Het vaderland: Belgisch dagblad te Havre verschijnend

1038 0
close

Waarom wilt u dit item rapporteren?

Opmerkingen

Verzenden
s.n. 1918, 11 Maart. Het vaderland: Belgisch dagblad te Havre verschijnend. Geraadpleegd op 18 juli 2024, op https://nieuwsvandegrooteoorlog.hetarchief.be/nl/pid/f76639md3b/
Toon tekst

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.

Kleine aattkondigingen : l fr, per regel Greote id. bij overeenkomst Dienstaanbiedingen : voor gereformeer-<Jen kosteloos. Belgisch dagblad, voorioopig te Parijs, 3, Place des Deux-Écus, 3 LEO VAN GOETHEM, Directeur i "yy ""*■ 1J " —» - • ■ ■■ ■ - ■ ». —■ - _ _ Het nummer > 5 centiem (Front en Frankrijk). 10 centiem (andere landen). Per maand (vooruitbetaald) : Frankrijk 1.25 fr. Engeland 2 sh. Holland 1 gld. 25. Elders 3.00 fr. «lapzijden uitjen dagboek Marc - Beirj Meinfer Een kakhi-uniform, waarop bloedt foet glorierijke strikje deir Leopoldlsor-do, eem rijbroek van sterk Bedford-la-ken een klak studentikoos naar achter geti'èken, zoo treedt Meunier het spijs-jjuig vain Teirlinck binnen, om te mid-idagmalen.Hoe laat is 't ? [ Om het even. 't Moet kwaart na j twaalven zijn of half-een ; zulks hangt af van de dagen en de omstandigheden, i Hamrigedru'k op zijn doorgang en Meunier stevent recht naar mijn tafeï-j hoekje. Wij praten. | Met sobeire gebaren, als. schuw, on-kdarlijnt hij zijn votennen, terwijl zijn Iklare oogen me doorschouwen, vl-ak in de popjes. Op zjine beurt naderfc Charles, de klassieke besteller van «opulent drinks». 1 Chartes heeft een weelderigen baard, j waarvan de verschijning me onmiddel- j lijk dteae der fabelachtige assyriesche ' koningen van de oud tijdvakken te bin- ; nen roapt. - Monsieur Meunier, ce «sera» mi' ' porto. ' Waaiiijk, waarover bâhbeien we, Meunier en ik ? Nogmaals, om het even. We heugeilen herinneringen op en wis-selen indrukken. Meunier is overigens ( een fijn causeur, wanneer hij z,ich t'en J beetje moeite wil gestroosten en zich ciet pantseart in zijn stilzwijgendheid. [ Op zulke dagen houdt hij den bek ge- J Uœrd en men heeft schoon te beproe- 1 yen en gesprek aan te knoopen — hij A [rapt geen sylbe ! Dan heerscht er stilte r [liBscten ons beiden, waardoor het ge- 2 [liran zijn port-wine op het marmer-ilad der tafel, druppelt. - Wat vemc/ht-je iezen raurddàjg ? ® - Ik, niets, En gij ? - Gesn lek. Wil je <e mijnent ko 1,1 men, we zullen een brok lezen. - Best. Van dfEsparbès, hein ? Meunier glimlacht — Ja, zegt hij, ® het woordje rekkend als om 't genoe- " p te verlengen, ja, we zullen wat le- n n uit «La Guerre- en dentelles» of «ba n légende de l'Aigle». Je komt, nietwaar. t- - Top ! En we nemen afscheid van (î mekaar met eien flinken handdruk. ^ Voor den oorlog kende ik Meunier v niet persoonlijk. Ik prees zijn schilders- £ en «testaient. Van hem had ik aan-plakbrieven en gravuren gezien, maar I ware mij anmogelijk geweest eem 6( physionomie op zijn handteeken te ^ piaatsen. Ik wist insgelijks dat hij tôt ^ 6ei kunstenaarsgeslacM behoort waar- ^ op het land fier zijn ma g en waaronder z pgroote Meuinier, de Meunier van de r( mijnwerkers en buildraçers, hoeft ge- ^ pwi deae prâns van den beitel, deze pK der kunst, .waarvan de geweilidige ÇA wduw gansoh de beeldhouwdcunst der ' N overvleugelt. ; Ik wist ook dat Mare-Henry Meunier z, Nerde aan de Akademie van Brussel !n dat hij zich in Oogst 1914, als vrij- n piger had doen inlijveai en vervob ^ iens heel 't eerste gedeelte der kampan- . e ®eegemaa,kt had, tôt op den dag dat w "ji lichamelijk uitgemergeld, naar En- j3] îeland was moeten overzettein om er, je aeen maandenlang verblijf in een Bel- j.