Gazette van Gent

1025 0
close

Waarom wilt u dit item rapporteren?

Opmerkingen

Verzenden
s.n. 1914, 24 Juli. Gazette van Gent. Geraadpleegd op 02 april 2020, op https://nieuwsvandegrooteoorlog.hetarchief.be/nl/pid/rx93779b3g/
Toon tekst

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.

247e JAAE. Nr 170. - - B. S OEKTIEMUN VRIJDACx, 24 JULI 1914 GAZETTE VAN GENT IIÎSeHBlJVIIGSFRÏJS ï VOOR GENT : VOÛR GEHEEL BELGIE : Vm fr. 12-00 Ben jaar fr. 15-CO fiZluLn' ' ' . » 6-50 6 maanden 7-75 3 ZZtn. : : : : » 3.50 3 maanden , *.O0 Voor Bolland : 5 frank per 3 maanden. Voor de andere ïanden : fr. 7-50 per 3 maanden. NIEUWS-, HANDELS- EN ANNONCENBLAD Gesticht In 1667 HEUKZEN'COURANTi. BiâSTUUR EBf BE3AC1IK VELDSTRAAT, 60, GENT De burêélen eijn open van 7 ure 's morgends tôt S wrê "s avonds, TELEFOON nr 710 De inschrijvers buiten de stad Gent moeten hun abonnement nemen ten Postkantoore hunner woonplaats. Het proces van Mevr. Caillaux Eene belangrijke zitting. — Gonfrontatie mev. gueydan aan het woord De brieven van den heer Caiilaux De getuigenis van den heer Barthou Zitting van donderdag. De izitting van donderdag werd om 12 are 10 geopend. De assisenzaal was bomvol advocaten en nieuwsgierigen. " Het getuigenverhoor wordt voortge-2et.S De heer Gaston Dreyfus verklaart dat de heer Painlevé zijne woorden verdraaid heeft. De heer Calmette heeft hem nooit gesproken over intieme brieven, doch alleenlijk over het document Fabre. De heer François Desclaux, financie-ontvanger, heeft den heer Vervoort, een vriend van Caiilaux, hooren spreken over e«n onderhoud dat hij met mad. Gueydan gehad heeft.. .Mad. Gueydan had hem verscheidene brieven getoond, welke de heer Caiilaux aan de 'betichte geschreven heeft en mad. Gueydan zou er-bij gevoegd hebben, dat zij van zin was die brieven openbaar te maken. De heer Desclaux verwittigde Caiilaux, die uit-riep : " Die brieven heeft ze mij ontsto-len ; ik hoop dat geen enkel dagblad-echrijver ze zal afkondigen." ■; De heer Vervoort, tegenwoordig op-steller van "Paris-Journal", komt dit be-■«estigen.Confrontatie. Men ging vervolgens over tôt de confrontatie van den heer Dreyfus met den heer Painlevé. De heer Painlevé houdt staande dat de heer Dreyfus hem gesproken heeft over intieme brieven van den heer Caiilaux, die in den "Figaro" gingen afge-kondigd worden. De heer Dreyfus. — Daartegen moet ik protesteeren. Ik heb u nooit gesproken over intieme brieven, vermits ik zelf ftiett .iMist cUvt 'er dergelijke brierven in omloop waren. De heer Painlevé. — Gij hebt er wel van gesproken. Gij spraakt over de fi-nancieele politiek van den heer Caiilaux. Gij zegdet dat die politiek zeer noodlottig was en dat Caiilaux een man met twee gezichten was. Toen ook hebt gij erbij gevoegd, dat er nog andere brieven gingen openbaar gemaakt worden en die zeer veel ophef gingen verwekken. De heer Dreyfus. — Dat is volkomen valsch. Als eerlijk man moet ik hier her-halen, dat ik nooit intieme brieven ge-zien heb. Ondervraging van mad. Gueydan. De heer voorzitter deed vervolgens mevr. Gueydan, gescheiden vrouw "van Caiilaux, foinnen leiden. Deze werd ondervraagd over de zoo-gezegde intieme brieven. Zij scheidde van Caiilaux in 1911. Tôt vôor de schei-ding had zij met hem gelukkig geleefd. De eerste brief viel in haar handen in 1898. Caiilaux zelf had hem mij gegeven. Het was een brief, geschreven door Geneviève Rainouard aan mijn man, zoo zegt zij. Het was in juli 1909 dat ik bemerkte dat tmijn man het niefc meer reehtzinnig en eerlijk meende met mij. Dien dag had hij eenen brief ontvangen. Ik vroeg wie hem dien brief schreef en hij noemde mij eene vrouw. Toen wierp hij zich op de knieën voor mij en vroeg vergiffenis, 'Zeggende : "Wij moeten volstrekt Parijs verlaten !" 