De Vlaamsche stem: algemeen Belgisch dagblad

798 0
close

Waarom wilt u dit item rapporteren?

Opmerkingen

Verzenden
s.n. 1915, 16 Juni. De Vlaamsche stem: algemeen Belgisch dagblad. Geraadpleegd op 14 juli 2020, op https://nieuwsvandegrooteoorlog.hetarchief.be/nl/pid/9k45q4sp6z/
Toon tekst

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.

I «erste Jaaréané IV°. 136 Woensdag 1© Juni 1913 5 Cent KALVERSTRAAT 64, AMSTERDAM. — TELEFOON No. 9922 Noord. Di Vlaamsche Stem verschljnt te Amsterdam elken dag des morgens „ yjgr bladzijden. Abonuementspr\js tyj vooruitbetaling: _ Voor Holland en België per jaar / 6.50 — per kwartaal / 1.75 — per maand f 0.75. Voor TCngeland, Frankrijk en buitenlund dezelfde pryzen, met ver-hooging van verzendingskosten (2J^ cent per nummer). HootcSopsteBlea* s Mr. ALBERiK DESWARTE Opsfelfaatl : CYRIEL BUYSSE — RENE DE CLERCQ — ANDRE DE RiDDER Yoor ABONNEMEKTEN wende m en zich tôt de Administratie van het bled. KALVERSTRAAT 64, AMSTERDAM. - Tel. N. 9922. Voor AANKONDIGINGEN wende meil zich tôt de Admlnistratie van do VLAAMSCHE STEM, Kalverstraat 64, Amsterdam. — Tel. N. 9922. A DVEBTENTIES : 20 Cents per regel. korte bnhoud lebladzijde: Xederland's Beschavingswerk. — Mr. .1. J)es\carte. Kleiue Kroniek. Het. toekomstig lot van België. — Mr. F. Wittemans. Je bladz ij de: l'it het Vaderland. tfrieven uit J/'russol. Do nieuwe lcgerwet. lït het Staatsblad. België en de Vlaamsche beweging. — Dr. J. llostc Jr. 3e bladzijde: De Enropeesche oorlog. Uit do kampon. Voor de Uitgewekenen. je bladz ij de: Onze krijgsgevangenen in Duitschland. (lo.) ____ ^ ■ 9 ■ ^ , KàU's BesMipreik. De he;g I>r. Saroiea, Ieeraàr op de Uni-vorsiteit te Edinburgh, had geschreven, dat in de twee laatste aauwen Nederland niet één enkelen naam aan letterkunde, ffetenschap of wijsbegeerte had gegeven, mets aan het werk der bescha-ving iiad bij-gebracht." In ons nummer van 12n dezer, liebben vrij .geantwoord met de hoogstje .najnen op gebied van natuur-, genres-, sterre-, staat-huishondkunde, technologie, internationaal recht, planten- en scheikuride, _ letter- en bouwkunde, wijsbegeerte, geeohiedenk -der godsdiensten, ênz. Na opgave van eenige der international beroemdheden, voegden wij er bij : „Zoo'n cpsomming kan natuurlijk niet op volledig-hoid aanepraak maken. en dit ailes dient maar als aanwijzing voor liet onverantwoor-delijke, het ongerijmde, ja h«t gekke eener uitla.ting als deze van den Edinburgschen franskiljon... Indien wij ailes inriepen, wat dt hooge beteekenis van Nederland's beiçhavingswerk staaft, zouden wij verre de perken van een dagbladartikel over-Echrijden."Intussohen had ik niet ongenoemd gela-ten de Hollandsche schilderkunst ^ en in 'fc bijzonder de ,,ze>er merkwaardige la.nd-schapscbilderschool" over dewelke ik het ge-tuigenis inriep van. den vice-kanselier der Universiteit. van Sheffield, waa.r liij ver-klaart dat die scliilderscliool in onze dagen een vlucht heeft genomen, liooger dan eenige door Duitscliland in de laatste jaren. be-reikt.Ik ben dus verre van de bêlangrijk-hid der Nederlandsche schilderkunst te hebben verwaarloosd. Maar dit vooraf gezegd en vastgesteld, verlieug ik me over het ontvangen van onderstaand stuk, ons gewor-den vanwege een onzer medewerkers, onzen gewaardeerden landgenoot, den Heer Louis van der Swaelmen. Die b elangr'jkheid zegt hij — wil hij onderlijnen met enkele namen, en daarom is zijn bijdrage ons har-t^lijk welkom. Het ondenverp ^Nederlands beschavings-*6rk" is zoo aantrekikelijk, dat het ons-bij ons artikel van 12n Juni leed deed, kort-bondigheidshalve ook niet met enkele nameni