Het tooneel

1057 0
close

Waarom wilt u dit item rapporteren?

Opmerkingen

Verzenden
s.n. 1917, 31 Maart. Het tooneel. Geraadpleegd op 26 mei 2024, op https://nieuwsvandegrooteoorlog.hetarchief.be/nl/pid/5h7br8n970/
Toon tekst

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.

Het Tooneel 2e Jaargang Nr 29 — 31 Maart 1917 Beheer en Redactie : Kerkstraat, 13, Antwerpen 10 Centiem Anloon Moortgat Schrijver van ,, De Bremer Slraatmuziek '' Koninkl JSederl. Schouwburg Gaat en Vermenigv u Idigt Eene Kokette Het bestuur had, in zijn loffelijk pogen om oorspronkelijk werk op te voeren, zijn keus laten vallen op «Gaat en Vermenigvuldigt» van heer Jef Haugen. Zeggen wij maar onmiddellijk dat die keus heel ongelukkig geweest is. Dat werk behoort ontegenzeggelijk tôt «het gewoon vlaamsch geknoei» waar Ver-meylen reeds over sprak in 1898 in «Van Nu en Straks», in zijn beoordeeling over v Starkadd» van Hegenscheidt. Nog zeiden hebben we opeenstapeling ge-zien van onkonsekwenties en valsche toe-standen, als in het werk dat verleden week voor het voetlicht kwarn. Niettegenstaande er niet minder dan vier kinderen in het spel kwamen, bleef toch het succès totaal uit. «Gaat en Vermenigvuldigt» is een melo-drama in de ongunstigste beteekenis van het woord en een produkt van verregaande wansmaak. In het nummer 15 van dezen jaargang schreven we : «Het is een axioma : kunst van eigen bodem moet den voorrang hebben.Wij zeygen: kunst van eigen bodem, en niei het eerste, het beste produkt dat met de kun,;t niets te maken heeft. Want oorspronkelijkheid, d. w. z. werk gesçhreven in eigen taal, mag niet vol-staan: het werk moet niet alleen zooveel mogelijk beantwoorden aan de eischen van de techniek. maar tevens de uiting zijn van een persocnlijkheid. Want wij zijn het eens, niet waar? dat vele prestaties met kunstpretenties niet anders zijn dan voortbrengsels van zwakke-lingen, onbewust van hun onmacht en hun soms verre'-nnde onbenulligheid. Zelfcritiek en zelfbewustzijn zijn twee ei-genschappen welke vele menschen, die den-ken aan kunst te doen, absoluut missen. Zelfvertrouwen en durf moet een kun-stenaar bezitten, voorzeker, maar de twee hooger vormelde hoedanigheden behooren gewoonlijk aan de rijkbegaafden. Oorspronkelijke, — zoowel als vertaalde «draakjes» blijven toch altijd wangedroch-ten, en goed begrepen nationaliteitsgevoel zal niet leiden tôt het door-de-vingeren-zien van grove gebreken in werken van eigen bodem». En verrier: «En als wij dan voor de keus gesteld worden tusschen een waardeloos dramatisch Vlaamsch produkt en een uitheemsch kunst-wferk, dan aarzelen we niet éen oogenblik de voorkeur te geven aan het laatste.» En wie zal durven beweren dat «Gaat en Vermenigvuldigt» niet een wansmakelijk gedrochtje is, zooals onze niet-rijke drama-tische literatuur er gelukkiglijk geen twee-de telt. En zoo'n onding is nog geprimeerd van staatswege! De twee eerste bedrijven staan beneden ailes maar het laatste is daarbij zoo ge-voelloos, zoo walgelijk, zoo misselijk, dat we geneigd waren den schouwburg te ver-laten, waren wij, beroepshalve, niet ge-dwongen geweest te blijven. Het sterven der moeder is geen aangrij-pend realisme, maar de onoogelijke photo van een weerzinwekkende, gruwzame ake-ligheid.Het stuk ontleden gaat niet, of liever, moesten we dat toch doen, dan zouden we drie, vier kolommen te vullen hebben om al de onnoozelheden op te sommen die er bij massas in het werk voorkomen. Pretentieus is het daarbij in hooge mate. Het wil een thesis op den voorgrond bren-gen, waar geleerde sociologen en staathuis-houdkundigen, en zelfs geniale roman-schrijvers, o.a. Zola met zijn «Fécondité», reeds jarer. over geredetwist hebben. Het «Malthusianisme» is een zaak van het geweter., een kwestie die man en vrouw op te lossen hebben en