's Anderendaags vernam ik dat hij die vrouw ontvangen had. Later ontving ik verscheidene naamlooze brieven, waarin men mij verzekerde dat mijn man mij bedroog. Ik vond er de bewij-zen van in twee brieven van Geneviève Rainouard, die ik op zijne tafel gevon-den heb. Ik toonde hem die bewijzen, en dit deed hem in woede opvliegen. Op een morgend zegde hij mij: "Ik ben dezen nacht aan uw bed geweest om u te ver-moorden, doch het zal voor later zijn." Toen heb ik hem verlaten en vertrok naar Parijs. Toen ik terugkeerde, vond ik opnieuw twee brieven, en later nog twee. Toen begreep ik mijn ongeluk en ik aarzelde niet die brieven weg te nemen.Later is er tusschen ons eene toenade-ring ontstaan. De heer Caiilaux stuurde mij een afgezant. Deze was de heer Westphal, die mij in naam van den heer Caiilaux de verzoening kwam voorstel-len. Ik heb daar lang over nagedacht en eindelijk gaf ik toe. Doch, later begreep ik den valstrik, waarin men mij gelokt had. Immers, de voorwaarde der verzoening was de teruggave der bezwarende brieven, die ik in mijn bezit had. Ik had dus een eerste onderhoud met Caiilaux. Deze legde mij een soort contract voor, waarin bepaald was dat ik die 'brieven moest teruggeven. 1k stemde er niet sef-fens in toe en ging verscheidene advocaten raadplegen, die mi} aanraadden de brieven niet af te geven. Den 5 november had ik een nieuw onderhoud met Caiilaux. Ik stemde er ten slotte in toe de brieven te vernietigen, doch een der brieven wilde ik bewaren, en die brief heb ik bij het dossier ga-voegd."De heer procureur Herbeaux gaf le-zing van dien brief. Daarin heeft Caiilaux geschreven dat hij tegenover mad. Gueydan groot ongelijk gehad heeft. Mr Labori. — Heeft mad Gueydan na hare echtscheiding geen contract getee-kend ,waarin zij zich verbindt al de brieven, welke zij van haren man bezat, te vemielen ? Mad. Gueydan. — Denkt gij niet dat ik ondanks ailes het recht had die brieven te bewaren ? Op het oogenblik der echtscheiding eischte Caiilaux mijn eerewoord, dat ik de brieven zou verbranden, terwijl hij zelf mij zijn earewoord gaf dat liij al mijne brieven zou vernielen. Ik heb hem mijn woord van eer niet verpand, omdat ik wist wat het zijne waard was. Mr Labori. — Waarom hebt gij de brieven durven bewaren, nadat gij mits 18.000 fr. bij contract hebt verklaard die brieven te vernietigen ? De heer voorzitter stelde voor de zitting voor eenige minuten op te schor-sen.Bij de herneming der zitting sprak mad. Guyedan over het zoogezegd contract, waarover Mr Labori haar hooger ondervroeg. " Gij schijnt te gelooven dat er een contract, eene overeenkomst bestond, wan-neer ik uit edelmoedigheid er in toe-stemde de brieven te vernietigen ? In het geheel niet. Men kan beproeven mij in het land de verantwoordelijkheid te geven, mij doen doorgaan voor eene onaer-lijke vrouw om alzoo verzachtende om-standigheden te hebben voor eene mis-dadigster, maar weet, dat ik hier mijne eer en die van mijn zoon verdedig. Mr Labori. — Ik