De Vlaamsche stem: algemeen Belgisch dagblad

340 0
16 januari 1916
close

Waarom wilt u dit item rapporteren?

Opmerkingen

Verzenden
s.n. 1916, 16 Januari. De Vlaamsche stem: algemeen Belgisch dagblad. Geraadpleegd op 30 maart 2020, op https://nieuwsvandegrooteoorlog.hetarchief.be/nl/pid/bz6154ft4q/
Toon tekst

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.

■ ' îtâfeede Jaargang. No. 6. Zondag 16 Jlanuari 1916 S Cent. DE VLAAMSCHE STEM Een volk zal niet vergaan! ALGEMEEN BELGISCH DAGBLAD Eendracht maakt macht ADMINISTRATIE EN REDACTIE: POSTBUS 43 2, 'S-GRAVENHAGE. Onder leiding van : Dr. RENÉ DE CLERCQ en Dr. A. JACOB. ABONNEMEKTSPRIJS (bij véoruitbetaling); Voor Ncdeiland per jaai gld. 6.50 — per kwartaal gld. 1.75 — per raaand gld. 0.75 Voor Belgie Engeland, Frankrijk en andere landen dezelfde prijzen, met verkooging vaq verzendingskosten (2i;2 cent per nummer). ADVERTENTIES : 20 Cent per regel. Oingen van Vlaanderen. Ik. li<eb mets nieuws te zeggen; geen ver-openbari ngen te doen. Het eiland Pash-jiioa heb ik nooit gezien en geen engel heeft me vreem'de dingen getoond. Ik ben Van Vlaanderen, het aloude land, en vertel dingen van daar. Niet dat anderen ze niet weten, maar omdat zij ze zwij-gen of prevelen binnensmonds. Ik zal ze schreeuwen zooals *t moet: die ooren heeft die hoore! In Vlaanderen, 't aloude land, gingen de zaken zachtjes aan: de wetten hielden 't al in- orde, de wetten en !t gebruik. De werkers met de hand vochten om hun korstje brood en aten het op in eeri-zaamheM. Zij vochten om een ander en aten weer en vochten. Anderen zagen toe, lieten vechten en aten nued'e. De werkers met den ge-esit dolven naar hieuwe gedachten en deelden ze uit in de genreensohap. Zij dolven weer naar andere en deelden weer en dolven. Anderen zagen toe en 1-achten om het delven en het deelen. Eù vèlen waanden zich groot, omdat zij enkel kleinen rond hen speurden. 't Ging allés op een dijntje, naar wetten en gebruik, in Via anderen, het aloude land Kunsft en letterkunde in Viaanderen ivaren ruim zoo gewichtjg als in andere landen. Geen rechtgeaarde Viaming of hij kende Moerlant, Vondel en Conscience, bij liame althans, en ried -dart er, buiten hen, nog wei andere moesten geweest zijn. Streuvels en Gezoille! Prachtkerelô noem-de.i wij ze; maar foei, ze schreven dialect. K'Ioos en Verwey! Die waren ons te hoog, de verzen en de prijzen. We luisterden eerst naar Peter Benoit, en dan... naar HuLLebroeck. We spraken Belgisch Nederlandsch en lazen Beligisch Fransch, lieten d-c Brabançonne s/pelen en zongen den Vlaamsichen Leeuw. Waarom dan geraasd van Duitschers, 'Engelschen, Russen Noren? We waren Vlamingen wij, van het echte bed. warm, gezond, en ge'rus't in ons klein landeke — wat kon de rest van de wereld ons sohe-len?...[Laten we, in geduld en deemoed, vergeten dat bij-na de heele Vlaamsche litteratuur, van af Conscience's „Leeuw van Vlaanderen" tôt aan Steuvels' Oorlogsdagboek, van af Willems' „Aan de Be'lgen" tôt aan De Clercq's „Aan die van Havere" als een aanklacht moest klinken tegen onze stief-moederlijke regeering, schuldig aan al ons we©; en liever doen art-s onze voorganggrs, rust latend waar rust is, we zullen er geen Jtnop te armer, geen haar te kleiner om tijn; de lieden zullen ons hôuden voor defti^e, ervaren, brave, praktische men-schen die passen in een vreedzaam ver-keer van vreedzame lui onder malkander en ons een .gerusten dood laten sterven in de gerustheid' vta een gerust geweten. Dan zij de aarde ons îicht: steeds viel het zware ons lastig. 