De Scheldegalm: gazette van Audenaerde

514 0
27 september 1914
close

Waarom wilt u dit item rapporteren?

Opmerkingen

Verzenden
s.n. 1914, 27 September. De Scheldegalm: gazette van Audenaerde. Geraadpleegd op 11 juli 2020, op https://nieuwsvandegrooteoorlog.hetarchief.be/nl/pid/gf0ms3mf95/
Toon tekst

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.

Nr 3307. Zondag 27 September 1914. 56e Jaar. DE SCHELDEGALM GAZETTE TAN AUDENAARDE De rol van Belgie. Een Engelsch blad schrijft : Mer, stelt zioh in sommige kringen voor da Belgie, onzijdige Staat voor de uitbarsting va: den oorlog, het recht niet heeft buiten zijn grenzen te gaan, eens dat de vijand over d Belgische grenzen teruggedreven is. Belgie is een souvereine staat, aan welkei Duitschland den oorlog verklaard heeft. Vai dan af kan niemand hem, om welkdanige rede nen, het recht ontzeggen vrijelijk van zijm souvereine rechten gebruik te maken en tegen over Duitschland zoo te handelen als het goe< zou oordeelen voor zijrie eigene belangen. Wij hebben het belgische veldleger noodii voor onze toekomende krijgsverriclitingen il Duitschland. Wij hebben de Belgische officieren en Bel gische getuigen noodig voorde ki'ijgsraden, di( waarschijnlijk zullen gelast worden de procès sen te behandelen van de misdadigers, die mei aan de hunnen vergeleken heeft. Vroeg of laat zullen de Duitsche generaals et de Duitsche officieren, die te Leuven, Aarschot. Dendermonde en elders in Belgie en Frankrijk het bevel voerden, waar gruwelen werden ge-pleegd, ter verantwoording worden opgeroep?n. De Duitsche officieren oefenen eene strengs tucht uit als het hun belieft ; zij moeten dus verantwoordelijk gesteld worden voor de mis-daden van dezen, welkezij aanvoerden. Het is van het grootste belang dat ons gouvernement — dus het Engelsche gouvernement — ailes in het werk stelle om juiste gegevens in te winnen over al de aanslagen die begaan werden en om de namen te onidekken van de plichtigen van allen rang, die in deze misdaden betrokken zijn. Het procès en de voorbeeldige kastijding van al de kwaaddoeners, zonder inachtneming van titel of rang, zal het beste en eenig middel zijn Dm voortaanzulke gruwelijke wandaden te voorkomen en de krijgraden kunnen zeer wel reeds beginnen zetelen binst de toekomende krijgs-rerrichtingen. Eene vreedzame weerwraak. Doelend op de weerwraak welke de Engel-ichen schikken over Duitschland te nemen, ndien het zegevierend uit den strijd komt, en lie volgens zij zeggen van de Duitsche manier 'an doen zal afgekeken worden, verklaart de Tivies : « Zij die gelooven, dat wij tôt zoo iets be-;waam zijn, beleedigen ons leger, onze vlool, inze natie, onze broeders van overzee, onze irave en hartelijke bondgenoten. » Wij zullen eene edeler en zachte wraak lemen. Wij zullen den Duitscher niet tôt voor-leeld nemen, noch in zij a gémis aan eerbied n trouw tegenover de verdragen en wetten der latiën ; wij zullen hem niet tôt voorbeeld nemen vaar liij de wereld in een net van spioennee-ing en Duitsche legers windt ; wij zouden ons chamen, de Duitschers na te volgen in hunne elfvergoding. De geallieerden zullen naar lerlijn gaan om rekeniagen te vereffenen en tiet om hun land te verwoesten. Zij hebben oor pliclit. aan het Duitsche volk te zeggen : De eeredienst van den oorlog moet staken, n het zwaard dat gij gesmeed hebt, moet ge-iroken worden. » » Het is eerst, als de ruiters der vereenigde iatiën Unter den Linden zullen rijden, dat het )uitsche volk klaar zien zal, dat hunne zotte roomen van wereldheerschappij voor altijd erbroken zijn. » Velen van de onzen zeggen : » Niet tegen iet Duitsche volk zijn wij in