De eendracht: weekblad voor het Vlaamsche volk

651 0
27 januari 1917
close

Waarom wilt u dit item rapporteren?

Opmerkingen

Verzenden
s.n. 1917, 27 Januari. De eendracht: weekblad voor het Vlaamsche volk. Geraadpleegd op 22 november 2019, op https://nieuwsvandegrooteoorlog.hetarchief.be/nl/pid/bc3st7gj5h/
Toon tekst

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.

Eerste îaargang, Nr 22. —• 27 Tanuari iqit. Prijs : 10 centiemen. Eerste Jaargang, Nr 22. — 27 Januari 1917. Weekbiad voor het Vlaamsche Volk ABONNEMENTSPRIJS : Een jaar fr. 5.20 Zes maanden .... » 2.60 Drie maanden .... » 1.30 Geene abonnenten worden aangenomen die niet op voorhand het bedrag hunner inschrijving laten geworden. BUREELEN; Voor het Generaal Gouvernement : Prinsesstraat, 16, ANTWERPEN. Voor het Etappen- en Operatiegebied : 8, Huurdochterstraat, GENT. Postchekrekening Nr 86. AANKONDIGINGEN : Prijs naar overeenkomst. Ongeteekende stukken worden niet opgenomen. Geene handschriften worden teruggezonden. boekbespreking : Het toezenden van één boek of schrift geeft rec'nt op vermelding ; twee exemplaren, op bespreking. 457 Het Belnië der Toekomst Naar aanleiding van een rede-voering over de taalquaestie in Beigië, door Minister van der Velde te Parijs uitgesproken, drukten wij in ons nr van 30 December j.l. de meening uit dat « slechts ééne oplossing » mogelijk is: « Zelfbestuur voor Vlaanderen en voor Wallonië, » Hoe langer hoe meer wint die gedachte veld. In Vlaanderen zijn al diegenen welke het ernstig meenen met het talenvraagstuk en niet ziende blind zijn het er van lieverlede eens over geworden, Geen wonder ! De Vlamin-gen willen onderwezen, bestuurd en berecht worden in hun eigen Nederlandsche taal ; de Walen willen die taal niet aanleeren. Een andere oplossing voor de moeilijkheden die daaruit voort-spruiten dan zelfstandigheid voor elk der deelen die het Belgisch Vaderland uitmaken, is derhalve niet denkbaar. Ook van Waalsche zijde gaan thans stemmen op om die oplossing aan te prijzen. In l'Opinion Wallonne (n° 12), te Parijs verschijnende, schreef de bekende Waalsche dichter en politicus Albert Mockel, uitgever van het vôôr den oorlog verschijnende Wallonia het volgende : « Ik stel nu den nieuwen re-geeringsvorm van Beigië voor als een vereenigd Koninkrijk van Vlaanderen en Wallonië, en voor de ontwikkeling van dit rijk zou ik als grondslag een uitbreiding van de bevoegdheden der provin-cieraden voorstellen. Op deze wijze zou men komen tôt een sta-tenbond bestaande uit afzonder-lijke provinciën in twee zelfstan-digegroepen vereenigd. Elk dezer twee groepen zou een parlement kiezen — dus een parlement voor Vlaanderen en een voor Wallonië — en de Bondsraad in Brussel zou een soort Hoogerhuis zijn. Brussel zou de neutrale hoofd-stad zijn, de residentie van den Koning, de zetelplaats van den Bondsraad en der gemeenschap-pelijke ministeries (oorlog, bonds-finanties, spoorwegen van geza-mentlijk belang, koloniën, buiten-land). Deze bondsraad is bij vele, kultureel hoogstaandestaten, reeds • lang in voege (Ver. Staten, Argen-tinië, Zwitserland, en gedeeltelijk in Duitschland). » «Tot dezen vorm streven en komen aile groote natiën (in Frank-riîk de alom verlangde decentra-lisatie, Home rule in Ierland en __________..._ 45b Wales, nationale bewegingen in Oostenrijk en Hongarije, de eisch der Kataloniërs in Spanje). In Beigië is deze regeeringsvorm een geschiedkundige overlevering. Het streven naar zelfstandigheid der provinciën is wellicht het eenige wat gemeenzaam is aan Vlamin-gen en Walen. Wat mij echter nog meer drijit tôt de opvatting van een