Het goede woord: nieuws- en annoncenblad

879 0
29 maart 1914
close

Waarom wilt u dit item rapporteren?

Opmerkingen

Verzenden
s.n. 1914, 29 Maart. Het goede woord: nieuws- en annoncenblad. Geraadpleegd op 15 juli 2024, op https://nieuwsvandegrooteoorlog.hetarchief.be/nl/pid/d21rf5mk3x/
Toon tekst

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.

HET GOEDE WOORD N ieuws- en Annoncenblad GODSDIENST, VADERLAND en MOEDERTAAL Abonnementsprijs : 1 jaar 3 fr. Drukker-Uitqever : J. VËRI1EIREN Aile briefwisseling en mededeelingen aangaande dit 1 , ■moorin Ail I / r» +r» m u o o _ , , . . , M ' ' , blad moeten vrachtvrij gestuurd worden ten laatste op Bekendmakmgen .0 centiemen per regel. EECKEREN-DONCK Vrijdag morgend. Kleme Annoncen♦ volgens overeenkomst. 0 ° ° . BERICHT De postabonnementen zullen wij zoo vrij zijn in den loop dezer week te ontvangen Wij dur ven van onze geachte lezers een goed onthaal veihcpen. De inwoners van Donck die «Het Goede Woord» wekelijks willen ontvangen, kunnen het bekomen mits 25 centiemen permaand, betaalbaar den eersten Zondag der maand en op voorhand. Het Goede Woord. Een schoone dag. 't Was een schoone lentedag. De zon stond reeds boog aan den hemel, toen op den toren van Ajaccio, in het eiland Corsica, de helle slagen der klok de zesde uur van den dag aankondigden. Hier en daar zag men reeds bewe-gîng in de straten van het lief hoofstadje der Corsicanen, doch naarmate de zevende uur van den dag naderde, werd de beweging drukker. Men kon gemakkelijk gis-sen bij 't aanschouwen der blanke meisjes en der frissche knapen waar-heen die ingetogen menigte zich begaf. Allen spoedden zich ter kerke, want het was de schoone dag der heilige eerste Communie. En onder alien, die 't onuitsprekelijke geluk hadden, voor den eersten keer hunnen God te ontvangen, was er een, die door zijn godsvrucht en zijn ingetogenheid de aaudacht der menigte op zich trok Het was een knaap, klein van gestalte, teer van lichaamsbouw maar zedig van hou-ding, alhoewel er uit die kleine oogen reeds wilskracht en vastbera-denheid flikkerde. Die knaap was de twaalfjarige Bonaparte, later Consul, Keizer van Frankrijk, de groote Napoléon, veroveraar van menige volkeren. En later, wanneer hij eens met zijne moedige generaals aan t rede-kavelen was over de geluksdagen welke een mensch op aarde beleeft, stelde hij deze vraag aan zijne grijze strijdmakkers : Wie kan mij zeggen welke de gelukkigste dag van mijn leven geweest.is ? En ieder aan 't raden : de eene met 't veroveren van Toulon, deandere met den slag van Austerlitz, van Yéna, van Fried-land of van Wagram ? Neen, antwoordde de groote Keizer, gij zijt er niet, mijn schoonste dag was de dag mijner eerste Communie. En nu hebben wij zelf kinderen die hun plechtige Communie zullen doen. Helpt ze toch in de voorberei-ding van dien grooten dag. Dat zij zuiver van harte en zuiver van ziel tôt de H. Tafel naderen. ! 'at zij met zorg en ingetosenheid de woning des Heeren bereiden en dat zij ook dien dag in godsvrucht en in de vreeze des Heeren doorbrengen. En gij, beste ouders, gaat mede ter Heilige Tafel met uw lieveling, het is zulk een schoon gebruik van vader, moeder en kinderen, denzelf-den dag ter Communie te zien gaan. 