oorlog, maar met [en Keizer en zijn officierenkorps. » Voor het onflict was het heel natuurlijk dat er een onder-cheid werde gemaakt. Thans, dat wij het beter D E Zilveren Ring '11e Vervolg. ^vwWUW'AW/-'1 ■ Georges was inderdaad een goede ruiter ; ijn goed voorkomen en zijne behendigheid n 'tpaarden behandelen, hadden hem sedert ang de bereidwilligheid van den meester 1er rijschool doen verkrijgen. — Arme man ! dacht hij, wist hij wat ;ebruik ik van Pembroke maken wil, hij ;ou het mij zoo goedhartig niet aanbieden. îen oogenblik had hij als het ware eene ge-vetensknaging, om ditpaard medete nemen, lat ni m mer meer tsrugkeeren moest : « maar, ;eide hij tôt zioh zelven, ik ben in een vijan-lig land, en waarlijk ! in den oorlog, zoo ds in den oorlog ! » Oiidertussehen was Pembroke getuigd en ■vaclitte, door eenen stalknecht vastgehou-len. Georges sprongbehendig in den zadel. ïet paard stampte den grond, steigerde, naar welhaast, zich door eene meesterlijke land overmand gevoelende, eindigde het net eenen regelmatigen draf te nemen. De neester der rijbaan bleef Georges op den lorpel met gevouwen armen, en den glim-ach der voldoening van den echten kenner, nastaren. — Zie daar, zeide hij tôt den stalknecht, lie daar ook met gesloten mond stond, zie laar wat ik te paard rijden heet. Op mijn woord ! ik zou meer voldoening vinden in Pembroke voor niet aan dezen gentleman te weten, begrijpen wij dat wij met elken Duitscher die een geweer kan dragen, in oorlog zijn. Dat wil zeggen millioenen, en we'dra ieder-een. Wij zullen opnieuw over het « zoele ' Duitschland » handelen, als zij hunne roeren 1 neerleggen en hunne droomen staken, en niet 3 vroeger. 3 » De verdedigers der beschaving zullen ver-nietigen, maar niet de deugd der vrouw, noch 1 oude kerken, noch vredezuchlige haarden. Zij 1 zullen de krijgsschepen te niet doen, de arse-nalen, de krijgswerven, en de versterkingen, 5 al de tuigen van den Teutonischen krijg, waar-j mede men angst verspreidde. De uitboeting van Leuven moet voornamelijk bestaan, niet in het volledig wegvagen van Bonn of Heidelberg, ' maar wel van de werken van Krupp te Essen. ' De prijs van den vrede moet onder anderezijn, de stichting van schoonere steden en dorpen, op de puinen van het onschuldige en verwoeste 1 Belgie. Harde waarheden. De Engelsche minister Lloyd George voerde het woord te Londen in Queenshall. Al depo-litieke denkwijzen waren vertegenwoordigd. Hij sprak : « Wij konden ons niet onlhouden bij den oorlog, zonder het national gevoelen te onteeren. Volgens de opvatting in Duitschland zijn de overeenkomsten enkel een stuk papier. Zoo te handelen is een aanslag plegen op aile openbare rechten. Men moet Duitschland leeren in de toekomst de overeenkomst te eerbiedi-gen ». En sprekende over de verschooning welke Duitschland inroept, voegde de minister er aan toe : « Eene groote natie zou er beschaamd dienen over te zijn zich te gediagen gelijk een valsche bankroetier ». De Belgische zending in Amerika Het antwoord van den heer Wilson, voorutter der Vereenigde Staten. De minister van Buitenlandsche Zaken deeit ons volgenden tekst mede : Men weet dat Z. M. naar Washington eene bijzondere zending gestuurd heeft, gelast aan den Voorzitter der Vereenigde Staten den pijn-lijken toestand mede te deelen waarin Belgie verkeert. De leden dezer zending genoten 't gunstigste onthaal van de overheden en van de bevolking. Den 153 dezer maand hadden zij de eer door het Staatshoofd ontvangen te worden en over-handigden hem den eigenhandigen brief van Z. M. Koning Albert. Heer Carton de Wiart, minister van Rechts-wezen, heeft het woord genomen in naam van de afvaardiging. Men zal met een gevoelen van dankbaarheid het antwoord lczen dat Zijne Exellentie heer Wilson hem gegeven heeft. Het is een nieuw bewijs van de welwillendheid van de groote Amerikaansche natie jegens Belgie. 