De Vlaamsche stem: algemeen Belgisch dagblad

243372 0
close

Waarom wilt u dit item rapporteren?

Opmerkingen

Verzenden
s.n. 1915, 27 Mei. De Vlaamsche stem: algemeen Belgisch dagblad. Geraadpleegd op 19 september 2019, op https://nieuwsvandegrooteoorlog.hetarchief.be/nl/pid/2804x55g0x/
Toon tekst

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.

■7 gefSte JaargaH§ N°. lie Bonderdag 27 Mêl 1913 S Cents DE VLAAMSCHE STEM ^ A LGEMËEN -= ■ ^'?J jK^j> BEL.G1SCH OACBLAD " f "FTNSKACHT MAAKT OOACHT! =REDAC1 ^BUREEL : KALVERSTRAAT 64, AMSTERDAM. — TELEFOON No. 9922 Noord. De Vlaamsche Stem verschijnt te Amsterdam elken dag des morge op vler bladzijden. Ahpnnementsprû's by vooruifcbetaling: _ Voor Holland en België per jaar / 6.50 — per kwartaal / 1.75 — per maand f 0.75. Vocr Engeland, Frankryk en buitenland dezelfde prjjzen, met ver-hooo-ing van verzendingskosten ('2^ cent per nummer). Hootdopstelfea* s Mr. ALBERIK DESWARTE Opstelraad : CYRIEL BUYSSE — RENE DE CLERCQ — ANDRE DE RiDDER Voor ABONNEMENTEN wende men zich tôt de Administratie van het blad. KALVERSTRAAT 64, AMSTERDAM. - Tel. N. 9922. Voor AANKONDIGINGEN wende men zich tôt de Administratie van de VLAAMSCHE STEM, Kalverstraat 64, Amsterdam. — Tel. N, 9922. A DVEB.TENTIES : 20 Cents per rfegel. adresïemhdebibg. Te tieginnen met morgen, zijn onze Kantoren wegens uitbroiding, overgebracht naar di Kalverstraat 64, Amsterdam. KORTE 1NHOUD. Isto Blad/ ij d e. Voor en na d'en Oorlog. Edward Pcetcrs. Kleine Kroniek. Ploertige Misbruiken. Willy Timmcrmans [ 2d o B ladz ij de. Uit het Vaderland. Uit het Ypersche. Jozef Simons. Ni'euws uit Gent. NieuwB uit Blankenberghe. Uit een schrijven van een Belgisch luitenant Lente (I). Cyricl Buysse. 3 d e Bladz ij de. De Europeesche Oorlog. Telegrammen en berichten. Italie en de Oorlog (met kaartje). 4 d a B1 a d z ij d e. Gabriele d'Annunzio. Gabriel OpdebetTi. Tooneel. André de Bidder. Overzicht der Duitsche Pers. De Nota van Italie aan Nederland. Voor ennà den Oorlog. VI. De Godsdienst en de oorlog. „Bemint uwe vijanden; doet "wel aan die uhaten, en bidfc vool* degenen die u vervol-gen en lasteren. Dit gebod mag wel als de edelste, als de hoogste uiting, van het gods-dienstig leven aanschouwd worden, en ds. M. Beversluis had dus aile recht om „godsdienst en oorlog" eene ,,onvermijdelijke antithese" te noemen. Er bestaan echter nog meer ,,onvermijde-lijke antithesen" dan deze; en in de vorige deeien dezer reeks lieeft de lezer er telkens kunnen ontmoeten. Maar rechtstreekscher en diepergaande is er geene ! Godsdienst is het altruisme bij uitnemendheid; oorlog is het egoïsme bij uitnemendheid. en tusschen beide ligt eene zoo diepe kloof, dat alleen het dierlijke in den mensch ze aanvullen kan. Maar ook dit ,, dierlijke" dient in een I helder daglicht beschouwd te worden. Een der eerste vereischten van het dier-I lijk leven is het recht op het leven. Elke I éénling bezit dat recht; de Staat zoowel als de enkele persoon. Wie mij dat recht op het leven betwist, ben ik gemachtigd onschade-I lijk te maken. Zeker wil ik' niet I betwisten dat de weerloosheid, het ■ ïiiet-verdedigen van dat recht, een I hooger menschwaardig standpunt daarsfcelt I voor den éénling op zich. zelve beschouwd; I maar wanneer hij verantwoordelijk is voor I anderen, wanneer zijn persoonlijk hooger-I menschwaardig streven ten zeerste verderfe-I lijk zou blijken voor degenen die aan zijne K hoede, aan zijne bescherrning toevertrouwd I zijn, dan zou dit hooger-menschwaaa'dig B streven slechts op een vulgair egoïsme uit-[ loopen, en dus rechtstreeks in strijd zijn ■ met het vooropgestelde altruisme. Wij hebben voôr God en voor de men- I schen het recht ons zelven te verdedigen en I den plicht de ons