kunnen onderlijnen Hollands beteekenis in de letterkundige wereld der negentiende ®n der twimtigste eeuw. Immersj op gebied van dicht- en ro-mankunst, van dramaturgie, hebben vele Nederlanders een internationale faam ver-^orven. Zonder van de dooden te spreken — y&n den genialen M u 1 ta tu(li bijv., die in Tele talen werd vertaald — mag dàt land ^ier zijn, dat een Heyermans en een va-n Eeden, een van De y s sel en eeu Q u e r i d o, een Kl oos en een Cou-Peru^, ©en Albert Yerweij en wn Hélène Swarth. bezit. . werk van al deze schrijvers ls? of in 'fc geheel, of bloemlezings-gewijs in 'fc Duitsch, in 'fc En-gelsch of in 'fc Fransch. overgebracht. Heyermans' werk en ook zekere stukken van Eeden worden. regelmatig in de Duiteche schooiwburgen opgevoerd en ver-wnjjnen gelijiktijdig in Dnitschen en Neder-landschen boekvonn. Van Couperus gaf de ekende uitgever Pion ,,Paix Universelle" en », Majesté". En te rechte... De stoere realiteitskunst met het diep-menschelijik ge-van Heyermans, de versoheddene stre-pngen van Fi-ed. van Eeden op letterlcun-'g en maatschappelijk-filosofisch gebied, _ ^chtig epische wereld-vizie van den gs .digen ^evensschepper en levenszanger Vnendo, den Nederlandschen Balzac, de fc U)l°gifi(jh-gave en tragisohe uitbeeldingen iri. ^0up6rus, de levensechte, smar-fijnzinnige lyriék van Willem KJoos, e °T^ ^ erweY' Hélène Lapidoth.—Swarth n Koutens, zijn van zul-ke hooge waarde, uï. all^eurs ^ l«eren kennen een »? Tlir^er zioh verrijkt en verbetert. j aak ôaa 5ulk$ gezegd vvor- j den, dat Nederland een zeer aanmerkelijk aandeel in de wereldliteratuur heeft verwor-ven.Onze correspondent deelt trouwens vol-komen onze meening over de beteekenis van Nederlands besohavingswerk. Inderdaad, ziehier zijn schrijven : Waarde Hoôfdopsteller, Laafc_ mij toe enkele woorden te voegen bij Uwe welaprekende verdediging van het Nederlandsahe geaiie tegen het roekeloos oordeel, uitgçsproken door dr. Saroiea, zonder mij daarom eenigsziiis aan te sluiten bij de benaming van ^franskiljon", welke gij naar bet hoofd van onzen landgenoot werpt. Want ik ben van oordeel, dat gij deze be-inaming moest vooTbehouden voor deze Vl'amingen ' alleen die liun heerlijke moedei-taal verloochenen of die ten haren opzichte verkeerd handelen. Doe dat, indien gij wilt onbevooroordeeld "blijven en aan uwe rechtvaardige Vlaamsche zaak de syun-pathieën niet ontvreemden, welke zij heeft vanwege de Walen self en van aile Fransch-sprekende Belgon, die weten welken prijs men moèt beoKtén a an aijû moedertaal, welke deze ook zij. Ik zou graag, steunend op TJw« beknopte uiteenzetting over hetgeen îfederland bij'ge-dragen heeft tôt de wereldbeschaving, de door U eenigszins verwaarloosde belangrijk-heid der Nederlandsche schilderkunst willen onderlijnen in den persoon van twee mannen van 9I • 2Voy - ■ " rtistieke waarde: Voor ailes Va nce ntv a n G- o g,h, een der groot-ste meesters waarop de moderne Fransche schilderkunst aanspraak maakt en die, al-hoewel Nederlander, er een der schoonste vertegenwoordigers van is, naast Monet, Renoir, Sézaiine, Degas en anderen, tôt wier groep hij de bijzondere eer geniet te behoo-ren. Het nageslachi zal zonder twijfel Vincent van Gogh rekenen tôt de grootste meesters van de kunst aller tijden. Een tweede per&ooniij'kheid- van eersten rang is Jan Tooropj de gelijke der heer-lijksten.Ile zou er nog meer kunnen noemen, als ,T on gk i n d, zeker een der eersten van de impressionistische school, als Keès van Don g en, bij de gansdh niodernen, R. N. Roland Holst, scliilder van ver-sieringskunst en uitnemend denker, maar ik wil mij beperken. Indien