't Is met een innig genoegen, sprak de voorzitter, dat ik u ontvang in uwe hoedanigheid van vertegenwoordigers van den Koning der Belgen. Het volk der Vereenigde Staten ge-voelt voor Belgie eene bewondering en eene diepe vriendschap, en voor zijn Koning een rechtzinnigen eerbied. Laat mij toe de hoop uit te drukken dat ge-legenheden ons zullen gegeven worden om hunne hoogachting te winnen en te verdienen. Gij weet dat de Vereenigde Staten de rechtvaar- : digheid beminnen, dat zij zooals §.ij den voor-uitgang betrachten en zich bijzonder om de rechten der menschheid bekommeren. 1k ben waarlijk fier tijdens mijn voorzitterschap zulk volk te vertegenwoordigen en zijn tolk te we- ■ zen. Ik beschouw het als eene eer dat uw Koning zich in dit uur van beproeving tôt mij gewend te leenen, dan bel te verhuren aan de zon- 1 dagrijders,die zelfs niet bekwaam zijn eenen : ezel van een echt zuiverbloedig paard te '■ onderscheiden. Eu het is zeker, dat Pem- \ broke zelfs trotsch schijnt, door dusdanigen ruiter bemand te zijn. : Terwijl de waardige man deze bemerkin-gen maakte, kwam Georges aan de poorten van Londen. De bediende kwam hen bezich- ' tigen en herkende hem. Het poortrecht was een six-pence. Georges gai hem een shilling. — Wacht, zei de bediende, ik zal u aan-stonds terug geven. — Het is de moeite niet waard antwoord-de, Georges ; binnen een uur keer ik terug, ge zult dus voorop betaald zijn. — Zoo als gij wilt, zei de bediende. Georges bevond zich welhaast in het veld. Tôt hiertoe had al het vorige hem als een droom toegesohenen, en reeds ver aohter zich den rook der tallooze schouwen van Londen en voor zich de breede baan ziende, voelde hij zich vrij. Deze krachtvolle en werkzame natuur vond zich terug in eenen kring van werkzaamheid en leven. Hij rende in voile vaart, gretig naar lucht en ruimte. Den ganschen dag liep hij zoo voort, raadzaam vindende veld te winnen voor't geval eenige hindering hem op weg kon op-houden. De naeht was reeds gevallen, toen hij voor eene eenzame gelegen herberg stil hield. Men liet hem eerst eenigen tijd aan-kloppen, aleer de deur te openen. Eindelijk verscheen de herbergier, tamelijk knorrig, met een lichtin de hand, en het paard be-ziende, dat heel afgemat was. — Zie daar, zei hij, een dier, dat heden meer dan een gewonen loop heeft gedaan. — Wat raakt u dat ! antwoordde Georges droog, om de nieuwsgierigheid van den heeft, wenschende dat ilc in naam van het Amerikaansche volk de belangen in acht neme van een land, dat zich erg getroffen oordeelende, beroep doen mag op de genegenheid van het menschdom Ik bedank u mij het document overhandigd te hebben dat de uitslag bevat van de onder-zoeken door het rechterlijk comiteit aangevat en waarvan de uiteenzetting eene der redenen uwer zending uitmaakt. Ik zal het aaudachtig lezen en het zeer ern-stig ovenvegen. Gij verwacht niet, ik ben er zeker van, dat ik er meer over zegge. Ik bid God dat deze oorlog weldra eindige. Alsdan zal de dag aanbreken voor de vereffening der re-keningen.De Europeesche naties zullen bijeenkomen ten einde de noodige oplossingen te vinden, het bedreven ongelijk vast te stellen, er gevolg-trekkingen uit op te maken en verantwoorde-lijkheden te bepaten. Gode dank, de naties van de wereld hebben in gemeenzaam overleg eene organisatie daargesteld welke toelaat zoo'n re-kening op te maken en te regelen. De punten welke deze organisatie in het