De Scheldegalm: gazette van Audenaerde

1239 0
close

Waarom wilt u dit item rapporteren?

Opmerkingen

Verzenden
s.n. 1914, 08 Maart. De Scheldegalm: gazette van Audenaerde. Geraadpleegd op 12 november 2019, op https://nieuwsvandegrooteoorlog.hetarchief.be/nl/pid/fq9q23sd25/
Toon tekst

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.

—MMB—Wne—aga—fc—a—— Afr 39.*7fi. Zondag 8 Maart 1914. 56e Jaar. DE SCHELDEGALM GAZETTE VAN AUDENAARDE IIET BLAD VERSCHIJNT WEKELIJKS DEN ZATERDAG. — Men sehrijft in bij de Uitgevers BEVERNAEGE GEBROEDERS, Krekelput, 15, en in aile POSTKANTOREN. — De prijs der inschrijving per jaar, vooraf betaalbaar is voor BELG1E 3 fr. 75 ; voor FRANKRIJK en aile BUITENLANDEN 7 fr. 50; voor AUDENAARDE 3 fr.—Alleartikelen en mededeelingen betreffende de redactie moeten vrachtvrij toegezonden worden. MenisverzochtdeAnnoncen den VR1JDAG middag te laten geworden:deprijsis 20c. per regel. Reelamen en rechterlijke aankondigingen 50 centimen per drukregel. — De inschrijvers die hun blad niet wekelijks en op behoo-renden tijd per post ontvangen, worden vriendelijk verzocht ons er seftens kennis van te geven. Cm dit te voorkomen is ook het beste middel het abonnement in het postbureel of aan den briefdrager te vragen, aan wie men niet meer dan de geinelde prijztn moet betalen. Aile toegezondene of terhandgesteide geschrifteD die wij in ous blad niet kuimen opnemen worden uiet teruggegeven. AUSTRALIE AUb I KALIE r»_ t..:j i± lm mm ue 4.UIU/JUUUUUIU muwsun. Uit Adelaïde, waar de Zuidpool-Expedit Mawson is toegekomen, worden daarover dr: înatisehe bijzonderheden mcdegedeeld. Ziehier wat Dr Mawson zelf verhaalt : — Ik gingop weg, vergezeld van luitenai Ninnis en Dr Mertz. Wij beschikten over 1 Groenlandsche honden en eene vracht van 170 pond Op 14 december 1912 hadden wij 68° 1 breedteZuid bereikt, en 151° 35 lengte en 31 mijlen afgelegd. Wij bevonden ons op eer ijsvlakte van 9000 voet hoogie. Mertz, va sneeuwschaatsen voorzien, was met de eers: slede een vierde mijl vooruit. Ikzelf volgde m< de andere, evenals mijn ongelukkige gezi Ninnis. Plots kwamen wij voor eene gapende splee waarover Mertz was geraakt. Mij op eeniç stappen van de slede bevindend, had ik tijd ti mijn gezel te roepen dat hij zou oppassen. 1 geraakte erover, keerde mij om en zag noc Ninnis noch slede. Radeloos riep ik op Mert: welke terugkeerde. Te vergeefs hebben wij in de ijselijke diepi naar het lijk van onzen ongelukkigen kameraa gezocht. Wij bemerkten enkel een der hondei die zich met een poot aan een uitsprong hiel vastgeklampt en luide huilde. Onze dappere reisgenoot was met het grootsl gedeelte der levensmiddelen verdwenen. Na een oponthoud van 9 uren, trokken w terug. Wij hadden nog enkel levensmiddele voor een tiental dagen. Wat aangaat het hon deneten, dat was uitgepnt. Daarbij ijselijkweet Wij besloten onze rantsoenen op het mini mum vast te stellen en onze honden te doode om ze te verslinden. Op 1 januari 1913 waren wij nog op 101 mijlen van ons vertrekpunt, doch mijn kame raad zagik dag aan dag zwakkerworden. Onz reis werd moeilijker en op een dag legden wi slechts eenige mijlen wegs af. Eindelijk, in den nacht van 7 op 8 januar 1913, stierf mijn makker Mertz en ik was alleei op de ijsvlakte, alleen met eenige uitgeputt honden. De volgende maand was voor mij ontzettend Ik verkies er niet aan te denken. Een striji tusschen leven en dood, door geen pen te be schrijven. Mij ne krachten namen af en her haalde malen gleed ik uit in spleten en diepten Ten toppunt van ramp had ik tegen ontzettend sneeuwstormen te strijden. Ik verloor haren ei nagels. Eindelijk ontdekte ik eene bergplaat: van levensmiddelen, zonder twijfel door eei opsporingsploeg nagelaten. Dit was mijne red ding en ik kwam bebouden ter plaats, waar d andere leden van den tocht hadden overwinteri Doch een wreede ontgoocheling wachtte mi daar. Het schip, dat mij naar het vaderlam moest terugbrengen, had sinds een uur lie anker gelicht. De « Aurore » welke uit Tasmanie Mawsoi naar deZuidpoolhad gebracht, wasopS februa ri vertrokken, doch had 6 man achtergelaten gelast Mawson op te zoeken. Dadelijk werd eer radiotelegram uitgezonden naar het schip, me verzoek terug te keeren, ten gevolge van het or kaan en Mawson was met zijne gezellen ver uordeeld nog een jaar in de poolstreken ti blijven. In december laatst keerde de « Aurore » ui Tasmanie naar Mawson terugen trof dezen aan Thans, op 26 februari 1914, is hij in Australii triomfantelijk toegekomen. Op 2 december 1911 had het schip «Aurorei Tasmanie verlaten. Het doel der Zuidpoolver kenners was de nog betrekkelijk weinig beken-de streken, tusschen Zuid-Victorialand enkeize: Wilhelm II-land gelegen, af te reizen. Zooals men hooger vernam, verliet Mawsoi met den luitenant Ninnis, der Royal Fuzeliers en Dr Mertz zijn winterkwartier om zijne on ;en verder door te drijven. -V I I I—» IX \ / I— i u r\r\ t c. Een nota der mogendheden. — De mogend heden hebben aan de regeeringen te Constan- tinopel en te Athenen eene nota overhandig( aangaande de uiterste grenzen van Albanie e de eilanden der Egeïsche zee. Op deze punte bestaat er een volkomen akkoord tusschen d ie groote mogendheden. i- De mogendheden hebben besloten dat Grie kenland al de eilanden, die het in de Egeïsch Zee bezet heeft, zal behouden, uitgenomen d ît eilanden Tenedos, Embros en Caïtsllorizo. E 6 zal aan de grieksche regeering een voldoende: 0 waarborg gevraagd worden, opdat zij de liaa toegekende eilanden niet met een krijgsdoel ge 3 bruiken zou ; de grieksche regeering zal oo 1 de rechten der musulmansche minderhedei e moeten eerbiedigen. Om in 't bezit der eilandei n gesteld te worden, zal Griekenland eerst lie ;e grondgebied moeten ontruimen dat aan Alba :t nie toegekend is. De ontruiming zal langs Go il ritza beginnen en den 31 meert moeten geëin digd zijn. :, Ziehier het antwoord der regeering op d ;e nota der mogendheden : >t « De grootvizier, minister van buitenlandsch k zaken, verklaart ontvangen te hebben de geza h menlijke nota van 14 dezer, onderteekend doo de gezanten van Oostenrijk, Italie en Engelani en de zaakgelastigden van Frankrijk, Duitsch e land en Rusland. d « De Turksche regeering, die aan Europ i, had overgelaten te beslissen over het lot de d eilanden, heeft herhaaldelijk de redenen doei kennen, die er voor pleitten, dat de eilandei e aan de monding der Dardanellen en nabij di kustvan Klein Azie in 't bezit van Turkye blijven j De keizerlijke regeering had gehoopt dat di :i mogendheden aan de zaak eene oplossing zou - den geven, overeenstemmend met de ware be langen der-parrijen. « Zij stelt met leedwezen vast dat de ze: i groote mogendheden zich om delevensbelangei van Turkye niet bekommerd en aan het vraag 3 stuk eene oplossing gegeven hebben, die grooti - moeilijkheden zal doen ontstaan. e « De keizerlijke regeering, hare plichten er j de weldaden van den vrede inziende, akti nemend van het besluit der mogendheden, be i treffende de eilanden Embros, Tenedos er î Castellorizo, zal trachten de rechtmatige ver 3 wezenlijking harer vragen te verzekeren. » De buitenlandsche bladen oordeelen dat he antwoord van Turkye aan de mogendheder 1 buitengewoon dubbelzinnig en maar eene be-perkto protestatie is, en dat de gedachten var weerwraak der Jong Turken slechts verdaagc 'erden. 1 , 9 11 -T* O * I I 1 /•„ f-, I l—- ' ' ' 1 I C7VJI < •— 1 S !