't Weze feest in uwe harten en in uw huisgezin. Hoe laagj gevallen. Het gaat er in Frankrijk. Ailes ligt er overhoop Staat, maatschap-pij, leven, zeden, ailes is er tôt den laagsten trap gezakt, is er den af-grond nabij. Men huivert voor de toekomst wanneer men enkel een stond de gebeurtenissen nagaat welke er zich elken dag, steeds met meer onstui-migheid ontrollen. Wat toch gebeurt er ? Is er nog iets dat de natie verheft ? Geschiedt er nog iets dat de groote naam, welke dat schoone en rijke land r )egrjr (jenoot, in eere of in stand houdt ? Neen, ailes ligt er dooreen, dwarrelend door elkander verspreid, vernedert, verlaagt, vernietigt het ! Aanschouwen wij het een oogeu-blik.Wat was vroeger de handel in Frankrijk ? Na Engeland stond Frankrijk aan 't hoofd der Volken ! En nu ? nog pasrop den vijfden of zesden rang. Het komt zelfs na België. Wat was het in zake van kunst en wetenschappen ? Steeds stak het de meest bevoorrechte volken in dit opzicht naar de loef. Zeker, nog heden bezit het kunstenaars, nog heden heeft het geleerden : doch hoeveel in vergelijking met vroeger en met de naburige landen ? De laatste overvleugelen het allen en in ailes. En dan wat brengt het voort. Heiinneren wij de Tentoonstelling van Gent : in zake van kunst, dingen waar een deftig man niet meer durft naar zien ; en in zake letterkunde : wandrochtelijkheden die verpesten ! Wat was er eertijds het leven ! Al wat men chic kon hebben, vreugdig, genoeglijk en deftig. Het wil niet zeggen dat er ailes voorbeeldig was, neen, maar zooals Louis Veuillot zeide : de geuren van Parijs roken nog goed te Weenen en te Berlijn ! Nu integendeel, bestaat er een land waar het peil der zeden lage^ gjezakt9 de O O eerbaarheid deerlijker werd ge-knakt ? De schande schaamteloozer met open gezicht en ongehinderd op de straat loopt? Gansch de wereld, op 't oogenblik is in verzet tegen de Mode van Parijs, tegen de vermaken aldaar vooruitgezet ! En wat is nu het huishouden ! Hier is het nog erger dan overal el-ders. Hier is men de boorden van den afgrond reeds over • hier is 't in den vollen zin van het woord erbar-melijk. De band des huwelijks wordt er ontbonden zoo dikwijls men wil of goesting heeft : men leeft er in openbare zedeloosheid. Om er een voorbeeld vau te geven. Onze lezers kennen allen den beruchten minister Caillaux, wiens vrouw ver-ledene week den bestuurder van den Figaro in zijn bureel met eenen revolver doodschoot. Dat is een man die zelfs eens eerste miuister was van Frankrijk — Hij was voor de 2e maal met eene ge-scheiden vrouw gehuwd en wou die ook aan de deur zetten — Zulks heeft die vrouw doen besluiten den politieken tegenstrever van haren man van kant te maken. — En dat zijn lieden die den toon geven ! Wat moet dan het overige zijn ? De oorzaak van dat ailes is dat Frankrijk zijn geloof heeft verloren. Geen God — geen maatschappij — geen eigendom — geen liefde onder de menschen — niets dan 't genot — niets dan de zucht naar 'tgenieten — en aile middelen zijn goed als men dit einddoel maar kan bereiken. Wij Belgen, netnen wij les aan onze ongelukkige zuiderbureo. Be-houden wij ons geloof en onze kristen vlaamsche zeden en bevech-ten wij hardnekkig en onverpoosd al de belagers van godsdienst en taal. \7an rond de wereld. Ouitschland. Katholiekendag. — De toebereid-selen voor den van 9 tôt 13 Augus-tus te Munster in Westfalen te hou-den « Katholiekendag, » vorderen goed. Op de Neuplatz wordt een feestgebouw opgericht, dat plaats kan verleenen aan ongeveer 9000 personen. In dit feestgebouw zal op den