duis-tere niocht laten zullen beslecht worden dour de openbare meening, in zulke kwesties een urii-verseel scheidsrechter. Het ware voorbarig en weinig wijs voor eene natie, alleen handelende, en wanneer ze, zooals deze, buiten de vijande-lijkheden staat, het ware strijdig met de plich -ten van neutraliteit, een eind-oordeel uit te spreken. Ik hoef u niet te verzekeren dat dit besluit met vrijmoedigheid uitgebracht is, omdatzulks gebeurt meteengevoel van warmevriendschap. Dit besluit maakt het beste middel uit om tus-scuen ons een volmaakte verstandhouding daar te stellen, gesteund opwederzijdschen eerbied, bewondering en hertelijkheid. Weest welgekotnen. Het is eene groote eer voor ons dat gij ons uilgekozen hebt als de vrienden wiengij eene belangrijke.eenelevens-kwestie voor u onderwerpt, verzekerd, dat uw voetstap zou begrepen en beantwoord worden in dienzelfden geest welke er u het gedacht van deed ODvatten. » Fiere houding- van Mgr Rutten. Mgr. Rutten was, met andere luiksche no-tabelen, als gijzelaar opgeslolen, in de citadel. Een hoogcr duitscli officier waagde het de Belgen erg te beleedigen, in bijzijn, der gijze-laars. De moedige bisschop riep den officier tôt zijn plicht. Ik heb de eer Belg te zijn, zegde hij, en ik verbied u mijne landsgenooten te beleedigen. De officier vertrok zonder antwoorden, doch kort nadien, toen generaal von Emmenich, in de citadel kwam, beklaagde Mgr Rutten zich iiver het voorgevallene en de generaal verplicht-ïe de officier zijne verontschuldigingen aan te bieden. Dit voorval, zooals men wel denkt, brengt ;enen grooten indruk teweeg te Luik. De Barbaren in de Kempen. Verledene week zijn de Barbaren wederom n onzereedszoo beproefde Kempen verschenen. re Boortmeerbeek lichtten zij drie vrouwen op, lie zij schandelijk beleedigden. Op eene uitge-itrektheid van 13 kiiometerzag men ailes ver-woest. De bewoners die niet gevlucht waren werden door de duitschers gevankelijk medege-roerd.Donderdagmorgen kwamen te Heydelooy, ten M/2 's morgens, 7 uhlanen aan, die de spoor-wegwissels vernielden. Drie der ingezetenen verden gevankelijk medegevoerd. Eene duitsche patrouille vernielde te Heyst- îospes te doen ophouden ; dat zijn uwe :aken niet. Draag zorg voor het paard, en :ie of het mogelijk is den meester eten te jeven. — Geheel het huis is ten uwen dienste, :ei de herbergier. Maar gaat gij hier den laeht niet overbrengen ? — Neen, antwoordde Georges. 1k hoopte len snelwagen in te halen, die van Port-nouth naar Londen rijdt. Is hij reeds voor- Dij ? — Oh ! mijnheer, hij is u ten minste drie jren vooruit. Georges maakte eene beweging van te-eurstelling.— Uwe Heersehap komt dan uit het Soorden niet ? vroeg de herbergier. — Aangezien gij zoo veel prijs sehijnt te lechten aan het kennen mijner zaken, weet dat ik morgen ochtend stellig te Londen zijn Met. Nu waarsohuw ik u, dat de gemeen-same en onderscheiden vragen mij niet be-vallen.Dus sprekende, knoopte hij het onderste îijns bovenkleeds los, derwijze om een deel îijner matroozen-vest te laten zien. — Het is een zeeman van Portsmouth, misschien een officier, die zich naar Londen begeeft, dacht de herbergier ; aan zijne hoogmoedige en onbeleefde woorden alleen had ik hem herkend. Terwijl hij deze billijke veronderstelling deed, bereidde hij het avondmaal voor den vreemdeling. Aleer Georges zioh aan tafel zette, ging hij naar den stal zien, hoe men Pembroke behandelde ; hij deed het met eenespons neus en beenen wrijven, en zorg-de dat de krib wel bevoorraad was. Dan ging hij den maaltijd eere aan doen, dien hij op-gediend vond in de groote zaal der herberg. Omtrent middernacht bereidde hij zich tôt op-den-Berg gedeeltelijk de statie en sneed de telegraafdraden door. In het postbureel stolen zij 200 frank. 