vraag om besluitse- ■ len te nemen. Mad. Gueydan. — Qelief mij niet te onderbreken. Mr Labori. — Ik stel vast dat ondanks een oveireenkomst die documenten in handen van mad. Gueydan gebleven zijn. Ik vraag aan het hof mad. Caiilaux daarvan akte te geven, opdat zij, volgens de wetten, welke zij ter harer beschik-king heeft, in voorziening zou kunnen. gaan. Eene woordwisseling ontstond tusschen de twee advocaten. De heer procureur generaal stelde er een einde aan. "Mien kan den brief leeen deed hij opmerken, om te zien of hij nuttig kan zijn voor de betooging der waarheid. Is hij het niet dan kan men er over heenstappen. Mad. Gueydan vroeg den brief terug en begon daarna het leven af te schilde-ren dat zij met den heer Caiilaux geleid heeft. " De brieven, welke wij op het oogenblik der verzoening gewisseld hebben, toonen u genoegzaam mijne geestesge-steldheid. Zoo gij de brieven wilt lezen, zult gij zien dat al wat ik zeg waarheid is. In de lade van mijn man vond ik een brief van mad. Rainouard en terzelfder-tijd eene nota van de agencie Geron die aan mijn man mijn doen en laten liet we-ten.De heer AJbanel. — Gij hadt die briei-ven bij het onderzoek kunnen lezen. Thans zullen wij eerst den inhoujd onderzoeken alvorens er lezing van te geven. Mad. Gueydan. — Ik heb u al gezegd, , dat wij het beste huwelijk der wer.eld ; riitihaakten. Geruimen tijd had ik geen het minste vermoeden van zijne schuldi- ! ge 'ibetrekkingen ; het was .eerst den 14 juli 1909 dat ik besloot er hem over te ondei'vragen. Hij gaf mij dan den naam op eener lichtekooi en dien avond sprak hij mij vol vuur over de liefde en ach- 1 ting, die hij voor mij gevoelde. Na de ' verzoening trok hij naar Egypte en ik had dan aile redens om te gelooven dat ' de betrekkingen met zijne bijloopster af- ' gebroken waren. Doch deze schreef hem ' dat zij hem' zou komen vervoegen te Caï-vo. Het toeval wilde dat ik alsdan den 1 heer Geron ontmoette. 1 Den 21 december kwam de heer Caiilaux te Pariis terug en den 29 juni 1910 < ontvluchtte hij de echtelijke woning. 1k heb hem sinds niet meer weergezien. 1 Den 30 juni bracht men mij een pak met de photografiën in van de brieven en < men zegde dat ik ze wel eens zou kun- 1 nen noodig hebben. Van dit oogenblik ' af vond ik in de dagbladen eenige notas : waarbij men meldde dat de heer Cail- ' laux de echtscheiding vroeg tegen mij. ' Den 7 maart 1911 riep mijn pleitbezorger mij te zijneint en raadde mij aan de echtscheiding te aanvaarden. Op zijn i aandringen stemde ik toe en 48 uren la- ( ter waren wij gescheiden. 1 Sinds heeft de heer Caiilaux mij altijd ) afgeschilderd als eene vrouftv, tôt aile slechte daden in staat en thans nog wil < hij op mijne schouders eene verantwoor- < delijkheid doen wegen, die de misdaad, door mad. Caiilaux gepleegd,veel zou ver minderen. De heer Albanel. — Wie heeft u de photografiën dier brieven gebracht? Mad. Gueydan. — Het is mijne zuster, mad. Robert. Die had ze doen photogra-îeeren zonder ier mij iets over te zeggen. De brieven waren in het bezit van mijne zuster. De heer Albanel. — Uwe zuster was bevriend met den heer Vervoort? Mad. Gueydan. — Ja, maar buiten mijn broeder wist niemand dat die brieven bestonden. Ik sprak er aan niemand over en leed in stilte. Alleen de heei Caiilaux heeft er aan Jan en alleman over gesproken. Mad. Gueydan wijdde (nog «enigeln tijd uit over die brieven en de photografiën ei'van en hield tevens krachtig staande ze nooit aan iemand gegeven te hebben. Het verhoor wordt om 5 ure herno-men.Mr Labori.