Het Vlaamsch heelal: katholiek - zondagsblad

422 0
08 januari 1916
close

Waarom wilt u dit item rapporteren?

Opmerkingen

Verzenden
s.n. 1916, 08 Januari. Het Vlaamsch heelal: katholiek - zondagsblad. Geraadpleegd op 01 maart 2021, op https://nieuwsvandegrooteoorlog.hetarchief.be/nl/pid/8w3804zk0r/
Toon tekst

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.

8 Januari 1916 Nr 2 39e Jaargang HET VLAAMSCH HEELAL Vrii en ÛnafhankeSiik Kathoiiek volksaezind weekblad voor Vlaamsche en Alaemeene Belanqen IXHCIlItlJ Voor een jaar tr. 5.— Voor 6 maanden » 2.75 Voor 3 maanden » 1.50 Voor Nederland » 5.50 Voor 't Groot Hertogdom Luxemburg. . » 5.50 Voor andere landen » 7.00 Dit blad verschijnt den Zaturdag morgend.— Men teehent in bi d«n Uitgever en in aile postbureelen, alsooh bij de briefdragers. Hoofdopsteller : JOHAN LEEMANS Deo Juvante Vineam ! Aile artikelen en mededeelingen moeten vôôr Donderdag avond ten bureele besteld zijn, uitgenomen de «.ankondigingen, die worden ingexcacht tôt Vrijdag avond. Afzonderlijke nummers van dit blad zijn te bekomen ten onzen bureele, Carnotplaats 65. — 1 O centiemen het nummer. AAXKO\DIGI!V(;iiS Den regel fr. 0.20 Kleine aankondiging » 0.50 Begrafenisbericht » 5.00 Groote aankondigingen bij overeenkomst. Voor aankondigingen buiten de provincie, wende men zich toi de A.geneie HAVA§, Martelarenplaats 8, Brussel, en Beurs-plaats 8, te Parijs. Voor aile andere aankondigingen tsn bureele Carnotplaat* (Laar) «î», Borjîerhout-Antwerpon VELE KLEINTJES Het spreekwoord : « vele kleintjes maken een groot », komt ten huidigen dage meer en meer in toepassing. Het is ongelooflijk hoe men thans uit nietig-heden munt weet te kloppen, en hoe goed dit te pas komt om allerhande goede werken te ondersteunen en duizenden menschen uit den nood te helpen. En dit stelsel wordt in aile landen toegepast, voornamelijk echter in de landen die te lijden hebben van den oorlog. * * t Vroeger wierd er weinig naar dien gulden raad geluisterd. Wel bestonden er reeds werken en vereenigingen die door 't inzamelen van kleine, nietige voorwerpen gelden wisten te bekomen voor 't een of ander goede doel, maar eene algemeene, goed ingerichte wer-king ontbrak. Het nut dezer werken en vereenigingen wierd niet genoeg begrepen en was ook niet voldoende gekend. Nu men weet dat er zelfs miljoenen te vergaren zijn met kleinig-heden, zal dit beter in de zeden en gebruiken dringen. » * * In vroeger jaren wierd er eventwel genoeg gewezen op deze bron voor welstand, rijkdom of fortuin. Aan kinderen leerde men wat er met sparen te winnen was ; aan verkwisters en dronkaards deed men begrijpen welke groote sommen zij zouden kunnen vergaren door het uitsparen van het verteer dat zij maakten, al was dit verteer klein in schijn. In den loop van jaren groeide dit kleine aan tôt groote sommen, die hen in staat zouden gesteld hebben als treffelijke burgers te leven. * * * Door die kleinigheden te verwaar-loozen, krenkten zij niet enkel hunne gezondheid, maar zij bleven tevens tôt last van familie of openbare liefdadig-heid. Menigeen sleet aldus een ellendig leven en ging het leger der misnoegden vergrooten, die al hun leed ten laste der Samenleving of van bazen en rijken legden, terwijl zij zelven de eenige schuldigen waren en de bewerkers van hun eigen ongeluk. * * * Zuinigheid en spaarzaamheid wierd maar al te veel verwaarloosd, onder voorwendsel anderen te laten leven en om den naam niet te hebben een gierigaard te zijn. Uit menschelijk opzicht traden zij hun eigen belang onder de voeten, hun eigen welzijn, hunne eigen gezondheid, en meermaals dit van vrouw en kinderen. Zij wilden niet hooren of luisteren, zij moesten voelen en lijden. * * * Zij vergaten dat men wel zuinig en spaarzaam kan zijn zonder gierig te wezen ; dat zuinige en spaarzame lieden, begrepen in den edelen zin van 't woord, juist door die zuinigheid en spaarzaamheid anderen konden helpen, daar zij over gelden beschikten die zij anders hadden moeten derven. In plaats van te-kort hadden zij overvloed en deelden gaarne van dien overvloed aan behoeftigen