De legerbode

895 1
27 oktober 1914
close

Waarom wilt u dit item rapporteren?

Opmerkingen

Verzenden
s.n. 1914, 27 Oktober. De legerbode. Geraadpleegd op 05 juli 2020, op https://nieuwsvandegrooteoorlog.hetarchief.be/nl/pid/319s17t502/
Toon tekst

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.

il LB6BIBOOE den Dinsdag-, Donderdag en Zateréag versçhijmnde Dit blad is VOOR DE SOLDATEN bestemd ; iedere compagnie, escadron of foatterij ontvangt tien Fransche en tien Nederlandsche exemplaren. De Qeleerden des Kalzers Wij moeten, op onze beurl, eenige woor-den zeggen over het afschuwelijk manifest der duitsche intellectueelen, dat in gansch de pers ophef macikte en de « beschaajde wereld », tôt dewelke het gericht was, met verbazing en verontwaardiging sloeg. Zij hebben zich met g3 vereenigd om te trachten het militarism der pruisische « jon-kers » te reinigen van de mis- en schand-daden waarmede het zich sedert weldra dvie maand bedekt heeft. Moeilijke taak. De geleerden des Kaisers hebben gedaan wat zij konden : 't is niet schitterend. Deze letterkundigen, deze wijsgeeren, deze professors, die, door hunne iiooge intellec-tueele werkzaamheden, dichter bij de waar-heid, de waardigheid en zuivere moraal zouden moeten staan, aarzelen niet de onom-stootbaarste en de klaarblijkelijkste feiten als onwaar te aanzien. Elke paragraaf van hun manifest begint met : « Het, is onwaar dat... » Ziehier eenige der feiten die zij durven loochenen : « Het is onwaar », zegt het manifest, « dat Duitschland deze oorlog uitgelokt heeft. « Het is onwaar dat wij misdadig (!) de onzijdigheid van België gesehonden hebben. « Het is onwaar dat wij Leuven brutaal verwoest hebben. .. « Het is onwaar dat wij oorlog voeren ten misprijze van het volkenrecht... « Het is onwaar dat de strijd tegen ons zoogenaamd (!) militarism niet gericht is — zooals onze vijanden het luiichelachtig be-weren — tegen onze « kaltur ». Geen enkel paragraaf van dit voortaan berucht dokument dat niet verscheidene grove, in 'l oog springende leugens en onbe-schaamde ontkenningen bevat. Moet men ze weerleggen ? Verscheidene nummers van ons blad waren er ontoereikend voor. Ten andere, die weerlegging verscheen reeds, onomstootbaar, verpletterend, in de « Briefwisseling der Engelsche regeering, betrekkelijk de Europeesche krisis », in het « Grijs Boek » der Belgisclie regeering, in het (( Oranje Boek » der Busstsche regeering, in de verslagen der Belgische Onder-zoekskommissie over de gruwelen door de Duitschers in ons land bedreven, in de pers der verbonden tanden, in die der onzijdige landen en zelfs in de dagboekjes van gevan-gen genomen duitsche officierai en soldaten. Zonder te rekenen dat België, overtuigd van zijn goed recht, al zijne geschillen met Dudschland wil onderwerpen aan een Inter-nationaal Scheidsgcrecht, eenige waarborgen van onparlijdigheid bezittend, samengesleld, bijvoorbeeld, uit afgevaardigden van onzij-dig gebleven natiën. Maar de onderteekenaars van het beroep op de « beschaafde » wereld, geven zich zelfs de moeite niet bewijsgronden te zoeken. Deze geleerden die — in andere gevallen — ni et s zouden durven bevestigen zondèr talrijke bewijzen, zonder veelvuldige naspo-ringen, zonder lange en nauwkeurige erva-ringen, stellen zich borg — wanneer het de oorlog betreft — voor de stoulmoedigsle onwaarheden. voor de domste en de onwaar-schijnlijkste legenden. Zij aanvaarden — zonder onderzoek, zonder kontrool — de ongerijtnd <e verlelsels hunner dagbladen — fl<'r hriiinershar». ' « Zonder het pruisisch militarism », zeggen deze droeve intellectueelen, « çvare de duitsche « kultur » reeds dood. » Waarlijk ? Yroeger telde Duitschland be-roemde wijsgeeren, letterkundigen, kunste-naars en geleerden die zulkdanîge bescher-ming niet noodig hadden om wereldberoemd te worden en hlinnc glorie over de gansche wereld te doen stralen. Zij noemden zich . Kant, Schiller, Gœthe, Herder, Heine... Dus, de denkers van het moderne Duitschland zouden niet bestaan zonder de von Forstner's, de von Raitter's en de Kruppka-nonnen van ^20 ? En zij zelve bekennen het. Waarlijk, zij zijn al te nederig. Wij hadden over lien eene belere meening en dachten ze niet zoo laag gevallen. Men is geneigd te gelooven dat het brein van een duitsch geleerde waterdichte vakken heeft. Wanneer het wetenschap geldt, is hij een gewetensvol opmerker, beweert niets zonder het te staven, voor ailes bezorgd om de waarheid. Spreekt hij over den oorlog, dan vall hij tôt het peil van den eersten den besten pruisischen ruiter, onbekwaam zich een per-soonlijke overtuiging te vonnen, slechts in staat « in bende » te denken, onder de ingeving van den Kaiser en de militaristen. 't ls als een soort zinsverbijstering, een soort kollecUeve waanzin die zich over gansch Duitschland verspreid heeft. En zeggen dat men onder dit hatelijk Jac-tum, de namen van beroemde mannen vindt : Lujo Brentano, Gerhard Heuptmann, Ernst Haeckel, Roentgen, Schmoeller, Wunclt en talrijke andere, helaas ! En het zijn die mannen die onze medebur-gers — door hunne krijgsbenden geruïneerd, vermoord en gemarteld — voor bandieten uitschelden. Welnu, niettegenstaaa.de onzen diepen eerbied voor de wetenschap, zeljs voor de duitsche wetenschap, kunnen wij niet nala-ten uit te roepen : « OJwel zij hebben geen kritisph gevoel, — hetgeen bedenkelijk is voor geleerden, — ofwel zij liegen wetens en willens, onbeschaamd. » Het is mogelijk dat Duitschland nog eenige onafhankelijke geesten lelt, naar wij bestatigen met treurnis dat zij zwijgen, dat zij zelfs de stem niet durven verheffen tegen de woeste overrompeling van België, dat schuldig is geweigerd te hebben zich te on-teeren, slachtojjer en martelaar om zijne internationale verplichtingen getrouw te zijn gebleven. Stënit de snarsa uwer Veiieis ! De kanseliei* van het Duitsclie rijk verklaarde vlakaf in het begin der maand Augustus dat het uit strategischenoodzakelijkheid was dat Duitschland België's onzijdigheid diende te schenden. Weinige dagen nadien, loen de beschaafde wereld met verontwaardiging de overrompeling van België vernam, spelden de Duitsche nieuws-bladen den kanselier de les, en verklaarden ron-duit dat het Frankrijk was dat de Belgische onzijdigheid had gesehonden met troepen in België vôôr de ooriogsverklaring van Duitschland, te hebben gezonden. Zelfs een Duitsch dagbladschrijver durfde neerpennen dac hij in de Zuidstatie te firussel, op 30° Juli, een Fransch regiment had gezien. Nu eene andere aria : Het is België zelf die zijn onzijdigheid heeft gesehonden met samen met Engeland schikkingen te nemen met het oog op de ontscheping van Engelsche troepen in geval van Fransch-Duitsche oorlog. IWelaan heeren, kanselier, dagbladschrijver en discipelen van hef ^-SJvbureei, geen wanklank Roemrijke Krijgsdaden I. Werden benoemd of bevor&erd i» de Leopoldscsrde : Vandenberghe, karabinier. Heeft zich ondei'-scheiden bij talrijke tochten in geblindeerde auto tijdens dewelke hij deel nam aan verscheidene bloedige gevechten. Béchet, luitenant van het 11e. Heeft met zi jn peloton eenen vijandelijken aanval afgeslagen gedurende denwelken twee nabij zijnde compagnies inoesten zwichten. Collarp, kapitein-commandant bij het 4° lan-siers. Heeft