( TO hospitaal, herstel te zoaken. Ik pst immer dat Meunier, eens geinezen Jch opni&uw Jiad doen inlijven, bij het m ^eri niet willende blijven te Londen, y. v^n zijn land, ofschoon bepaald ^ 'njgesteld. En noohtans, God weet dat er |'J daar zijn schaapkens op het droog (j( 1 In Leycester-Galerie had hij een n.f ponstelling van gravuren en etsen ,t0Rid waardoor de aandacht van het L Psohe «Tout-Public» op hem ge- w %d werd. Al zijn geëxposeerde wer- z; 15 waren op een omzien verkocht, en ;n f "etropolitaansche alsmede de pro-ficiale pers, hadden den schepper en ^ Jn werk den meesten lof toegeawaaid. ^ ,r' Meunier die wolken in ; hij gc ,r" gefeest in de Londensohe salons. z\; eral voncj jj-jj iagang- on hij hadde ^ ,nnwi werken daar, naar 't hem lust-v1Qgwieht als een Mngnaat van *t Le- }a lMr)Pr» A L dr taaar wou Meunier aiets van ^ len- t Was in Vlaanderen dat hij jj; ,f",wiWc, aan den IJzer, waar er in L6 werd 'n de koude en den tei na'5^' z'Jn wapenbroeders wel- de L J.te verlaten. En zoo kwam mi iii* j!1 ■' zekeren-- Pebmaridag in 1915 lestonT oprol(ie5 scheep gi-ng te Fol- on feertà ^aarwel ^eggend aan het lui- rii i°-bcw, t' ^-J ®8n schabouwelijke car- tôt Lj. _stoom«ie hij naar het vaste!and va 'e aritrf .er n'e^'s ',e vinden wa,s van sei n der hoofdstad zk ko hçmJ?€ wei1k.plaat6en der arfciesien wc SîEgënrii l?or z°Idering hebben en 't w « Van dien tijd af, werkt Meunier aan' 't front, nu hier, dan daar, naar 't toe-val der dagen en omstanidigheden, en bijzonder volgens 't de ingeving hem noopt. Hij dwaalt, zijn schetsenboek op den rug, van De Panne naar Nieuw-poort en van Nieuwpoort naar Pervyse. Hij kampeert te Ramscappelle, te Loo, wanneer hij niet van op een voorpostje een landschap of een puinhoop snapt. Hij is de Wandelende Jood der kunst en de vagebond van het gevaar. Zijn werk, dit waarin zioh het stren-ge en pijnlijke gelaat des oorlogs weer-spiegedt, is aanzienlijk, want Meunier, wat hij er zelf ook over peinze, is een gewetensvol en vlijtig kunsteniaar. Zon-der twijfel, de omstandighedien van 't oogemblik, hebben hein belet platen te bewerken, daar etsen een bijzondere inriohitiing vergt, welke hier niet moge-lijk is te bezitten. Noohtans heeft hij een verblijf van enkele weken te Londen ten bafce geno-men, verleden jaar, om eenige etsen te snijden waarin zijn onbetwistbaar meesterschap zich eens te meer veropen-baart. Onder deze, noem ik «La Fusée», waarvan de oorspronkelijke teekenmg aangekocht werd door onze beminne-lijke Vorstin, en de «Postes Aquatiques», die zoowel genre-meesterstukjes als oorlogsdocumentatie uitnyiken.Naast deze platen heeft Meunier een onnoem-lijk getal studies gemaakt welke hem later van dienst zullen zijn en een hon-derdtal watei-verfschilderijtjes, waarvan ieder een uitrewerkt tafereeltje is. Meunier heeft slaehts een bekommernis, deze kunstoogst aan zrjn land te laten. Hoe dikwijls heeft hij mij zijn leed niet uitgedrukt, bij de gedachte dat deze werken naar den vreemde zouden kun-nen verhuizen, om er openbare of bijzondere verzamelingen te verrijiken. « Ik werk voor België. Ik ben naar het. fr*nt gezonden geweest, om er den 1 aanblik van te bewaren iin lijn of Meur, herinneringan welke na den oorlog zul- ! len getuigen. 