mede. * * * Vele lieden die thans in moeielijke en bekrompen omstandigheden verkeeren, zouden dit niet te betreuren hebben indien zij vroeger de tering naar de nering hadden gesteld ; indien zij indachtig waren geweest dat er altijd ; sleehte dagen komen kunnen, zelfs < | zonder oorlog, en dat een appeltje voor den dorst immer te pas komt. Maar met de welleverij was veelal aile gezond verstand, aile overweging, aile vooruit-zicht verdwenen en velen boeten thans hard hunne lichtzinnigheid op dit gebied. * * * Tusschen de vele goede werken en lessen door den oorlog verwekt, zal ook de zedeles van « vele kleintjes maken een groot » in aanmerking komen, al is het dat er heden geklaagd wordt over de overdreven snoeperij, pronkzucht en vermaaklust bij het mindere volk, zelfs bij hen die door de openbare liefdadig-heid moeten geholpen worden. Zij die nadenken en door de ondervinding geleerd zijn, zullen in de toekomst beter uit de oogen zien en geene kleinigheden meer versmaden, is het niet voor hen zelven, dan toch niet voor anderen. * * * Inderdaad, zij die deze kleinigheden niet noodig hebben voor zich zelven, kunnen er nogtans voor zorgen dat hunne min bedeelde medemenschen er profijt bij vinden. Zij hebben thans vôôr oogen de proeven, die als aan- schouwelijk onderwijs kunnen dienen. * * * Aile gierigheid is verachtelijk, maar aile zuinigheid en spaarzaamheid is prijsbaar. En niet enkel de burgers moeten dit in acht nemen, maar ook aile openbare besturen, die het voor-beeld aan hunne onderhoorigen dienden te geven. De zucht naar pracht en verkwisting diende voor vele jaren tôt zwijgen gebracht, opdat volk en over-beden door eensgezinde pogingen wel-vaart en welstand zouden kunnen heropwekken, met eendracht en vrede tôt geleiders. J. L. DE TOESTAKD HIER EN ELDERS NEDERLAND. — De burgemeester Tan den Haag heefi in zijne Nieuwjaarsrede onder meer medegedeeld, dat in zijne stad nog 10,000 Rel-gische. vlucbtelingen verblijven, waartusschen omtrent 600 behoeftigen. Hij drukte zijne tevredenheid uit over den stand der zaken betrekkelijk werkeloosheid en algemeen bedrijf. Ailes herleeft stilaan en keert tôt het gewone terug. De stad heeft echter zware opofferingen moeten doen voor allerhande onderstanden en regelingen, die miljoenen gulden hebben geéischt. Hij deelde tevens mede, dat uit de talrijke hulpinrichtingen, thans in handen van bijzondere maatschappijen, bestendige stede-lijke instellingen zullen voortkomen, tôt nut van 't algemeen. FRANKRIJK. — Verschillende overgroote bedriegerijen ten nadeele van 't leger, zijn in Frankrijk andermaal ontdekt. Het is de eerste maal niet dat zulks gebeurt. In 1870 hadden de Franschen met eene zelfde soort bedriegers af te rekenen. En het is opmerkelijk hoe gemak-kelijk die bedriegers tôt hun doel komen en de overheden en bestellers weten te verschalken. In andere landen heeft men tijdens dezen oorlog ook bedriegers aan 't werk gezien, maar niet met zulk eene onbescbaamdheid en eene listigheid gelijk bij de Franschen. Te midden van al dit geharrewar gaat Clemenceau voort met het Ministerie op aile wijzen te bevechten of lastig te vallen, zoo-danig dat Minister Briand reeds met zij a ontslag gedreigd heeft tegenover de leden der Kamer, die de beknibbelingen van Clemenceau voor hunne rekening namen. —o— LUXEMBURG. — De politieke strijd is door do laatste kiezing niet uitgestreden. Alhoewel de Liberalen vyf zetels hebben verloren en nog maar over twee stemmen meerderheid beschik-ken, willen zij den hevigen strijd voortstrijden en hebben reeds eene betooging gehouden als verzet tegen de inmenging der Groot-Hertogin in 's lands zaken onder politiek opzicht. 