Het Vlaamsch heelal: katholiek - zondagsblad

1221 0
close

Waarom wilt u dit item rapporteren?

Opmerkingen

Verzenden
s.n. 1918, 23 Maart. Het Vlaamsch heelal: katholiek - zondagsblad. Geraadpleegd op 19 mei 2024, op https://nieuwsvandegrooteoorlog.hetarchief.be/nl/pid/6688g8gg5d/
Toon tekst

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.

BORGERHOUT, 23 MAART 1918 ÎO Centiemen Nr 12, 41e Jaar HET VLAAMSCH HEELAL Allés in te zenden vôôr Donderdag middaq — Inschrijvingsprijs : 5 Frank — YVeelililîiil voor ¥Iaamsche en Algemeene Belangen Bureel en Drukkerij : Carnotplaats 65 Aankondigingen : 20 Centiemen den recel Aanklagen en Opvoeden Er wordt thans met verwondering en verachting gesproken van gekende en ongekende personen, die medemenschen aanklagen en in groote moeielijkheden brengen. En seffens wordt er bij gevoegd, dat zoo iets bij andere volkeren niet bestaat en het dus eene leelijke eigen-schap is van ons eigen volk. Die beoor-deeling is wellicht overdreven, want volksgebruiken en volksgebreken verschil-len niet veel van het eene land tôt het het andere. * * * Die opmerking geeft nogtans aanleiding tôt het bestatigen van leiten, die in de prilste jeugd waargenomen en aangemoe-digd worden, in strijd met rechtzir.nigheid en broederlijkheid. Het aanklagen wordt niet zelden aanbevolen en beloond bij kinderen, en dit door opleiders der jeugd die heel anders moesten handelen. * * * In kostschoolhuizen en andere onder-wijsgestichten die tel aan verfransching hieiden, ging het verbod van Vlaamsch spreken gepaard met eene belOoning voor de verklikkers. De kinderen of scholieren die, in strijd met het dwingelandsch bevel dat zij geen Vlaamsch mochten spreken, toch nu en dan, zells zonder kwade bedoelin^en, hunne moedertaal gebruikten.'tzij door natuurlijken aandrang of omdat zij zich niet al te goed in 't Fransch konden uitdrukken, wierden aan-geklaagd of verraden door medescholieren, die daar eene belooning voor ontvingen. * * * In andere instellingen, zoo godsdienstige als politieke, wierd de ieverzucht insge-lijks door verklikking aangevuurd. Zoo-gezegde ieveraars deden niets anders dan hunne medeleden bespieden en aanklagen, en meenden aldus een verdienstelijk werk te verrichten. Zij waren immers welkom bij de overheid die meende aldus juist ingelicht te zijn over leiten en toestanden die haar konden aanbelangen, maar die tevens niet begreep, dat zij de verklikking aanmoedigde en bijdroeg tôt de verlaging der karakters. * * * Die handelwijze was geheel en al in strijd met eene welbegrepen opvoeding en eene mannelijke opleiding. Niets immers verlaagt meer kinderen en vol-wassenen, dan bespieden en aanklagen, nog des te meer wanneer zij daarvoor beloond worden en meenen een verdienstelijk werk te verrichten. Die overbrie-vers oi rapporteurs, reeds gekend van op de schoolbanken, behouden geheel hun leven een slechten naam, want men kan ze niet naderen dan met het meeste wantrouwen. * * * In 't latere leven gaat die verklikking voort. In groote steden en groote gemeen-ten van 't land, waar de politiek meer op dweepzucht dan op overtuiging bestond, speelde de verklikking eene groote roi en nu nog. Hoeveel staats-, provincie-, stads- en gemeentebedienden dierven hunne christelijke plichten niet volbren-gen uit vrees bespied, verklikt en bena-deeld te worden in hun bestaan ? Hoeveel anderen waren er niet, in tegenoverge-stelden zin, die insgelijks van die verklikking hadden te lijden in hun