toevertrouwde zwakkeren, B zelfs ten koste van ons leven, bij te staan. I *an uit dit standpunt gezien verliest de B antithese ,,godsdienst en oorlog" een groot I deel van hare, ,,onveranderlijkheid", voor I- zoover de oorlog alleen de verdediging be- B oogt. Nu weet ik wel dat ik daarmede, vol- ■ gens de uitdrukking van ds. Cannegietêr, I "rf1?. duivel zijne laatste kans geef", want, I ^pjft zijn collega ds. M. Beversluis, ,,het I b ln^ erc^aa<^ een merkwaardig verschijnsel, ■ noe de oorlogvoerende volken allen zich zelf ■ iets maken, dat hun strijd een rechtvéer- ■ Qiga strijd is, omdat zij er toe genoodzaakt ■ ^^^^land, 200 heet het, werd B >,be6prongen door vijanden" en moet zich ■ faartegen verdedigen. Frankrijk is genood-B zaakt zich te verzetten tegen de zijn land ■ ^nendringende ,,Barbaren"; Engeland | ^,er^ genoodzaakt het zwaard aan te gorden ■ l-lT,b-Scllerming van België's onafhanke- ■ : • 7ei(?* zo°. gaat het voort. Als dit een m keschouwing was, zou de oorlog niet ■ uitgebroken zijn. I n* f ferwaar^e theologant duide het mij ■ je ten kwade, maar zijn vergelijking. en B ^lexx.^r6^en,ee^n 9 g aan hoegenaamd niet ■ h v z^ee^ in de wolken der wijsgeerige ■ nmif°UWm^?.n eu ver^est daardoor den I j werkelijkheid der ge- ■ eicrpr>in1SSeili' r^în& beredeneering komt I na°ar ne^er op dit: Indien er één leuge- ■ rwrfi,^eVOn^en Worc^ tusschen de twistende ■k.-J?,' Z1jn- ^6t àl leugenaars. Vermits ■ Bnrnri» i beweert ,,door vijanden be-^1 norb i ziin' ^ebben noch Frankrijk, iriE*d. noch zelfs ons arm, ver-■het rJhl î ï' 1utgemoord België, meer ■^edi/en 7 nbeweren» d^ zij ver- m ze fini- ûr-iT1 redeneering, hoe onzinnie il der bpc V wanneer men ze eenigszins lia-[ ^eeft echter héél gangbare waarde tusschen de voorstanders van d weerloosheid, die den nuchteren -kijk op d f werkelijkheid geheel schijnen verloren t j hebben. Het is toeb. mijns inziens, zoo moeilij niet het verschil tusschen aanvals- en vei ! dedigingsoorlog in te zien. Wie zou i Duitschland's handelwijze, b.v., eene vei dedibing kunnen zien? Vooraleer zich t verdedigen moet men toch aangevallen woi den! Wie viel Duitschland aan? Was ' Rusland, dat met zijne mobilisatie nog nie klaar was, mobilisatie geenszins tege: Duitschland gericht? Was 't Frankrijk, da zoo onverhoedsch en zoo wreed de Duitsch ,.Kultuiv'' o;> zijnen grond hare vuigst lus ten zag bot vieren? Was 't Engeland dat den dag te voren nog met Duitschlam over het behoud van den vrede praatte e" aile mogelijke verzekeriugen gaf ? Of was ' misschien ons kleine België, waarvan, naa den toenmaal*, — thans niet meer 1 — heer schenden geest, het leger door de pompier van Dusseldorf kon verjaagd worden? Wi was het die zoo grmuelijk, in strijd met lie gegeven woord, en aile volhcnrecht te; spijt,, zijne grenzen gewapenderhand over schreed? Dââr ligt mijns inziens het zwaar ! tepunt der betwisting, en het onderscheii tusschen aanvals- en verdedigingsoorlog. De verdedigingsoorlog is dus niet in striji met den godsdienst, evenmin als de ,,wet tige zelfverdediging" van den éénling. Maa wat wèl in strijd is met den godsdienst, i de opwekking tôt haat, zooals we die in d Liller Kriea*?citung in deze bewoordingei vervat vindeh: ;,Hoe lang hebben wij naar Engeland gunst gedongen, haast tôt verlaging van on zelf toe! Het wou niets van ons weten.. De tijd is voorbij dat wij huldigen al wa Engelsch is... ,,God straffe Engeland/" — ,,Hij straffe het!" Dat is nu de groet, diei Dui tacher s wisselen wanneer zij elkaar ont «îoeten. Het vuur van dien gerechten haa vlamt allerwegen op. ,,Gij Duitsche mannen, uit Oost en West die gedwongen zijt uw bloed te storten te verdediging van uw vaderland, om de will van Engelands lage afgunst en haat vai Duitschlands voorspoed, voedt