's Namiddags, om 5 uur, keer-den zij terug en namen eenige burgers gevan-gen.Te Koutvenne werden ook eenige burgers gevangen genomen. Tremeloo werd donderdagmorgen door eene compagnie vijandelijke wielrijders aangevallen en in brand gestoken. Niets mocht uit de brandende huizen gered worden ; de boeren moesten hun hoeven in vlammen zien opgaan, terwijl zij erbij stonden. Het is onmogelijk het verschrikkelijk tooneel te beschrijven dat zich in deze rustige gemeente op een paar uren afspeelde. In minder dan geen tijd stonden 2*20 huizen in brand. Enkele bewoners, die nog in de straatgevonden werden, werden meegesleurd in de ricïiting van Sotse-laer, waar de brandstichtingen door de barbaren werden voortgezet. Rotselaer werd insgelijks gedeeltelijk door het vuur vernield. Overal waar men het hoofd wendde, zag men niets anders dan puinhoopen en diepe ellende. Duitsche barbaren, weldra zult ge rekeuing geven over uwe gruweldaden. Moed, belgische martelaren, het uur der afrekening nadert ! Doop den kop gesehoten. Maandag namiddag is een Duitsche soldaat achter de kerk van Waalhem door den kop geschoten. Het was er een zooals men hier zegt, van de « bende van Sempst ». Hij was maandag op een boerenhof gegaan en had er twee kleine kinderen met bajonet-steken vermoord. Hij was op het punt ook de moeder te ver-moordpn, toen de vader opdaagde. Do kerel wilde vlucluen maar werd gevat ; hij bekende en eenige minuten nadien werd bij geblinddoekt en viel hij onder de kogels. Geveehten en aanhoudingen. Te Erembodegem is eene patroelje huzaren door Belgen verrast ; 9 werden gedood en 3 gekwetst. Te Aalst zijn 8 Duitsche soldaten, achtervolgd door 13 gendarmen met eene mitrailleuze, aan-gehouden.DE OORLOGSTAKS. De stad Dendermonde moest eene som be-talen van l.SOO.OOO frank. De eerste 500.000 frank werden in enkele uren door bijzonderen gestort ; eene rijke fa-brikant heeft voor 't overige millioen borg ge- toob-ûn/} EEN EDEL AANBOD De Raad van den Senaat der Hoogeschool van Cambridge heeft aan den gezant van Belgie te Londen een brief gezonden, waarin hij het onderwijzend personeel en de leerlingen der Hoogeschool van Leuven uitnoodigt te Cambridge de onderbroken leergangen voort te zetten. Lokalen zullen ter beschikking worden gesteld voor de Hoogeschool van Leuven en aile techni-sche maatregelen zullen genomen worden. Toen Mgr Mercier aldaar was sprak men hem van dit aanbod en de kardinaal was zeer getroffen door deze edelmoedigheid. War te Tamines gebeurd is 432 inwoners door den kop geschoten. Tamines is eene kleine gemeente van vier tôt vijf duizend zielen en gelegen in de provincie Namen. Afgrijselijke tooneelen zijn daar voor-gevallen en het zal enkel na den oorlog zijn dat men al de baldigheden zal kennen die daar begaan zijn. het vertrek. Het was eene overtrokkene en stikdonkere lucht. De herbergier, wel betaald, geleidde Georges tôt aan de baan met zijnen lantaarn in de hand, en zag hem ver-wijderen terwijl hij hem eene gelukkige reis nariep. Georges ging eenige stonden op stap, in de richtiug van Londen, dan omkeerende, stak hij dwars door het veld, om voorbij de herberg niet te moeten terug keeren, en de 'oaan naar Portsmouth terug nemende, vervolgde hij zijnen weg zoo spoedig als de nacht het hem toeliet. De lucht klaarde op, en de maan verscheen omtrent twee ure des morgends. Georges gaf de spoor, om den draf van Pembroke herop te beuren, die inderdaad zoo veel krachten niet bezat, als zijn meester uit de rijschool voorwendde. Weldra gaf het stellige