Nederland in de laatste tijden aan de wereld slechts gegeven had een V i n-cent van Gogh, den uitnemenden sohil-der, B e r 1 a g e, den genialen bouwmees-ter, en Hugo de V r i e s, den Darwin van Nederland, dan. zou het zijn geschied-kundige faam getrouw zijn gebleven. Het is altijd gevaarlijk een oordeel, met fragmentarische inzicliten over een land geveld, te veralgemeenen. Dr. Saroiea, indien hij waarlij'k, met zoo-veel rede, hai*t9tochtelijik de L'atijnsolie kul-'tuur bemdiit, kultunr die zoo supérieur is boven.alle aUdere, dat zij ondanks ailes over de geheele wereld straalt, zou natuurlijk goed doen eene les te trekken uit de Fransche intellectuelle edelmoedigheid, die verre van het génie, vanwaar het ook kome, te miskennen, weze het WaaJscli als bij César Franck, of Vlaamsch. als bij Yerliaeren, of Nederlandscli als bij Van Gogh, het zoodanig ontvangt, dat zij zijn werk voor zich .opeischt, mits het zijne taal spreke of deel hebbe aan zijn geest. Gij zulfc zeker niet méér willen, niet-waar ? Va-n gartsclier harte uw clw. Louis van cïcr Swaelmen. * * * Een onverwachte zaak werpt de heer v. d. Sw. in het débat, ni. de door hem be-weerde volstrekte superioriteit der Latijn-sche kultuur. Om de hier behandelde vraag tegen afleiding te behoeden, laat ik hic et nxm-c liever onbesproken of de niefc-latijn-sclie kultuur voor de Latijnsclie moet onder-doen, waai' de niet-latijnsclie wijaen mag op Shakespeare en Goethe, Lessing en Shel-ley, Bacon, Locke en Hume, Grliiok, Beethoven en Wagner, Kante, Ficlite, Hegel, Soliopenhauer, Ibsen en Bjôrnson, Tolstoï, Rembrandt, Rubens, Diirer, Luther, an-dere geni&i aller tijden. Waar nu de Heer van der Swaelmen liet spijtig vindt, dat wij Ch. Saroiea met den inderdaad weinig vleienden naam van frans-kiljon betitelen, daar onze correspondent aclit dat die naam moest tegen de bastaard-vlamingen voorbehouden blijven," gelieve liij te bemerken dat wij. het woord franskiljo-nisme in gemeld artikel zelf aldus bepa'al-den : de smet van het geloof in de alleen-zaligmakende deugd der Latijnsche kul-tuur — onverschillig dus dat de... besmette weze een Vlaming, een Waal, een Belg, een I Nederlander of een Chineesch! ME, ALBERIK DEOTAJ3/TE. Kleine Rrôniék. Koning Albert lid der Fransche Landbouw-Acad&mie. Met algemeene stemmen heeft de Fransche Landboinv-Academie Donderdag te Parijs in buitengewone zitting Koning Albert tôt lid be-noemd. Onder luide toejuichingen verklaarde de voorzitter, de heer Henneguy, dat de académie liet zich een eer rekende naast Koning George V van Engeland, die eenige jaren ge-leden tôt lid werd gekozen, thans den Koning to plaatsen van „het dappere Belgische volk, dat ailes aan zijn eer had ten offer gebracht". Natuurlijk had de academie zich er van ver-gewist, dat de Koning de benoeniing aan zou nenien en den 20on was bij het Ministerie liet antwoord ingekomen, dat Z. M. met groot ge-noegen do benoeniing zou aanva-arden". Door deze benoemin^ aan te nemen heeft de Koning, niet alleen de Academie eer willen bewijzen, maar ook tevens willen toonen welk een leven-dig belang hij in den landbouw stelt. 