de vlam di in uw ziel brandt. Wij hebben slechts ééi oorlogskreet: God straffe Engeland! Sis het elkandefe in de loopgraven en bij de be s.torming toe, sist als waren met lekkend vlammen ! Ziet in elken dooden kameraa* een offer, u door dien vervloekten vijani afgeëischt. Neemt tieiivoudig wraak voo elken dooden held ! ,,Gij Duitsche menschen tehuis, voed dat vuur van haat! Gij moeders, groeft he in de harten van het kind aan uw borst ! Gi duizenden onderwijzers, naar wie millioenei Duitsche kinderen met oog en hart opzien leert hun haat, onuitblu ss chef ij ken haat, Gij huizen van Duitsche geleerdheid, sta pelt brandstof op dit vuur! Zeg aan he land, dat deze haat niet onduitsch is, da het geen vergif voor ons volk is. Schrijf den naam van onzen bittersten vijand ii letters van vuur. Gij wachters van de waar heid, voedt den heiligen haat!" Waaroni dien haat? Omdat Duitschlam op Engeland's onzijdigheid gerekend had omdat de Duitsche staat een oogenblik heef durven hopen, dat ook de regeering va: Koning George de plechtig bezworen ver dragen als ,,een vodje papier" zou aanziei hebbeiv Wat niet gebeurde. Dat is de onverzoenlijke antithese waar van ds. Beversluis mocht spreken. Niet d oorlog in 't algemeen — de verdedigings oorlog — is strijdig met den godsdienst maar wel de aldus opgewekte en aange vuurde liaat, die de Hoogste Liefde, God oproept om dien haat te voldoen ! En gods dienstige dagbladen nemen heel goedsmoe dig dien gruwelijken tekst over, zonder een maal op de er in vervatte Godslastering t wijzen. En toch, al wordt in een enkelen r'ègee ringskring de godsdienst misbruikt tôt eng nationalistische doeleinden, tôt verzadigin; van haat en ikzuchtige berekeningen; a hoort men een der hooggeplaatste volkslei ders, den Kroonprins van Duitschland ii zijn voorwoord voor het werk Deutschlam in Waffen" uitroepen: ,,Reeds bij de oud Germanen werd de jongeling êerst dàn voo volwassen aangezien, als hem de wapenwij ding teji deel gevallen was. Deze van dap pere voorouders geërfde çeest is het ook ge weest, die onze vaderen in de oorlogen vai den grooten Keurvorst, van Frederik dei Grooten, van den ouden Keizer, vooral il de roemrijke veldslagen van den veldtoch 1870—1871 tôt onbedwingbare troepen sa mensmeedde. Deze oorlogszuchtige en trot sche gezindheid moet en we aanlcweeJcen e) aan onze nakornelingen als héilig erfgoei overleveren"; al ziet men ten allen kante il Duitschland — want in de andere landei maakt men niet zoo'n geweldig misbruil van den Heiligen naam Gods — dichters predikanten, priesters, kloosterlingen, dei oud-testamentischen ,,God der Heirscha îeu" aaïu'oepen om den eigen wrok te koe 111 ■ i i i» f e len, om dé eigen overweldigingszucht te be- e vredigen; al voelt het diep-godsdienstig ge- e moed zich soms gruwelijk bevangen door al wat het zie,t en hoort en verneemt; toch k wint het godsdienstig gevoel in kracht; toch - wordt meer dan ooit den Vader uit de He-a melen aangeroepen, niet om eigenbelang te ■- verzekeren^ maar om het Recht heerlijker e dan ooit te voorschijn te zien treden, om die - gruwelijke menschenslachtingen te zien ein-t digen. t Niet de ,,alte Deutsche Gott" der uit- i moorders van België; niet de God der Israe- t lieten, noch dien der Katholieken, noch e dien der Protestanten; maar ,,God". En 3 dit is ten andere natuurlijk: hoc hooger , nood, hoe nader God. Menschelijke hulp i kan niet baten in die ontzettende wereld- î ramp die de helft van al de wereldburgers t teistert, en dan blijft er niet meer over van r de Goddelijke hulp, de hulp van Hem Dien - elk godsdienstig gemoed aanbidt, wanneer s het dierlijke door het menschelijke overwel-s digt. wordt. Over dien algemeen-godsdien-t stigen geest schriift Friedrich Holdermann