0 land van gedweéheid, volk van klein-tnoed en aarzeling, eenmaal groot, vrij, sterk en vol durf, en ondanks ailes, ja, om ailes, mij lief, in uw armoede en verdruk-king, mij zoo hartelijk lief, hoe lang nog? Dr. RENé DE CLETRCQ. VLAANDERENS DIEPVERNEDEBDE OORDEN VRAGEN DADEN. IVIAAR GEEW WOORDEN Het grootste gevaar. Onze Hoogeschool. In een recent opstel in de Haagsche Post; deelt de heer C. K. Elout rnede, dat he grootste en naaste gevaar voor Holland ui Frankrijk dreigt. Ook al weer aan Duitschland verkocht ! Intusschen doet het een bekrompen na-tionalist goed, een „erkende" stem te hoo-ren spreken op de wijze als de heer Eloul doet in het genoemde artikel. "Want deze stem durft uiten, wat meerderen gedacht hebben, dat de vrees voor Duitscliland geeii manlijke vrèes is. Het is eene vrees, die niet voortspruit uit een krachtig nationaal be-wustzijn ; maar de bezorgdheid, die men in zekere kringen voor het Oosten meent te moeten koesteren, is er eene, die haren oor-sprong heeft in het opgeloste nationaliteits-besef van voordeelzoekenden, die, als d( tallooze compagnieën en compagnietjes in deri begintijd van onze Oost-Indiëvaart, zich niet ontzien waar er iets te verdienen valt elkander de schoenen van de voeten te trap-pen.De oorzaak van de ,,moffen"-vrees ziet de heer Elout niet in Duitschland, maar ir Nederland zelf. Hij vindt haar in dat nega-tief nationaliteitsbewustzijn, dat het vader-land als een omhulsel ziet van het eigenbelang en het ziclizelfzijn zoekt in de portemonnaie. Bismarck's annexatiezucht strekte zich over Holland niet uit, omdat naar zijn overtui-ging Holland zichzelven wel annexeeren zou. De kracht om Nederlander te willen zijn ontbreekt den meesten. Het is niet onmogelijk, dat het opstel van den heer Elout is ingegeven door het onlang; verschenen werk ,,Nederlandsche Gedachten", dat dezelfde idee tôt grondslag heeft. Wellicht staat de gelukkige inval van dezen schrijver op zichzelven. Des te beter. Want hoe verheugend het ook is de resultaten van een geponeerd nationaal beginsel te ervaren, °hèt is verheugendeF te çonstateeren, dat de drang, die tôt de stelling leidde, een aan meerderen gemeenschappelijke overtuiging geworden is. Natiotialiteitsbesef is het eenige redmiddei tegen den ondergang van een volk. Een volk, dat met'den ondergang wordt bedreigd, i-alleen door dit redmiddei te genezen. De ennemi du dehors is de gevaarlijkste niet. Arthur Chuquet **) mag het tegenoverge-stelde meenen, doch hij houde zich ervan overtuigd, dat de oorzaak v?.n Frankrijks corruptie naast de onderschatting van den buitenlandschen vijand ligt in de voosheid van het nationaliteitsbesef- Met bedachtheid op het gevaar van buiten ligt de allereerste zekerheid voor het voortbestaan in het zelfvertrouwen der natie. Op den duur moet dit winnen ; het breekt iedere slavernij. Gebrek aan zelf vertrouwen is de grondoorzaak van iedere mislukking. Tegen dezen inwendigen vijand is het recht van iederen nationalen opstand gericht. Men heeft het willen voorstellen, alsof Vlaanderens positie dààrom zoo moeilijk is, omdat het met twee vijanden te doen heeft, Duitschland en Frankrijk. Maar in werke lijkheid is Vlaanderens positie het moei lijkst, omdat het tegen cén vijand te kampen heeft, die moeilijker en gevaarlijker is dan een van deze twee, den „ennemi du dedans". Het Fransche gevaar zou