't Is de Figaro die hier in 't bijzonder nadruk op legt en zegt dat de Fransche Landbouw-Aca-demie door deze benoeming toonde een vorst te willen huldigon, aan wien de landbouw de grootste verplichtingen heeft. Japansche sympathie vcor België. De Belgische legatie in Japan heeft het vol-gende bekend gemaakt: De heer Murayama, uitgever van de Asahi, lieeft aan de Belgische legatie de. som ter liand gesteld van 23,802 yen, zijnde het bedrag eenér inschrijving in zijn blad geopend. De legatie zal binnenkort nog 25,000 yen ontvangen van het Japansche dameskomiteit voor de Belgen, terwijl reeds is ingekomen aan diverse giften 9000 yen, welke met de bovengenoemde 25,000 yen, dus een bedrag van 34,000 yen vormen. De eerste Japansche storting is dus totaal 28,802 en 34,000, totaal 62,000 yen, wat gelijk staat met 161,000 franken. l'it naam van het Belgische volk heeft de gezant de edelmoedige geefâters en gevers allerharte-lijkst d'ank gezegd. Hot leven op het platte land in Duitschland. De oorlog bezorgde onzen naburen, ook dien ten plattenlande, de broodkaarten, en deze brachten in de levenswijze der laatsten éen grooto verandering. Voor den landbewoner, die brood als zijn hoofdvoedsel besclïouwt, was de lioeveelheid brood, welke hem op groncl van de broodkaarten verschaft werd, verre van vol-doende. Hij was dus gedwongen, naar een an-dèr, degelijk voedingsmiddel uit te zien en zie, zijn vindingrijkheid bracht hem op 't idée, met d'en reeds zoo lang buiten dienst gestelden mortier van gierst en boekweit grutten te stampen on nu prijkt elken morgen op den disch van den landbouwer de in vroegeren tijd zoo be-kende, smakelijke boekweitpannekoek, die door oud en jong met graagte gegeten wordt. Ook voor de verlichting zijner woning is de naburige plattelander weder bij zijn voorvade-ren te rade gegaan. Getrouv/ gebleven aan het gebruik der pptroleumlamp, is de landman eensKlaps voor de vraag geplaatst : hoe kan ik des avonds mijn woning verlichten, nu ik de petroleum moet missen ? En de oplossing dezer netelige vraag was dra gevonden.^ De oudste der ons bekenae lichtbronnen : de lichtspaander en het olie(traan)lampje zouden uitkomst brengen. Eu dit is geen scherts, zegt het 33 0snabr. Tageblatt" van 22 Mei j.l., do lichtspaander brengt zijn liclit in zoo menige boe-renwoning van 't Westfalenland, en de traan-lamp heeft er weder een plaats gekregen in een draaibaar houten armpje aan d'en wand der woonkamers. . Ook de kleeding wordt in Duitscliland thans op ouderwetsche manier uit haar grondstoffen samengesteld. De boerin bevond, dat de op het spinnewiel gesponnen wol de goedkoopste en beste kousen en onderkleeding geeft. Zij heeft daarom haar spinpewiel, dat reeds zoo-veel jaren nutteloos op den zolder stond, weder in haar woonvertrek gehaald en nu zit zij 's avonds in den lioek harer kamer, al spinnen-de voor de in het veld staande troepen. Het gevolg van dezen arbeid, dien men tegenwoor-dig in iedere boerenwoning aan gene zijde der grens kan gadeslaan, is, dat een belangrijke en duurzame voorraad wollen stoffen naar de strijdende mannen kan worden afgezonden. Daarbij zal ook liet van ouds zoo bokende weef-getouw weer zijn diensten moeten bewijzen. Niets nieuws onder do zon. T^ezen wij in de laatste dagen dat de Duit-sclie wetenscliap zich tôt lieil der menschlieid toelegt op het uitvinden van verstikkende gassen, die de ongelukkige vijanden onder de vreeselijlcste martelingen doen sterven, reeds de oude volkeren gebruikten gesloten potten met ontploffingsstoffen, welke uiteen spron-gen, als zij tegen een hard voorwerp stieten. Grieken en Romeinen vulden met springstof-fen allerlei soort vazen, flesschen, amforen, potten. De inlioud bestond uit zes deelen sal-peter, aclit deelen zwavel en vier deelen nafta. Een door Marcus Graecus geschreven boek uit het einde der achttiende eeuw bevat een lange lijst van in den oorlog' gebruikte -materialen, welke verwoesting en verderf kon-den aanbrengen. Hieronder treft men ook aan verstikkende stoffen, stanken, uitwerpselen, in ontbinding zijnde dierenlijken en levende dieren als schorpioenen en andere