting komen, dan wanneer iedereen weet, dat elke maat-regel, die onze regeering neemt, elke ver-klaring, die namens België afgelegd wordt, op het inzicht stennt van Belgen, die tôt de meest uiteenloopende gedachten behoo-ren?Sommige lanclgenooten, die voor een zakenministerie ijveren, stellen zich op het standpunt, dat de benoeming van een paar liberale en socialistische ministers gansch de zaak zou oplossen. Zij vergeten ook bij deze ge.egenheid, dat er nog een andere kwestie bestaat, die nu eenmaal door een paar woorden niet weg te redeneeren valt, en wel de noodzakelijkheid. dat f.î wat in den zin van een nauwere samenwerking gebeurt, aan de Vlàmingen zoowel als aan de Walen den indruk, ja de overtuiging moet geven, dat zij bij het treffen van elk gewichtig besluit werkelijk vert-egenwoor-digd worden. Aan dezen eifich kan insgelijks voldaan worden door e&n behoorlijke samenstelling van den Raad van State. . In de Donau-monarchie hadden de Hon-garen vroeger veel genegenheid voor Frankrijk over. Sinds het uitbreken van den oorlog werd het ministerie door Hongaren aan-gevuld ; Oostenrijksche ministère namen zelfs ontslag om voor Hongaren plaats te maken, en men mag getuigen, dat het rijk van Keizer Frans Jozef het vooral zoo lang uithoudt, omdat het Hongaarsch ele-inent onwankelbaar blijft, en aan den oorlog deel neemt, alsof het steeds een groote vriendschap voor Duitschland .— en niet voor Frankrijk — gekoesterd had. In den Belgischen Raad van State, zoo-als -frij ons dien voorstellen, zouden beken-de vertegenwoordigers van de twee bestand-deelen, die ons land uitmaken. moeten zit-ting nemen. Zonder thans te willen beoordeelen of het nu reeds betaamt en mogelijk is * dat een Belgisch zakenministerie samengesteld worde, durven wij de instelling van een Raad van St^te als principieel wenschelijk en praktisch uitvoerbaar beschouwen. Niem-and weet, wanneer de oorlog zich derwijze zal ontwikkeld hebben, dat de vrede in aantocht is. Allerlei gebeurtenissen kunnen zich voordoen, waardoor België ver-plicht wordt zijn stem te laten hooren. Zal die stem zich dan niet des te krachtiger vêrheffen en bij aile Belgen des te meer weerklank vinden, wanneer iedereen weet, dat de Regeering optreedt in overeenstem-ming met een Raad, waarin mannen zete-len, die elkaar wellicht vroeger zeer vinnig bestreden hebben, maar die thans bezield zijn door een enkel en wil: hoe kunnen wij tegenover gansch de beschaafde wereld de beteekenis van onzen strijd bevestigen; hoe zullen wij bij Vlàmingen zoowel als bij Walen de overtuiging versterken, tegen de pogingen in van overweldigers, die hen tij-dens de bezetting zouden willen verdeelen, | dat het bevrijde België ook voor allen het land der gerechtigheid en van de opstan-ding moet zijn? Voor België, dat in dezen reuzenstrijd schijnbaar zoo zwak is, blijft de moreele roi ailes; in dat opzicht kon het kleine België de maohtigste. rijken 'evenaren en overtref-fen.Het is niet te veel gevraagd, dat afge-vaardigden van aile Belgen aan de leiding van dezen moreelen strijd doelmatig zouden deel nemen. De Raad van State, die thans voor België zou tôt stand komen, kàn noodzakelijk niet gelijk gesteld worden met een derge-lijke instelling, zooals die in andere lan-den, in normale omstandigheden, langs grondwettelijken weg en in verband met het openbaar leven, kon ontworpen worden. De Raad van State