— De heer Caiilaux vraagt opnieuw gehoord te worden. De heer voorzitter. '— Mr Chénu vraagt dat men eerst mevr. Gueydan zou-hooren.Het Hof heeft de brieven die hem overgemaakt werdei», onderzochit. 'Zij schijnen niet al te veel belang voor de zaak op te leveren. Mr Labori. — Na kennis genomen te iiebben der brieven, mij door mevr. Gueydan overhandigd, zal ik ze door de lieeren juryleden laten lezen en wij zul-le.n dan zien of het noodig is hun inhoud bekend te maken. Mtevr. Gueydan. — Buiten de twee brieven waarover men hoorde spreken, zijn er nog acht andere, die ik aan Mr Labori zal overhandigen. Dei heer Caiilaux wordt daarna opnieuw aanhoord. Ik heb veel geleden, zegt hij, en nooit iièb ik tegenover mijne politieke vijanden 3'estaan als zij tegenover mij. Ik heb :hans als plicht de ongelukkige, die daar op de bank van oneer zit, tei verdedigen. Zich vervolgens tôt mevr. Gu,eydan ^ endend : Mevrouw, g-jj hebt mij gekend :oen ik jong minister van 37 jaar oud ivas. Ik had ongelijk met u in h«st huwe-"jk te treden, daar gij van mijn ras niet <vaart. Ik heb het begrepen 's anderen-laags mijner vereeniging, zelfs vooraleer k kennis maakte met deze ongelukkige. IVij waren vrienden, en daarmee al. Merv .Gueydan.— Gij onteert u. De heer Caiilaux. — De aanstoofc werd îog heftiger en ik zocht elders. Zeieren lag werden door u brieven ontnomen. Sene verzoening had plaats, maar an-lermaal kwamen onze karakters in bot-iing, zoo hevig dat wij samen niet kon-ien blijven voortleven. Op het ednde 'an juni verbood mijne waardigheicl mij îog langer bij u te blijven. Ik zal niets neer zeggen... Mevr. Gueydan. — 1k daag u uit ailes ,o zeggen. De heer Caiilaux. — Nu dan zal ik het ioen. Daags na de verzoening heibt gij aan len advocaat bek'end dat gij wel wist vat gij deedt ; zoo was het ook met de echtscheiding. Ik heb u achttien dui-:end frank 's jaars gegeven, pins eenei 10m van 200.000 frank. Als gij bij mi] )innen gekomen zijt, hadt gij niets (Be-veging in de zaal). Ik deed izulks om mijn g-awiezen 'rouw niet in nood te laten. Ik vervolg : 3p het oogenblik der echtscheiding, ver-irandde ik, mevrouw, de brieven die gij nij uit Corfoe zondt. Ik weet niet of gij of uwe zuster het leedt, maar ik voeg er aan toe dat de Irie brieven samen aangeboden werden. Als de eerste verscheen dacht ik, en mijne vrouw dacht het ook, dat de twee andere aldra volgen zouden. Sedert mijn niieuw huwelijk, was ik de gelukkigste man. (Mevr. Caiilaux weent). Ik vergeef mevr. Gueydan, besluit de heer Caiilaux. De heer Dupré-Gueydan wordt daarna gehoord : In de laatste helft der maand januari is de heer Boucafrd bij mijne moeder gekomen en vroeg haar, namens den heer Calmette, machtiging om den brief, waarin er sprakei was van de be-lasting op het inkomen, openbaar te maken. Mijne moeder weigerde. De heer Piétry, gewezen kabinetsover-ste van den heer Caiilaux, komt daarna aan de beurt. Hij doet niets bijzonders kennen. De heer Barthou. De heer Barthou, geweizen voorzitter van den ministerraad, komt daarna ge-tuigen.De heer Barthou vangt aan met hulde te brengen aan de nagedachtenis van den heer Calmette en verklaart verder dat mevr. Gueydan hem nooit gewaagde over brieven waarvan