i o. a. in het tijdscnrift Màrz: ,,Van honder- den veldbrieven, die ik heb ontvangen of in - de huizen heb gelezen, is mij bijna geen on-1 der oogen gekomen, waarin geen godsdien- stige toon werd aangeslagen; dikwijls was 1 deze toon overheerschend. Het allervaakst - blijkt hierbij het gebed der natuurlijke r functie van . het godsdienstige leven. Een s innerlijlce drang drijft deze menschen daar-3 toe. De belijdenis, weer bidden te hebben i geleerd, wordt in vele brieven herhaald. Aangrijpend openbaart zich ook de behoef- 3 te aan godsdienstoefenin^. De deelneming 3 hieraan wordt tôt een geoeurtenis. Ze wee- . nen als een kind, als er een koraal wordt fc gezongen, dat men van thuis kent. Tekst, - gezang, inhoud der prediking wordt tôt een i onvergetelijk hoogtepunt van het kamp- - leven. Echter drong zich een merkwaardig t verschijnsel aan mij op. Het specifieh con- fessioneele, gczwegen nog van het dogmati- , sche, trecdt op den achtergrond. "S'ele brie- r ven ademen.een sterk godsdienstigen toon, s geven onmiddellijke godsdienstige ervarin- t gen weer, maar het confessioneele en dog- 3 matischc kenmerh is verdwenen. Katholie- î ken schreven niet anders dan Protestanten. b Het is, of de godsdienst in zijn oorspronke- - lijkheid voor zijn dogmatischen en confes-3 sioneelen tijd weer is opgestaan, het vroom 1 gevoel, zooals dat der menschenziel aange-l boren is, onder allerlei volk. De godsdienst r als vroom afhankelijkheidsgevoel, als Gods- vertrouwen, dankbaarheid voor bescher- t ining en hulp, als hoop op de eeuwigheid, t als overgave uit plichtsbesef jegens God en j Vaderland. Het Lutherlied, met zijn won- î derbaren trots tegen de gansche wereld, - , is een krijgs- en marschlied ook voor de Ka- ! tholieken in het Duitsche leger geworden. - Een Amerikaan heeft het getroffen, dat de fc Duitsche regimenten die het veroverde Ant-fc werpen binnentrokken, ,,Een vaste burg" fc zongen. De Kerstliederen zijn daarginds i aan het front gemeengoed geworden buiten aile gezindtegrenzen om. Katholieke zoowel als Protestantsche veldpredikers spreken 1 confessioneel gemengde troepen toe. Een ; Joodsch veidprediker houdt, dewijl op het fc oogenblik geen ander tegenwoordig is, een i godsdienstoefening met Protestanten en - Katholieken. Hii laat het Lutherlied en het i oud-Nederlandsch dankgebed zingen. Om- trent hetgeen hij in zijn toespraak zeide, be- - tuigt hem naderhand een Christelijk ambt-3 genoot, dat hij het niet anders zou hebben gezegd." , Laat ons de tegenstrijdigheid tusschen de hier vermelae woorden en de door ieder- , een gekende daden terzijde laten, en in al - die buitensporigheden, waaronder ons arm - vaderland zoo bitter lijdt slechts het kunst-matig heropgewekte en stelselmatig aange- 3 vuurde van het ,,dierlijke in den mensch" zion, waarvoor de leiders eene schrikkelijke verantwoordelijkheid zullen moeten afleg- - gen voor God. Maar dan ook schijnt het mij r toe, dat uit die stroomen bloed, uit die gif-1 tige dampen, die wraakroepend ten Hemel sfcijgen, de godsdienstige. weergeboorte der i menschheid te zien oprijzen. Wanneer eens J het pleit zal beslist zijn, wanneer het Recht 3 zal* gezegevierd en voor zijn rechtstoel de r aanstokers van dezen gruwelijken broeder- - moord zal gedaagd hebben, dan zal de - menschheid wellicht minder gewicht hech- - ten aan de oppervlakkige, confessioneele i verdeeldheid, dan in de innige, diep gods-î dienstige éénheid, die aile menschen omvat i als .kindereiz van Eenen zelfden Vader. EDWARD PEETERS. [ Zie onze teSegrarnmen i ; ©n !aa£sîe8®gerlbsHchter? - op de derde bladzijde Kleine Kroniek Navolging van Jeanne d'Arc. Marcel Prévost richt in de Monde Illustré den volgenden oproep tôt de jonge meis^ jes van Frankrijk: Jonge