't Is i a misschien de laatste opflikkering van d« politieke dweepzucbt, die Luxemburg zoc dikwijls in beroering bracht. Vrede en eendracht zouden nu beter te pas komen. —o— ENGELAND. — De algemeene dienstplicht zal er nu toch doorgaan, hoe onaangenaam eenige ministers dit stelsel zien invoeren en toepassen. Slechts een minister, M. Simon, zal om die reden zijn ontslag geven. Koning Joris, die over eenige weken ernstig gekwetst wierd door eenen val van zijn paard, is thans zoo goed als genezen. —o— ROME. — Volgens een bericht uit Londen, zouden de oud-Katholieken zich aan den Paus willen onderwerpen. Aartsbisschop Mathews en vijf bisschoppan zijn bereid kortelings hunne onderwerping te doen. — Het prinsdom Monaco heeft eenen gezant bij den Paus benoemd. Dit is op zich zelven geene voorname gebeurtenis, vermits dit prinsdom slechts 30 000 zielen telt, maar er wordt vermoed dat hij de geestelijke belangen van een groot land zal moeten waarnemen. AMERIKA. — Het getal landverhuizers ver-mindert voortdurend, als gevolg van den Europeescben oorlog. Uit Duitschland en Polen, waaruit de meeste landverhuizers kwamen, is er nu weinig trek. CHINA. — De vrees dat het herstel van het Keizerrijk aanleiding tôt onlusten zou kunnen geven, is tôt heden niet bewaarheid, maar de Chineesche provincie Joennan heeft zich intus-schen reeds vrij en onafhankelijk verklaard. Anderzijds wordt gemeld, dat die provincie reeds onafhankelijk is sinds 1911 en onder het beheer staat van Generaal Tsai-Ao. Wij mogen ons dus aan meer andere verkeerde ol ingebeelde nieuwstijiingen verwachten. Pax Uit de Gazettenwereld Fransche bladen zoeken immer naar mid-delen om door opzienbarende beknibbelingen gelezen te worden. Het moet dus zijn dat het oorlogsnieuws niet aanbelangend genoeg meer is, want dit zou toch aller aandacht moeten trekKen en al het overige als bijzaak doen aanzien. * * * Prins Lancellotti, een der voornaamstt medewerkers en ondersteuners van het vroeger bestaande pauselijk dagblad Voce délia Verita, is te Rome overleden. Hildebrand DOOR HET LEVEN Losse Opstellen over Opvoeding en Onderwijs in den breedsten zin In mijne bijdrâge Tôt Hooger Doel ! heb ik reeds doen opmerken dat âl wat dt denher denht, de schrijver schrijft, de spreker spreekt,hem en zijne medemenschen voeren moet tôt een hààger doel, dat ik in het eerste stuk van dien bundel nader omschreef. Het geheele « leven » moet dus een aanhoudend « streven » zijn tôt dit doel, en elke daad moet een slap le meer zijn in deze richting. Dit mag eens te meer blijken uit de onderscheidene en zeer verscheidene stukken van dezen nieuwen bundel, met even kwis-tige pen neergeschreven of omgewerkt, en verspreid, om de opvoeding en het onderwijs in den breedsten zin zooveel mogelijk te bevorderen. In den breedsten zin, dat wit zeggen, met alleen dienstig voor vaklieden m opvoeding en onderwijs, maar ook voor iedereen, vermits we allen, bewust o/ onbewusl, eene opvoedende en onder-wijzende taak le vervullen hebben en vervullen ; niet alleen met het oog op plaat-selijke of bijzondere toestancien, maar sleeds de blikhen gericht op het hooger doel, dat ieder menschwaardig mensch nastreven moet. Evenals de vorige, geven ook deze stuhjes en studietjes den mdruk van het oogenblih weder ; doch, hoe verschillend van opvat-ting en van uitwerking zij ook wezen mogen, hoe uiteenloopend de onderwerpen ook zijn, toch verbindt hen allen de draad, die de onderscheidene werkzaamheden « door het leven » in één band samensnoert. Want ook het leven is één, hoe verschillend de leoensverrichtingen wezen mogen, I Opvoeellt)Q et) ^ei)sct)elijk;l7eid Wanneer men het genoegen heeft — want 't is een waar en groot genoegen — zich in een toestand te bevinden van waar men een ruimen kijk heeft op al wat er in de beschaafde wereld op opvoedingsgebied verricht wordt, dan jeukt dikwijls de hand om links en rechts mede te deelen wat men zôô te weten komt. Dit heeft dan ook destijds, in 1909, mijn tijdschrift Minerva in het leven geroepen, dat, voor zoover het binnen de enge grenzen van een maandschrift mogelijk was, zijne lezers onder-hield over al wat werkwaardig mocht geacht worden ; verder ook aan de maandelijkschd kronijken die ik sedert eenige jaren ta Helsing-fors, in Finland, doe verschijnen, onder den titel : Kasvatusoppiliset aalteet vuonna... (de opvoedkundige gedachten in het jaar...), ia het opvoedkundig tijdschrift Kansakoulun Lehti. Dat zulke beknopte overzichten wél in den smaak van ieder vallen, bewijst de