renijnige si ange n. Straks gaan de Duitsohers nog met dolle lionden en katten schieten, we kunnen ons op ailes verwachten en moeten er rekening mede houden dat de beschaving se<lert voor-uitgegaan is. Waarschijnlijk zijn het dus be-schaafde dolle honden. ïk bedoeî niet de Duitsohers maar de projectielen% De Koninklijke familie. Le ,jCroix" maakt de volgende lieve schets van de koninklijke familie van België. ,,Kent men nauwekurig de levenswijze der koninklijke familie van België tijdens deze maanden van ballingschap ! Koning Albert ver-toeffc op het front, in een Vlaamsch dorp waar hij, van uit het open venster van zijn bureel, op een pastoorshoveke kan turen ; maar onver-poosd roepen hem zijn plichten naar de vuur-liniën en hij betoont' voor het gevaar immer dezclfde veracliting, die hem. den naam van heldhaftige soldaat hebben doen verwerven. Koningin Elisabeth wijdt zich ijverig aan al de liefdadigheidswerken ; men ziet ze dikwijls langs de wegen. Minstens elke maand, begeeft zij zich naar Engeland, waar zij haro twee jongste kinderen gaat bezoeken, prins Karel, graaf van Vlaandcren, en prinses Maria-José. ,,Het lief en friscli prinsesje, met kroezel-haar en licht bla"uwe oogen, is een reden tôt vreugde op het verblijf van lord Curzon, ge-wezen onderkoning van Engelsch-Indië en vriend van de Belgische sonvereinon. Prins Karel is leerling in een groot Engelsch college, waar, op het uitdrukkelijk verlangen van Koning Albert, hij zooals al de andere ,,scholar boys" behandeld wordt. ,,De oudste der drio koningskinderen, prins Leopold, hertog van Brabant, is in België. Soldaat bij het 12e linie, neemt de jonge prins bijna elken dag deel aan de oefeningen zijner grootere wapenbroeders. • ,,De Koningin is vrij fier over den zielenadel van hâre'n oudsten jongen, en zij viiidt smaak er in. lieln te photographeeren wanneer hij met zijne -compagnie van de oefening terug komt. .Zij heeft zijn portret aan al de ..chefs" van den prins gezonden. namelijk aan gene-raal Jacques, den onverschrokken bevelhebber van de brigade waartoe het 12e linie behoort, aan kolonel Van Bolleghem, bevelhebber van dit regiment. Op die photographies heeft de Koningin eene opdracht geschreven in lieve bewoordingen, die liare erkentenis van moeder vertolken." Een voorspelling. Eer groeien macaroniboomen naast de andre boomen in het bosch ! Eer zegt men van den Dnitschen Keizer: ,,Geen enkel vij's is bij hem los !" Eer ziet men dat de vlooi aan beren Algebra, Spaansch en Russisch leert, Eer dat de Priiis uit dezen oorlog als overwinnaar huisWaarts keert. Een vraag. Hebben zij die nu zoo graag snialën op het gcdrag van Italië er reeds om gedacht zich do volgende -\Taag te stellen : „Wat hebben • wij gezegd ten tijde van de tusschenkomst van Turkije ten voordeele van Duitschland ? Hebben wij dat optreden afgekeurd ?" Waarom Italië anders beoordeeld dan Turkije? . Vlaamsche Humor. Een Duitsch soldaat stelt een Ylaamschen burger gerust : .,Ge moet niet bang zijn, zelfs al annexeert Duitschland België ; onze keizer is zoo goed...; ik ben overtuigd dat indien Brus-sel ingelijfd werd, onze keizer uwen koning Albert wel als burgemeester zou aanstellen..." De Vlaming kucht... .,Onze koning is ook zoo goed... Ik ben er zeker van dat Albert uwen keizer wel bruggen-draaier van den Yser zou maken ; dan kon hij er aile dagen over gaan..." Wat verliest keizer Wilhelm, als Duitscliland in dezen oorlog aan het kortste eind trekt ? — .,Zijn Wil en zijn helm". Een boei/zit in een bootje, waarmee hij de overstroomde Maas was overgezet, aan den kant staat een kapitein, in het dorp inge-kwartierd, te