De legerbode

1435 0
close

Waarom wilt u dit item rapporteren?

Opmerkingen

Verzenden
s.n. 1917, 15 Maart. De legerbode. Geraadpleegd op 21 mei 2024, op https://nieuwsvandegrooteoorlog.hetarchief.be/nl/pid/639k35mx5k/
Toon tekst

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.

den Dsnsdag; Donderdag en Zaterdag verschîjnende Dit blad is VOOR DE BEX.GXSCHE SOLDATEN bestemd ; iedere compagnie, escadron of batterij ontvang-t tien ol vijflien Franselie en Nederiandsclie exemplaren. De Belgische Artillerie-Inrichtingen TIJDENS DEN OORLOG TWEEDE DEEL De eerste ïnstallatie in Fratskrijk Van de Belgische Artilîene-Iurichtingen Hoofdstuk I Te Kales (vervolg) B. — De Werlchuizen voor het Herstelien pan Draagbare Wapens. — Het personeel van de oude wapenlabriek nam, op 15 Oktober 4914, ïiaast de lcanonnengieterij, bezit van een ge-deelte van de Fabriek voor onderzeesche kabels. Op het oogenblik van den aftoeht had men ■» ongeveer 10,000 Mausergeweren van Zeebrugge naar Kales kunnen medenemen. In dit getal waren er nog geen dri • honderd nieawe wapens ; het overige bestond uit geweren die van het veldleger naar de wapenfabriek waren terug gezonden oui hevsteld te worden. Men had insgelijks, zooals wij het reeds op-gemerkt hebben,al de kisten met verwisselstukken voor gewereu en karabijnen kunnen niee-Jiemen, die men uit het midden-arsenaal van Antwerpen geëvacueerd had. Het noodige ge-reedsehap werd in de priva te nijvcrheid gevoa-den. Zoodat de werkhuizen voor het herstelien van draagbare wapens. onder het bestuur van de artillerie-ingeaieurs Courtois en Boone, bijna onmiddellijk in staat wai'en te zorgen voor het herstelîen van de geweren en karabijnen, die men hun van het Yserfrout gezonden had. Het personeel was echter onvoldoende om het «anzienlijk werk dat men voorzag,te verrichten ; daarom stuurde men naîir de werkhuizen te Kales de wapenmakers uit de infanterie-batal-jons van het veidleger. Iedere divisie behield slechts één meester-wapenmaker, geholpen door een wapenmaker, vlak aehter het front om îijdens de rust voor het onderhoud van de gebruikte wapens zorg te dragen. Gedurende de twee maanden die op den slag aan den Yser volgden (November en December 4914), konden de werkhuizen voor het herstelien y au draagbare wapens, ondanks hun toevallige instelling, dit werkelijk kunststuk verrichten om 12,000 Mauser-geweren en ongeveer600 karabijuen volkomen weer in goeden staat te stellen. Om zich voor te stellen hoeveel inspanning een. dergelijke arbeid vergt, zal het volslaan te weten dat ons infanteriegeweer voorzien van de bajo-Bft, niet minder dan 100 stukken telt. Men begrijpt ook dat de reserve verwissel-stukken spoedig uitgeput geraakte. Het werk- De Begrafenis van Generaal Ghislain In de Notre-Dame, te Parijs, heeft verleden Maandag.des middags, de begrafenispiechtigheid plaats geli^d van generaal-majoor Ghislain, eere-ondergoeverneur van Kongo. Bij de talrijke kronen bemerkte men, behalve die van de kinderen van den overledene, die vau de officier en van de Belgische plaats van Parijs, Van het Tehuis voor de Soldaten met Verlof, enz. In naam van den bond « Le Souvenir Belge » bracht de heer Paul Neveu, vollisvertegenwoor-diger van Tongereh, op welsprekende wijze hulde aan den overledene. Het ieven van gene-raal Ghislain, zoo zegde de spreker, mag tôt voorbeeld dienen aan hea die voor het vaderiand Werken. De rouw werd geleid door adjudant Denis en zijn broeder, neven van den overl 'dene. Aelitec de familie kwainen baron de Gaiffier d'Hestroy, Kiiuister van België te Parijs, vertegenwoordiger van de Belgische regeering, en commandant Gendarme. vertegenwoordiger van den minister van koloniën; de heer Brunet, afgevaardigde van Charleroi ; dan een groep Fransche officieren met aan het hoofd kolonel Durègne, vertegenwoordiger van generaal Dubaâl, commandant ^an de plaats, en de commandant François ; ver-volsjens de lui tenant-kolonel Fourcault, commandai vau de Belgische plaats te Parijs ; kolonel de (Juébédo, jnujoor Petiijean, eus. huis