't Is aan mijn vadarland ' dat deizke documeraten toehooren. Daar- : om bevind ik mij hier. Ik kan het niet ' meer verdedigen in de loopgrachten ; dit bedroeft me bitter. Ik strijd voor ' mijn land zooals i'k kon, op z'n beste, \ met mijn stift, mijn etsnaald, palet en ' penseel. Dit is mijn geweer en indien deze wapens dan dood niet veroarzaken, \ dan hoop ik toch dat ze aan de toe-komst van het grooter en sohooner Bel- î ïië, ean weinig belanglooze medewer-king zullen verleenen. » Hem die Meunier en de verfijnde ge-yoeligheid van zijn hert kent, zal dit îdelmoedig karakter niet verwonderen. Heel de mensoh, de kunatenaar veropen-aaart er zich in met een zoo diepe waar-id dat aile kommentariën overbodig din. Meunier heeft een breede ziel, ont-•o&rbaar en teeder te gelijkertijd, die le dingen omvademt en voor aile edele rcvdiaohten ontvankelijk; ik zou schier :ecgen dat de artiest «met een mannen-;eest denkt en een vrouwenhert vœlt.» Een instmctksvfe zedigtieid beluikt de-;en overtheerschenden kanl zijner psy-:ologie en niets in de beeJtenis van den r nan laat zute verm«eden. Het voor- g loofd is kopjjig en sterk — 't voorhoofd ran een woretelaar en deniker —; de t ►ogen, belommerd door vuige wenks- "v irauwen, zijn blatiwgroen met bijwij- r en onthutsende metaalglanzen en de n ;oude scheipte van Spaansche lemmers; o ■p zijn dunne lip, met gesloten mond- d toelken, een knevel in « brosse à dents » E net barde, dichte haarpijlkens, waar- g an den Amerikaanschen tranit eerder t< lenlken doet aan een man van daad e n beweging dan een geest, beneveld 1( oor droomen en jachtheid. De neus, eboetseerd met vinnigen duimstoot, b eeft den indruik verwant te zijn aan si ekere « Anglo-Saiksers » van nobel ras, /aarvan de « respectability » wil dat d ij de door menigte klieven, gedrapeerd o 3 een patrioraanschen hoogmoed. k Maar dit ailes is het masker, he-t Z shijnbeelld van Meunier. Onder dit d angezicht van vleesch en beenen, -w 'huilt er een ander wezen, dit van h ijn zieJ, en niets meer verschillend van e< feuar, dan dezo, twee. D Meunier legt het er op aan om dit 't inerlijk figuur zoo weinig mogelijk il ; toonen; hij koketteert bijwijlen door d< ich anders voor te doen dan hij eigen- g< j!k is en zoo komt het dat enkel zijn l'tieme vrienden den gevoeligen, zach- d m, bedeerden Meunier bespeuren on- rr er de huid van den Meunier, welke d; îen te aanschouwen krijgt. di Meunier is een dichter en juist daar- 't m lijdt hij onder hetgeen hem om- v; ngt en verkluizenaart hij zich in een ai ►taie afzondering. De kleinste echokjes 't m het leven doen hem pijn en kwet-in hem, scherp, maar hij is fier van n< el en 't is voor hem alleen da.t bij zijn d< ■eedom behoudt. Dikwijls zelf is hij gt eerspannig aan deze overdreven tee- D srheid, eu dan sâjn het uren van tu- or an melt en beweging. 