kwestie. Op verzoek van den heer Gaston Dou- mergue en van den heer Caiilaux wend-de ik stappen aan bij den heer Calmette opdat geen enkel document van diploma tischen aard zou afgekondigd worden. Calmette beloofde mij zulks. Ik moet er aan toevoegen dat ik aas mijn vriend Calmette het verslag Fabre geweigerd heb. Calmette zegde mij dat hij er een afschrift van had en vroeg nu of de tekst wel de eehte was. Ik bekende zulks. Op eene vraag van Mr Chénu, zjegt de heer Barthou dat het gerucht van open-baarmaking in den "Figaro" van intieme brieven, sedert geruimen tijd liep. De heer Caiilaux, zijn tegenstrever groetend : Ik herinner mij nog zeer wel dat de heer Barthou mij zegde dat mevrouw Gupydan hem de brieven onder een lantaarn toonde. De heer Barthou houdt zijne verkla-ring staande er aan toevoegenti : Sedert de 25 jaar dat ik tôt het Parlement behoor, kan er niemand zeggen dat ik ge logen heb. De heer Caiilaux. — En ik, ik kan er aan toevoegen dat iedereen hulde bracht aan mijne rechtzinnigheid. De zitting wordt om 6 1/2 une geheven. BUITENLAND. NEDERLAND. Opzichter vermoord. — Bij onderzoek door den gouverneur van Atjeh is geble-ken, dat de opzichter van den waterstaat Heins, vermoord is door zeven lieden, die ontevreden waren over strenge be-lastinginning ; vermoedelijk is roofzucht ook een der drijfveeren geweest. Bij de komst van den gouverneur zijn de lieden van Lhong uitgeweken, uit vrees voor weerwraak. Patroeljen vervol-gen de uitgewekenen. FRAsmmjK. Bijna levend begraven Te Vic-Fezensac, nabij Aucli, stierf eenige dagen geleden zekere weduwe Maille, zoo dachten ten (minste de bloed-verwanten, die ailes in gereedheid brach-ten om de overledene te begraven. Doch toep de kistenmaker haar in het doods-lakèn wilde hullen, schoot de vrouw eensklaps wakker en vatte den werkman bij de keel. Eenige stonden later over-leed zij echter voor goed. Men legde haar dan in de kist en voerde haar naar de kerk, waar de lijkdienst plaats greep. Watersnood Door de aanhoudende regen, zette de Isère ,'plots de Ivlaktel van Vjsreppe, stroomafwaarts Grenoble, onder water, over eene lengte van 6 en eene breedte van 2 kilometers. De bewoners moesten in bootjes vluch-ten. Het vee is verdronken. Tal van anderei waterloopen, de Romanche en de Drac, braken ook hunne dijken en overstroomden vele dorpen. In de Gard en de Ardèche werd er ook zeer aanzienlijke schade aangericht. Ten gevolge van de hevige onweders, voorgekomen in de Hooge-Alpen, werd zeer groote schade aangericht, namelijk in de vallei van Val-Godemard ; de pre-fect begaf zich ter plaats, met lôO solda-ten. De wegen zijn op vele Ihonderden meters afgesneden. Drie huizen werden door den stroom rweggevoerd. Verscheidene bruggen werden vernield. Doodelijk ongeluk. — De echtgenoote Boitel, wonende Carrière Potteau, te Wattrelos, klom woensdag naar den zol-der harer woning, toen zij opeens het evenwicht verloor en van de ladder viel, die naar den zolder leidt. Zij werd in den val den ruggraat gebroken en bijna op den slag gedood. Onweders. — -In den omtrek van Perpignan brak een erg onweder los. Ta Serdinya viel de bliksem in het rotsach-tig gebergte midden in eene geitenkud-de. Een groote rotsblok werd geheel ge-kloven en de 140 dieren, die de kuddo uitmaakten, werden op den slag gedood. |De jherder kwam Jer levend, doch met erge ibrandwonden vanaf. Moeder