wachten om naar do overzijde gebracht te tforden. De boer stapt uit en zegt gemoedelijk tegen den wachtenden kapitein : ,,Kom der maar iën, soldaat, hier zit 't nog werm i" De kapitein, gekrenkt, antwoordt barscli: ,,Soldaat!? Kerel. soldaat!? Kijk 'ns hier naar die sterretjes, en hij wees met trots naar zijn kraag. , „Ja, ja", zegt do boer, ,,die zie ik wel, maar aan 't firmament staan wel duizend van die dingen, die ik ck net zoo min ken as die van, ouw daar. De zucht naar weelde. Een officier vertelt in een brief aan een vriend eenige bijzondcrheden onitrent de in-richting van een Duitsche loopgraaf, welke on-langs door onzo troepen genomen werd : ,,Ik lieb er do paperassen van de vorigo be-woners, de luitenants V...., W,.„, S.... en W.... gevonden. Op wat van de deur nog overgeble-ven was, vond ik het ,.Eintritt verboten" (verboden toegang) nog in al zijn onbesehaamd-lieid staan. Deze heeren verkeerden slechts met hun personeel door het luikje in de deur, dat van binnen gesloten werd. Do inrichting was overigens zeer geriefelijk. een uitstekend bed, een kachel, een vouwstoel, nog een ruststoel, een taboeret, een koperen vaas, nieuwe kunst, on waarschijnlijk ergens in den omtrek gesto-len. eon groote spiegel, twee wcrktafels en allerlei kleine dingen van gerief en van smaak. Ook manden met leege brieflesorten (Monin-ger, Karsruher enz.) waren er in overvloed. Do heeren wisten 't zich dus wel aangenaam ^ maken * M toekomslige lot van België. Er is veel in* de Nede rla ndsche 77^5 gede-bateerd dezen laatsten tijd over de quuestie van ZeeuAVseh-Vlaanderen. ,,De Vlawmsche Stem" heeft vastbesloten positie genomen in dit débat. In het nummer van 13 dezer, eerst, bij monde van Julius Hoste, in het nummer van llf. Juni daarna bij monde van Léonce du Gastillon. In onderstaand artikel behandelt op zijn beurt mr, Fra/ns Witte-mans de vraag. En morgen geven we nog een opstel van mr. Eug. Gox, die heelemaal niet als ,, Vlaming" als stam-genoot het woord neemt, maar als ,,Belg" en als \ ,,Belg" alleen. En uit ailes blijht dat de angstvalUghéid ; in Nederland, wegen s het ,,Belgisch gevaar"-nogal levendig zijn. Na oud-minister Golijn, heeft ook de ,,Haagsehe Post" in een artikel ,,België en Wij" eventjes op de gebeurlijk-heid van dit gevaar gewezen. De uitlatin-gen van den Jîeer Carton de Wiart, Belgiseh . Minister van Ju-stitie (die het, echter, had over de strategische Oostergrens), cok deze van volksvertegenwoordiger Van de Ferre (die meer bepaaldelijk aan de Noord-Wes-telijke natuurgrens daeht) zijn aan die ojirùst niet heelemaal vrcemd. En, bene-vèïis dat deze stemmen geene dfficieele uitingen zijn van regeeringszijde, nooit heeft een Belg, die een openbaar ambt- be-kleedde, op eene grondsuitbreiding langs den kant van Holland gedoeld. België heeft geleerd hoe luttcl de waarde van tractaten is. In de toekomst zal het hoogstwaarschijnlijk onze plicht zijn, ons sterke strategische gremzen te verzekeren, uaar een legermuur elken toegang tôt. het grondgebied kan verhinderen... en sterke strategische grenzen beteekenen: natuur-hindernissen... Zou Luik niet heel wat langer weerstaixd geboden hebben, zoo we de breede, bergachtige oevers van den Rijn als natuurlijke verdedigingshjn hadden beze-ten? Langs dien kant bezien, is het bezit van den ïinker Rijnoever voor de toekom-stige verdediging van België van zeer groot belang. En dat begrijpen vele Belgen... Maar hebben we hetzelfde belang langs den kant van Nederland? Wij zijn overtuigd dat. van die zijde geen gevaar drijgt; en ook heeft de W ester Schelde niet het stra-iegisch belang van den Rijn: eindelijk is de verdediging van die streek door België en Holland gezamenUjk niet uitgeslo-ten. Wij behoren tr.t dezen die hunne hoop op een defensief bondgenootschap met Holland niet hebben laten va-ren. Ook ekonomiseh. kan het gemeen-schappelijk bezit van de W ester-Schel-de tussclien Holland en België beter worden opgelost; daartoe is geene annexatie ten bâte van België noodig. Al bekennen we dat de quaestie van de voortdurende vrij-heid der Schelde — ook in oorlogsgeval — van hoogst belang voor ons is. Na de miljoçnen die Holland 'voor de Belgische vluchtelingen heeft ge-offerd, na de onberekenbare schatten van lief de die hun werden gereikt, zou het hoogst ondankbaar zijn vanwege de Belgen op gronduitbreiding ten koste van Nederland te rekenen. Trouwens ons nationaal belang is niet met Nederland in onmin te leven, maar integendeel méér en méér met N ederland — op economisch gebied, op intellect uèel gebied, misschien ook op militair gebied — toenadering te zoeken. We hopen nu voor goed onze Hollandsche vrienden van onze inzichten overtuigd te hebben. De quaestie zou natuurlijk heelemaal anders worden, moest N ederland zelf, mits over een te komen vergoedingen, zich met voorstel-len van grenswijziging kunnen vereenigen, vrijwillig, om eigen beterswil. Wat de gronduitbreiding ten koste van Duitschland en- met het 00g op liooger aan-geduid strategisch belang betreft — voor-barige discussie voorwaar — we willen ze onbesproken laten... De verbonden Regee-ringen zullen daar later over te beilissen hebben... W'at de heer F. Wittemans dien-aangaande schrijft, willen we dus voor zijne rekening laten... DE OFSTELRAAD. Armand Waelput in het Engelsch week-blad Everyman. schrijft over het toekomstig lot van België belangrijke besclionwin-gen, welke wij hier samenvatten: Welke vergoeding in grondgebied kan aan België 11a den oorlog gegeven worden? ,Men kan er zeer waarschijnlijk ééne zien, die van het . Groot-Hertogdom Luxfem-burg. Dit hertogdom was een Belgische provincie tôt het congres van Londen. Zijne bevolking is geenszins Duit-èch, en de grootste beleediging die men aau een Luxembur-ger kan doen, is hem een Pruis te noemen. Het grootste verlangen van het Luxem-burgsche volk is opnieuw Belgiseh te worden ; de Fransche cultuur heeft er zich altijd op eene breede echaal yerbreid, evenak in Vlaanderen, niettegenstaande de Duitsche taalkwestie in Luxemburg even belangrijk is als die der .Vlaamsche in Bel-genland.Langs een anderen kant, zou het grootendeels het belang van België zijn de linkermonding der Schelde te bezitten, d.i. bet deel van Vlaanderen dat Hollandsch grondgebied is en door de Hollanders zelf Zeeuwsch Vlaanderen genoemd wordt. Hiervan heeft de oorlog ons het treffend voordeel bewezen (zoo meent ten rninste de heer Waelpunt)... Dit zou niet noodzakelijk een geschil met Holland veroorzaken. Als vergoeding zou aan dit land kunnen gegeven worden liet | gedeelte van Duitschland aan de boorden van den Beneden-Rijn gelegen, tusechen Cleef en Wesel, waar eene landtaal gespro-ken wordt, die het Nederlandsch. zeer nabij komt. De gedachte is algemeen verspreid dat in geval van verlies, Duitschland den Ïinker oever van den Rijn zal moeten afstaan, en dat een deel er van'aan België gegeven zal worden. Dit zou echter naar onze mee ning een groote fout zijn. Met uitzondering van het distrikt Montjoie, Malmédy en Saint-Vith, dat 110g steeds Waalsch is eh slechts in 1815 van België gescheiden werd, behoort nagenoeg heel die streek van oudt aan Duitschland. Het zou onzinnig zijn dat gedeelte van liet Duitsche rijk tusschen de Ahr en den Rijn