heruit-gave in flinke boekdeelen van de opstellen gedurende elk jaar onder dien titel verschenen. Het was me dus een waar genoegen toen ik de uitnoodiging ontving ook in onze taal zulke reeks kijkjes door het leven op opvoedingsgebied te doen verschijnen. Dit mag des te nuttiger geacht worden voor elken ontwikkel-den lezer, daar ik de « opvoeding » niet beperken wil tôt het schoolleven, maar ze integendsel uitbreiden over geheel het leven. Door opvoeding versta ik âl wat den mensch kan verheffen, verbeteren, hem nader brengen tôt het grootsche doel, waartoe hij bestemd is : hier op aarde zich zelf te veredelen, den weg te banen voor het nageslacht, en, na dit leven de vrucbten te genieten van die zelfopvoediug ea van dit menschenlievend en menschwaardig streven. In zulken ruimen zin opgevat, zal deze reeks overzichten en studiën niet alleen nuttig zijn aan hen die van de opvo«ding hunne hoofJzake-lijke bezigheid maken, maar ook aan allen, welke bedieiiing zij in het maatschappelijk leven vervullen. Dit zal me dan ook dikwijls de gelegenheid geven op het hooge gewicht der opvoeding te drukken, iets wat gewoonlijk maar alleen in de opvoedkundige vakpers gebaurt, en waarover de niet-vakmannen, in het algemeen, deschouders ophalen... Ten onrechte nochtans ! * * Het is hier de gepasta plaats, bij het openen dezer reeks, eens even aan te halen wat ik in mijne studie Het Werk der Opvoeding, met een terugblik m het verleden en een oogslag op de toekomst», over het begrip "opvoeding» nederschreef. Dit mag vooral noodig geacht worden om te beletten, dat er een verschil van opvatting moge oprijzen tusschen den schrijver en zijne lezers. Het woord opvoeding, aan het hoofd van een werk geplaatst, schrikt gewoonlijk de leeken af, en wel ten onrechte, want in onze samenleving heeft iedereen den plicht met opvoedingszaken vertrouwd te zijn, daar iedereen, deze min, gene meer, met opvoeding in engeren of ruimeren zin belast is. Een schry ver, een redenaar, een bedienaar van gelijk welken eeredienst, is evenzeer opvoeder in den volsten zin van het woord als de ouders, en, meer bijzonderlijk, als de leeraars en de onder-wijzers. En nochtans schijnt de studie der opvoedingsvraagstukken zich vooral bij deze laatsten te moeten bepalen. Die verkeerde meening spruit voort uit het niet welbegrepen onderscbeid tusschen opvoeding en onderwijs, die nochtans twee zeer verschillende begrippen uitmaken. Opvoeding, het woord zegt het duidelijk, is eene voeding bezorgen om op-waarts te kunnen stijgen ; met andere woorden : het aanbrengen van àl wat noodig is om den mensch al nader en nader te brangen tôt zijn hoogste doel : het waarachtig mensch-zijn. Daartoe wordt vereischt de voeding van het lichaam, de voeding van het hart en de voeding van den geest. Ten einde deze laatste taak : de voeding van den geest, tôt een goed einde te brengen, gebruikt men het onderwijs, het aanbrengen der onderscheidene kennissen, die den geest voeden, hem ontwikkelen, en hem aldus wijs, dat is verstandig maken. ! Uit deze korte bepaling spruit voort dat men kan onderwezen zijn zonder opgevoed, maar niet opgevoed zonder onderwezen te zyn. Inderdaad, wanneer men alleen de verstande-lijke vermogens ontwikkelt en uitbreidt, maar de gaven des harten braak laat liggen en geene genoegzame zorg besteedt aan de natuurlijke vereiscbten van het lichaam, dan mag men wel zeggen dat men een goed « onderwijs » Sgenoten heeft, maar zich geenszins verheugen in eene goede « opvoeding » : men is niet ten voile mensch, slechts éénzijdig outwikkeld, een à

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.

Er is geen OCR tekst voor deze krant.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.

Er is geen OCR tekst voor deze krant.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.

Er is geen OCR tekst voor deze krant.
Dit item is een uitgave in de reeks Het Vlaamsch heelal: katholiek - zondagsblad behorende tot de categorie Katholieke pers. Uitgegeven in Borgerhout van 1878 tot 1930.

Bekijk alle items in deze reeks >>

Toevoegen aan collectie

Locatie

Periodes