moest dus trachten zelf de stukken te ver-vaardigen die het door eigen middelen kon voort-brengen, terwijl de anderen in de nijverheid moesten bestehï worden. De geweren en karabijnen die voortdurend gebruikt werden en bovendien, door deu dienst in de modderige en slecht beschutte loopgraven, veel door het slechte weder te lijden haddeu. kwamen voortdui'end in groot getal van het slagveld aan. Sedert einde Oktober 1914 tôt de maand Juui 1915, werden zoo ongeveer 50,000 van deze wapens hersteld en terug naar het front gestuurd. Voor het geheel van het jaar 1915, geeft de volger.de tabcl bondig het getal geweren en karabijnen aan die er als nieuw hersteld. werden in de werkhuizen, die men, bij het herin-richten van de artillerie-inrichtingen herdoopt had in werkhuizen voor het vervaardigen van draagbare wapens : Geweren van het model 1889 72.850 Karabijnen » » 1889 8,700 Lichter gemaakte karabijnen van het model 1889 13,641 't Is te zeggen een totaal dat 95,000 wapens van dezen aard overtreft. Beler dan welke lof-spraak ook, zegge deze Çjjfers welken omvang- rijken arbeid er Verricht werd, * Maar de bedrijvigheid van de werkhuizen bleef daar niet bij beperkt. Vau af het begin werd er eene afdeeling gesticht om de herstel-ling van de in dienst zijnde rnachinegeweren te verzekeren. Een groot getal van deze had veel geleden. De toestand was hier nog meer inge-wikkeld door het feit dat er voor deze wapens geen reserve verwisselstukken bestond. Een zeker getal van deze konden door onze werkhuizen vervaardigd worden; voor de anderen moest men er toe besiuiten bestellingen te doen bij de inrichtingen die de type van rnachinegeweren leverden die in het Belgisch ieger gebruikt worden, of bij de private nijverheid. In afwachting dat het noodige ons geleverd werd, was de toestand niettemin hachelijk. Al de wilskracht en al het initiatief van het personeel waren noodig om den toestand het hoot'd te bieden. Het is zoo dat in de eerste dagen van November 1914, een ploeg bestaande uit twee keur-wapenmakers eu onder leiding van eeîi artillerie - ingenieur, geheel het Yserfront afliep om al de iu dienst zijnde rnachinegeweren na te zien en ter plaatse tôt de onmisbare hersteilingen over te gaan, evenals tôt het vervangen vau sommige elementen die buiten gebruik waren. Deze oplossing liet toe, in afwachting dat de bestelde nieuwe wapens zouden aangekomen zijn, de rnachinegeweren die onze reeds zoo karig voorziene troepen niet konden missen, nog iu.werking te ho.uden. Dit bezoek liet insgelijks aan den ingenieur der artillerie Boone toe zich rekenschap te geven van den aard van de beschadigingen waaraan de toestellen van het Maxim- en het Hotchkiss-type meestal bloot stonden, en te voorzien welke verwisselstukken men dringend noodig had. De bestellingen eu het aanleggen van reserves konden aldus zoodanig geregeld worden dat zij met de werkelijke behoeften overeen stemden. Laat ons hier bijvoegen dat, daar er een zeker getal driepikkels voor de rnachinegeweren Hotch-kiss buiten dienst gesteid waren en door het aanwerven van nieuwe wapens van dezen aard, de werkhuizen er ook toe gebracht werden eeu bijzonder model van driepikkel te vervaardigen ; dank aan eenige machinewerktuigen die het van af de eerste maanden zijner instelling « tôt zij si beschikking had, kon het de fabrikatie van deze driepikkels vérzekeren. Een vijftigtal van deze werden in de eerste lielft van 1915 aan het leger geleverd. Het werkhuis voor het herstelien van draagbare wapens werd insgelijks belast een bajonet geschikt te maken voor de karabijn van ds cavalerie ; vau het front werden er 10,000 van deze wapens gezonden om aldus bewerkt te worden. De op dat oogenblik gebruikte bajonet-ten waren die van het oude geweer Gras, die het Fransche leger tôt onze beschikking had gesteid. Het werkhuis vervaardigde ten slotte 4,000 lansen, alleen in den loop van de eerste maanden van 1915. ( Wordt voortgexet.) De Koningin en de Ocarina-Speler Een vriend van het front. René Van S..., van de ie compagnie G. '136, verliaalt ons een feitje dat, zoo zegt bij met reden, niet nalaten zal iedereen te oniroeren, die er keunis van nemen zal. Een orizer jonge en dappere onderofficieren, Robert G., was oulangs op wacht in de omge-ving van de villa, die in vrij Vlaanderen be-woond wordt door onze Vorste^. Uit tijdver-drijf, en ook uit liefhebberij voor de muziek, begon bij de ocarina te bespelen. Op dat oogenblik kwam de Koningin voorbij. Zij bleef voor een oogenblik staan, als stelde zij belang in de meiodie en naderde dan den muzi-kant.