zou slechts een raad-gevend lichaa-m zijn, terwijl de ministerieele verantwoordelijkheid met haar voorrechten en verpliohtingen zou blijven beetaan. Buitengewone omstandigheden wettige» buitengewone maatregelen. Wenschelijk schijnt het ons, dat er on-verwijld iets gedaan worde. Een verande-ring van het ministerie daargelaten, be-antwoordt ons voorstel aan een vaderland-sche bezorgdheid, daar het zonder iemand te krenken of te miskennen, van aard is om bij te dragen tôt eendracht en vastbe-radenheid.HOSTE Jr. Kleine Kroniek. Een burgemeesteres. In een der kleincre Fransche ge-meenten zijn sedert den oorlog zoowel de burgemeester als dieps plaats-vervangers onder de wapens. De ge-meenteraad en de gemeentenaren maakten misbruik van den toestand, door den hee-len boel in de war te eturen; ze kibbelden, ruzieden, twistten, — zooals het overal gewoonte schijnt, wanneer dé verantwoorde-lijke hoofden afwezig zijn.. Toen was er een jong meisje — ze had zich aangegeven voor het Roode Kruis, maar haar diensten waren nog niet aan-vaard — dat zich bedroefde over den ver-warden staat van zaken in haar geboorte-plaatsje, en den prefect ging opzoeken, om hem haar nood te klagen. De prefect zeide haar: ,,Weet u wat u doet, — gaat u naar huis terug, en blijft u daar tôt het Roode Kruis u noodig hè'eft ; intusschen kunt u zien, of u in uw woon-plaats niet orde op de zaken kunt stellen." Het twee-en-twintig jarige meisje keerde naar haar woonplaate terug, riep den ge-meente-raad bijeen, en vertelde den Edel Achtbaren Heeren hetgeen de prefect haar had gezegd. Daarop vroeg ze, of er geen der raadsleden was, die tijdelijk het ambt van burgemeester op zich wilde nemen : maar de ruzie in den Raad was zoo hoog gestegen, dat er niemand was, die^it voor den ander wilde doen. En dus vroegen allen, of het jonge meisje die taak maar niet zoo lang op zich wilde nemen. Hoewel geheel tegen haar wil — want ze verlangde niets liever dan als verpleegster naar het front te mogen trekken — aan-vaardde het jonge meisje de functie van waarnemende burgemeesteres, nadat ze zich eerst wederom bij den prefect had gemeld, om dezen verslag uit te brengen omtrent haar opdracht. De prefect zeide: ,,Mejuffrouw, uw taak is u voortaan aangewezen. Aan het Roode Kruis zaî men u wellicht kunnen vervan-§en, — maar niet in uwe gemeente. Daar bent u onvervangbaar en daar kunt u hoogst nuttig werk doen, arbeid verrich-tend geheel in 's lands belang. Wanneer u mijn steun noodig heeft, kunt u steeds over mij beschikken !" En zoo regeert daar nu over een der Fransche gemeenten een jong meisje van even twintig jaar, die dadelijk een over-tuigde feministe is geworden, —... na hetgeen zij van de kibbelende mannen in den gemeenteraad heeft te aanschouwen ge-: kregen! Officieele Duftsche inlichtingen. ! ïn een artikel over de klacht, voorkomend in I 't officieele Duitsche berieht over het bombardement uit de lucht op Karlsruhe, dat dit een open stad is, ver van het operatietooneel vçr-wijderd, merkt de ,,Morning Post" op : ,,Er zijn weinig documenten, zelfs in Duitsohland, die zoo zeer van allen geest ont-bloot zijn, als het oorlogsnieuws dat dagelijks officieei langs draadloozen weg wereldkundig wordt gemaakt. In het bijzonder komt dit uit bij de voortdurende pogingen om Duitschland af te sohilderen als de beleedigde onschuld en als een schitterend toonbeeld van ridderlijkheid