zich dapper gedragen te Haelen.waav een duitsch schadroncommanJant hem zijn degen afgal', alsmede te Aerschot en te Ninove. De Houtcst, kapitein-commandant bij het a4 lansiers. Heeft den grootsten moed aan den d;\g gelegd bij de gevechten te Aalst en in de omstre-ken dier stad. Hauy, luitenant van het 6e, commandant van het detaehement vrijwillige wielrijders der 2* legerdivisie. Heeft zich onderscheiden bij een wielrijderstocht op de verbindingslijnen van den vijand. Keymolen, onderluitenant, commandant van het wielrijders,détachement der 5e legerdiyisie, en Rombeaux, onderluitenant bij id. Hebben zich in dezelfde omstandigheden als hierboven onderscheiden.Istasse, luitenant bij het 2e lansiers. Heeft îsich gansch bijzonderlijk doen kennen bij den verkenningsdienst waarmede hij werd gelast van af het begin des oorlogs tôt den 8n Oogst en na den 1" September, met zich gestadig te hou-den langs den rugkant en de flanken van den vijand, ten gevare zijns levens en met kostbare inlichtingen te doen geWorden. Soudan, sergeant-majoor bij het 13e. 60 jaar oud, heeft met zijn zoon, als vrijwilliger, dienst genomen. Geeft bij elke gelegenheid het roov-beeld van moed en strijdlust. Van Beveiî, geneesheer bij het 3e jagers. Heeft tôt tweemaal toe bewijs gegeven van Ware moed en zelfsopoffering, metgekwetste oflicieren onder het geweldig vuur van de vijandelijke infanterie te gaan verbinden. De eerste maal bracht hij twee, naçtr aanleiding van de dood van den bevelvoerenden officier, achtergelatene mitrailleurs mede. De tweede keer, werd hij aan een mitrailleursvuur blootgesteld en verplicht zich te gaan verduiken in de nabijheid van den door hem verzorgden officier. Driemur later krijgsge-vangen gemaakt, heeft hij den officier vergezeld, en girtg hij voort hem zorgen toe te dienen. Bij de eerste gelegenheid geraakte hij uit 's vijands handen en Uwain zijne plaats in de rangen her-nemen. Er client aangemerkt dat geneesheer Yan Bever een oud leerling-geneesheer is die onder de wapens weï'd wedergeroepen. Delbauve, majoor bij het 2® jagers. Heeft dapperheid aan den dag gelegd bij het gevecht van 12" September. Piioost en de MoxfiE, generaal-majoors der ruiterij. Hebben bewijs gegeven van het held-haftigste gedrag sedert den aanvang van den veldtocht. * * * II. — la de Orde van de Krooa. Huet, kapitein-commandant der artillerie, Heeft tijdens de gevechten van il" en 12" September veel koelbîoedigheid en moed aan den dag gelegd. den algemeenen lof zijner oversten vcrdîenende. De Baude, kapitein-commandant bij het H8. Met zijne compagnie gezonden oin artillerie ta oudersteunen. heeft deze den tijd gegeven zich terug te trekken. wijl hij aan een heftigen aanval, waarbij zijn linkervleugel met omsingeling be-dreigd werd, krachtdadig weerstand bood. Potiez, 4e sergeant, vrijwilliger bij het 12', Gewond in de oinstreken van Luik, weigert naar de ambulance te gaan ; en geeft onopliou-dend bewijs van den prachtigsten moed en van de edelste krachtdadigheid. Chardon, luitenant. Aan den arm gekwetst den Sentember. Niettemio gaaLiuLsflfitLiafii. 27 Oetober 1914 Nummer 22

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.

Er is geen OCR tekst voor deze krant.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.

Er is geen OCR tekst voor deze krant.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.

Er is geen OCR tekst voor deze krant.
Dit item is een uitgave in de reeks De legerbode behorende tot de categorie Oorlogspers. Uitgegeven in Antwerpen van 1914 tot 1940.

Bekijk alle items in deze reeks >>

Toevoegen aan collectie

Locatie

Onderwerpen

Periodes