bondstaat boven het uni-taristische stelsel is, dat het wezen zelf van den bondstaat voordee-lig is voor de binnenlandsche po-litiek. In Wallonië zouden zich de katholieke streken en in Vlaanderen diegenen metdemokratische neigingen in voiler vrijheid kun-nen ontwikkelen, zonder dat, op allen de last van de meerderheid zou drukken ». En A. Mockel besluit : « De geestelijke vereeniging van Wallonië en Vlaanderen is door de Mogendheden voltrokken. Ze leidde tôt eene slechte huishou-ding. Wachten wij niet tôt op het oogenblik, waarop aan de wan-verhouding slechts nog door vol-ledige scheiding is te verhelpen ; laat ons veeleer tusschen het echt-paar een aanneembaar modus vi-vendi trachten te bewerken. Ze kunnen nog verder onder een dak te samen wonen, maar elk deel voor zichzelf... En dan ver-warren wij niet de «eendracht» met de «eenheid». Eendracht maakt macht, zegt de Belgische macht-spreuk ; maar eenheid kan on-macht veroorzaken. Eendracht beteekent, eensgezind samenwer-ken, gedjvongen eenheid echter beteekent innerlijken strijd, onder-drukking en twist.» Op gevaar af op ons hoofd de vervloekingen neer te doen bliksemen van die patriotten welke, aan den ouden slenter gewend, zich het Vaderland niet anders kunnen voorstellen dan zooals het in 1830 werd samengeflanst, aarzelen wij niet Albert Mockel's woorden volm mdig te beamen. Ja, « het streven naar zelfstan-» digheid der provinciën is het » eenige dat gemeenzaam is aan » Vlamingen en Walen. Ja, Een-» dracht beteekent eensgezind » samenwerken ; gedwongen een-» heid beteekent innerlijken strijd, » onderdrukking en twist. » Het zou ons daarom niet ver-wonderen dat l'Opinion Wallonne waarheid spreekt wanneer het blad zegt dat Koning Albert \elf, die Eere-Voorzitter is van het Comité Franco-Belge waar het herinrichten van Beigië op een federatieven grondslag ter studie 459 werd genomen, « geen tegenstan-« der is van onze opvatting welke « door de regeering werd ver-worpen. ■> Het ware immers niet de eerste maal in de geschiedenis der grondwettelijke Koninkrijken dat de Vorst de meening niet is toe-gedaan welke zijn regeering voor-staat.En als 's Konings wil dezelfde is als die van 't volk dan mo-gen noch kunnen Ministers daar-aan weerstaan. A. Vanti. De Kern onzer Beweging Wat is onze beweging ? Wat heeft de Vlaamsche beweging om het lijf? Siel die vraag a*an een kind van 10 jaar, dat uit een fldmingantenbroek ge-schud is, en ge zult voor antwoord krijgen iets in dezen aard ; De Vlaamsche Beweging is de strijd om de ontvoogding van ons volk, om zijn stoffelijke en geestelijke verheffing, om om zijn herworden tôt wat het vroeger was : een groot volk. Dat is eenvoudig, kinderlijk bijna, gezegd, en kan alras den indruk geven dat ook de uitwerking, de omzetting in daad, ervan even eenvoudig van der hand gaat. Velen meenen het, velen denken, dat het woord strijd in de gegeven bepa-ling, enkel beteekent den strijd naar buiten, den strijd tegen het Zuiden, dat ons opslorpen wil, den strijd moeizaam en zwaar ; tachtig jaren onverpoosde arbeid hebben er ons weinig of niets in vooruit gebracht. Maar hij is niet de strijd dien wij te leveren hebben, en velen laten er zich geheel en al in op-gaan, Neen, naast dien strijd staat er een andere, bij denwelke de eerste in het niet zinkt : een andere, die slechts ten voile kan geleverd worden, wanneer de eerste uitgevochten is : het is de strijd tegen onszelven, de strijd tegen het' eigen volk. De strijd schetst zich in twee woorden : hij is de opvoeding van ons volk. Wat baat ons, inderdaad, de heele rechts-kwestie in deze beweging te zien op-gelost ; wat baat ons een Vlaamsch openbaar leven, wanneer onze eigene « taie van moeder # slechts het voertuig, de spreekbuis wordt eener uitheemsche beschaving. Daarom denken kortzichtig zij, die„ in de rechtkwestie, die ten slotte slechts de strijd om het middel ter volkverheffing is, het alpha en oméga onzer beweging zien ; daarom handelen, kortzichtig zij, die schreeuwen en la-waaien over gebrekkige wetgeving en wat weet ik al, zonder zich te moeien met ware volksopbeuring in den vollen zin, zonder zich te bekommeren om vakbeweging, om volksontwikkeling, om godsdienst-Ieven... In de oproeding van ons volk — en door volk verstaan we hier aile klassen onzer samenleving — ligt de kern onzer beweging. * * * Immers, wie ons volkt kent moet ook 46U inzien, dat wij bij zijne opvoeding voor eene reuzentaak staan. Men kan zich waarlijk niet indenken in den toestand, waarin ons volk verkeert, zonder moe-deloos het hoofd te laten zinken. Wat er moet gedaan worden, staat tegenover wat gedaan wordt als 1000 tegen 1. Wat is ons lagere volk ? Wie hoorde ik daar spreken van Vlaamsche coolies ? Hij had het bij het rechte eind ! Inderdaad, zij die de toestanden ken-nen in onze nijverheidscentra, waar mannen, vrouwen en kinderen in de fabrieken voor slavenwerk hongerloon verdienen ; zij die weten, hoe het daar met de zedelijkheid gesteld is ; zij die hebben nagegaan, wat invloed de groote arbeidsverdeeling onzer dagen op het verstandelijk peil onzer arbeiders uit-oefent ; zij die de kroegen bezocht heb-hebben, waar in den walmenden rook in den prikkelenden jeneverreuk onze werklieden hun zuurgewonnen centen te verbrassen staan ; zij, die in tallooze arbeidersoogen de vreeze, maar ook den haat tegen den meer begoeden gelezen hebben ; zij dan nog, die Oost-Vlaanderen hebben doorreisd, en daar de ellende en achterlijkheid onzer thuis-werkers voor eenige stonden hebben meêgeleefd ; zij ook, die met Streuvels' oogen den toestand onzer « Fransch-mans » hebben gezien, en Streuvels zelf van leugen en plat-realisme hebben hoo-ren beschuldigen door onze beste tijd-schriften, omdat zij niet wisten of niet weten wilden dat 't geen hij schreef waarheid, en meer algemeenen regel dan uitzondering was ; zij ten slotte, die hun christen-hart hebben voelen ineen-krimpen bij 't zien wat op onze buitens van christen godsdienst en christen-leven nog overschiet, en weten, wat die chris-tenen worden, als de schitterende groot-stad hen heeft opgezogen ; zij allen zien klaar, dat wij daar in zake volksverhef-fing eenen reuzenberg te beklimmen hebben. Zeg mij, is het te verwonderen dat onze menschen in onze beweging geen belang stellen, dat er bij hen geen sprake zijn kan van stambewustzijn of wat dies meer? Immers, doodgedrukt als zij zijn door de uitbuiting, ver-stompt door armoê en overwerk en drankzucht, is bij hen ailes wat iets hoogers ligt doode letter, ongenaakbaar, mysterie. Wat kan 't hun schelen, of er hier eene Fransche, Duitsche of ook Chineesche kultuur ingang vindt, zoo-lang zij sloven moeten,... zoolang zij hunnen prikkelenden borrel hebben ? Zij zullen lachen, spotten met u, Vlaamsch voorvechter die ge zijt, en die hen goed zoekt. want gij zijt anders dan zij, (i geleerd, « en dat is voor hen ge-noeg, om u te benijden, u uit te lachen, u te bespotten, neem het hun niet kwalijk, zij weten niet beter, en som-migen hebben hun geleerd de gegoeden te haten ! O ! wat is daar te doen, wat is daar te werken voor de Flaminganten : die zaken oplossen doet men niet door zingen en drinken en rooken en glazen breken ! Men moet leven met dat volk. om het te kennen ; men moet het kennen, om het te beminnen, men moet het beminnen, om er voor te werken : en hoe weinigen, hoe weinigen onzer Vlaamschgezinden gaan tôt het volk ! Toen ik nog « passivist » was, wijdde 451 ik mij hoofdzakelijk aan die taak, leefde ik in de Christene Vakbeweging, en wees zeker, dat een der redens, waarom ik zoo lang «passief» bleet het misnoegen was, omdat, zoials ik dacht; « degenen, die nu tôt den vijand gaan, en hem rechtskwesties laten oplossen, afwezig blijven daar, waar het volk hen groot noodig heeft, » Ook slechts, wanneer ik gezien heb, dat zich langzamerhand eene sociale strekking tusschen de acti-visten kwam nestelen, is mijne passi-vistische overtuiging gaan wankelen, en ten slotte in duigen gevallen... Gaan wij dus tôt het volk ! Het heeft ons noodig ! Het schreit om ons... * * * Iets boven het lagere volk staat de middenstand, iets, maar weinig. Inderdaad, laten wij rond ons kijken, in de middenklasse, in de zoogeuaamde « tackboue » der maatschappij, en we zullen ras gesticht zijn over het merk, dat er in zit. En wel vooreerst de onafhankelijke middenstand, deze laat zich zoodanig mêeslepen in den strijd om de bete broods, gaat zoo totaal op in de con-currentie, dat hij, om al wat iets boven den dagelijkschen slenter komt zooveel geeft als een koe voor een diamanten halssnoer. Den landbouwenden middenstand, wat daarvoor gezegd : men schaamt zich waarlijk als Katholiek, wanneer men de verstandelijke ontwikkeling en het eigen-waardig mensch- zijn der buitenlieden even nagaat : beter is het daarover te zwijgen. Er is echter nog eene soort middenstand : de bedienden en ambttnaren, ofschoon velen er geen middenstand in zien willen, — les prolétaires en redingote — die klasse, in onze Scheldestad zoo machtig vertegenwoordigd, is wel eene studie op zich zelf waard. Wat te zeggen van die geestesarbei-ders 1 Hoeveel arbeiders zijn niet van den geest? Omdat zij kunnen Boekhouden en Rekenen en Vlaamsch en Fransch kunnen stotteren — Want hoevelen kennen er één van beide talen goed ? — omdat zij zich gewaardigd hebben een paar Winters avondlessen te volgen, en daar eene klad Engelsch en een paar woorden Duitsch hebben opgeraapt, achten zij zich zoover boven den werkenden stand verheven, dat zij er met minachting, ja, verachting kunnen op nêerblikken. En toch, onder welk opzicht staan zij hoeger dan dien stand ? Omdat zij in een andere wereld leven, beter hebben leeren komedie spelen, maar ook cy-nieker hun genot hebben leeren na-jagen? De werkende stand heeft juist genoeg willen leeren om zijnen stiel te kennen. Wat doen zij meer ? Houden zij zich soms op de hoogte van de stroomingen van hunnen tijd ? Wat per&oonlijke gedachten hebben ze ? Hebben zij benul van sociale beweging, van het dieper wezen van hunnen godsdienst — zoo ze katholiek zijn, — kunnen zij een ernstig woord mêepraten over kunst? Met een woord, leven zij iets hooger dan de werklieden ? En zoo ze flamingant zijn, hebben zc in de Vlaamsche Beweging wel ooit iets meer dan eene liefhebberij gezien ? Harde woorden, die, ik geef het toe,

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.

Er is geen OCR tekst voor deze krant.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.

Er is geen OCR tekst voor deze krant.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.

Er is geen OCR tekst voor deze krant.
Dit item is een uitgave in de reeks De eendracht: weekblad voor het Vlaamsche volk behorende tot de categorie Oorlogspers. Uitgegeven in Antwerpen van 1916 tot 1918.

Bekijk alle items in deze reeks >>

Toevoegen aan collectie

Locatie

Periodes