gelegen, bij België te voegen, daar te vreezen valt dat sfceed? moeilijklieden' met de. bevolking zouden kunnen ontstaan. Waarom zouden wij on: zelf in moeielijkheid brengèn, met ons eene bevolking toe te, eigenèn, die niet tôt de onze behoort? België heeft maar een wensch, d.i. zich zelf te zijn en te blijven ; het heeft zich trouwens zedelijk groot genoeg getooijd, opdat eene nitbreiding van zijn grondgebied iets aan zijn roem zou toevoegen. Tôt dusverre het oordeel van Armand Waelput. * * * Wi j zullen hier niet 3iet spreekwoord aan halen: ,,Men moet eerst den beer dooden alvorens zijne liuid te verkoopen", alhoe-wel het toch niet ongepast zou zijn. De vijand houdt nog stevig ons arm land in zijne ijzeren liand, en de ondervinding van de laatste zes maanden lieeft ons geleerd dat met den tegenwoordigen loopgravenoorlog men niet gemakkelijk den vijand een voile-dige nederlaag toebrengen. Dat de Duitschers ten slotte het onder-spit zullen delven, zegt niet alleen ons ver-ontwaardigd geveel, dodh ook de gezondc rede, die tegenover cen gewetenloozen vijand heel de beschaafde wereld ziet recht staan. Maar wij beginnen ons af te vragen of de overwinning die op de Duitschers behaald zal worden, de belangrijkheid zal hebben die eerst verwaclit werd, of men er ooit in zal lukken de Duitschers in hun epen land te vèrslaan? Er werd zelfs ernstigr' beweerd in Septem ber, toen het geschut der Duitschers Ant-werpen reeds bombardeerde, dat men niet alleen de grenslijn van België tôt aan den Rijn zou verscliuiven, maar ook dat men het wespennest van het Duitsche milita risme, de fabrieken van Krupp in de lucht zou doen vliegen, den vrede in Berlijn gaan dicteeren, de oorlogsschatting vooral op lie Duitsche Junkerdom, dat den oorlog uit-lôkte, zou leggen, en het Duitsche injk in stukken zou snijden : al de verschillend: D^iitsche staten zouden hnune volkomer. autonomie krijgen, ]iet oude koningdom Westfalen zou hersteld worden, en Pruisen tôt zijne grenzen va-n de XVille eeuw te-rug,gebracht....Het ziet er heelemaal niet naar uit, laat ons het maar bekennen, alhoewel het bij -springen van Italië of andere onvoorziene gebeurtenissen den toestand onverwachts kunnen doen veranderen. Ons gevoel van rechtvaardigheid, van gekrenkte eer, van verontwaardiging voor de schandelijke wij-ze van oorlogvoeren, eens temeer beweeen door het gebruik van verstikkende gassen, zullen het volk wel licht doen. verlangen een uiterste wraak te nemen. Doch wraakgevoel is eene slechte raad-géefster. Laat ons niet — nu reeds — uiterste vergeldingen voorstellen voor eene eindoverwinning die eerst neg behaald moet worden, niet overhaast uitbreiding van grondgebied verlangen, wat altijd de oorzaak is geweest van nieuwe oorlogen. Drukken we voorloopig ééne hoop uit : dat .België spoedig weer vrij worde, dat zijn bestaancreoht algemeen worde erkènd en dat we, in rust en vrede, voor het schoone werk van onze volksontwikkeling kunnen ijiveren.... De diploraaten zullen later spreken... en dan zullen wij, Belgen, ons woord te zeggen hebben... (Slot volçt.) Uv, FRANS .WITTEMANS,

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.

Er is geen OCR tekst voor deze krant.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.

Er is geen OCR tekst voor deze krant.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.

Er is geen OCR tekst voor deze krant.
Dit item is een uitgave in de reeks De Vlaamsche stem: algemeen Belgisch dagblad behorende tot de categorie Oorlogspers. Uitgegeven in Amsterdam van 1900 tot 1916.

Bekijk alle items in deze reeks >>

Toevoegen aan collectie

Locatie

Periodes