zoo vreeselijk voor Vlaanderen niet zijn, even-min als het Duitsche, wanneer die inwendige vijand overwonnen was. De heer Elout zegt terecht, dat iedereen weet, dat- wij niet met een Vlaamsch België te doen hebben ! Wanneer het Vlaamsche volk het vermo gen gewonnen heeft, zichzelve als natie te zien, dan is Vlaanderens ziel gered. Want door een uitwendigen vijand zal een volk niet vergaan, maar we! door den inwendigen, d.w.z. door het gebrek aali zelfkennis. Vlaanderen moet zich zelven leeren ken-nen door ' eigen onderwijs en eigen bestuur. Dat is het doel geweest van den strijd vooi de vervlaamsching der Gentsche Hooge-school. Het moet zich ervan bewust worden dat het zijn wenschen aan zichzelf vervul-len kan. Vlaanderen Vlaamsch : de grootste vijand, die de vervulling van dezen nationalen wensch op den duur verijdelen kan, is niet de Belgische regeering, maar het Vlaamsche volk zelf. Wanneer dit nationaliteitsbesef ontbreekt dan zal de weldaad. die de Vlaamsche natif nu van Duitsche zijde ontvangt — wij zou den geneigd ziin te zeggen „ondergaat" — eene evenzoo groote bron van ellende blij ken als de ontkenning van de Vlaamsch< volksziel door het Fransche Belgendom Het bereiken van een der nationale verlan gens legt de natie de plicht op', zich kachtif te maken om te behouden, wat zij heeft Daartoe is de vorming van een partij noodig die uit de kennis der geschiedenis van he Vlaamsche volk de kracht put voor het be houd van het volkskarakter. De strijd voo, Ide Vervlaamsching der Gentsche Hnojeschoo is geen letterkundigi fraaiigheid geweest Zecn -poHtieke leuzt, waar de uitine van he verlangen naar erkenning van de Vlaamscht nationaliteit. Een Vlaamsche ziel kan niet leven in een Fransche, nocli in een Duitsche, noch in een Hollandsche atmosfeer. Door de vervulling van een zijner liefste verlangens heen ver-t langt de' Viaming naar erkenning van zijn ' ras, dat in een Vlaamsche atmosfeer alleen gedijen kan. De Vlaamsche Universiteit zal het nationaliteitsbesef opwekken. Het oude nationale leven zal daar bestudeerd en ontwik-keld worden tôt een beginsel, dat de waar-borg voor het Vlaamsche leven der toekomst bevat. De s*'--' +-jen den uitwendigen vijand Zdi — _.itaan, maar de over-winning van het inwendige, het grootste gevaar, zal worden verzekerd. Men noemt het beschamend voor de Vlamingen, dat zij hiinne hoogeschool niet van de Belgische regeering, Wel van de Duitsche — de vreemde ! — hebben bekomen: Er zit 1 eenige waarheid in deze beschuldiging, in zooverre als het Vlaamsche volk nooit en bloc dezen eisch heeft gesteld. Doch de verklaring daarvan strekke te-vens het Vlaamsche volk tôt verontschuldi-ging. N immer is de Viaming in staat gesteld de waarde eener universiteit te kunnen over-zien. De strijd voor de Hoogeschool ging uit van enkele gevormde elementen. De Vlaamsche bevolking, die voor het grootste gedeel te eene landelijke bevolking is, kan in het bezit van eene universiteit niet het middel zien voor behoud van den volksaard, en het kàn er dus niet warm voor worden. Het Vlaamsche volk, als geheel, miskent de waar de eener universiteit, omdat het de beteeke-nis ervan niet overzien kan- Daarvoor is een zekere vorming noodig,. die de Belgische Regeering den Viaming stclselmatig ontltouden heeft. En in de tweede piaats is de Belgische regeering feitelijk nooit Belgisch, maar Fransch geweest. Het Belgische nationaliteitsbes^ is tôt nog toe in een negatieve richting