in den oorlog. Ongeveer tezelfder tijd, dat de Fransche vliegers een bezoek aan Karlsrulie ibradhten, wierp een Zeppelin bommen op een Engelsche stad. Heeft men in Duitschland, voor dat de Zeppelin vertrok, zich"* overtuigd of de plaats was versterkt? De talrijke aanvallè* op de badplaatsen aan de Oostkust, liet werpen van bommen op kleine dorpen in Norfolk en op de onversterkte plaatsen in Frankrijk, moesten Duitschland ervan weerhouden als een heilige te poseeren. Ofschoon het onmogelijk is om de oogen van de wereld te sluiten voor het toppunt van on-rechtvaardigheid, die de Duitsche natio voor geslachten vervloekt, hoopt toch de officieele Duitsche berichtgever op de inwoners van neutrale staten indruk te maken". Asquith heeft 9 Juni in het Lagerhuis mee-gedeeld, dat het totaal der verliezen in aile rangen van het Engelsche expeditieleger in Frankrijk en de Middellandsche Zee tôt 31 Mei 2o8,069 bedroeg. Den volgenden dag plaatste de ,,TâgI. Rundschau" een telegram uit Den Haag, dat met groote letters het opschrift droeg: Engelsche verliezen anderhalf millioen. Volgens dit telegram had Asquith meegëdeeld, dat het totaal der Engelsche verliezen in Frankrijk alleen 1,585,409 bedroeg. De Engelsche bladen beschouwen dit als een middel van de Duitsche autoriteiten om er bij het Duitsche publiek den goeden geest in te houden en brengen dergelijke vervalschte berichten in herinne-ring, een maand geled.en verspreid omtrent het aantal Russische krijgsgevangenen na de eerste belangrijke Duitsche overwinningen in Galicië, beriditen, welke later te Berlijn officieei erkend werden overdreven te zijn. Zulke verdraaiingen geven voedsel aan het ver-moeden, dat de door Mackensen opgegeven Russische verliezen eveneens overdreven zijn. Het voortdurend succès van Jutes Verne. Wordt de bekende schrijver van avontu-ren-romans en wetenschapfpelijke vea'lia-len Jules Verne nog wel gelezen? — vraagt de ,,Temps" in een hoofd-arti-kel. En het geeft zelf antwoord op die vraag, door eenige der bekendste boeken van onzen onsterflijken jeugd-schrij-ver aan te halén in hun toepasselijkheid op velerlei gebeurtenissen in dezon oorlog. De aanranding van de ,,Lusitania" door een onderzee-boot vindt men in kleuren baschreven in ,, Twintig duizend mijlen onder Ze«e" ; de uitwerking van het nieuwste monster-kanon, dat É'uinker-ken heeft gebombardeerd schijnt wel geco-pieerd uib ,;Het Monsterkanon van Staal-stad"; de vèrgiftige gassen, die de Duit-schers uit hun loopgraven laten opstijgen, werden reeds uitgevonden in het machia-vellistische brein van ,,Dokter Ox" ; de tochten der moderne luchtschepen staan reeds beschreven in ,,Vijf weken in een luchtballon" en in Verne's Oceaan-over-tooht per renzen-luchtschip ! Al die wonderlijke verhalen en die fan-tastische bedenksels van den Franschen jongcns-schrijver — hoe glimlachten de ouderen er steeâs ietwat spottend om ! — al die romantische onmogelijkheden zijn door de wetenschap in toepassing gebracht, om nu inderdaad gebruikt te worden. Er varen booten onder zee, en ze vernie-len weerlooze pa-ssag' -s-schepen ; er worden projectielen van duizerd pond over een af-stand van veertig kilometer weg geslingerd ; de gevaarlijkste laboratorium-uitvindingen worden gebruikt om op groote schaal tegen-standers uit den weg te ruimen ; voor de luchtschepen bestaan bijna geen afstanden meer ! Slechts Jules