teekenen van vermoeienis en uitputting, en zelfs bij de eerste dagsche-mering weigerde het volstrekt verder te gaan. — Dat de duivel u haie, ongelukkig ros ! viel Georges wanhopend uit. En dedwazerik, die mij zijn paard zoo hoog prees ! Hoe mij uit dien slag getrokken ? Er viel geen tijd in ijdele klaagtoonen te verliezen. Georges sleeg af, nam Pembroke bij den breidel, en leidde hem in een klein boschje dat zich een weinig ter zijde der baan verhief. Hij ontzadelde en ontbreidelde het, en bond het aan eenen boom vast. Dan deed hij zijne sporen af, wierp ze in een korenveld, en ging te voet voort. Na lang gegaan te hebben, bevond hij zich aan den ingang van een dorp, dat slechts ttog acht of tien uren van Portsmouth verwijderd was. Zelf uitgeput door honger en vermoeienis, trad hij eene herberg binnen, die voor uithangbord « een zilveren valk » droeg, ruw geschilderd op eene blik- Een inwoner der plaats heeft verklaard dat 432 personen door de Duitschers door den kop geschoten werden met mitrailleuzen. Alvorens ze te dooden, hadden de Duitschers drie pries-ters doen komen, om dezen te laten biechten die het verlangden. De oud-burgemeester, de hoer Lecaille, werd gedood met den abt Decocq. Onder de dooden meldt men nog den heer Jozef Goffin en zijn jongstezoontje. De twee dochters van den heer Goffin woonden de slachting van hun vader en broeder bij. Zij zijn verschrikt bij geburen gevlucht.Al dezen die niet aangeduid werden om ge-fusilleerd te worden, werden gelast de dooden en zelfs nog in leven zijnde gekwetsten te be-graven, onder de bedreiging van den revolver. Een inwoner van het dorp de heer S..., was enkel aan het voorhoofd geschonden, door een kogel, terwijl men de mitrailleuzen op de onge-lukkigen deed werken. Hij had de tegenwoor-digheid van geest te deinzen, dat hij dood ne-derviel. Een erg gekwetste gebuur viel op hem en gedurende langen tijd bleef hij met den stervende boven hem liggen, tôt op het oogenblik dat de Duitsche soldaten naderden om de lijken te tellen. Daar de gekwetste op dit oogen-bilk eene lichte beweging maakte, nam een der beulen zijne bijl en sloeg hem den scàedel in. De heer S... hoorde het verschrikkelijk gekraak derverbrijzelde beenderen, doch verroerde niet. Eenige oogenblikken later had hij het groot ge-luk een vrie.nd te zien naderen, die hem hielp oprichten. Zonder dat de Duitschers dit tooneel gezien hadden, voegde de heer S... zich bij den groep burgers, die de lijken moesten begraven. Op den ganschen weg die loopt van de brug van den spoorweg tôt op het hoogste punt van Falizolles, staat het huis recht bewoond door mevrouw weduwe Seghin en zoon. Daar mevr. Seghin verlegen was, gingzïj in een nabijstaan-den winkel. Zij verschool zich met haar zoon en . drie personen uit den winkel in den kelder en vonden er eene afgrijselijke dood. De lijken werden gansch verkoold gevonden. Het land van Tolstoï huldigt Belgie. Derussische legatie te Antwerpen, deelt het volgend arlikel uWe uit de Novoïe Vremia : a Hun grondgebied tegen overweldiger ver-dedigend, zijn de Belgen verplicht geweesteen buitengewonen maatregel te nemen. Zij hebben de dijken doorgebroken en gansch een arrondissement, waarop het duitsche leger beweging nam, onder water gezet. » Dit volk klein volgens grondgebied, maar groot door zijn zielsadel, betoont eene buiten-gewone zedelijke kracht in zijn strijd tegen een schaamleloozen meineedige. Het bewijst een hooggevoel van heldhaftige zelfsopoffering, dat alleen het roemrijk bezit is van de dappersten onder de dapperen. » Eerstdaags zullen deze nooit geziene be-proevingsdagen eindigen en de dienst, bewe-zen door de