goeden naam of in hunne broodwinning ? Want de verklikking gaat gewoonlijk gepaard met kwaadsprekerij en laster. * * + Dit zijn toestanden en waarheden die hier in onze onmiddellijke omgeving genoegzaam bekend zijn en die niet genoeg kunnen algekeurd worden door aile rechtgeaarde lieden, die prijs hechten aan goede trouw en aan persoonlijke vrijheid. Het moet hen walgen medemenschen te zien vervolgen, zoowel in de school als in 't latere leven, door verklikking en verraad. Dit steekt nog des te meer tegen, wanneer die daden gebeuren onder voorwendsel van goed te doen ol te ieveren voor eene zaak, die beter zou gediend zijn door eerlijkheid en door eerbied voor ieders denkwijze. * * * Wanneer men dit ailes overweegt, is het niet te verwonderen dat er thans zooveel verklikt en aangeklaagd wordt. Die verklikking is niet altijd door iever Voor eene zaak ingegeven ; zij is dikwijls een gevolg van haat en nijd tusschen medemenschen, van vuige lastertaal en van een helsch genoegen anderen in 't ongeluk te storten. Die slechte neiging komt voort uit de eerste opvoeding, waar de verklikking en 't verraad als een stel-regel en als eene noodzakelijkheid wordt ingeprent, zonder na te denken wat slechte gevolgen dit op het karakter der kinderen moet uitwerken, ook voor 't latere leven. * * * Wat wij op dit gebied thans bijwonen en betreuren, moest iedereen aanzetten, \ bijzonder ouders en opvoedkundigen, het j verklikken en aanklagen bij kinderen te bekampen in plaats van aan te moedigen. Want kleir.e oorzaken hebben soms groote gevolgen ; die verklikking die eerst slechts eene onbezonnen babbelarij is, wordt later eene groote misdaad die aile ver-trouwen doodt en de broederlijkheid tusschen de menschen ten zeerste benadeelt. J. L. DE TOESTAMD HIER EN ELPERS BELGIË. — Sinds 1 Maart 1918, is de verordening van 13 December 1917, die het gebruik der Neder-landsctietaal oplegt in de ondersteunde vakscholen, oou. toepasselijk op de kunst en kunstvakscholen, in 't bijzonder op de academiën en teekenscholen, konservatoriums en muziekscholen. —o— NEDERLAND. — Ondanks de strenge maatregelen tegen het smokkelen genomen, vermindert dit smokkelen niet. Integendeel, het wordt nog meer uitgebreid door de medeplichtigheid van aangestelden, zooals soldaten-kommiezen. Heele-benden smokke-laars trekken over de grenzen en winnen grof geld. Ongelukkiglijk wordt dit slecht aangewend, zoodat het gedrag van vele smokkelaars te wenschen laat. De gevangechuizen geraken mesr en meer vol, zoodat vele veroordeelden op vrije voeten blij»en. Nederland beleeft dus allerhande misenes met dezen oorlog zonder einde. — Minister Treub heeft in de Kamer medegedeeld, dat er voor 1918 een tekort van 68 miljoen gulden op de begrooting zal zijn, waarvan slechts 7 miljoen zullen kunnen gedekt worden door belastingen. Hij schat het te-kort voor de volgende jaren op minstens 50 miljoen jaarlijks. die door leeningen zullen moeten gedekt worden. Terloops behandelde hij weer het meeningsverschil tusschen hem en M. Posthuma, Minister van Landbouw, en liet hooren dat hij zou aftreden indien zijn stelsal tôt besparing van gelden niet aangenomen wierd. Over het opeischen van den oogst, over het rantsoeneeren, over het helpen van lieden die tijdens den oorlog minder inkomen hebben, ontwikkelde hij een heel programma. Als voorbeeld voor het toekennen van een bijslag haalde hij aan : dat iemand die tijdens den oorlog zijn inkomen van 800 gl. op 1400 gl