Verne's ,,Reîs naar de Maan" waoht in dezon oorlog nog op haar verwezenlijking ; — al lijdt het geen twijfel of in het een of ander lioofd-kwartiér zijn knappe bollen al bezig aan het uitwerken van plannen, om het eindelijke overwin-nings-bulletin per stalan projectiel van onzen aardboj naar de maan te schieten ! Romano Guarnieri. We jîrukten onlangs een briefje van een nieuwen, Italiaansche abonné, maar wisten toen niet, wie onze correspondent, de heer Romano Guarnieri was. ,,De Nieuwe Courant" heeft ons thans een beetje meer van dien on-bekenden vriend bekend gemaakt. Ziehier wat ,,De N. C." sclirijft: ,,Binnen enkele dagen zal een onzer stadge-nooten gaan deelnemen aan den oorlog van zijn land, dien velen onzer lezers, en niet enkel hier ter stede, zeker met leedwezen zullen zien vertrekken. Wij bedoelen den heer Romano Guarnieri. De heer Guarnieri bewoonde ons land reedê sinds verscheidene jaren en had er zijn huise-lijk geluk gevonden. Zeker behoorde dus een groot deel van zijn hart ook aan ons volk en ons land. Maar, kenner der Italiaansche taal en letterkundige van ongewone beteekenis en verdienste, was hij voor ailes Italiaan gebleven en had zijn woon in ons midden dienstig gemaakt aan een verspreiding der kennis van de ,,bella lingua" en haar heerlijke litteratuur, zoodat het hem gelukt was in eenige steden van ons land bloeiende vertakkingen te doen ontluiken van de inachtige Italiaansche ver-eeniging ,,Dante Alighieri". De verbindingen dezer gewesten en het land ,,aan gene zijde der bergen" zijn altijd gevestigd geweest op den verheven bodem van zieleveredeling en veel van zijn beste beschaving heeft ook Nederland aan Italië te danken. Deze eeuwenoude banden, door de Hervorming ietwat verslapt, had de heer R. Guarnieri getraclit opnieuw te versterken en dit was hem bijzonder goed gelukt niet enkel door zijn groote begaafdheid, maar ook door zijn bescheiden en beminnelijk op-treden. ' Nu trekt de heer Guarnieri ten oorlog — hij behoort tôt het korps der telegrafisten — en hij doet dit opgewekt van hart en met goeden moed. Zijn vrienden zullen echter zeer hartelijk verheugd zijn hem spoedig gezond ongedeerd en fier op zijn vaderland weer te zien. A rivederci, duaque !" Een zoon van Mars. Pe ,,Arnhemsche Courant" sclirijft: ,,In verschillende gemeenten in Zeeuwsch-Vlaanderen heersoht groote ongerustheid door de zoo juist verschenen bekendmaking van den territorialen bevelhebber in Zeeland, houdende voorschriften voor het geval Nederland in den oorlog mocht geraken, en vijande'lijldieden in Zeeuwsch-Vlaanderen zijn te wachten. In dit geval moet de bevolking niet van verblijf veranderen, mogen vluchtelingen van eldera niet toegelaten worden, zijn openbare vervoer-raiddelen niet langer voor het jubliek bescliik-baar, zal het vertrekken naar Breskens of Ter-neuzen met geweld gekeerd worden. Terecht vraagt men zich af, wat deze onrustbarende bekendmaking in dezen tijd te beteekenen heeft ; een geruststelling van officieele zijde zou zeker wemschelijk zijn< Letterliniiie Knniit Eene coquette Vrouw, door Carry van Bruggen. (P. N. van Kampen & Zoon, Amsterdam Uitgevers). Een boek dat op heel nieuwe wijze van eene eigen kunst getuigt en sterk reageert tegen het naturalisme, waarvan zekere holle klan-ken nog altijd in onze literatuur na-dreunen. Deze roman in 2 deelen, 450 bladzijden groot, ontspint heelemaal