't Hoofd gebukt, >e- àtormt hij met de hevigheid van een en ram op de muren van een vesting beu-:m kend. Bulderend woord en gedachte, op verbrijzelt hij onverbiddelijik rond hem w- en zijn onsfeuimig woord M-intkt als de ;e. gezamenlijike horenschelpen van een 10, epischen strij'd. Ik heb van die oogen-;je blikiken gekend, van die heftige aan-)t. val len, van die enteringen met het mes &n tusschen de tanden, waarop Meunier, recht als een stormtoren die vlammen n- spuwt, naar de vier windstreken, zijn ;r- eigen uitdaagde. ;r, Den dag na den kamp vond ik hem 3n dan weer, thuis of bij Teirlinck's. In n- zijn kamer, wanordeiijk doorsmeten 't met boeken, schilderijen, studie's, las te hij Francis J animes of Verhaeren, of re hij moest in vni endsch appe li j k gesprek e- zijn met een zwart katje — uit mede-lijden 'snachts op de straai meegescbar-m reld — en hetwelk hij dan « Marcel » o- gedoopt had uit genegenheid voor mij te — genegenheid die me kostbaarder is ir dan juweelen. Een goede Iach verlichtte n- zijn aanhalig wezen en wij koutten, ci-», garettenrookend. Ik zette me gewoonlijk ig or zijn bed; hij zat daar, nabij het e- vuur. een elleboog dp tafel. i. — Zie, zei hij me alsdan, de men-îs s;ben zullen me nooit begrijpein. Ik st vraag overigens niet dat ze me zouden i. begrijpen. Het volstaat dat mijn vrien--n den me beoordeeld hebben zooals ik i. ben. I>k heb heftig geschenen, maar r- indien je wist hoe zeer het deed. Dan, s.' weet je niets meer, weet je niets meei\ niets !.... i' Heel Meunier ligt daarin besloten, d heel dit groot menschenhart « indien je ;e wist hoe zeer het deed », en vervolgens als om een ongewenscht denikbeeld te j.. verjagen : — Kom, voegde hij er bij, laat ons T verzen lezen. De dichters alleen kunnen n ons doen vergeten. Hij nam dan een boek; met bedui-[1 meilde bladzijden, en samen lazen we ^ dan, om beurte, de strofen wiaârvan de .. zang ons wiegde met zijn douwdeinen-,j. de iihythmen. '. Meunier las zoetjes, langzaam, met p heel zijn zieJ in de stem. Men zou ge-' ze®d hebben een wiefegesidder op mos. ^ Zijn cigaret rookte tussohen duim en 1 wijsviniger en in de blauwe spiraaltjes, was het de hemelvaart van een droom. ' En gedurende die stonden, scheen Meunier allas te vergeten om eenige geluk _ te genâeten. En Meunier was heel en al toen het hart van Meuftîer. 't MARCEL WYSEUR. (vertaald door Fritz Francken) - —M , , , WWW ■■■ ■ - ■■ ■• ; OP DE VLAAMSGHE KOST > Het leven ; te Zeebrugge Rond de kertk wonen ze dus nog, de ■ i ruim z«siionderd burgers van Zeebrug- - ge. I Tragisohe naam... Zeebrugge, duik- ■ i bootbasis en wij denlken aan zooveel - weerlooze VarensgezeMen, die 't leven ■ - moeten laten onder verraderlijk gra- : i naatvuur of jammerlijk in de golven : ; omikwamen, als buit van onderzeeërs, - • die gluiperig de haven in- en uitsiuipen. j • En we denken aan kapîtein Fryatt-, die ' • ginds aan 't einde van het breede, rech- < ■ te kauaal, in de schaduw van ons stout I : en zwierig belforÉ, slaa.pt, aan zooveel ' : leed, zooveel onrecht. i 't Kwaad komt uit onze haven. Zee- i brugge. voorfcdurend bestookrt, door ( schepen en vliegtuigen ! ; En toch wonen ze er nog, de zeshon- 1 derd burgers,een kwartier van de haven' 1 op den weg naar Heyst. En in 't kleine 1 kerlkje doet de koene pastoor nog elken Zondag mis. Ook de Duitsehers verga- c deren er, tenmînste de Katholiedîen, ter- I wijl rie Protestantes godsrlienstoefeining S houden in een grooten hangar. Even- t eens de kinderen gaan er nog ter schole. r De jongenS bij den koster boven en in 't huis van den veldwachter. De meisjes in hun oud gebouw, waarvan echter een c deel voor marineheim moest worden af- c gestaan. 1 « S tille maar. 