heeft zien vermeerderen, geen bijslag behoeft, maar hij die 1400 gulden won en op dit pijl is gebleven, èen bijslag zou moeten bekorren, ten einde een onderscheid te maken tusschen het volstrekte en 't betrekkelijke welstandsvermogen. — Juist op het oogenblik dat Nçderland België te gemoet komt met een maandelijksch voorschot van vijf miljoen gulden aan het Hulp- en Voedings-komiteit, eischen Engeland en Amerika de Neder-landsche schepen op, die op dit oogenblik niet in de vaart zijn uit vrees voor de duikbooten en betere tijden afwachten in Engelsche en Amerikaan-sche havens. De afstand dier schepen zal vrijwillig of gedwongen moeten gebeuren, in ruil van tarwe en andere voedingsmiddelen die Amerika naar onzijdige landen wil zenden. Eindelijk heeft Nederland aan den eisch toegegeven en zijne schepen afgestaan gedwongen door den nood. —o— RUSI.AND. — De warboel in Rusland klaart niet op Tusschen de verschillende soorten Socialisten blijft de strijd hevig. Het optreden van Japan in Siberië is nog geene afgedane zaak. Hoogst waar-schijnlijk zal van die onderneming niets in huis komen, omdat Amerika en Engeland daar tegen-strijdige belangen hebben. Van de hervorming of herinrichting van een Russisch leger is evenmin weinig of niets te verwachten, nu aile strijdkrachten ontbonden of gevlucht zijn. —o— FRANKRIJK. — De doodstraf uitgesproken tegen Bolo en anderen, schijnt te berusten op de ontleding van een cijferschrift in Amerika aangesla-gen, ontleding die vele misslagen schijnt te bevatten die de schuldigheid van den veroordeelde in twijfel : doet trekken. Intusschen is Caillaux nog niet vôôr de rechters verschenen, omdat het onderzoek tegen hem nog niet volledig afgeloopen is. Dit ailes wordt van lengte getrokken gelijk zulks in Frankrijk meer het geval is. Wat het aanspannen met den vijand betreft, dit is niet eigen aan Frankrijk alleen, in andere landen zijn dezelfde misdaden bestatigd, alsook knoeierijen op groote schaal in zake van eetwaren en oorlogsbenoodigdhe'rîen. Het karakter of de gemoedsstemming van vele menschen geraakt op den dool. * Pax I — Winsten en Duurte Het gejammer over den woeker is niet zoo groot meer als vroeger. Woeker of duurte, 't is eender welk er de oorsprong van is, komt op hetzelfde neer : betalen is de boodschap. De woeker wordt stilaan een gewoon handelsbegrip, omdat velen, die er vroeger niet wilden van weten, nu gedwongen zijn ook zôô te handelen. Zij betalen ailes duurder, zoowel grondstoffen als eetwareD, en de algemeene onkosten van een bedrijf, moeten hunne vergelding vinden in de duurte der prijzen, die niet meer als woeker kan beschouwd worden. Ten andere, er zijn in de wereld vele mis-toestanden en misbruiken, onder edele namen verborgen, waarop de woekeraars zich kunnen beroepen. Het zoogezegde eereloon in handels-, nijver-heids- en geldmaatschappijen, wordt ook in sommige beroepen zoo willekeurig toegepast en zoo overdreven in zijne eischen, dat gewone woeker er niet tegen op kan. Zoo denken de woekeraars zich vrij te pleiten, alhoewel eene slechte daad altijd slecht blijft, al handelen anderen nog slechter. Om hun bedrijf ietwat te kunnen voortzetten, zijn vele lieden verplicht aankoopen te doen aan hooge prijzen, waarop zij op een gegeven oogenblik veel zouden kunnen verliezen wanneer andere toestanden moesten intreden. Intusschentijd verhoogen de prijzen buiten mate en zij passen deze toe, om aldus, in voor-komend geval. het verlies dat hen dreigt, kleiner