geen ,,verhaal" en schil-dert evenmin de vizueele wereld. Zijn eenig doel ligt in eene zeer gedetailleerde, zeer uit-gediepte gemoedsbesclirijving. Tôt de sociale kunst, waarhêen we schijnen te gaan, de kunst der liefde-al-liefde, kunst van goedheid en be-grijpen der menschheid, gesteld tegenover kil en ,,beschrijvend" realisme, tegen ikzuchtig-kleine ,,zelf-kunst" van allen aard, behoort Een coquette Vrouio nog niet. In dien zin, is 't boek, integendeel, zeer oud van geest, want 5t brengt ons tôt de schrilste tijden der ,,indivi-dueele" kunst terug. Het staat boven zijn onderwerp, dat is boven de eenige ,,heldin" die gansch alleen de twee dikke deelen vult. Op zijne wijze Is deze roman door en door psychologie, zonder bijbedoeling, psychologie om de psychologie— dus buiten het rechtstreeks „interes-sante" van het geval om — zooals we in poezie, lang de ,,kunst om de kunst" hadden. Velen zullen 't zelfs ondankbaar werk vinden zooveel papier .te hebben besteed aan de uit-rafeling van de innerlijke ,,up and downs" eener „coquette", behaagz io ke— in den ,,zie-kelijken" zin van hét woord — ijd'ele en wufte, soms heel weinig edele. en zelfbedwingende vrouw. Reeds sprak men van ,,erotomanie". Wel verstaan : het woord bewijst niets. Waarom zou een geval van ,,erotomanie" in de moderne romankunst van al-leven-uitbeelding niet ovèn belangrijk zijn als een geval van .,asce-tiek" of een geval van ,,dag-na-dag-vegeta-tie." ? Minderwaardige onderwerpen bestaan er niet meer. Uit den ernst van den auteur, het begrijpen in klaarlieid en het voelen in medelijden en liefde van het geval, van het menschelijk ,,fenomeen", moet do schoone be-werking van de realiteit, hoe nederig deze cok weze, hoe onbeduidend of hoe laag, als een toover-herschepping ontstaan. Zonderling dat hierover allen het- nog niet eens zijn kunnen worden op gebied van literatuur, wanneer niemand het ooit een schilder ten kwade zal dui- 1 den een veldbloem of een doorntak, een distel of een kamperfoelie te conterfeiten, in . stede van lelies, rozen en nobele bloemen. Ik wil volga.arne bekennen, dat ik de patho-psychologische heldin van Mevrouw Van Bruggen ook niet zoo heel merkwaardig vind, heelemaal niet bizonder intéressant en uitzonder-lijk, niet zoo geestelijk verfijnd en verziekelijkt in 't mooie, als ze zelf zich inbeeldt te zijn — waar ze werkelijk nog niet voldoende ge-moedssterkte heeft om te weerstaan aan een beliaagzucht van zoo laag allooi dat een win-keljuffertje, dat twee vrijers heeft gehad en nooit iets anders gelezen dan liefderomannetjes van een dubbeltje, er niet meer onder be-zwijken zou.... Maar we moeten Carry van Bruggen feliciteeren "om de innige verkleefd-heid, om den durvenden eenvoud, om de strenge logiek, om den meditatieven ernst, waarmede ze hare ,,planche d'anatomie morale" — om nog eens een heel verouderde uit-drukking, uit den druk-doenden tijd van de naturalistisch wetenschappelijke periode te ge-l)ruiken — heeft uitgediept en uitgestoken en uitgewerkt. Dit is literair-psycho'ligisch ets-werk van heel hooge qualiteit. En het nieuwe van hare manier ligt in het ;,onwetenschappelijke" van haro psychologie, in het zeer intuïtieve, het maar half-ontsluier-de en nog half-onuitgesproken-gelatene van hare analyse, het met ebbe en tij opgaande, het onstrakke, levende, bevende van het licht cier ziel, liet steeds aanwezige van het