_V . Vijf werklieden door een trein vermorzeld j Een sneltrein heeft zaterdag morgend, nabij de stalievan Maagdenburg-Nieuwslad, vijf spoor i wegarbeiders vermorzeld. Vier werden op den I slag gedood. De vijfde is aan ziine wonder j overleden. [ — Twee vrouwen gedood — Een gruwelijke t misdaad heeft de opschudding in de streek rond Potsdara verspreid. Twee vrouwen van ! het dorp Novares, de 40 jarige Amelia Witt, en . de 28 jarige Paulina Schwark, waren zaterdag avond in het bosch gegaan om daar hout te [ sprokkelen, doch zij keerden niet terug. Bij t dagopkomst, ongerust en door akelige voorge-. voelens aangegrepen, gingen talrijke personen op zoek naar de vrouwen. Lang bleven hunne , opzoekingen zonder eenigen uitslag, tôt men eindelijk aan eene plaats, niet verre van hel [ « Duivelsmeer », het lijk van vrouw Schwark ontdekte. De ongelukkige was geweldig aan den , hais gestoken. De ongelukkige moet hevig tegen haar aan-rander hebben geworsteld. Vijf'.ig meters verder lag het lijk van vrouw Witt, welke met een stok werd doodgeslagen. Het onderzoek wees uit, dat op beide vrouwen, na den doodslag, een schandelijke aan-, slag werd gepleegd. Van den dader dier rnoor- den bezit men geen spoor. '. — Wreede dood van een gemaskerd man. — Bij het vastenavondfeest te Iserlohn, had de arbeider Jolk zich als stroopop verkleed en was zoo de straat opgegaan. Ondeugende knapen staken hem in brand en de man liep zulke ge-vaarlijke wonden op, dat hij na enkele uren 1 bezweken is. FRANKRIJK c nni^on mon g L V_/ U A -LVX r JL Lj Een diefstal, meer dan 1 millioen frank be oo pend, werd zaterdag morgend gepleegd i: e een postwagen, welke den vervoerdienst de e poststukken verzekert tusschen de statien va; i j.vuucï e uijxuuuz/iicutu. r Zaterdag morgend, rond 8 u. 10, kwam d auto 2070 G. van den dienst der postdepechen i langzaam uit de rue de Provence in de ru i Cauchat gereden en hield stil voor de Banqu i de l'Union Parisienne. De facteur stapte af t opende langs achteren de deur, nam den za! met aangeteekende brieven en waarden voo dit bankhuis bestemd, en droeghem het gebouv binnen. Middelerwijl nam de geleider van de aufc l den zak, bestemd voor de Banque de Bordeaux een vijftiental stappen verder gelegen en droej 3 hem naar deze inrichting. Hij deed zulks om - dat zij reeds wat vertraging onder weg hadden r Hij kwam een paar seconden later weder ei 1 werd weldra door den facteur vervoegd. Juis toen zij gingen voortrijden, zegde de postbe diende, dat hij eerst den zak, voor de Beur, bestemd, nemen ging. Toen hij de deur opende, bemerkte hij da verscheidene zakken dooreen waren geworpei en dat de zak der Beurs verdwenen was. El niemand in de buurt had iets buitengewoon; gezien. Men veronderstelt dat de zak gestolen wer< langs door het deurtje, achter den rug de: zitplaats van den geleider geplaatst, en da enkel met een toegeschoven grendel dicht was Onmiddellijk werd klacht ingediend De aanhevolen paketten. die den zak bevatte waren bestemd voor wisselagenten en bankiers Den eenen dag bevatten zij veel bankbriefjes den anderen dag waarden en ook soms wel voo; een derde waardelooze papieren. Het eerste ge rucht was, dat de zak thans meer dan e°n mil lioen inhield. Doch zondag werd er beweerd, dat de diever zelf bestolen werden : de huit zou waardelooi zijn, maar onder den ontvreemden zak, bevone er zich eene die ruim aan een millioen franl waarden inhield. De gestolen zak bevatte voor den verkoo[ ongeldig verklaarde rentetitels en checks man daten, die geen belangrijke soin vertegenwoor digen. De politie volgde zaterdag avond eer belangrijk spoor. Uit het ingesteld onderzoek blijkt dat de beide postbedienden niets te maken hebben me : de diefte. Het onderzoek wordt ieverig voorlgezet. — Aaneen gegroeide kiuderen geccheiden. — Dokter Filatre, van Parijs, heeft woensdas morgend door eene gevaarlijke operatie. der aaneen gegroeiden tweeling Suzanne en Madeleine, oud 3 maanden, gescheiden. De kinderei; waren verbonden langs den buik. Beiden ver-keeren in de beste gezondheid. i Schrikkehjke koolmijnramp t n /,«J /"* «m#. i Dinsdag morgend werd te Streppy-Bracqueg t nies, bliksemsnel het gerueht verspreid da ; eene schrikkelijke ramp zich maandag avond i; i de put van « Thieu » had voorgedaan. He scheelde maarweinigof honderden mijnwerker . schoten er het leven bij in. Thans beloopt he nrotnl olinl.lnffo,.- " ........ ri _ I mi ■ l/o riuuu/icjii Ullll JL niCU/. De koolmijn van Strepy-Bracquegnies levert deze eigenaardigheid op dat de kolenlaag be-dektis met eene laag grond, ongeveer 200 m. dik. Al het water wordt door dezen grond weer-houden, zoodanig dat de bodem der mijn gansch droog is en men het niet eens noodig geacht heeft eene pomp in te richten. Doch de vaart van het center loopt boven de galerijen hetgeen een proces-verbaal verwekt heeft tusschen den Staat en de koolmijnmaatschappij, die eene schadevergoeding van verscheidene millioenen frank vraagt. De werklieden waren maandag avond, ron 7 1/2 ure, in eene galerij aan den arbeid en be statigden er dat het houtwerk dat zij plaatste 1 hier en daar op onrustwekkende wijze inzakte r Zulks kwam hun natuurlijk zonderling voor e 1 onmiddellijk verwittigden zij den ingenieur, di toesnelde en op een afstand van 600 meters va den put het gevaarvol verschijnscl waarnam. I 3 de nabijheid van de galerij bevond zich ee > waterput. Zou deze eenigszins bijgedragen heb 3 ben tôt deze inzakkingen of ze heel eenvoudi ^ U..UI "> Ir\~,oht I T//,,/»/,# l r De ingenieur M. Manche was op het pun i zulks te onderzoeken toen opeens een gerucli gelijk aan drt van een kanon, zich liet hooren ) Dp hetzelfde oogenblik bestatigde men dat een groote opening ontstaan was in een der wande: ; en eene groote hoeveelheid water in de galeri - stroomde. Eene groote, onbeschrijtlijke angs maakte zich ineester van do mijuwerkers, di i als waanzinnig naar den ophaalbak liepen, ter t wijl hun geroep « Vlucht ! Vlucht ! » akelij . door de galerijen dreunde en als een donder ; slag de overige werklieden in de ooren klonk Deze sprongen op en al wie kon vluchtte ZO' De noodbel werkt niet Weldra stonden de werklieden letterlijk op ' eengedrongen in de ophaalbakken. Elkeen wil ■ de er in plaats nemen en zij die bemerkten da het stoffelijk onmogehjk ging zijn erin te stap j pen, aarzelden niet er boven op te klauteren Toen men dan de noodbel wilde doen weer klinken, bestatigde men dat de koord overge sleten was. De wanhoop maakte zich mcesie 1 van de ongelukkigen. In de galerij hoorden zi het watergeklots. Zij zagen het koinen aange \ stroomd, voelden hunne voeten nat worden ei het weldra tôt aan hunne borst stijgen. Gingei zij dan veroordeeld zijn om te verdrinken, o| het oogenblik dat zij den reddingsbak bereik hadden ? Zoo hard zij konden riepen zij on | huip, in de hoop dat hunne kreten tôt den ma ' P.hinist. 7f»nHpn ftnnr<lrinrmn dûforl t En zij hadden zich niet bedrogen. De machi i nist hoorde een gegons in den put en onmid dellijk kwam in hem het voorgevoel op dat e: wel een ongeluk kon plaats geliad hebben. Hi aarzelde niet langer en haalde op goed valli 't uit den eerste bak op. Nausvelijks bevondei ; de mannen die erin stonden, zich aan het dag - licht, of zij riepen den machinist toe dat di mijn onder water stond. Deze verloor zijni koelbloedigheid van geest niet en haalde zoi snel hij maar kon al de bakken op om ze, zoi noodig, onmiddellijk terug af te laten. Al di mannen, die erin zaten waren gered. De laats opgetrokkenen hadden water gehad tôt aan di IVenen vp.rmixtp.ii De naamafroeping der geredden geschieddi en weldra bestatigde men dat negen koolputten ontbraken. Vier hunner werkten in de galeri waar de opening ontstond en werden door he water verrast ; vijf ànderen waren in de gâte rijen, ver van den put aan den arbeid en moe ten den tijd niet meer gehad hebben om t( vlucbten. Daar de galerijen zich thans gehee onder water bevinden, heeft men geen hooj mp.p.r hlin nnrr IpVPnH tppncr ta u\r\Anr> /)/> ftn'Vr.rtn If slow m*rtmtm Tôt nu toe heeft men nog niet kunnen vast stellen welke de oorzaak geweest is der ramp Is het de put die naast de galerij gelegen is ' Of zou het niet eerst moeten toegeschrever worden aan de doorzeipelingen der vaart var het center? Ailes is mogelijk en beideveronder Rf.p.llinxrp.n tpllpn tplpiibp nt>i'tiinrorwra»>e 1 v— r Je?