te maken of te kunnen dekken. Ten andere, dit gebeurt veelal slechts in artikels die niet iedereen noodig heeft en die uitgesteld of door mindere hoedanigheid kunnen vervangen worden. Wie deze niettemin wil hebben, moet zich aan den prijs van den dag onderwerpen. Heel anders is 't gelegen voor eetwaren en bijzonder voor deze die geene meerdere moeite of geene meerdere kosten eischen, en wier cpbrengst in aile geval geen nadeel kan opleeeren. Dit is het geval met fruit, dat groeit en bloeit zonder dat de eigenaars er iets meer moeten voor doen dan anders. Wie daar hooge prijzen voor vraagt, enkel onder voorwendsel dat hij andere waren duurder moet betalen dan vroeger, is niet vrij te pleiten van woeker, wanneer de prijzen niet in evenredigheid zijn van hetgene hij zelf moet betalen. Maar 't is nu eenmaal zoo. Er zal aan dit misbruik niet veel zalf te strijken zijn, zoolang andere standen in zaken van eereloon en andere rekbareprijzen, geene betere voorbeelden geven. Het loon van den arbeid echter is niet altijd te schikken naar ds behoeften van den mensch. De arbeid zelf heeft in zijne verschillende toe-passingen ook eene verschillende waarde, uit-genomen bij den gewonen werkman, waar hij maar al te karig vergeld wordt en doorgaans minder bedraagt dan zijne behoeften. Zoo is het ook met den woeker. Er wordt nu door velen te eenzijdig over geoordeeld, vooral door sommigen die de splinster niet in hunne eigen oogen zien. Het is daardoor ook dat hunne aanmerkingen weinig invloed hebben, omdat hunne eigene daden op dit gebied niet altijd zuiver en belang-loos zijn. Hildebrand SCHRIJVERS EN BOEKEN XXVII LODEWIJK VAX MIEROP Een strijder met de pen voor allerlei mooie idealen. Daarmede is van Mierop in eenige woorden afgeteekend. Ik had het genoegen met hem persoonlijk kennis te maken, in September 1907, in het statiegebouw van 's Gravenhage, waar hij mij afwachtte ; en in mijn reisveruaal, het volgende jaar in 't lient gezonden, schilderde ik hem af zooals hij mij opviel met zijn vurige oogen, zwarten baard en gespierd voorkomen. Sinds-dien zijn wij in de beste vriendschappelijke betrekkingen gebleven, hoewel onze denkbeel-den vaak verschillen en ook onze « taktiek » zeer uiteenloopend is. Met zijn ouden en trouwen vriend Félix Ortt vormt hij een menschenpaar dat door de tegen-stellingen als het ware dichter aaneengesnoerd wordt. Zoo zacht Ortt is, zoo krachtig is van Mierop ; waar Ortt verlangt te overtui-gen, stelt van Mierop zijn eischen, en de kern-achtige bondigheid van zijn styl' vormt een besliste tegensielling met Ortt's zachtvloeiende en meeslepende bewoordingen. Reeds menige malen heb ik me aan 't werk gezet om een o t ander schrift van van Mierop te vertalen — evenals ik met enkele van Ortt deed —, maar nooit of nimmer ben ik er in gelukt iets betamelijks voort te brengen : 't was steeds een verwatering van den strengen, dog-matischen redeneertrant die van Mierop ken-schetst. Hoewel ik bijzonder veel van hem houd — en op wederkeerigheid vertrouw — kan ik me niet voorstellen een halve uur met van Mierop te praten zonder in strijd te komen met hem, en eveneens, wanneer ik een van zijn reeds vrij talrijke geschriften lees, voel ik me steeds tôt tegenspraak geprikkeld. Dat is ten andere ook het geval bij het lezen van Dr Gun-ning ; die twee bezitten de gave hun lezers buitenmate te... ergeren, wat dan tôt nieuwe, frissche gedachten aanleiding geeft, in dier voege dat men ze mag betitelen