toeval en van het mysterie.... Om zich van dit nieuwe ,,procédé" — al is 't woord te scherp — te overtuigen, lierleze men na het ziektegeval van Ina, Mevrouw Carry van Bruggen's ,,coquette", het even quasi-pathologisch geval van Couperus' arme Eline Vère of Van.Eeden's heldin uit deKoelc meren des doods. In fijngevoeligheid wint Carry van Bruggen het op hare voorgangers geenszins — want aan scherp sensitivïsme schijnt ze niet te lijden, aan dat bijna rauw-blootliggen van de gevoeligheid, dat schok noch stoot duldt. En hare heldin, aan dewelke ze — evenals aan hare Heleen — zeer veel van haar eigen gemoedsleven moet hebben geleend, is (onda-nks haar vrouwelijk-sensueele teerheid en hare moreele en vleeschelijke ,,coquetterie") wel een beetje jongensachtig, mannelijk-rede-neerkrachtig, zeer objectief en kritisch, onge-meen gecompliceerd. De voornaa-mste kwaal van Ina is eene zelf-bespiegeling, die echter niet louter-platonisch is, maar daadkrachtig en die een plaats in de collectiviteit veroveren wil. Daarom kan Ina j er niet in gehikken n a a s t haar man te leven, onverschillig al bemint ze .hem niet, al loopt ze andere mannen achterna ; bij die vrouw kan eenvoudig de wensch naar echtscheiding bijv. j niet opkomen, omdat ze geene individualiste is in eene eigen zielenwereld, maar eene individualiste wil zijn, naar eigen wil en lust, in de samenleving. Ze kent ziohzelf wel, maar kent, echter, de anderen niet, ook haar man niet, en daarom eischt ze veel voor ziohzelf en geeft ze weinig, begrijpt ze weinig. Die onver-dragelijke vrouw voelt dus in den grond „so-ciaal", maar op een heel paradoxale wijze, zoo-( als de socialist van Shaw „unsociabel" voelt. V Zelfbeschouwing mag, echter, niet meer dan een middel zijn, geen doel : volledige zelfkennis veronderstelt kennis der anderen. Maar Ina heeft niets van de anderen leeren kennen, ook van haar _ man niet, omdat ze als coquette vrouw, nooit een liefdevolle vrouw is geweest; zelfs in de minnaars, die ze lief heeirt, mint ze zich zelf. En dàt narcissisme doet wee, al ontroert liet, zooals in het lichaam een kanker of een tering. Hier moet nog heel veel loute-ring komen. Het gaafste, zuiverste en oorspronkelijkste in Carry van Bruggen is haar vermogen — ofschoon nog niet altijd harmonisch en heelemaal gaaf — van dus tevens ,,individualistisch" en ,,maatschappelijk" te voelen, van ,,ver-standelijk" en toch ,}gevoelfijn" te reageeren op wat ze waar neemt en ondergaat in het leven. Hare Ina heeft iets van hare beste eigen-schap : hare verstandelijkheid, hare scherpte van inzicht te kunnen temperen door soms een heel sobere, een simpele menschelijkheid, een hartstochtelijk gevoel op een meedoogenloos be-grip te laten groeien, bespiegelend te kunnen zijn en toch' intuïtief te blijven. En ze heeft het schoonste wat een mensch hebben kan: het zoeken en tasten, het niet gemakkelijk en vadzig berusten in een waarheid, een levens-toestand, een ,,ideaal" zooals de meest-ideaal-loozen het hebben bestempeld. Ina is oneindig minder abstract dan Heleen. En zoo laat De ^ coquette Vrouw weer een nieuwe vor-dering, een verderen vooruitgang van Carry van Bruggen voorzien,die uit haar scliep-pingsvermogen misschien eens zal doen ontstaan een heel gezonde vrouw in rust, minder geëxalteerd dan Heleen of Ina, meditatief en critisch, maar meer hartstochtelijk en warm, levensechter, met de