gj» stuurd, en daardoor gedwongen, zich in par-ticularistischen zin te. uiten. Dit laatste wekt vaak den schijn van een opstandigen geest, die bij het door een stel-selmatige ontkrachting verslapte deel van een meerendeels lande'ijke bevolking op de voor haar onverdragelijke gedachte aan ongehoorzaaniheid pleegt dood te loopen. ' E. VAN VLEMINCXHOVE. *) Haagsche Post, 1 Januari 1916. **) „De Valmy à la Marne" p. 304/305. *>•♦■<> IKem. Vlaenderen's belange-n worden nooyt na-ge^aen, maar steeds ten yoordeete van na-buren en vi-eemden g-eofferd. BELAHAYE. (7 l)eo. 1839 in de Belgische Kamer.) Roskam. Van aan het front gewordt ons het vol-gende nieuws, dat ook den lauwen een spoorslag moet r,^ven tôt meer durf: Belgische Standaard en Stem uit België zijn verboden in de loopgraven jusqu'à nouvel ordre ! Zonneklaar hliijkt hieruitj dat de vervol-ging van regeeringsizijde niet gericht is tegen De Vlaamsche Stem alleen, maar tegen alie Vlaamusche bladen, en het Vilaamsche volk zelf. Vrij België wenschen wij dezelfde eere toeî Rond een Ministerie. Dat de Belgische pers de kat uit den boom kijkt en dat elk'blad zijn uiterste best doet om in de goede gratie der regeering tè staan, • blijkt nu weer met de veranderingen in het Ministerie. Eerst was het : Het kost te veel geld, de kas is uitgeput, de ministers voeren een te grooten trein en een flink Bravo rees op bij het vernemen dat het getal ministers op 51 zou worden gebracht. Dan weer zouden (5 nieuwe ministers bij het reeds bestaande ministerie benoemd worden, om de yodsvrede te koopen (ailes knoopt zich ! O ! centenwereld.) En 't was al één ge-jubel in de Belgische kranten : wat een be-leid, wat een doorzicht bezat toch de regeering. Nu zou niemand meer te klagen hebben ! 't Was één hoerah-geroep, alomdomme. Nu, (den derde keer slaat boete, zegt de West-Vlaming) venieemt men dat er maar drie nieuwe ministers zullen bij komen en waarachtig, H heïdhaftigè herdersfluitje onder meer, vindt het de beste oplossing, „die aan meer dan een critiek den bodem zal inslaan55. Wanneer zal dat poesjenellen spel tocl eens eindigen? Wanneer zal de Belgische per; eens eerlijk en recht voor den dag komen et in piaats van het gedurige schelden, liet een wige liegen, het platte kruipen voor de macht ons volk leeren lezen en opleiden tôt het vat-baar worde voor schoonheid en mensche-lijkheid ? Zuid-Afrika. Vrij. Die vooiswerm vlieg in vrije vlug Op flukse vlerke deur die lug En s^vier en swaai naar links en regs Als was dit maar één vooltjie slegs. Hul s ©il naar bowe, val omlaag, Trotseer die storm en wii;de-vlaag, Maar vrolijk vlieg die'swerm. en .swink. En sweef en kantel in 'n wink, Geheimvol, deur 'n snelle' krag, Wat onverwag, tog was verwag. Hul klap hul vlerkies, klief die lug, En pijlisnel gaat die dartle vlug Al kruis en dwars deur d1 hemelsee. Daar splits die voorénd sig in twee, Die skedding- dring al verder deurj iSal dit die hele swerm verskeur? O nee! Die voorste vools wat lei, Draai met 'n swier en swaai weer bij, En verder vlieg hul, eensgesind, Hul vlerkies als aaneengebind. O Eenheid, girote wonderwerk, Wat vools laat vlieg aïs op één vlerk, Besiel tog ook die bonté koor Waartoe ik stenveling behoor; Want s'oos slegs eenheid in 'n skaar Van vrije voolis 'n svoerm vergaar, Kan eenheid slegs 'n bonté hoop Van mense tôt 'n nasie dopp. Die vooltjies vlieg in vrije .vlug En kantel deur die wije lug '/f Alsof hu'l hoog nog laag kan