zondag der opening, de H. Mis worden gedaan, ten einde aile bezoe-kers in de gelegenheid te stellen gemakkelijk aan hun kerkelijken zondagsplicht te voldoen. Ook zal, bij gunstig weder, eene godsdienst-oefening gehouden worden in opene lucht, op het fraaie met linden be-plante Domplein. , Wat verschil. — De minister van eeredienst in Pruisen, heeft de orde der Benedictijnen uitgenoodigd, weer bezit te nemen van de oude abdij van St Michielsberg welke in 1803 gesloten werd, en gedurende de 19e eeuw diende als gevang. In Duitschland roept men de kloosterlingen terug, terwijl men ze in Frankrijk verjaagd heeft. Het schijnt eventwel niet dat Frankrijk door die daad des te roemrijker geworden is ! Amerlka. Werkeloozen. — De politie van New-York heeft eens opgezocht hoeveel werkeloozen er wel in die stad zijn. Zij heeft er 96.000 gevon-den. Een schoon doch tevens een verschrikkelijk getal. Wel verwacht men toch binnenkort de herneming van handel en nijverheid ; dan zal men wel eenige duizenden werklie-den kunnen werk verschafifen. E^n raar man. — De zoon van den Amerikaanschen miljardair Vanderbilt, de 47 jarige Georges Vanderbilt, had den naam dat hij zeer zonderlmg was, en vooral zeer menschenschuw. Hij leefde in aile geval zeer een-zaam, op een landgoed in den staat Noord Carolina. Hij had daar zijn volk en zijne dienaars ; maar vreem-delingen kwamen er niet. In zijn landgoed, op eenen hoogen berg, had Georges Vanderbilt zich een prachtig kasteel laten bouwen, en het onderhoud alleen, kostte aile jaren veel geld, "Baltimore,, heette dit paleis, een tooverpaleis van schoonte, rarigheid en rijkdom, en het landgoed van Vanderbilt, had eene grootte van 35.000 hectaren ! Deze zonderlinge miljoenenbezit-ter is nu onlangs naar de eeuwigheid verhuisd. Italie. Marcelli. — Marcelli is de naam van den bestuurder van 't observato-rium op een vuurberg nabij Napels. Deze bestuurder had een zeer gril-ligen gezel, in wiens nabij heid hij woonde : den Vesuvius. Men welke perten deze berg nu en . | , eëlt-I hoe hij verwoest, hoe hij ,;.'le/lood uit zijn krater spuwt. 'JAÏi is niet omgekomen bij eene uicoarsting van den dullen vuurberg, in 't geheel niet. In zijne eenzame woning, een weinig langs de helling van den berg, heeft hij de dood gevonden in de handen van gemeene schurken, die om een dietstal van 6000 lire te verbergen, brand stichtten om alzoo aan een ongeluk te doen gelooven. Marcelli kende den vuurberg, en wist over zijne doening en grillen de raarste bijzonderheden. Marcelli was met den Vesuvius in gedurig gemeenschap, en hij wist het, als de kalant viesgezind werd. En nu is de kenner van den ge-vaarlijken vulkaan, op zoo een iomme wijze aan zijn einde gekomen. Italie verliest in hem een werker en ook een buitengewoon geleerd man. Voegen wij er bij dat Marcelli een priester was. Dat hebben wij nog al dikwijls : onder de dompers vindt men de grootste geleerden. Uit het Binnenland Bliksem gevallen. — Tijdens het Dnweder van verleden week, is de bliksem gevallen op den molen der Kinderen Callebaut, op het gehucht Nijverzeel te Opwyck, en heeft er een molenzwiek verbrijzeld. De jonge Frans Luipaert, die in de n&bijheid aan den arbeid was, werd door den bliksem gedood. De ongelukkige was slechts 22 jaar oud. De Koning. — Zijne Majesteit is zoo goed als genezen van den arm-breuk welke hem over eenige weken overkomen is, bij eene wandeling