— Ile wensch u geluk, zegde zij, voor uw aan-gename manier van spelen. De Koningin ondervroeg Robert C., over waar en wanneer bij geleerd had dit instrument zoo bekwaam te bespelen. De ondei'o(Scier autwoordde dat bij vôôr den oorlog de klarinet bespeelde, waarvoor bij een groote voorliefde gevoelde. Helaas ! Het bevel tôt de mobilisatie Was plots gekornen en in de haast van liet vertrek had bij vergeten zijn geliefkoosd instrument mede te uemen ; het was in ziju koli'er te Antwerpen in de kazerne ge-bleven.— Het is Avaarlijlt spijtig, mijn vriend, zegde de Koningin glimlachend. De Vorstin verwijderde zich, na eerst den naam van denbraven jongen gevraagd te hebben en eenige bijzonderheden over zijn familie. Eenige dagen later trok de afdeeling terag naar het rustkantonnement aan het front. Op 28 Februari bleef er een prachtige automo-biel op het dorpsplein staan. Het was het rijtuig van de Koningin. Zij boog zich over het rijtuig uit en riep een soldaat die daar voorbij ging dat bij sergeant Robert G. onmiddellijk bij haar zou doen komen. De Koningin bleef eenigen tijd met den ocari-na-speler praten, die terstond gekomen was; daarna gaf zij hem een foudraal en zegde : — Ziehier iets voor u, mijn vriend; het is eene klarinet ; zij zal degene vervangen die gij in België geiaten hebt. Elisabeth voegde er bij : « Goede kans, goeden moed ! » Dan drukte zij de liand van den onder-o,'licier, die door zooveel lieftalligheid outroerd was en de auto vertrok. De makker, René Van S., die ons deze lieve anekdote verhaalt, voegt er bij : « Ik heb niet kunnen weerstaan aan het verlangen om u dit roerend gebaar te verlialen. Wat zouden wij, soldaten. niet doen voor dergelijke Vorsten ? » BAGDAD Daar in Mezopotamië, dat in de Bijbelsche tijden reeds de pracht van Ninive en Babylonië kende, is Bagdad, betrekkelijk gesprolten, nog eene moderne stad. Het is inderdaad slechts in het jaar 145 van de Hedjra, 't is te zeggen in 762 van onze tijdrekening, dat Bagdad gesticht werd door den khalief dër Abassieden Aboe-Djafar-Almanzoer.Het is onder Haroen-al-Raschid, de khalief uit de « Duizend en ééne naclit », dat de « rozenstad » het toppunt harer glansperiode bereikte. De Arabische schrijvers kennen haar rond dat tijd-perk eene bevolking van bijna één miljoen inwoners toe. Maar sedert Bagdad in de handen van de Turken gevallen is, in 1534. is de voorspoed van de stad meer en meer gezakt. Van 800,000 inwoners onder de Abassieden, was de bevolking in het begin van de xxe eeuw op 100,000 inwoners gezakt, waarvan 5,000 Christenen en even zooveel Israëlieten. Eenige monumenten : Het pàleis van den pasja, de oude vestingen van baksteen en vooral de vereerde graven van verscheidene heilige maraboets, weklcen nog de bewondering van de toeristen. Niet ver van daar verlieti'en zich een of twee moderne hôtels, des avonds door Engelschen* in smoking of gebrilde Mofïen bevolkt. Het is de aanwinst van de Europeesche beschaving. 15 Maart 1917 Nnmmer 395

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.

Er is geen OCR tekst voor deze krant.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.

Er is geen OCR tekst voor deze krant.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.

Er is geen OCR tekst voor deze krant.
Dit item is een uitgave in de reeks De legerbode behorende tot de categorie Oorlogspers. Uitgegeven in Antwerpen van 1914 tot 1940.

Bekijk alle items in deze reeks >>

Toevoegen aan collectie

Locatie

Onderwerpen

Periodes