— Gelijk wij reeds gezegd hebben bezit d( koolmijn van het center geene pomp om he water uit te pompen, zoodat men verplicht i: een ar.der stelsel te gebruiken. Men laat groote bakken in den put en haalt zoo het water op Deze uitputtingswijze levert goeden uitslag op want op twee uren tijd was het pijl van he [j water 15 meters gezakt. Zulks laat toe te ver _ onderstellen dat de bovenste galerijen gespaar n zijn gebleven. Als het zoo voortgaat, hoopt me: dat het water binnen kortzal uitgeput zijn. He j zal in aile geval eene maand aanloopen eer mei e er zal kunnen aan denken de opsporingen naa de liiken te beainnen. Wat een inaenieur zeat. 1 Een ingenieur der mijnen denkt dat de aard laag, waarin het ongeluk zich voordeed, noga ? veel water moet bevatten. Op de plaats waa men zich met de galerij bevond, moet de grom dan ook zeer moerasachtig zijn. Een met wate t gevulde holte moet gesprongen zijn en de miji t overstroomd hebben. Deze holte zou goed kun nen gesprongen zijn door eene grondverschui 3 ving Wat nog meer bijzet tôt de gegrondheii j dezer veronderstelling is dat een gebouw, nabi ; de vaart gelegen, dreigt in te storten. De vaar l zou voor niets in de ramp betrokken zijn denk IJseliike dnnd. ; Toen het water dat stukken hout meevoerde - in de galerijen drong, werden verscheiden personen er door gekwetst. Een hunner, Van 3 den Bossche genaamd, werd door een balk eei been gebroken en stortte neer. De ploegbaa Marotte nam hem op en trok hem mee naar dei ingang. Doch de gekwetste leed verschrikkelijl en terwijl het water maar immer steeg, haï ' Marotte aile moeite om zijn gezel mede te trek "ken. Toen hij echter water had tôt aan den hal, zag hij zich met den dood in de ziel verplich zijn gezel aan zijn droevig lot over te laten. l/erslag over het Muziek-conservatorium van Audenaard< i i Derde tijdstip 1878-1881. > In zitting van den 31 December 1877, ver ' nieuwde de gemeenteraad geheel debestuurlijk 1 Commissie van het Conservatorium. Zij wer< ■ samengesteld als volgt : MM. August De Vos, burgemeester, voorzit ter ; Paul Raepsaet, secretaris ; Léon Grau schatbewaarder ; Edmond Grau, Karel Ragé Victor Vandermeersch, Arcadius Verwee, leden Deze laatste overleed den 9 April 1879. Di : gemeenteraad, in zitting van 10 Mei 1879, ver , ving hem door M. Lodewyk Van Lancker [ muzikant-kunstenaar. Het mandaat van al dii heeren —3 jaar — eindigde den 1 Januari 1881 , Het onderwijzend personeel onderging eei [ smartelijk verlies door 'tafsterven van M.Cam j De Hovre, let>raar van piano : hij stierf dei ! 7 Januari 1879. Den 10 Mei daaropvolgendi , verving de Raad hem door M. Rich. De Vrieze j orgelist van Sinte Walburga. Op dien oogenblik bestond het onderwijzene personeel uit de heeren : Lemaitre (solfège, ophycleïde, tuba, enz.) Fischer (solfège, trompet, hoorn, enz.) ' De Vos E. (klarinet en fluit). ' Note (viool.) De Vriese (piano). Bij besluit van 18 October 1880, stichtte d( gemeenteraad een stadsmuziek, met het geluk-| kigste uitwerksel voor het Conservatorium. D< J leerlingen hadden menigvuldige oefeninger onder het geleide en de bewaking van hunni leeraars. Bedoeld besluit luidde als volgt : « De Gemeenteraad dér stad Audenaarde ; « Gezien zijn besluit van 14 October 1841 waardoor de toelage aan het Muziekconservato-rium vergund. ondergeschikt is aan het reeh om van het Harmoniekorps dezer instellin^ , naar willekeur te beschikken. « Gezien de beraadslaging der Commissie van 't Muziekconservatorium in dato 3 N'ovem-ber 1847, waarbij in dit besluit stellig word toegestemd ; : « Gezien 't nieuw règlement derzelfde Com-; missievastgesteld ter zittingvan 1 Augusti 184; i en goedgekeurd door den Gemeenteraad tei zitting van 16 0ogst daaropvolgende ; « Herzien zijn besluit van 20 December 187S .en do voorafgaande beweegredenen ; stelt vast :t « Art. 1. — Een stedelijk muziekkorps is - ingesteld en zal dagteekenenvanlJauuari 1881. 1 « Hetzelfde zal bestaan uit tweeverschillende i afdeelingen : t 1° Eene Harmonie of Fanfarenafdeeling ; i 2° Eene Symphonieafdeeling. r « Akt. 2.— Zullen van dit korps deelmaken : t° Verplichtend, de leeraars en leerlingen van het Muziekconservatorium. 