te peerd in 't Ter Kamerenbosch. Hij draagt den arm in geenen band meer. — Onze Vorst wordt den 8 April 39 jaar. Antwerpen. — Onze lezers zullen zich noch wel herinneren dat vrouw Gaston Vergouts de echtscheiding had gevraagd tegen haren man, die gelijk men weet ter dood veroor-deeld werd voor moord op den dia-manthandelaar Provo. Maandag heeft Schepen Cools in tegenwoor-digheid van twee getuigen d« echt-scheiding uitgesproken der echtge-nooten Vergouts. Deformaliteit ging ongemerkt voor bij. Gaston Vergouts is niet verschenen. Waterloo. — Een wetsontwerp werd Woensdag gestemd tôt behoud van 't slagveld van Waterloo. Mengelwerk. 3. Het Qffer der Liefde door LODEWIJK HEEREN Willem was een tengere jongen Het lijden en de studie hadden zijne krachten uitgeput en zijn bleek gelaat dat door de natuur met geene schoon-heid was versierd, werd nog versomberd door de blonde haren die zijnen schedel dekten. Ofschoon welgemaakt van leden, Was zijn voorkomen niet bevallig, immers het Voortdurend lijden deed hem het hoofd ten gronde neigen en geheel zijne hou-ding verraadde moedeloosheid en ziele-wee.Dit ook had Laura begrepen toen ze Willem, roerloos voor zich uitkijkend, op de brug van het park had aangetroffen.... Dagelijks zagen zij daar malkander weêr, — dagelijks ook voelden hunne herten meer samenneiging tôt elkander, ofschoon niet een van beide door een enkel opmerkzaam teeken de gevoelens zijner ziel verraden had. II. Reeds meermaals had Laura aan haren oom gesproken Van den zonderlingen jongeling, die zij bijna dagelijks in het park ontmoette. Gehoor gevende aan de inspraak van haar medelijdend hert, had zij zoolang aangedrongen tôt dat oom er in toestem-de de oorzaak van Willem's droefheid uit te vorschen en den jongeling hiervan te genezen, indien het middel in zijn be-reik konde zijn. Ofschoon de oom deze gril van het meisje vrij zonderling keurde, toch kon hij haar het genoegen niet weigeren heur verzoek in te wiliigen. Op zekeren namiddag dus, wandelde hij, vergezeld van zijne geliefde Laura, naar het pa'rk. Na hem den droeven jongeling van verre getoond te hebben, zette zij hare Wandeling langs eene an-dere richting voort. Willem stortte nu zijn gemoed vrij en zonder terughouding uit in het hart van den goeden heer, dien hij dacht van de Voorzienigheid tôt hem gezonden te zijn om hem te troosten. Het gevolg van dit onderhoud was, dat Laura's oom eene goede betrekking voor Willem vond, bij eene zijner ken-nissen, die op het Hopland een magazijn van kruidenierswaren geopend had en waar Willem als bQekhouder zou ge-plaatst worden. Hij kweet er zich ten uiterste wel van zijne plichten en zijn meester Was zoo- wel over hem voldaan, dat hij hem geheel zijn vertrouwen schonk en hem meer als eenen zoon, dan als eenen bediende be-handelde.Dit beviel Laura's oom zoodanig, dat hij den jongen noopte zoo dikwijls mo-gelijk bij hem « eens nader te komen », verzoek dat aan Willem ten uiterste aan-genaam was en aan Laura niet minder. Van dag tôt dag, naarmate ze malkander beter leerden kennen, werd de gene-genheid der jonge lieden tôt elkaar steeds grooter en inniger, zonder dat Willem nochtans zijnen hertstocht aan Laura opentlijk had durven belijden. III. Zekeren namiddag," — 't Was op het einde van Juli, — dat Willem van zijnen meester verlof had gekregen om eenige uren uitspanning te genieten, richtte hij zijne schreden naar het door