't Zijn vliegers », moet t de meester dikwijls zeggen. Eerst hoort d men de ballon, die het alarmsein geven, S dan het geronk van vliegtuigen. En s daarna allerled geluiden door elkaar : ® 't snorren. van vliegtuigen, 't geratel "v van machinegeweren, 't gedonder van t' afweergeschut, 't knallen van bommen, li 't trillen der ramen. En de bewoners van Zeebrugge, klei- s nen als grooten, worden aan die gelui- v den gewoon en hooren ze 's niachts het s geronk van motoren, dan kunnen ze de d Duitsches van de geallieerde machines ti onderaûheiden. g t, Bij al die aanvallen zeggen ze : 't II n op de haven, hier aan de kerk is geei i- gevaar. 3, Maar verschijnen de schepen, welke i n projectielen verder reiken, dan vluch e de burgerij niaar Ramscapelle, een bal; n uur of drde kwartier landwaarts. Dit i- aanlkomst wordt gemeld door sirene-ge i- huid. s 't Voedsel voor Zeebrugge haalt mer uit Brugjge. Overvloedig is het niet n 3 1/2 kilg. me&l in de veertien dagen n 6 kilg. aardappelen per maand, nu er dan wat vet, een snippertje .kaas, om de n zooveel weiken een stukje vleesch er n overigens koolrapen ! Kleine kinderen n kunnen ook nog wat melk rijgen. En de s koster en de andere comiteitsleden heb-f ben heel wat moeite om de geringe rant-'< soenen te verdeelen. '— « Er moet te Zeebrugge toch niet veel - rn^ç.r recht gtaan ? » vraagt men ons dik-» wijls. Aan de haven is vrij wel ailes j weg, maar op 't gehucht, om de kerk, s is weinig schade, want daar val len geen s bommen. De Duitschers zitten echter - diep ingegraven en ons blad meldde î reeds, hoeveel dépôts meer landwaarts t naar veiliger piaatsen zijn overge- braoht. En'kele malen daags vaart een bootje : naar Brugge. Weinige burgers slechts i ziet men onder de passagiers. 't Zijn - meestal moeders, die met zieke kinde-ï ren naar Sint-Jans-hospitaal te Brugge • gaan. Ziefcte, verkwijnen... dat is het ; ontzettend gevolg van de ondeTvoeding. ' mvtv - ■- - Il II wm ; De laatste dagen vae Roesselaere 1 De Duitschers laten door de hoofd-1 f^traten van Roesselaere zware auto's rijden. Aan weerszijden is een kabel, die met een haak aan de daken van de huizen geslagen wordt.Zoo haalt men de 1 gedealteJlijtk vémi aide gebouwen neer en burgers moeten uit 'het puin, 't me-taal, de balken en ander dienetig mate-riaal veïKamelen. Dit is het laartste nieaws, dat wij van de vorige plaats, eens de stad van nij-venheid en handei, ook de stad van Ge-zelle, Ver ri est en Rodenbaich, verna-men.Wiij hebben het uiïfcvoerig gemeld, hoe de bevol'kmg heen moest gaan. Nog eenige groepen manne© en jongelingen vertoeven er, om gedwongen militai' ren asbeid te verriohten. Wij vernemen, hoe de Duitschers ijverig maatreigelen nemen, voor nieu-wen strijd, en 't- ikan wel niet anders of wij moeten in dezen tijd wel in span-ning op deze sectoren van 't westelijk fronit — Vlaanderen — gaan lettten. Wij berichtten reeds, hoe het operatie-gebied van het vierde leger zeer uitge-breid werd. Toch is er een dag geweest, dat men te Roeeelaere meende, dat het uur der bsvrijding geslagen was en men in allen emst de Engelschen verbeidde. 't Was in Juni 1917, tijdens de hevige gevechten aan 't Ypersche front. De Brittera maakten goeden vooruitgang. De Duitschers hadden gebrek aan mu-nitié en vreesdea Roesselaere te> zullen moeten verlaten. Ze namen er reeds de maatregeilen toe, gaven orders aan den burgemeester de inwoneTS aan te zeggen dat ze in hun woning moesten blijven, overschîlderden de aanwijzingen op de muren naar militaire punten, re-kwireerden wagens, enz. 