meisjes, wanneer de groote oorloc kredaan is, zal uwe taak niet -afgeloopen zijn, Wat zijn er een ruines op te bouwen en wat is er veel smart te lenigen,. een massa goede zaad uit te strooien. Meisjes van den Grooten Oorlog, ik wil u zeggen, wie uwe patrones is; er bestaat maai één natrones voor de jongedochters var Frankrijk, de maagd bij uitnemendheid . Jeanne uit Domrémy. Indien gij nog eenige vrije oogenblikken over hebt, herlees dan haar geschiedenis. Zoodra de vrede zal be-\-estigd zijn in de overwinning, worde dit lx)ek uw lijfboek. Aan het heden en aan hen, die geboren zullen worden, kan geen volmaakter voor-beeld gesteld woi*den dan deze tegelijk een-voudige en wijze herderin, dan deze dappere en goedhartige krijgeres, dan deze tegelijk vrome en vrijzinnige geloovige. Er is bijna niets in haar geschiedenis, dat u niet tôt overpeinzing of tôt voorbeeld kan strekken, Indien de brave Lothariiigsclie haar da-gen in babbelarij of beuzelarij had doorge-bracht, gelooft gij, dat zij dan de hemel-sche stemmen zou gehoord hebben? Maar elken dag was zij uren in Overpeinzingen verzonken. Op haar voorbeeld, meisjes. moet gij de stilte liefhebben en de uren vari overpeinzing, waarin men de inwendig€ stemmen kan vernemen, stemmen van het eeuwige in ons, van het gezin, van onzee inwendigen mensch, van ons geweten. Loopt niet meer de winkels af, gaat niet meer teaën en doet niet langer aàn éxoti-sche dansen. Ceerne gezien? Zijn onze almoezeniers geerne gezien dooi hunne mannen? . • Op zulke vraag kon ik vroeger met ant-woorden; en nu heb ik liever dat ge t zeli doet. Luistert, alduS -vertelt K. T., legeralm. in de ,,Belg. Standaard" : We moesten onverwachts 24 uren langer oj de voorlijn blijven. Ik vroeg dan aan eenen ge-buur of iemand mij een flesch koffie kon mee-brengen, — met mijn stuk brood lioopte -1« wel toe te komen. 's Avonds gaan de mannen om eten en dnu- Om half elf komt nr. 1 met koffie, sardiener on suiker, en verzoekt me de helft te nemer van zijne ,,soep" (t.w. aardappels met boon-tjes). Drie kwart later (daartussclien waren z< 2Q minuten aan 't schieten geweest) kwàm nr 2 en braclit me ook suikèr, en een heel brood Het was een sergeant. — Terwijl hij wat blee. klappen, kwam no. 3: hij vreesde dat ik zondei eten zou zitten, en beloofde mij voor s morgen; eene doos plat a. We praten nog wat ( t is noj maar half twaalf) en dan leg ik mij te slapen Twintig minuten later roept me iemand : t v nr. 'i\ Met ,,'nen goeden avond", legt hij daar in een hoeksken, een brood neer, met suikei en sardienen. 5t Was een- korporaal, maar wie weet ik niet. Ik moet u niet zeggen dat ik s anderen-daags smakelijk gegeten heb, en nog rijkelijt heb méegedeeld ; maar ik mag u wel zeggei. dat ik to middernaclit nog rondliep... ik voeldt me zoo aardig... lijk iemand die zou inoetei weenen... De keurlng In Frankrijk. De officier (inajoor) van gezondheid Y..., di« de jonge Parijzenaars van de lichtmg 1917 heef gekeurd, vertelt met ontroenng m „Le Carnel de la Semaine": ,,0! de dappere jongens. Ver van te vormij. den goedgekeurd te worden, zetten zij, die zicl twijfelachtig weten, omdat de omvang van hur l.'orst onvoldoende is, de borst op om don m druk van robustheid te geven. ,,Een jonge Ardenner, die te licht is bevon-den, moet later terugkomen. — Meneer de majoor, zegt hij smeekencl. neem mii in elk geval. Ik ben niet groot, maai ik ben nooit zick. En dan, mijn ouders zyr daar in het overweldigde land; ik ben alleen. wat'moet ik alleen doen-, ik wil mijn gronc torug hebben; ik wil veehten, meneer de ma- ioor, neem me. ... , ;i Zijii oogen vochtig ziende worden, neem ît ziin liand met teederlieid in den mijno en zeg Omdat je er prijs op stelt, Word &oldaat, waarop het kind, stralend