en kind verdronken. — Te Courpière viel de 3jarige Marie Gaubert in de rivier, de Dore. De moeder 6prong haar kind achterna, doch beiden werden door den stroom medegevoerd en verdronken. Vader Gaubert, die insgelijks in de rivier gesprongen was, kon slecht» met de grootste moeite gered worden. EÏSIGELAND De conferencie. — Na afloop der con-ferencie van woensdag, zijn onderhan-delingen begonnen tusschen de leiders der partijen. Het kabinet heeft ook ver-gaderd.De leiders der oppositie zijn 's avonds weer bijeengekomen Van hetgeen ter conferencie is ver-handeld, is niets uitgelekt, maar in de wandelgangen van het Lagerhuis houdt men het er voor, dat eene beslissing aan-staande is en dat ze misschien reed» he-den zal worden genomen. Toen Redmond en Dillon de kazerna der Iersche garden bij het Buckingham-paleis voor.bijgingen, zijn zij door de sol-daten luide toegejuicht. Het Home Rule. — De eerste geweer-schoten. — Te Gleskey, een katholiek dorp in lerland, is woensdag een voorval gebeurd, dat in de huidige omstandighe-den ongemeen erg is. Eene compagnie protestantsche vrijwilligers kwam door het dorp, toen eensklaps verscheidene geweerschoten van achter een huis op de soldaten gelost werden. Gelukkiglijk el'd niemand getroffen. De protestan-ten verhaastten zich hunnen weg voort te zetten en waren weldra uit het zicht ver-dwenen. 8 Feuilleton der Gazette van Gent. Verzegelde Lippen Roman van R. ORTMAN. , -~~j Laten wij elkaar goed verstaan, mijn kind. Ik behoef mij natuurlijk over mijn naam met te sehamen. Maar menschen van het slag van dien Vollmar, die het leven in de groote wereld enkel van hooren spreken kennen, zitten ,meestal Btuf m de wonderlykste vooroordeelen. Zij begnjpen Met dat een, man van mijne atkomst- en opleidmg niet zooals de eerste de beste zijn bestaan kan vinden m eene slaafsche afhankelijkheid Zij be-oordeelen ailes naar hunne eigene klem-riui'gerlijke moraal en hebben geen be-grip van iets dat zich boven de sfeer van het alledaagsche verheft. Een benrs spéculant kan in hunne oogen een ach-tenswaardige mensch fwezen ; maar een kaartspe-1 of eeme weddenschap op de renbaan dunkt hun uit den booze. Uw advocaat zal op dit stnk waarschiinliik niet vnjzinniger zijn, dan de andere rave Hendrikken van zijn slag... Maar « < t eigenlijk mijn persoon hem aan? — .1 zt.it de dochter van treffeli,jke ouders KmefVi1«ruîlafIn het minsfce geringste emetje kleelt. Dat kan hem volop ge- strek-fV'n'Z(fn ~ te, meer nog omdafc ik vol- poo« g,B b4nsfrd"'|n^"id-voor ««»« staanV V0"'w^nen' H°e moet ik dat ver-| ~ ^ lk kan immers tôt uw bruiloft onder het eene of andere voorw^endsel naar Parijs of naar Londen trekken, ter-wyl gij ondertusschen in een net pen-sioen uw intrek neemt. Gij waart immers toch voornemens, van mij weg te gaan ; en deze uitweg lijkt mij altoos nog aan-neembaarder, dan uw fantastisch ge-dacht om bij vreemd volk uw brood te gaan verdienen. Dagmar keek stil en nadenkend voor zich uit. Al het goede en rechtschapene in haar kwam in opstand tegen de slink-sche handelwijze, die daar van haar ge-vergd werd. Maar de wenschen van haar stiefvader vonden een machtigen bond-genoot in haar eigen hunkeren naar ge-luk, en deze stem haars harten was ten slotte sterker, dan de waarschuwende stem van haar geweten. — Ik beloof u niets ; maar ik zal zien of het mogelijk is, aan uw verlangen te