2° Ten keuze, mits eene schriftelijke verbin-| tenis voor 3 jaren, de liefhebbers die daartoe | de vraag doen, en, na onderzoek, bekwaam J zullen geoordeeld worden. | Art. 3.—Eene bijzondere Commissie, samengesteld uit 5 leden, gekozen door den Gemeen-1 teraad voor 3 jaar, te rekenen van 1 Januari 1881, zal met het bestuur van dit korps gelast • zijn. } « Art. 4. — De twee muzikale afdeelingen ) zullen bestuurd worden, elkdoor eenen verschil-1 lenden hoofdman, of beiden te zamen door ' eenen enkelen hoofdman, door den Gemeenteraad te benoemen op voorstel der besturende Commissie, insgelijks voor 3 jaar, te rekenen , van 1 Januari 1881. 3 (Volgt 't overige vanhetinwendig règlement.) Werden benoemd als besluurders der twee i nieuwe muzikale inslellingen : ; Harmonie : M. Van Lancker Lodewyk. i Symphonie : M. Lemaitre. t Als onderbestuurder van beide sectien : 1 M. Karel Ragé. * * i * t In zitting van 31 December 1881, in over-eenkomst mert de bestaande verordening, ging men over tôt de drijjaarlij ksche vernieuwingvan het Bestuur der muziekschool. Ten gevolge der ontslagen, ingediend door de heeren Edmond en Léon Grau, werd de Commissie samengesteld als volgt : Voorzitter : MM. Verhoost, Burgemeester. Leden : Ragé Karel. Sa by Jules. Vandermeersch Victor. ' Vanderstichelen Lodewijk. Van Lancker Lodewijk. Secrelaris-Schatbewaarder : Raepsaet Paul. Vierde tijdstip 1882. i In 1882 had er in ons stedelijk conservato-- rium een gansche ommekeer plaats. Den 2 October, in zitting van den gemeente-: raad, gaf de lieer Schepen Raepsaet, secretaris der muziekschool, voorlezing van een verslag, i gezonden door den vei'beteringsraad van het onderricht der muziek, voorgezeten door den i heer Gevaert, ingesteld bij koninklijk besluit i van 27 januari 1881. Ziehier in welke voorwaarden de Staat tus-schenkwam in de conservatoriums van 't land. 1 De geldelijke tusschenkomst van den Staat — zoo zegt gemeld verslag— in de jaarlijksche uitgaven van de muziekscholen, door de ge-meenten en provincien ingericht, is aan do volgende voorwaarden onderworpen : 1 — Degoedkeuring deronderwijsprogram-mas, der verordeningen, der begrootingen en i der rekeningen. 2. — Het toezicht. ! 3. — De deelneming, indien het pas geeft, aan de priiskampen. : De muziekscholen, naar het belang der ge-meenten, worden in vier reeks ingedeeld. Audenaarde komtin de eerste, als hoofdplaats van het arrondissement en ziehier, op zijn minst genomen. de voorwaarden, om de staatstoelagen te ontvangen. ; 1. — Onderricht der gezongen solfège en ; muziektheorie voor de twee geslachten : a) Laagste afdeeling : ten minste zes uren in ; de week. b) Hoogste afdeeling : ten minste zes uren in ; de week. 2. — Onderricht van den zang voor koren fgemengde stemmen), ten minste tweemaal : wekelijks. 3. — Een klavierleergang : ten minste zes uren in de week. i 4. — Een leergang voor viool en alto, door een bijzonderen leeraar gegeven. Eiland-Prinses jl. jl 'i'a<3gE>e» (25e Vervolg.) Bij den krachtigen wind maakte zij < goede vaart, maar — o wanhopige aanbl — zij koerste rechts van 't eiland af. Binr een uur zou zij verdwenen zijn. Ik smeet den kijker neer. Eulalie kw aangeloopen. — Daar ! daar ! riep ik, drittig wijzeni O, mijn God, dat ik niet de voorzorg 1 genomen van brandstof gereed te houe tôt het maken van rook ! Om echter eene laatste kans nog te 1 proeven, liep ik heen, sleepte met hulp \ Eulalie nog een hoop vezels en takken den heuvel, en stak den brand er in. M; onder die bedrijven was de brik reeds kleinergeworden, en tegen dat de rook gc opsteeg bespeurden wij van de zeilen r slechts een schier onmerkbaar wit stip dat wegsmolt in de blauwe verte. Mijn hart lag in mij als een steen. Ik w dat de kans verkeken was — voor maandi misschien voor jaren. Ik was verstomd \ wanhoop, en ik stond nog als een onnooz naar dit witte stipje te staren, terwijl wind het knetterende vuur i aas.t mij a; blies en de rook in een langen sieur doelk zeewaarts dreef. Eensklaps riep Eulalie, wier gezicht bt tengewoon scherp was : — Loopt daar niet een man? 1k greep den kijker, bracht hem in door haar aangewezen richting, maar z ^ niets dan booinen, en ook waar het la open lag geen spoor van een mensch. — Een man ? riep ik. Zijt ge zeker c het een man was? — Er bewoog zich iets, dat geleek op e man, zegde zij. Maar, liet zij er volgen nu zie ik het ook niet meer — het is we ;en — Ge zoudt op dien afstand een man n ik? kunnen zien, meende ik ; want de plaats c en zij aanwees, lag tusschen twee en drie m len ver. lm Evenwel, de bloote gedachte, dat er e man op het eiland kon wezen, maakte r le- onrustig; want indien er een was dan ko eb den er meer zijn. En welk slagvan mann en konden dat wezen? Welk schip had lien a wal gezet, en met welk doel ? En waare 'e" was het schip weggezeild en had hen achti an gelaten? op iar 1k bleef mijn kijker vestigen op de do 'al mijne vrouw aangeduide plaats — een tij l0',j lang vruchteloos; maar eensklaps vertoon 0„ zich in de lens de figuur van een man, c ;e uit een bossche kwam aan den voet van d ' ' vulkaan. Eulalie was nu in huis gegaan. ist Mijn adem ging snel. 1k kon slechts e in, man bespeuren. Geen andere vertoondezic an Hij droeg over den schouder een musket ele in de hand een bundel, en hij naderde lar de zaam, blijkbaar zijne schreden richtendem in- den rook dien ik had gemaakt. Eindelij ios aan den rand van de klippen gekomen,oiiÊ veer eene miil nog van de kreek. zette ' i- zich te rusten in de schaduw van een groep kokospalmen. Wat mij bevreemdde en verontrustte, w: le dat de man gewapend was ; en dit deed rr tg ook nog ijverig uitspieden naar anderei id Maar hij was blijkbaar alleen ; en daar 1 bleef zitten, ging ik in het huis, om mij at wapenenmet een stevigen inlandschen knu pel, waarmede ik bij gebrek aan schietg' 3ii weer mijzelftegenovereenlastigenindringi — wel opgewassen voelde. g. Ik zegde tôt Eulalie dat ik den man teg et moet ging, en ik begaf mij terstond in zijt ie richting. Toen hij mij zag naderen, stoi: ij- hij op en kwam naar mij toe. Hij groette. — Aoh ! riep hij — wat ben ik blij, d ,n dit eiland bewoond is. De rook deed het ir jj; wel vermoeden. Maar het kon een vuur ve n_ wilden zijn geweest. ,n Mag ik u vragen mijnheer, wie ge zij jn welk schip dat was, en wat u hier komt doei m zegde ik, en ik keek naar zijn musket ende bundel in zijne hand. — O, zêgde hij, het schip dat mij aan w heeft gezet, is de « Lady Hobart », wa °r vischjager en kaper ;en ik wastweedestuu man. Onze instructie was, te nemen wat v\ . konden van de vijanden van ons land, o aie bij gebrek aan buit op walvisch te jagen. 311 — En waarom zijt gij hier aan wal vroeg ik. 3n — Wel, gai hij luchtig ten antwoord, c h. kapitein, een kerel, met name John Tiste 3n lag de gansche reis al met mij overhooi g- vanwege een meisje te Portsmouth. Eenit ar dagen geleden kwam het tusschen ons t k, zulke hooge woorden, dat ik hem in zi e- gezicht sloeg ; en nu heeft de schavuit, de iij kende dat dit een onbewoond eiland wa s 111 1 1 je mij alleen aan wal gezet, met dit eene ê weer, watkruiten lood, en proviand vo is acht dagen.... Maar ik reken nog met he lij af— alwas hij de satan in persoon Ibrom i. hij, met een verwoeden blik naar de zee, lij de richting waar het schip was verdwene te De man stond mij niet aan. In plaats v p- mij te verheugen over het opdagen van e 3- landgenoot en kameraad, voelde ik een o 3r rust, die ik niet geheel verbergen kon. I was groot en kloek gebouwd ; zijne régi e- matige gelaatstrekken hadden eene geelac ie tige bleeke kleur: hij hadschitterendezwai id oogen, zware wenkbrauwen, een laag voc hoofd, dat misvormd was door een di at litteeken, en dik, donker haar, dat hijtote lij staart gebonden op den rug droeg. Ma in eene tweede misvorming van zijngelaat w een lange, vooruitstekende tand aan de li t, kerzijde van den mond, die over de onderl i? lag wanneer de mond gesloten was en he :n eene zekere gelijkenis ga.'met een knaagdi ofeen everzwijn. Hij droeg een blauwe fr al met metaleu