hem zoo geliefkoosde park, in de hoop er Laura te ontmoeten. Hij trof haar aan op het verhevenste gedeelte, dicht bij de hangbrug, waar zij mijmerend op een frisch oversehaduwde bank was neergezeten. Van zoohaast zij hem ontwaarde, deed zij teeken te naderen en noopte hem naast haar op de bank plaats te nemen. Men koutte, in den beginne, over gansch gewone dingen ; vervolgens viel men in beschouwing van de schoone na tuur en allengs werd de samenspraak Warmer en hertelijker. Beider herten trilden, beider zielen zwommen in eene zee van begeestering en genoegen. Willem's blik ontmoette den blik van Laura en beider oogen vertolkten de innige verkleefdheid van beider herten. En Willem, — als bedwelmd door Laura's zoeten blik, — Willem's oogen schemerden toen hij sprak : — « Lieve Laura, vergeef mij, bid ik u, mijne onbescheidenheid, wen ik u ver-klaren durf, dat ik u zoo oneindig bemin.„ En zij, zonder een woord te spreken en alsof ze zijne woorden niet had ge-hoord, zij zag strak voor zich uit en verroerde haar niet — « Lieve Laura », zuchtte Willem, «vergeef mij toch mijn onbezonnenheid en reken mij mijn bekentenis niet ten kwade.» — « Neen, Willem, » antwoorde zij toen, « integendeel, ik voel er mij innig door gevleid. Maar goede jongen, „ klaag-de zij, u ik kan niet beminnen.... ik mag niet beminnen ! ... „ — O, lieve Laura, zeg dit niet. Gij die zoo goed zijt, gij die een zoo ge-voelig hert bezit, gij zoudt niet kunnen beminnen, neen, neen, dat geloof ik niet ! » — u Willem ! klaagde zij nogmaals, ♦ Willem, o, ik bid u, verlaat deze plaats en spreek mij hierover nooit meer.... nooit ! — Altijd zal ik u eeren om uwe talenten, om uwe edele inborst, maar, Willem,., beminnen kan ik niet.. beminnen kan ik niet... » Haar boezem hijgde geweldig en eene doodsche bleekheid had zich over haar gelaat uitgespreid... Willem, ten prooi aan de bitterste ont-goocheling, verwijderde zich langzaam en met loome schreden. Dit enkel oogen-blik had al de hoop vernietigd, die hem sedert eenigen tijd het leven weer aan-genaam maakte ; dit enkel oogenblik had al de schoone droomen zijner toekomst Versmacht. Pas was hij eenige stappen van Laura verwijderd, toen een luid, een pijnlijk snikken zijne ooren trof. Hij keerde zich schielijk om en zag haar versmeltende in tranen en snikkende alsof haar boezem dreigde te breken. Hij keerde langzaam tôt haar weder en vroeg op medelijdenden toon : " Lieve Laura, ô, wat deert u toch,.... wat deert u toch ? .... » En zij, zij stak hare twee handen naar hem uit en riep zoo hartverscheurend en zoo naar : — «O Willem, ga toch niet Weg.. ik ook bemin u, .... ik bemin u oneindig ! ... " En nog immer zijne handen in de hare houder.de, keek zij hem sprakeloos, half treurig en half verheugd in het gelaat... (Wordt voortgezet.) Zondag 29 MafCït 1914 25 centiemen per maand Ie Jaar n° 3. m

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.

Er is geen OCR tekst voor deze krant.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.

Er is geen OCR tekst voor deze krant.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.

Er is geen OCR tekst voor deze krant.
Dit item is een uitgave in de reeks Het goede woord: nieuws- en annoncenblad behorende tot de categorie Katholieke pers. Uitgegeven in Ekeren van 1914 tot onbepaald.

Bekijk alle items in deze reeks >>

Toevoegen aan collectie

Locatie

Onderwerpen

Periodes