voldoen, zegde zij na een wijle. Herbert reist morgen naar Berlijn, waar hij eene gewichtige aangelegenheid te regelen heeft. Eerst na zijne terugkomst, over twee of drie dagen, had ik met u willen spreken. ~ Dat treft dan uitmuntend. Hij zal mij dan niet meer hier aantreffen, daar ik nu vast besloten ben om zoo spoedig mogelijk te vertrekken. Het zal ook voor-loopig voldoende zijn, wanneer gij hem mijne toestemming mededeelt, die gij overigens niet meer noodig hebt. Mijn persoon, lieve Dagmar, zal uw geluk niet m den weg staan. Of het anders zoo discrète kamermeisje ditmaal vergeten had te kloppen, dan " e , of haar kloppen niet gehoord was ge worden, — in elk geval stond het (leerntje bij Ewald von Bendheim's laat ste woorden reeds op den drempel en zegde, terwijl hare levendige oogen nieuwsgierig rondgingen : —Mijnheer de referendaris Keilig heeft zooeven dezen brief voor mijnheer Holn-stein afgegeven. Er was groote haast bij, zegde hij. — Zoo ? Geef hier. Het meisje verdween, en Ewald von Bendheim scheurde haastig den omslag open. Zijn voorhoofd betrok onder het lezen. — Fatale geschiedenis !, zegde hij. Ik zal nu misschien toch nog een dag langer hier vastgehouden worden. Maar het blijft niettemin bij onze afspraak. Als Herbert Vollmar terugkomt, dan ben ik niet meer hier. Het was alsof Dagmar eene vervelende vraag op de lippen had. Maar zij onder-drukte die toch en verliet met een korten groet de kamer. Toen hij alleen was, herlas haar stiefvader de weinige regelen van het zooeven ontvangene briefje. Verdomd! mompelde hij. De vent kan dus niet betalen... Maar hij ontloopt mij met. Ik moet binnen vier-en-twintig uren het geld van hem loskrijgen, goed-schiks of kwaadschiks ! Vervolgens ging hij naar de tafel en verbrandde boven de lamp den brief van den referendaris tôt asch. Herbert Vollmar was juist met het pakken van zijnen handkoffer klaar gekomen, toen er krachtig aan de deur zijner hotelkamer werd geklopt. In de meening dat het de huisknecht was, die zijn reisgoed naar de aanlegplaats der stoomboot moest brengen, wendde hij bij het "binnen!" niet eens zijn hoofcl iwiimi —un—ti om. Het veroorzaakte hem dus een klei-nen schrik, toen hij in het volgende oogenblik den frisschen klank eener hem welbekende mannestem vernam : — Aha ! zoo zien er dus de dringendte , bezigheden uit, die u verhinderen om mij te vergezellen ?... Weet gij wel, mijn jongen, dat ik aile reden heb om boos op u te zijn? Met eenige verlegenheid had Herbert zich naar den vriend toegewend ; maar de vroolijke uitdrukking op Rinckleben's gezicht dwong ook hem een glimlach af. — Ja — het noodlot haalt dikwijls eene dikke streep door onze plannen, zegde hij, tarwijl hij hem hartelijk de hand schudde. Ziet men dit niet ook aan u 1 — j Ik dacht dat gij op dit oogenblik hoog en droog tusschen de bergen zat. — Daar kom ik ook juist vandaan. Het hondenweer heeft mij verdreven. Eeuwig in regen en nevel te zitten, dat is geen aardigheid. Ik stoomde eergisteren, toen ik de eerste symptomen van eene ge-(vaarlijke melankolie aan (mijzelf ibegon te bespeuren, naar Berlijn terug ; en toen ik daar op mijn bureel vernam dat gij naar de zee waart, veroorloofde ik mij het genoegen van u na te reizen. Oosten-de of Biarritz is het hier overigens nog niet. Dat heb ik in het eerste half uur al gesnapt. — Neen. Maar het is duizendmaal be-ter. Ik denk dat