als accoucheurs d'idées. Want hoewel ze beiden heel verschillende gebieden betreden, hebben ze zeer veel hoedanigheden gemeen. Er zijn weinig menschwaardige gebieden waar van Mierop zijn werkzaamheid niet in uitgeoefend heeft, maar als hoofdopsteller van Levenskrac/it wijdt hij toch zijn beste krachten aan de Rein Leven Beweging, waarvan hij, met Ortt en anderen, de stichter was. In de Bibliotdeek voor Reiner Leven verschenen dan ook van zijn hand menige werkjes en werken op dit bijzonder gebied : laat me hier enkel vermelden zijn standaardwerk Oner het geneesktmdig onderzoek vàor het huwelijk, alsmede Het Papieren Gevnar. van Mierop's werk is méér maatscbappelijk, Ortt's daaren-tegen, meer opvoedkundig. van Mierop is een uiistekende leider van een beweging ; we hebben dat gezien toen hij over een twaalftal jaren tegenover Rein Leven het toenmalige ambtelijk orgaan der Rein Leven Beweging, zijn eigen maandblad Levenshracht opricbtte, dat de gansche beweging in zijn vaarwater meêgesleept heeft. Zijn voornaamste werk verscheen in 1910 bij J. Ploegsma te Zwoile ; het draagt als titel : Geestelijk en Maatschappelijk Leven en vormt een zwaar boekdeel van 352 blz. gr. 8°. Bij de verschijning van dit werk schreef Minerva : « Een verzameling opstellen, in kernachtige taal uiting gevend aan diepe en warme gevoelens, aan een krachtig innerlijk religieus leven, aan een sterk besef van maatschappelijk onrecht en onvermoeid streven naar een Samenleving welKe op gerechtigheid en liefde berust. De schrijver heeft veel nagedacht en veel in eigen-leven ervaren ; een ervaring die met de jaren gerijpt is, wat aan de data der opstellen beteekenis geeft. Wie dezen bundel bestudeert en tôt de diepte door-dringt, zal den grond van samenhang dier zoo verschillende studiën en ontboezemingen vatten, zal begrijpen hoe de schrijver het geestelijk leven verstaat, en hoe hij meent dat het « in het maatschappelijk leven z'n openbaring vindt en behoort te vinden », gelijk hij 't in zijn «Woord vooraf » kort en zakelijk uitdrukt. Wie moedo is van de duffe, dorre « banaliteit >» van het dagelijksch leven, wie walgt van de algemeene jacht naar rijkdom, eer en genot, vindt hier een boek dat de uitwerking moet hebben van een verkwikkend geestelijk bad. Al moge 't in engeren zin geen werk over opvoeding zijn, opvoedend is het voorzeker in hooge mate. » Het voornaamste talent van van Mierop ligt m. i. echter in de kritische beschouwing. Met een weinig geëvenaarden ontledingsgeest begaaft, pluist hij zijn onderwerp uiteen en plaatst het dan onder het vergrootglas zijner rijke ervaring en diepe kennis. Ik las zoo van hem o. a. zijn studie Onioetenschappelijkheid bij Boeddhisme-importatie in het Westen, over eenige jaren in het « Tijdschrift voor Wijsbegeerte » verschenen. De lezer weet — of weet niet — dat er in Nederland een heele boeddhistischebeweging en letterkunde bestaat, die hier zeer in den smaak vallen van een diep-denkend en theologisch-geschoold publiek. Ik zal me niet vermeten een oordeel te vellen over deze studie, daar ik niet voldoende het geding ingedrongen ben, maar toch trof hét mij hoe nauwkeurig hij dit « Westersche Boeddhisme » wist te ontleden, te yergelijken met het « Oostersche Boeddhisme », om tôt het besluit te komen dat de « importatie » in 't geheel niet het oorspronkelijke leert kennen. In deze laatste jaren hield van Mierop zich hoofdzakelijk met de studie bezig — hij was te dien einde met zijn