knoppen, eenegestreeptebroe l- lage schoenen, een lagen ronden hoed, e r- zijden doek om den hais, en een gordel rr ij zilveren gesp. f, 1k monsterde hem terwijl hij noggrimm heenstaarde over de zoe ; en toen' rondk ? kend, zegde hij tôt mij : — Is er werkelijk een dorp op dit eilan le — Neen, antwoordde ik. Een dorp is r, niet. Ik en mijne vrouw zijn deeenigebew 3, ners, en niets zou mij liever zijn geweest d ;e indien het schip mijn rooksignaal had gezi Dt en ons meegenomen had. jn — Aha ! Dus geen kolonisten zijt g. n- Misschien schipbreukelingen. s, lk begreep dat ik niet kon nalaten hem ;e- mijn huis te noodigen. Dit deed ik dan oc or hoewel zeer ongaarne ; en onder het ga m gafik hem een kort verslag van mijne ê 3e schiedenis. in — Gij hebt eene boot ! riep hij, met gli n. sterende oogen, toen wij voorbij de kre an kwamen, waar de barkas en de kano lage 3n Ha, dan zou ik in uwe plaats al lang er v n- door zijn gegaan. lij — Kent gij deze zeeën, vroeg ik. il- — Zoo wat, antwoordde hij, op onv< b- schilligen toon, alsof het hem ailes n: te schelen kon. r- Dit zeggen van hem beurde mij wel w 3p op. Ik vroeg hem op welk eiland wij ve 3n wachten konden een schip aan te treffe ar — Ik bedoel het naaste eiland, zegde i as Want de boot is klein, en ik mag mij n- vrouw niet aan gevaren blootstellen. Daarc ip heb ik liever gewacht op het voorbijkom m van een schip. er — Tahiti is uw eiland, zegde hij. Daar; jk ik u recht op aan koersen. Er waren, to k, wij hetaandeden : een Fransch oorlogschi 3n twee Amerikanen en een walvischjager. et — Ilebt gij een kompas ? — Ja. ig — Hoe is uw naam ? ij- — Rupert de la Touche. En de uwe ? — Silas Cotton. 1? er XVII. o- an Wij waren nu bij het huis gekomen, sn de man wierp een nieuwsgierigen blik o\ den tuin, de graven endeganscheomgevin 3? Eulalie kwambuitende deur, inharegewo Kanaka-kleeding met witten stroohoed. in staarde den man, die haar hoftelijk groet k, met iets verschrikts in hare oogen aan. Zij an deed mij denken aan een ree of een gazelle, ;e- die onraad speurt en vluchten wil. — Dat is stuurman Cotton, Eulalie, van n- het schip « Lady Hobart », zegde ik. Hij is ek hier wegens ongehoorzaamheid aan wal ge-n. zet met een geweer en proviand voor acht an dagen. Ik zag bij deze deftige kennismaking dat de gast op haar evenmin een aangenamen ;r- indruk maakte als op mij. et — Ah, mijnheer de la Touche, riep hij — wat moest uwe vrouw wel van mij denken ? 'at Ongehoorzaamheid is een grootwoord. Maar !r- ik had waarachtig wel mijne reden voor het-n. geen ik deed. k. —Ga binnen, zegde ik, en zet uw eene weer af. m Wij gingen in de eetkamer, waar Eulalie an het ontbijt had klaar gezet. Cotton, zonder veraere plichtplegingen, zette zijn geweer :al in een hoek, legde zijn bundel er naast, en sn begon nu het inwendige van de kamer te p, moi steren met iets van een vergenoegden grijs op zijn donker, door den vooruitste-kenden tand zonderling misvormde gezicht. — Wel wel, zegde hij, dat had mijnschip-per niet gedacht, dat ik hier zoo in Abra-liarn's schoot zou vallen. Gij moet weten, mevrouw, ik sloeg hem in zijn gezicht, om-dat hij een woord tegen mij bezigde, dat een gentleman zich door een ander niet laat toe-voegen.en Zijne oogen flikkerden, en zijn gezicht er kreeg iets als van een wolf. Eulalie scheen g. op haren stoel ineen te krimpen. Verschrikt ne hield zij hare oogen op hem gevestigd. Zij Daarop voer de man voort. :e, Wordt Voortgezet,

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.

Er is geen OCR tekst voor deze krant.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.

Er is geen OCR tekst voor deze krant.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.

Er is geen OCR tekst voor deze krant.
Dit item is een uitgave in de reeks De Scheldegalm: gazette van Audenaerde behorende tot de categorie Katholieke pers. Uitgegeven in Oudenaarde van 1858 tot 1914.

Bekijk alle items in deze reeks >>

Toevoegen aan collectie

Locatie

Onderwerpen

Periodes