Belgen, dit eerelegien van Europa, zal zijnezoozeer verdiende belooning krijgen. » De moedige krijgers, die in de glorie den dood gevonden hebben, zullen onsterfiijk blij-veg in de verhandeling der historié, » De tijden der ridderlijke wapenfeiten zijn niet voorbij, zooals velen het algemeen denken. Ze beginnen nog maar ». De Duitsche verliezen voor Maubeuge Zeker 100.000 lijken ! Londen 20 September. — Aan de « Times » wordt uit Oostende gemeld, dat van drie ver-schillende zijden helzelfde bericht inkomt omtrent de verschrikkelijke verliezen, die de Duitschers voor Maubeuge geleden hebben. Oogge-tuigen schatten hiit aantal onbegraven liggende gesneuvelden op 80,000 tôt 100,000. ken plaat, die boven de deur als een weer-liaan te waggelen hing. Terwijl hij daar een karig ontbijt nam, vroeg hij of er in de streek niet een paard of rijtuig was, om hem naar Portsmouth te voeren. De herbergier bedacht zich, terwijl hij zijne vrouw bezag, die met groot geschreeuw en met behulp van een bezem de kiekens buiten joeg, die in huis waren getrappeld. Eenen oogenblik raadpleegden zij elkander, en de uitslag hunner beraad-slaging was, dat er in twee uren in den omtrek niemand anders was dan de oude Tom, in staat om den vreemdeling met zijne kar naar Portsmouth over te brengen. — Welnu, zei Georges, haalt mij den ouden Tom. Er ontstond eene r.ieuwe beraadslaging tusschen man en vrouw, om te weten wie Tom halen zou. Elkeen wendde dringende bezigheden voor, die hem moesten 't huis houden. Eindelijk deed de man onder voor het geschieew zijner waarde wederhelft, en hij vertrok met gemeten stap en met eene wanhopende onverschilligheid. Een uur naderhand kwamen de herbergier, Tom en de kar, in gezelschap van het paard, aan de deur van de « Zilveren Valk. » De oude Tom, in weerwil van zijnen bijnaam, was een dikke boer, nog jeugdig en van een goed voorkomen. Ongelukkig kon men denzelfden lof niet aan kar en paard toezwaaien, wier aanblik ontmoedigde. Tom vroeg een goudstuk om den vreemdeling te voeren, en Georges bedong dien prijs slechts den noodigen tijd om geenen argwaan op te wekken. Tom vroeg, daar-bo'ven, dat eene groote kalabas, die hij noodig had geoordeeld met zich te nemen, ten koste van den vreemdeling met gin zou gevuld worden. Alleen dan ontwaarde Beschietîng derhoofdkerk van Reims. Dit kunstgewrocht, der XIII' eeuw, waar-aan men 250 jaar gewerkt heeft, is slechts een puinhoop meer. De vlammen hebben ailes ver-woest.Gansehe straten in brand. De brand brak uit zaterdagnamiddag tusschen vier en vijf uur. Gansch den dag door viel een regen van obussen op de stad neer. Van 's morgens tôt 's avo.ids vielen er teu minste vijf honderd. Gansch een kwartier der stad werd door den brand vernietigd en gansehe straten werden omzeggens uitgebrand. De beschietingr der hoofdkerk. De hoofdkerk was sedert donderdagvl. in een gasthuis voor gekwetste duitsche soldaten ver-anderd. Daardoor meenda men dank aan het vaandel van het Roode Kruis, dat de hoofdkerk zou gespaard worden. Maar zaterdagmorgen werden duitsche kanonnen op den heuvel van Nogent-l'Abbesse, op ongeveer zeven kilometer van Reims, geplaatst. Den eenen obus na den anderen drongen in het metselwerk. De muren, die reeds eeuwen bestonden, vielen langs de verlaten straten met een iiselijk gedruis. De brand I Om 4,40 ure vatte de borstweering langs den Oostkant vuur. In weinig tijds stond ailes in vlam. Slukken brandend hout vielen op het dak, uit eikenhout vervaardigd, dat weldra gansch in brand stond. Stukken brandend beeld-houwwerk stortten in de kerk waar de Duitschers, tijdens het beleg der stad, stroo gelegd hadden, ten einde de