van patnottischc ireugde. uitroept: „0, dank u, meneer, dank u !" , . . .,Ga nu maar een land- vernietigen, dat jon-gens van dat slag heeft!" Het stormt in ons gemoed, en wjj roepen uit: ,,Vive la France!" Onsympathieke namen. Een Parijsch dagblad is tôt de outdekking gekomen, dat er in Frankrijk wel 10 dorpen zijn, waar de naam Duitschland voorkomt, zooals Allemagne, L'Allemande, Les Allemands. In het département Girondo is er zélfs een plaatsje. dat Berlin heet, en in Savoye een gehucht met den naam Boche (ons ,,Mof"). i\len vindt liel vreeselijk, dat het arme Fransche volk in deze dagen nog zoo vaak en op deze wijze aar Duitschland herinnerd wordt. Miinchhausen in de loopgraven. In de ,,Liberté" vertelt een luitenant: ,,Onder mijn manschappen bevindt zich eei groote blonde kerel, die in het dagelijkscl leven veelvoudig millionair is en zich de groot ste weeld'e kan veroorloven. waarmee hij zicl dan ook omringt. Hij heet j\iùnchliausen. Of hi een afstammeling is van den grooten Mlinch liausen weet ik niet. Ik was ervan overtuigd, dat de baron we heel ganw het loodje erbij zou neerleggon maar ik had mij wel degclijk vergist. Hij mar cheerde kranig. En als wij allen na een langei vermoeienden marsch, doodmoo neorvielen, trol hij zijn laarzen uit en daarna zijn zijden sok ken. of, beter gezegd, wat daarvan was over gebleven en dan ging hij de nagels van ziji teenen politœren. De heele compagnie ston( dan in een kring om hem heen om naar lie werkje te kîjken. In de loopgraven gebruikte do baron, di« zonder lioofdkussen niet kon slapen, het cor pus van een steivigen soldaat voor dit doel ei voor dezen dienst betaalde hij hem acht havan nas per dag. Maar op zekeren dag bewees de baron efei echte held te zijn. De compagnie moest eei dorp vermeesteren, dat door Beicrsche soldatei 1 bezet was. De overste wist, hoe hij den moet van zijn soldaten het best zou kunnen aanwak keren. ,,Mannen", riep hij, ,,er zijn bedden in he dorp, wie 't èerst binnen komen, mogen daa: in slapen". Nu ben ik volstrekt niet lui, maar toen il htet eei-ste huis 'binnendrong, vond ik den ba ron re.eds slapend in een der bedden. 1 iîidden in den nacht moesten wij ons wee: terugtrekken, omdat men vreesde, door dei vijand»te worden overvallen. Ik wekte miji manschappen, maar de baron kon ik niet mee krijgen. Ik gaf hem, wegens ongelwforzaamheid terstond acht dagen arrest, maar desondank, bleef hij liggen. Toen liet ik hem maar aai zijn noodlot over. Wij trokken ons terug op een heuvel, welk omstreeks duizend meter van het dorp wa verwijderd om daar op versterking te wachten Bij de eerste morgenschemering zei onze over ste, nadat hij door zijn veldkijker de omgevinj had verkend : ,,Vreemd, de Duitschers zijn he dorp nog niet binnengetrokken, maar er word toch al op de huizen gevuurd." Ik keek in de aangewezen richting en zaj voor h'et _ven6ter ^arf het eerste huis een ge 1 daante in een slaaprok van zachtrose zijde Het was mijn 'baron Miinchhausen, die opge staan was en op de Duitschers vuurde. In dit oogenblik kregen wij versterking ei konden het dorp weder bezetten. Ik vond dei baron, zooals ik hem verlaten had : te bed. Hi was weer ingeslapen. Pangennanisme en panbonnotlsme. De geestige Parijsche tooneelschrijver Tristai Bernard is zoo vriendelijk en verdraagzaam ge weest om, met een reuzensprong stappend ove: vaderlandsliefde en germanophobie, het panger manisme te rehabiliteeren ! Men luistere : . ,,Garnier en Bonnot hadden buitendien d< ' wettigheid voor zich. ,,Inderdaad droegen — de feiten hebben he-, bewezen — de eerste chauffeurs en geldinners die door hen werden neergeveld, verscheiden* • wapens, en namen zich stellig voor, den vreed zamen Bonnot en den scliuchtere Garnier il den hoek van