skeel, Want heel die lugruim is hul deel, Waarin nog links nog regs 'n grens , Nog iewers, dwase heersers-wens Die dartle vrijheid hul ontruk: Die vrijheid ken gên temmersdruk, En skuw die wrede hok en net Wat onskuld in gevangnis set. Die vool'stwenm Vlieg in vrije vlug En klief dte blije bloue lug En swier en swem in d' hemelkom So dartel in die vrijheid om. O soete Vrijheid, hemels ding, Wat vooltjies in die bos laat siny Hul vroeë blije môre-sang, Omdat hul na die nag so lang Die Moue lug weer in kan vlieg Om vrij op vrije wiek te wiegl O vooltjies van die hemel Wat in die vrijheid wemel, Mag ons gên vrijheid ken? Het God a:.:i jul allenig Die vrdjhéid als 'n enig Besitting toegeken? O nee! ik sien ons nasie Weer vrij, met voile grasie Die naam van nasie dra! O nee! ik sien ons velde, Ons volk, ons vrome h ©Ide Weer vrije vlagkeur drâ! TH. WASSENAAR. Historiek der Gentsche Hoogeschool. Konîng Willem I der Nederlanden besloot in 1816 de oprichting van drie Staatsuniver-siteiten in België : Leuven, Gent en Luik. Zij hadden siechts een kort bestaan, daar de Omwenteling van 1830 er een einde aan maakte en de meeste professoren naar Nederland,'Duitschland of Frankrijk trokken. Ter gelegenheid van het 75-jarig bestaan der Gentsche Hoogeschool (1892), sprak de heer Motte, toenmaals rector, de volgende woorden : .,1830 ! Het jaar dat onze onafhankelijk-heid zag ontstaan en ons in zooveel opzichten dierbaar is. 1830 was een donker tijdstip vooi onze Aima Mater. Deze leçd bijna schip-breuk in den storm der Omwenteling. Zij kwam er vprminkt uit. ,. . . .Bij- bevel van 't Voorloopig Bewind werd aan de hoogleeraars verboden hun leergangen te geven. ..Eindelijk bij besluit van 10 Decembet 1830 werd de heropening vastgesteld op den 3x11. der zelfde maand. Maar dit besluit be-helsde schikkingen die pijnlijk verbaasden en met verslagenheid vervulden al degenen wien den bloei, ja, het bestaan van onze hoo-gescholen aan 't hart lag. Deze werden ont- I l I redderd ; bij dit besluit werden de vreemdf. s leeraars, en in de eerste piaats de Hollan-1 ders, afgedankt. „Gent verloor vijf voorname professors , en onder hen de beroemde Thorbecke die er met een zeldzaam talent doceerde. Wat meer is, vijf fakulteiten werden afgeschaft." Gent behield twee fakulteiten : rechten e n geneeskunde. I11 October 1834 stichtten de bisschoppen een katholieke hoogeschool te Mechelen. In November 1S34 werd, door toedoen van Theodoor Verhalgen, de Vrije Hoogeschool to Brussel geopend. In 1835 gaf de wetgeving eeiie universiteit voor de Walen te Luik en een voor de Vlamingen te Gent. Beide werden in 1835 geopend .. .in 't Fransch ! In October 1835 werd de katholieke hoogeschool van Mechelen naar Leuven over-gebracht.De voertaal van het hooger onderwijs was tôt in den beginne der igde eeuw overal het Latijn. L at was dan 09k het geval in de drie Belgische hoogescholen door Willem I gesticht : Leuven, Gent en Luik. Doch professor Schrant (vaderlandsche geschiedenis en letterkunde) en professor Thorbecke (statistiek en sfaathuishoudkun-de) doceerden in 't Nederlandsch. Het Nederlandsch was natuurlijk de voertaal voor de geschiedenis der Nederlandsche letterkunde, ook te Luik. Sinds 1884 werden te Gent de normale Afdeelingen van Germaansche talen en voor geschiedenis en aardrijkskunde in het Nederlandsch gedoceerd. Het Nederlandsch is eveneens de voertaal in de Germaansche doktoraten te Leuven (1895) en te Brusse! In onze