sublieme schoonheid van den heel gaven eenvoud. Ik denk nochtans dat Carry van Bruggen zelf wel het' onvolkomêne on het nog ziekelijko van Ina —niet alleen uiterlijk als literaire schepping maar innerlijk als mensch — zal inzien. Zou ze zelf niet reeds partij tegen Ina hebben gekozen, al heeft ze ons heel tragiscli het lot van de steeds-maar-verlangende, steeds-liefdedorstige besclirevenP Ina, zooals Heleen. is nog een beetje ,,precieus", 'zoekt nog haar eigenaardigheid. in het ongewone, het buiten-sporige, het prikkelende van de vreemde be-geertèn. Schoon is ze noehtans door haa-r op-recht alhoewel schuldig lijden. I Een coquette vrouio is een mistroostdg boek, een hel van nuwelijksleven, hel voor den man en hel voor de vrouw. Maar boven de karrensporen waar hun huwelijkswa-gen breekt, staat Ina steeds met haar wil om haar weg te gaa-n opwaarts. Het droeve ligt in de onmacht van Ina om het 'blijde weten, de zalige zekerheid van iets — wat dan ook 'te vinden. De roman is feitelijk te negatieif — een lx)ek van moreel nihilisme... Om compositio geeft Carry van Bruggen al even weinig a-ls om objectiviteit. Daarom is nochtans haar zwa-k-geconcipieerde roman niet zonder levendigheid. Integendeel: hij is echt als een dagboek, openhartig, gretig en onrustig, en vlot geschreven met heel fijne stemming-toetsen. Het boek ontroert omdat de mis-lukking van Ina zoo deerlijk is. zoo vol ver-twijfeling zonder hoop, afhankelijk van de onbekende ziekte die liaar ondermijnt — en die ondergang spi-eekt uit den roman sterk, pakkend, in voile sympathie en met voLstrekte eenheid in het fatalistisch-grijze tem}x>... Maar boven het toevallige en persoonlijke uit, is mevr. Van Bruggen echter nog niet tôt eene duidelijke, simpele syntliese kunnen komen... De stijging in die veralgemeende richting is er, echter, en vaster van De V erlatene naar Heleen, , van H et Joodje naar Een coquette Vrouw... Maar zou nu mevrouw Carry van Bruggen niet eens haar weg zoeken in de meest gewone, meest gezonde, meest banale werkelijk-heid? Dat zou voor haar een ,,schrijfschooltje" van belang aijn... Tôt nu toe waren al hare helden min of meer — geestelijk gesproken —■ jjOutcasts".... ANDRE DE RIDDER. ■ % ■ ——. VEuchfeBingen. ,,Wij hebiben geen land, geen hoven, Wij zijn als dwalend vee, Ons kan men niet meer beroven, Zij willen en wij gaan mee. Da vrouiwen, de kind'ren dreven Zij voor het eerste gelid, Besclrutten daarmee hun leven, Voor den vijand 't kostbaar wit. Wij vraigen alleen maar eten Voor hen, die met ons zijn, — Al vreugde is ons vergeten, —. Geen gastmaal en geen wijn. MjIPjT keeren eenmaal de kansen Ten gunste van ons land Dan laaien de verre transen, Dan wordt er de buit verbrand. Dan zullen wij allen vechtert Dat de brutale Pruis Weer smeekt aan zijne knechtan Om 't verre vaderhuis!" JAN J. ZELD'ENTHUIS. !A'dam, 28 Mei 1915«

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.

Er is geen OCR tekst voor deze krant.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.

Er is geen OCR tekst voor deze krant.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.

Er is geen OCR tekst voor deze krant.
Dit item is een uitgave in de reeks De Vlaamsche stem: algemeen Belgisch dagblad behorende tot de categorie Oorlogspers. Uitgegeven in Amsterdam van 1900 tot 1916.

Bekijk alle items in deze reeks >>

Toevoegen aan collectie

Locatie

Periodes