uw besluit u niet berou-wen <zal. Rinckleben, wiens scherpe oogen den vriend aanhoudend g^monsterd had, boog met eene ondeugende uitdrukking het hoofd een weinig ter zijde. — Hoor eens, vriend, zegde hij— uw opgetogenheid li-jkt mij haastt even ver- dacht, als uw plotselinge behoefte aan zeelucht. Het was toch niet de eene oi andere vrouwelijke magneet, die u hier-heen heeft getrokken en u nu dit vervelende duinstrand omtoovert in een para-dijs 1 Herbert rommelde in zijnen koffer en antwoordde niet terstond. Eerst na ver-loop van eenige seconden zegdei hij : — Waarom zou ik voor mijn besten vriend een geheim er van maken 1 — Ditmaal, o edele Rudolf, heeft uw snugger-heid u op het rechte spoor geholpen. Gisteren avond heb ik mij verloofd. Op zulk eene verklaring was de andere trots zijn schertsende vermoeden toch niet voorbereid geweest. Hij deed dan ook geen moeite om zijne verbazing te verbergen. — Verloofd? In vollen ernst?... Maar dat is eene ontzettende gebeurtenis !... En zal ik eens raden met wie ? — Dat zal u niet gemakkelijk vallen, mijn waarde. Want zoover ik weet, is de dame in kwestiei u volslagen onbekend. — Zij is dus niet de schoone vrouw, die ik voor eenige weken in uw bureel heb ontmoet ? Herbert herinnerde zich nu eerst die vluchtige ontmoeting tusschen Dagmar en zijnen vriend. Hoe komt gij juist op haar ? vroeg hij verwonderd. Ik heb toch naar ik meen, geen woord over haar laten vallen. Voor een menschenkenner was dat ook niet noodig. Ik wil u, echter beken-nen, dat er in dit geval voor mijne boven-mensche.lijke snuggerheid nog eene andere verklaring bestaat. Op den weg hier-heien ontmoette ik denzelfden heer, dien ik destijds na het verlaten van uw bureel in gezelschap van de bewuste jonge dame zag. Dit leidde mij natuurlijk tôt zekere berekeningen. Overigens —- mag ik misschien ook den naam der gelukkige vernemen ? Zij heet Dagmar Holnstein. Heb ik dat toen niet reeds gezegd ? — Mogelijk ; maar dan ben ik het ver-geten, Staat de beiwuste heer tôt haar in verwantschap ? Deze vraag klonk slechts heel terloops. Maar bij eenige oplettendheid zou Herbert toch misschien eene uitdrukking van ongewone spanning in de oogen vaa zijnen vriend hebben waargenomen. Gij^ moet mij zijn uiterlijk beschrff-ven voor ik daarop antwoorden kan. I» de heer, die gij bedoelt, een man op ja-ren, met een grijzen puntbaard en een monocle ? Juist! Hij is ongetwijfeld degene dien ik bedoel. —- Dan kan ik uwe weetgierigheid be-vredigen met de mededeeling, dat hij de stiefvader van mijne verloofde is, met name Ewald Holnstein. Z°° zoo? En kent gij die al sedert lang? — Neen. Ik heb eerst hie,r op Norder-ney kennis met hem gemaakt. —- Maar gij zijt zeker toch omtrent zijn verieden en zijne omstandigheden be-hoorbjk mgelicht? j niet- Ik had tôt dusver gewi aanleidmg om mij daarin te verdiepen. Overigens kondsjn uw vragen bijna het vermoeden in mij wekken, dat de heer Holnstein u niet vreemd is. Weet gij zelf misschien iets omtrent zijne omstan-dignaden en zijn verieden ? (Wordt voortgezet.)

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.

Er is geen OCR tekst voor deze krant.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.

Er is geen OCR tekst voor deze krant.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.

Er is geen OCR tekst voor deze krant.

Toevoegen aan collectie

Locatie

Periodes