huisgezin naar Zwitserland vertrokken, en verbleef een twee- of drietal jaren te Bern. Daar schreef hij, in Januari 1915, zijn Open Brief aan aile menschen die den oorlog haten en verlangen er van ver-lost te worden, wat kort daarop (30 September 1915) de aanleiding gaf tôt het bekende « Dienstweigeraars-Manifest », waarover de dagbladen reeds zooveel inkt vermorst, en de rechtbanken zooveel woorden den nek gebroken hebben. Al ben ik het hierin niet met hem eens, . toch bewonder ik in hem den moed van zijn orertuiging : als onderteekenaar van dit manifest veroordeeld tôt 75 gulden boete of 15 dagen hechtenis, verkoos hij het laatste, om te toonen dat hij het als een zedelijke verplich-ting beschouwde ook de daarop gestelde straf te ondergaan. Die hechtenis verschafte ons een dubbele verrassing, n.l. zijn dagboek gedurende dien tijd : Uit de Cel, « opgedragen aan mijn vrouw, mijn kinderen, mijn vrienden en allen die waard zijn het te lezen », dat als bijzondero uitgave en niel in den handel verscheen, en kort daarop in de » Vragen van den Dag » : Ons huidige strafstelsel eist radihale veran-dering, (1) waarin hij het Nederlandsche straf-stelsel, dat hij bij ervaring leerde kennen, toetst aan de gezonde rede, aan het doel dat het beoogt, en aan de hervormingen in andere landen reeds doorgedreven of voorgesteld. van Mierop behoort tôt de klasse der maat-schappelijke schrijvers, wat hem dan ook een bijzondere plaats verschaft, door de massa minder gekend, maar desniettemin geroepen om uitstekende uitslagen op te Ieveren. Hij laat zich niet prettig lezen, maar daarentegen verschaft hij over de onderscheidene punten die hij aanraakt, bronnen van gegevens en van eigen gedachten. Wat mij, als Roomsch-Katholiek, meermalen opgevallen is, is zijn weinige bekendheid met onzen godsdienst — godsdienst-wetenschap is dan toch eigenlijk zijn vak niet, — wat den lezer moet aanzetten om zijn uit-spraken in deze zaken slechts te aanvaarden sous bénéfice d'inventaire. Waar het godsdienstige vraagstuk meermalen van pas komt in de behandeling van maatschappelijk» onderwerpen, vind ik dit dan ook een leemte in den zoo diep doordringenden geest van van Mierop, •en geest die zoo rijk is als zijn hart goed is. Yours (1) van Mierop schrijft steeds in de vereanvoudigde spelling. De volgende schets handelt ov»r Upton Sinclair. QVERZ1CHT Overdaad Laat het voedsel thans veel te wenschen in hoedanigheid, het is ook waar dat eenige jaren vôôr den oorlog eene zekere verspilling of Dverdaad wierd waargenomen in de volksvoe-iing. Wat het vleesch betreft, het verbruik was geklommen van 26 kilos per hoofd in 1862 tôt 57 kilos per hoofd in 1912. Sommige ingewandziekten wierden ook aan het over-tollig vleeschverbruik toegeschreven, zoodat de gedwongen vasten van heden, voor sommige licbaamsgestellen niet nadeelig kan zijn. Want met vele dier versterkende middelen gaat het gelijk met den genever : in plaats van te versterken leidt het soms tôt allerhande kwalen, Drank Bij die vleeschderving heeft het drankmis-bruik tevens een goeden kneep gekregen. Wat het bier betreft dat, buiten overdaad en de te

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.

Er is geen OCR tekst voor deze krant.
Dit item is een uitgave in de reeks Het Vlaamsch heelal: katholiek - zondagsblad behorende tot de categorie Katholieke pers. Uitgegeven in Borgerhout van 1878 tot 1930.

Bekijk alle items in deze reeks >>

Toevoegen aan collectie

Locatie

Periodes