vier fakulteiten der rechten be-staat er sedert 1890 een leergang van straf-recht in het Nederlandsch en de praktische leergang in het notariaat wordt, te Gent en te Leuven, tweetallig gegeven. Sedert 1888 bestaat te Gent een leergang in de plantenkunde met het Nederlandsch als voertaal. - -In rechte bestaan die tairijke Nederlandsch. leergangen siechts met de stilzwijgende toelating van de regeering, want art. 5 van het Koninklijk besluit van 9 December 1S49 (dus bijna twintig jaar na de heropening der Gentsche hoogeschool), zegt : Les leçons sont données en français ; néanmoins le ministre pourra, par exception, autoriser l'emploi d'une autre langue dans certaines branches de l'enseignement universitaire... Er is dus siechts een Koninklijk besluit en geen wet. Wat de taal voor de examens betreft... daar bestaan geen voorschriften voor. Nochtans heeft de voorzitter van de centrale jury steeds geëischt dat de verdediging van de doctorale dissertatie in 't Fransch zou geschieden ! Maar 't Fransch, dat reeds ailes had, ont-nam nog willekeurig en wederrechtelijk aan de Vlamingen al wat het wilde. Hoogleeraar- J. Vercouillie, aan wien wc bovenstaande gegevens ontleenen besluit : „Aileen een Vlaamsche hoogeschool zal aan dit geschipper, aan al dat brokken- en stukkenwerk een einde maken. Met vertrouwen .zien de Vlamingen hare inrichting te gemoet omdat reeds hunne hardnekkigstc tegenstrevers het besef krijgen dat ze on-vermijdelijk geworden is." Zoo schreef prof. Vercoullie in 1910 ! Sindsdien zei Paul Hymans : Jamais I Uit de Pers. Belgi i en deLondensche Overeenkomst. Uit een artikel van het Kamerlid Jules Destrée, verschenen in de Telegraaf, ontleenen wij het volgende : Onder onze vrienden in Italie is eenige on gerustheid ontstaan wegens het bericht in de Fransche bladen, aangaande België's toe treding tôt de Londensche overeenkomst (be-treffende het niet afzonderlijk vrede sluiten). Ik meen, dat die ongerustheid gewettigd is. De positie van België is tôt dusverre bepaald, niet door zijn eigen wil, maar door zijn ver plichtingen jegens beschermende mogendhe-den en jegens zijn neutraliteit. Het is siechts oorlogvoerende partij aan de zijde dezer mo-gendheden in de betrekking van gewaar-borgde tôt waarborgende partij. Een positie, die oneindig veel beter is dan die van eeo verbond' zonder meer. Maar als België de Overeenkomst van Lon-den mede onderteekent, dan geeft het die voordeelige positie prijs, om bondgenoot zonder meer te worden. Het zou dan zijn neutraliteit laten varen door een daad van het uitvoerend gezag. Ik geloof, dat dit een fout zou zijn, en ik ben zeker, dat de regeering mijn meening deelt. Zoo zij, desondanks, de Londensche Overeenkomst onderteekent, dan is het omdat zij er toe gedreven wordt door overwe-gende omstandigheden, waarvoor het uitvoerend bewind, thans over de geheele wetelc verstrooid, zich — voor 't oogenblik — siechts kan buisen.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.

Er is geen OCR tekst voor deze krant.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.

Er is geen OCR tekst voor deze krant.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.

Er is geen OCR tekst voor deze krant.
Dit item is een uitgave in de reeks De Vlaamsche stem: algemeen Belgisch dagblad behorende tot de categorie Oorlogspers. Uitgegeven in Amsterdam van 1900 tot 1916.

Bekijk alle items in deze reeks >>

Toevoegen aan collectie

Locatie

Periodes