hoofdkerk in een gasthuis te veranderen. Oogenblikkelijk nam dit stroo vuur en deelde de vlamman aan de biechtstoelen en altaren, die weldra gansch opgebraud waren. Fransche geneesheeren redden Duitsche gekwetste soldaten. Ongeveer twintig duitsche gekwetste soldaten, welke sedert donderdag in de hoofdkerk waren, zouden zekerlijk levend verbrand zijn, hadden verscheidene fransche geneesheeren, geholpen door eenige ziekendieners, ze niet een voor een door eene zijdeur buitengedragen opgevaar van zelf in de vlammen om te komen. * * * De kathedraal van Reims, een der schoonste gebouwen van de wereld, het pronkjuweel onder al de schatten van gothischen bouwtrant, is 150 meters lang op 51 breed en 37 hoog en haar beroemd portaal, met zijne twee overheer-lijke rosacen, heeft op aile minnaars van kunst-schoon een onvergetelijken indruk gemaakt. De twee 83 meters hooge torens, het ruime schip, de wunderschoone geschilderde ramen, het hoog verheven beeldwerk van Nicolas Poussin, de doopvont waarvan de kuip diende voor den doop van Clovis, kortom het gansch gebouw vormde een geheel van onvergelijkbare schoon-heid.Gewijd aan O.-L.-Vr., werd met den bouw begonnen in 1211 door den aartsbisschop Albéric de Humbert en de bouwvoleindigd in de XVe eeuw. Met de kathedraal van Reims, door de Hunnen der XXe eeuw neergeschoten verdwijnt niet alleen het prachtigste exemplaar der onder de regeering van Filip August begonnen kathe-dralen ; maar ook een gebouw wiens geschiede-nis onafscheidbaar aan de geschiedenis van Frankrijk zelf was verbonden. Het is in de kathedraal van Reims dat op 17 Juli 1429 Karel Vil koning van Frankrijk werd gezalfd in tegenwoordigheid van Jeanne d'Arc, de bevrijdster van het vaderland. Georges dat de goede man reeds drie kwart dronken was. De oude Tom was een der verschrikke-lijkste babbelaars die ooit in Engeland het daglicht zagen, en had al de moeite der wereld om hem aan het genoegen eener levendige en gemeenzame woordenwisse-ling met de menschen uit de herberg te onttrekken, en zich op weg te begeven. Men vertrok eindelijk ; Tom wachtte niet, Georges de moeielijkst te beantwoorden vragen toe te sturen. Hij vroeg hem van waar hij kwam hoe zijn naam was, en wat hij naar Portsmouth doen ging. Georges, die er zich aan verwachtte, had zijne antwoorden be-reid. Tom scheen voldaan over deze uitleg-gingen, want hij begon eenige liederen te fluiten, die hij met eene bevalllige hoofd-beweging vergezelde. Na eenige oogenblikken hoorde Georges, die in een hoekje te overweg^n zat, het gefluit niet meer ; op die muziek was er een doffer geluid gevolgd, dat zeker niet heel geruststellend voor de reis was. De ongelukkige sliep, dat hij ronkte, en het paard ging in onbedwongen vrijheid voort. Georges schudde den ouden Tom wakker, die verdwaalde blikken rond zich stuurde. — De duivel haie mijn lijf, zei hij, indien ik sliep ! ik dacht aan eene rekenitig van Dirk, mijnen pachter, en ik heb de gewoon-te de oogen te sluiten als ik reken. En om te bewijzen dat hij voor goed waker was, vroeg hij aan Georges of hij dacht lang te Portsmouth te verblijven, of hij getrouwd was, en kinderen had. Vervolgens floot hij zijn dans-aria voort. Zoo verliepen de eerste uren. Tom floot, sliep en ontwaakte, om wederom in te slapen. Woudt Voortgezet.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.

Er is geen OCR tekst voor deze krant.
Dit item is een uitgave in de reeks De Scheldegalm: gazette van Audenaerde behorende tot de categorie Katholieke pers. Uitgegeven in Oudenaarde van 1858 tot 1914.

Bekijk alle items in deze reeks >>

Toevoegen aan collectie

Locatie

Onderwerpen

Periodes