't Weer sloeg om en 't regende geweldig. « Het re-gent goudstulîken » verklaarden officie-ren. De burgerij vergat reeds al de gele-den ellende in de groote hoop, die over-al opsloeg, maar de Britten staalkten hun offensief voorioopig. Duitsche trei-nen kwamen aan en Roesselaere Ijleef Duîtsch. Helaas, de omstandighedon zijn se- 1 dert dien tijd zeer veranderd en wij kunnen 't niet verbloemen, wel ten gimste der Duitschers. Het wemelt van troepen in Vlaanderen en overal legt men dépôts van munitie aan. In Juni was het dus een vreeselijke 1 teleurstelling en er volgde nog meer oorlogswee, want Roesselaere kwam nu onder 't bereik der artillerie. In Juni < 1916 viel de teerste granaat. 't Was ach- ; ter het klooster der Witte nonnen op den Meenschensteenweg". Veertien da- 1 gen bleef het nu stil, en de burgerij be- ( schouwde dat eerste schot aïs een aan- i maning tôt voorzichtigheid. Na twee weken vielen er eenige granaten om de 1 twee, drie dagen, dan elken dag-, einde- ; lijk verschillende malen per dag. { Op 30 September maakten de Duit- ^ schers bekend, dat ieder, die de stad £ wilde verlaten, zich moest laten in- i schrijven, want dat er, te beginneh van r den volgenden morgen, elken dag een l trein voor burgers vertrokken zou. Zou j ging de eerste karavaan heen. '4 Was een droevige optocht naar 't station, waar een trein van veewagens wacht-te... Den volgenden ochtend verdrongen er zich weer 1,000 bannelingen voor het gebouw, maar ze moesten terugkeeren, want 'er was geen trein. 't Duurde drie weken, eer de Duitschers opnieuw gele-geniheid boden om de gevaarlijke stad te verlaten. Tôt in December ging dat wegtrekken door... Dan was d© stad zoo goed als .geheel ontruimd. 't Was hoog tijd ook. 't Klomk aïs de woorden van een middeleeuwsche tkroniek, toen we in een brief (uit December) lazen : « De St-Michielskerk (ihoofdkerik) is zoo ver in puin, dat men er geen dienst meer doen kan; evenmin in de O. L. Vrouwe-kerk en in de Sint-Amandskerk alleen aan den Zuidkant nog ». Of : Op den 4n brandde de weverij van ,N... af en op den 5n do spinnerij van X... En zoo duurde het voort en verging voor mil-lioenen v-aarde in puin en vuur. De kommandantur was gevestigd in de kelders onder de broiuwerij van Ro-denbach; vroeiger waB ze op 't stadhuis .maar de Britscbe artillerie bestookte die plaats met zulk een wonderbare juistheid, dat een bureau zoo getroffen werd, dat er van eenige Duitsche amb-tenaren bijna niets meer gevonden werd. Trouwens, ook de vliegers gun-den dten ©uitschers geen rust.-Toen 's middags eenige honderden Duitschers in 't arsenaal ingekwartierd werden, verschenen 's avonds de vliegers, die het reusachtig gebouw zooi goed trof-fen, dat het in brand schoot en een paar honderd man in de vlammen bleven. 