Een wirwar van regels? – De Duitse verordeningen in bezet gebied

Een wirwar van regels? – De Duitse verordeningen in bezet gebied

Redactie 's profielfoto
Redactie 30 oktober 2016 1
In bezet gebied regeerde de Duitse bezetter door middel van talloze Verordnungen en Bekanntmachungen. Het openbare leven werd geregeld door duizenden kleine en grote regels die voortdurend veranderden. Veel van die regels werden door de bevolking als pesterijen aangevoeld, maar vanuit de Duitse, militaire logica waren ze meestal erg verklaarbaar.
 
Rust en orde
 
De Duitse regels hadden tot doel de rust en orde in het bezet gebied te bewaren. De Duitsers wilden hun aandacht immers zo veel mogelijk op de oorlogsvoering richten. Een rustig bezet gebied zorgde er bovendien voor dat meer manschappen naar het front gestuurd konden worden en minder soldaten in het achterland ingezet moesten worden. Daarnaast wilde de Duitse legeroverheid het bezet gebied zo veel mogelijk exploiteren. Grondstoffen en materialen die aan het front gebruikt konden worden of die de bezettingstroepen nodig hadden, werden bij de bevolking opgevorderd. Die opvorderingen zorgden mee voor een verarming van de bevolking.
 
Op alle domeinen
 
De verordeningen besloegen zowat alle domeinen van het openbaar leven. In de eerste plaats wilde de bezetter controle houden over de bevolking. Niemand mocht zich naar een andere gemeente begeven zonder in het bezit te zijn van een identiteitskaart. Wie zich buiten een bepaald gebied wilde begeven, moest daarvoor een Passierschein aanvragen. Zonder grondige reden en forse betaling, kreeg je geen Schein. Om te verhinderen dat jongemannen naar Nederland zouden vluchtten om via Groot-Brittannië het Belgisch leger te vervoegen, moesten zij zich elke maand aanbieden op de Kommandantur of het gemeentehuis. Alle mogelijke tekenen van verzet werden meteen de kop ingedrukt. Het zingen van liederen, de Belgische driekleur en samenscholingen waren verboden. Cafés hadden een vast sluitingsuur en vaak mocht er geen alcohol geschonken worden. De angst voor spionage zorgde dan weer voor strenge regels over de communicatie: duiven, die berichten zouden kunnen overbrengen, mochten niet uitvliegen en de post werd gecensureerd.
 
De talloze regels verschilden van gebied tot gebied en werden voortdurend aangepast en aangevuld.
 
Naleving
 
Alle verordeningen werden gepubliceerd in het Verordnungsblatt – een soort vervanger van het Belgisch Staatsblad - en aangeplakt op openbare plaatsen, zoals de kerk, het gemeentehuis of het politiekantoor. De burgemeester was verantwoordelijk voor het bekendmaken van de nieuwe wetten en regels in zijn gemeente. Samen met de politie moest hij er ook op toezien dat ze werden nageleefd. De Duitse Feldgendarmerie controleerde zowel de burgers als de burgemeester en kon sancties opleggen als regels niet werden opgevolgd.
 
Op lokaal niveau werden de regels vaak erg ad hoc opgelegd. De plaatselijke commandant kon daarmee meteen inspelen op moeilijkheden in zijn gemeente. Heel wat burgers verzetten zich tegen de regels of legden ze naast zich neer. Grondstoffen en materialen die opgeëist zouden worden, verdwenen bijvoorbeeld naar de zwarte markt of werden stiekem achtergehouden. Overtredingen konden bestraft worden met een boete of gevangenisstraf, maar resulteerden vaak in nog meer regels, waar dan weer tegenin werd gegaan, waardoor er opnieuw regels werden ingesteld. De Duitse regelgeving was dan ook vaak een systeem van actie en reactie.