een straat of van een bosch aai , te vallen. ,,Nadat deze eerste daden van goed rech verricht waren, zagen Garnier en Bonnot d< | verblinde massa der lagere volksklassen zicl tegen hen verbinden, een massa, die niet 11 staat was om dcrgelijke ,,TJebermenschen" t< begrijpen ,,Van dat oogenblik af werden zij van all< kanten getreiterd. Zij konden zich, met de wa pens in de hand, niet in het geringste post kantoor begeven, zonder bedreigd te wordei door de beambten, dio trachtten geldsommei weg te halen^ waarop de bezoekers reeds doo: het feit van hun intrede in het bureau, on wederlegbare rechten hadden verkregen. ,,Omdat zij trachtten orde te brengen en di< geldontvreemdingen te heletten, ging men zelf: zoover van hen te beschuldigen van barbaarsch heid en gruweldaden. ,,Daarop spande men zich in om hen aan der hongersnood over te leveren. Het was hun on mogelijk, in een broodbakkerij of in een krui denierswinkel binnen te dringen, zonder ge vaar te loopen verraden te worden. Hun burei waren verraders, die hen door aile middelei beletten om zich van levensmiddelen te voor zien." Zonderling, dat die Bernard nog meer pan germanistisoii is dan bijvoorbeeld Bernhardi Antwerpsche numor. Te Antwerpen^ in 'tgeurig, kronkelend eigenaaïdig straatje achter den bloedberg Negen uur des avonds. Zwaar klabettert d« stap der behoefnagelde Duitsche patrouille. XJil een in rt pikkedonker liggende kaberdoeskt stijgt verdacht geluid op. De feldwebel laat hali maken, klopt, maar krijgt geen antwoord. Vloe kend, tamboert hij met den kolf van 't gewee: 't paneel der deur en schreeuwt: Hérraus!.. Hér...raus! Her. roos! ...Langzaam wordt d< deur opengedraaid, 't verslenst gelaat van eei vijftigôr dame kiikt den sergeant verbolgei in 't gelaat, ijerwijl zij schreeuwt: ,,Zeg, mot tio-^ard ! Hier is 't bij Lies. Roos woont hie naast. Toen kon de m an ophoepelen met zijn ijzerei iuannen.. , Ploertige misbruiken. t Dezer dagen las ik in een Hollandsche courant, dat een viertal Belgen, die hier eene i kleine dievenbende vormden, tôt gevangenis-l' straf waren veroordeeld. Zulke feiten hebben totaal geen invloed op de reputatie waarop ! aile fatsoenlijke Belgen hier in Holland aan-j spra-ak mogen maken. Immers dieven van de gewone soort, eenvoudige pick-pockets, die een. paar briefjes stelen, een kleederkast leeg ma-{ ken, of met een bevallig gebaar een horloge ( met of zonder ketting ontvreemden, zijn gauw betrapt, en vallen rechtstreeks onder de be-paling van de strafwet. Zij bestaan overal, en niemand zal er aan denken, om met zulk een overtreding, wanneer zij dan ook door een Belg hier te lande gepleegd wordt, het Bel-gisch karakter, do Belgische ziel te bel a den met dergelijke fouten van individuen. Er bestaan ongelukkigerwijze andere dieven, die zeer moeilijk te betrappen zijn, dieven die nochtans den omgang met het gewone publiek niet vermijden, maar veeleer zoeken, en die zich door liunno oppervlakkige welvoegliikheid, door hun ,,chic", in de gelegenheid stellen om misbruiS te maken vaii de verhevenste en do nobelste hoedanigheden van hun goedhartige eyenmenschen ; ik spreek van die gemeene dieven, die op onbeschaamde wijze ten koste van I van liefdadigheidscomiteiten en andere phikn-thropische inrichtingen hier in Holland een luilekkerleventje leiden. Dàt misbruik is ver-schrikkelijker dan een gewone diefstal, niet * " alleen versclirikkelijker ten opzichte van onze weldoeners hier in Holland, die zich met zeo-veel bereidwilligheid en opoffering onzen toe-stand aangetrokken hebben, maar ook met het oog op den ellendigen invloed die zij uitoefe-nen op de goede reputatie, welke de oprechte Belgen, die het groot meerendeel vormen, alleszins verdienen. Dat soort van dieven is gemeener dan