's Morgens hingen nog verkoolde lijken dosr de bovemramen. Soldaten uit de : benedenverdieping vluchtten over de ( wapenplaats weg en tœri daalden de aeroplanen zoo laag, dat de vliegers de Duitschers met hun machinegeweren , konden bestoken. Een stafdokter kwam \ pas drie dagen laiter in zijn kwartier ; terug. Hij had al dien tijd geopereerd. ' En de dooden wawn bij vier of vijf sa-mëii in eem kist begraven en op brou-werswagens naar 't kerkbof gevoerd. j Bij den gloed van 't arsenaal zagen de ( vliegers ook duidelijk de nieiuwe jon- ] gensschool in de'Leenstraat door solda- j ten bezet en de gasfabriek, die ze even- j eens gingen bestoken. Dat was een ont- j zettende naoht te Rousselaere. j De Duitschers hadden van Rousselae- ^ re als een groot soldatenkamp gemaakt. j De parseleinwinke! G.., naast 't postkan- c toor was een lunchroom voor officie-ren. De brouwerij van burgemeester ^ M.., een limonadefabriek, de blauw- 2 ververiij C., in de Kattestraat een oon- 2 serve-fabriek, waar men langs een spe- ^ c;aal aangelegden tram weg het in Vlaanderen gerekwireerd'e fruit aain- a voerde. de iizergieterij D., een herstel- 7 lingsplaats voor geschut. De soldâtes, (« logeerdein veel in de fabrieken, maar de afficieren eisohten kwartieren in de t mooiste huizen. De treinen van Kortrijk, voor 't laper- o ;che front bestemd, kwamen meestal a iiiet meer in 't onveilig station, maar t Tien leiddie ze langs een nieuw spoor v •eohtstreeks naar Moorsîede. Trams re- v ien tôt op de binnenplaats van 't Se- n ninarie, nu lazaret en naar het hospi- z aal op den Brugschen steenweg. In die a Irie jarem zijn daar honderden solda- h en bezweken. De gewone burgers jraoht men naar 't retraitenbuis. Duit- b ;che veipleeigsters woonden bij burgers % n en hadden een rusteloos leven. h Maar Rousselaere werd te gevaarlijk ri in de Duitschers hebben nu veel hunner li liensten verder achterwaarts gebracht. p Zoo deelen we hier eenige staaltjes nee van den oorlog in Vlaanderen. 't Is n naar weinig van al de ellende. En 't b chijnt nu wel of ailes weer opnieuw te iQginnen moet... en nog veel erger, z< vant de activiteit overtreft die van Oc- a< ober 1914. («Tel.»). De Klompen en de Oorlog Enkel op economisch gebied is het .mogelijk hier een verband tuschen klompen en oorlog te zoeken. Iedereen weet dat in België, tôt voor den oorlog, de klompenmakersstiel weinig winstge» vend was; men moest er hard bij werken om de twee eindjes bij elkaar te knoopen. De stiel was al niet veel beter dan dieu van spijkersmid. 't Waren nog van die eigenaardige ambaohten dia dreigden uiit te sterven. Als men, bij winteravond, door onze Waalsohe gemeenten stapte, was men zeker hier en daar de hamer van den spijkersmid in kadans op het aambeeld te hooren neerkomen; in de Vlaamsche dorpen daarentegen hoorde men veeleer, het hakmes van , den klompenmaker of kloefkapper. Beiden zwoegden daar, bij hun olielampjev in hun dicht gesloten werkhuis. Men mag zeggen dat beid'a stielen ovei-igens slechts in den wi:n-ter beoefend werden. Des zomers gingen spijkersmid eni klompenmaker op het land werken, of-wel in de stad waar de loonen hooger zijn; slechts des winters hernamen zij: het aartsvadedijke werktuig en klop-ten, onder het zingen van hun am* bachtsliedjes,. op hun aambeeld of hun blok esscheinhout. Men heeft overigens de krizis van den klompenmaker gekend, juist zooals da krizis van den spijkersmid, beiden ver-oorzaakt door het opkomen vam|. het machinisme. Daarop is de oorlog geko-men. In hun synieke en blinde woede hebben de Duitecbera ailes vernield* j Onzen nationklen veestapel en onze nij« verheid&inrichtingen, groote en kleine^ Bij gebrek aan grondstoffetn heeft da loerlooderij het werk mt^en staken; ?een ledet«meer, en dus ook geen sdhoe-nen. En, als srevolg vau dit natuairlijfc Feifc: Den gedwongen fei'iigkee.r tôt de jude arnbaohten. De klompenmakerij,. 3m slechts van deze nijvenheild te spre-ven, heeft weer dien bloei terug gevon-ien die zij, sedert jairen verloren had. Dit feit reeds, dat door den oorlog, in aet bezet gebied, de politie-agenten op klompen over de boulevards vain de îoofdstad en van andere steden wande-cn ; dat ontvangers van den tram t^en--voordig geen ander sohoeïsel dragen is 'eeds een bewijs van den bloei waarin lie nijverheid zich verheugen mag. Het aanzien van den politie-agent.zoo •erzekert men ons, wordt daar geens-:ins door geschaad, evenmi'n als de " rang van de trams er door vertraagd vordt. En ziehier nog beier : De goede bur-jemeestei', bewust van het gewicht van ijn ambt, en die men des Zoindags op ;lompen, over de doinpsplaats ziet trek-;en, met den hoogen hoed op het hoofd, teeft gedwongen navolgers gevonden. Te Mechelen zoo verzekiert men ons, •even de rijke lieden, nu dat het gebrek an schoeinen groot is, het voorbeeld iij het dragen van klompen. En men ermeldt ons het zeer belangwekkend oorbeeld van een geneesheer, schepe-e van den burgerlijken stand, die zijn ieken op klompen bezoekt, maar, zoo 1s vroeger, met zij nen hoogen hoed op et hoofd. Het sohoone geslacht heeft dit voor-eeld al gauw nagevolgd. Te Brussel iei men heden onze elegante dames, in un bonfmantel gewikkeld en met keu-ige bordjes op het hoofd, en wier sier-jke klompjes heelemaal niet bij dit ak afsteken. Dat zou, zoo zegde ons een landge-. oot, die onlangs uit Brussel is aange-omen, ons doen denken aan den tijd >en de koninginnen herderin speeldpn, )0 deze afschuvvelijke oorlog ons niet m ernstiger dingen herinneren kwam. («Legerb.»). IN DUiTSCHLAND Hoe men de aanhechtingen uitîegt Amsterdam, 10 Maart. — Een door :lo Duitsche regeering ingegeven tele-;ram uit Beiiijn zegt : De eiseben welke de Middenrijken in Elusland steldlen, beoogden geen ander ioel dan het bekomen van den vrede n het Oosten. » In zijn laatste redevoering deed de vanselier uitschijnen dat Duitschland self zich geen grondgeb.ied zocht toe te iigenen en dat het. door het sluiten /ari den vrede, eenvoudig de grondbe-dnselen aankleefde, door M. Asquith n het begin van den oorlog uiteengezet, net andere woorden, de vrijmaking der cleine nationaliteiten (onder Pruisische >rmsen. Red.). » RiiRlamd zal voorzeker erkennen dat zijn beste politiek is den huidSgeiï vrede te bekrachtigen en dit zal het bes-e antwoord zijn op M. Asquiths rede-voe ring. » Te meer, de Reichstag heeft aange-îomen dat het Duitsch-Russisch vredes-i/erdrag geenszins afbrêuk doet aan zij-ie vredesstemming van 19 Juli laatstle-ien. » MA*** .. t DE SERVIERS EN DE OORLOG Een khoging der Servies van Amerika Toulon, 10 Maart. —* Deaen morgen ioorliep een stoet van vijf en dertig dui« ;end Serviërs de bijzonderste strateiî 1er stad en werden bij huranen door» ocht overal fel toegejuioht. Deze Serviërs zijn uit de Vereenigtlo itaten toegekomen om zioh te laten in-, iiven. [ ;m JAAKCAMQ, Nr. 903;^ — ' MAANPAO, li MAART i91E ^

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.

Er is geen OCR tekst voor deze krant.
Dit item is een uitgave in de reeks Het vaderland: Belgisch dagblad te Havre verschijnend behorende tot de categorie Oorlogspers. Uitgegeven in Le Havre van 1915 tot 1919.

Bekijk alle items in deze reeks >>

Toevoegen aan collectie

Locatie

Onderwerpen

Periodes