pick-geld en onze reputatie, zij bestelen Holland, pockets van gewoon allooi. Zij stelen é ons Belgenland, en vooral, zij bestelen de oprechte arme stakkers, die in Holland vertoeven, die medelijden verdienen. Zij bestelen zwangere moeders en arme kindertjes! Dat zijn .gemeene dieven" zeg ik, het zijn ploertige misdadigers, waarbij ik een gewoon pick-poc-ket bijna als eeri eerlijk mensch aanzie. Ik hoorde dezer dagen uit goede ibron ver-] tellen, hoe zekere Belgen op lage manier mis--1 bruik maken van de gastvrijheid hun alhier oi>enarms aangeboden, hoe Belgen. niet tevre-> den gesteld met de wekelijksche (S à 8 guldens, die één comiteit hun mild toezegt, bij andere inrichtingen ingeschreven zijn en daar onbe-■ schroomd dezelfde som trekken, die terzelf-dertijd elders daarenboven gratis in den kost 1 opgenomen zijn, zich f ij n kleeden, en zich aldus J een flink ,,bestaan" ,,creëeren", zich noch I hun potjes bier, noch hun sigaren ontzeggen ; ik schaam mij, om verder te gaan, en to zeggen tôt hoever zij op de laagste wijze hunne handelingen doordrijven. Ik verwijs daarom den lezer naar zekere teekening van Louis Ramaekers. Iedere eerlijke Belg, en geloof mij, Hollanders, die mij leest, de oerJ.ijke Belgen vormen het meerendeel, zooals ik reeds «ei, moet het zich als een plicht rekenen, wanneer hij zulk monsterachtig bedrog verneemt, het onmiddellijk aan te geven bij de bevoegde autoriteiten. De ploerten, die zich aan zulke onnoembare vergrijpen plichtig maken, moeten als verraders worden nagewezen, hun naam moet bekend, hunne daden verkondigd, hun naam moet op den index figureeren, zij moeten eruit! De vervulling van dien plicht zal niet heeten liefdadigheid door verklik-kerij, maar liefdadigheid door maatschappij-zuivering.Een woord je tôt de comiteiten. Naar het me voorkomt, bestaat er een eenvoudige' manier om dusdanige handelingen grootendeels te vérhinderen. Wanneer aile comiteiten zich aansloten bij een centraal comiteit, uitsluitend belast met het onderzoe-ken der titels welke de belanghebbenden voorleggen ter reclitvaardiging van hun aan-spraak op liefdadigheid, teven& en vooral belast met het onderzoekén der identiteitsbewij-zen, die voorgelegd worden, zou het bedrog eeer verminderen, ja zelfs... bijna onmogelijk gemaakt worden. De goede naam der Belgen zou er bij win-nen, en de ellende onder onze hier vertoeven-de landgenooten, die al langer hoe scherper wordt, zou meer nog kunnen verzacht. Ik richt mij ne stem tôt de pers van het gastvrije Nederland, opdat dit artikel in de dagbladen overgenomen Avt>rde. Het geldt immers een der hoedanigheden waarop de Hollanders- terecht fier kunnen zijn: hunne on-uitputtelijke liefdadigheid, hunne liefdevolle gastvrijheid. Ik zeg onzen confraters hiervoor op voorhand mijn innigen dank! AVILLY TIMMERMANS. ■ » • Hog een paar Gedachten van Goethe. De Duitscher lieeft vrijheid_ van opvat-tin® en zoodoende mertfc hi] niet, wanneer het°hem aan smaak en geestesvrijheid mist. Men ziet dat de. Dnitsoliers geene tournure hebben kunnen, hunne aanmatigmg is norseh en onvriendelijt:.... Eii dt.ze, laatste spreuji is op hun wapen- felt.cn, en groote victories toepasselijk : 1 De vuiligheid zelfs blinkt, wanneer de zon si' op wil fachijneu.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.

Er is geen OCR tekst voor deze krant.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.

Er is geen OCR tekst voor deze krant.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.

Er is geen OCR tekst voor deze krant.
Dit item is een uitgave in de reeks De Vlaamsche stem: algemeen Belgisch dagblad behorende tot de categorie Oorlogspers. Uitgegeven in Amsterdam van 1900 tot 1916.

Bekijk alle items in deze reeks >>

Toevoegen aan collectie