de al of niet beper-king van het kindertal wordt zoo maar niet op een onbenullige manier voor het tooneel bewerkt. De karakters — dat spreekt van zelf — zijn heel slecht geteekend, in zooverre men hier van karakters spreken mag. De kostelijkste type is hier wel de oom, een geneesheer. Die houdt maar vol dat er kinderen moe-ten... gekocht worden. En naar aile waar-schijnlijkheid is hij zelf vrijgezel, want van zijn vrouw, de tante of lieve moei, om te spreken lijk heer Haugen, hoort men niets. Hij ziet de armoede voor zijn oogen,maar hij zal zicli wel wachten het arm huisgezin bij te staan. In II zegt hij zelfs dat de vrouw zich goed moet verzorgen en voeden, maar over zijn financiëele hulp zwijgt hij liever en in III, wanneer de vrouw in ijse-lijke smarten overleden is, vindt hij nog de gelegenheid om uit te roepen: «Het is tijd, ja, hoog tijd, dat ik mijn werk de we-reld inzend!» En zijn werk dat is een brochuur over de bestrijding van de kinderbeperking. Als hij dat zal gedaan hebben, dan is die verwaan-de Esculaap overtuigd dat aan die kwaal voor goed een einde zal g-ekomen zijn, net als de heer Haugen d<?nkt dat zijn «Gaat en Vermenigvuldigt» daar paal en perk zal aan stellen. De taal van het tooneelstuk is daarbij droog, stroef, schoolmeesterachtig en ge-kûnfteld.Hoor maar eens : — Hebt gij oom al iets aangeboden !... — Hendrik is weg om oom. Wie zegt er hier in Vlaanderen nu ooit we! «oom» ? — Dat is nu alleen om zijn weemarig hart. En zulke taallieftalligheden hoort mer. met hoopen!... * * * Wanneer een stuk als «Gaat en Verme-nigvuldigt>: door een gezelschap gespeeld wordt als het onze, dan wordt er nog ge-red.wat anders totaal en voor goed zou on-derduiken. Jammer maar dat onze artisten aan zulk een onding hun talent moesten verknoeien. Heer Bertrijn heeft zich zoo flink moge-lijk g>ehouden en gedaan wat hij kon; Mev. Noterman speelde ook wel goed, maar was waarlijk wat al te huilerig- in het derde bedrijf, dat al misselijk genoeg is; heer Van Thilio was een brave Hendrik, goed terzijde gestaan door zijne vrouw, Mej. J. Janssens, die echter moet zorgen dat er meer warmte komt in haar dictie en hare mimielc ; heer Piet Janssens declameerde zijn roi naar behooren; heer Van de Putte was een onbenullige echtgenoot en Mejuffer Bertrijn eer. mooie kokette; heer en Angenot en Schmitz, heel goed in hunne kleinere rol-len, Ook ae juffertjes Schmitz, Janssens en Van den Baen en de jonge heer Cauwen- berg bevielen best. * * * Cm den avond waardig te beginnen kre-gen we «Eene Kokette» van G. De Lattin, heel opgewekt gêspeeld door Mev. Bertrijn — misschien wel wat al te opgewekt — heel goed door Mevr. Ruysbroeck en heer Cauwenberg. Jn en om de Schouwburgen -— ROLVERDEELING van «De Rechte Lijn», tooneelspel in drie bedrijven, door Fabricius. — Wilko De Hond, Hr G. Cauwenberg — Dolly, zijn vrouw, Mevr. H. Bertrijn. — Dieuwke Eylinga, Mevr. Ch. Noterman. — Mary, haar zusje, Mej. Mar-garetha Bertrijn. — Hardius, directeur van de Nationale Bank. Hr E. Gorlé. — Kra-neck, makelaar, Hr B. Ruysbroeck. — Koert Falk, infar.terist, Hr A. Van Thillo. — Ste-ven Tijssen, zendeling-leeraar, Hr R. An-genot. — Louis Volders, Hr R. Van de Putte. — Van Buuren, Hr J. Schmitz. — HET TOONEELSEIZOEN van onzen K. Nederlandschen schouwburg zal op Zon-dag 1-5 April gesloten worden met «De Hin-derlaag» van Ivistemaeckers, dat ook op Zaterdag 14 zal worden opgevoerd. — FABRICIUS TE ANTWERPEN. — Op de vertooning van «De Onbekende Vrouw» was de schrijver van «De Rechte Lijn» aanwezig. Een onzer medewerkers was in de gelegenheid hem te spreken. De bekende tooneelschi'ijver was opgetogen over zijn reis in Vlaanderen. Met belang-stelling ziet hij de aanstaande opvoering van «De Rechte Lijn» door ons gezelschap te gemoet. Waarschijnlijk zal hij terugkee-ren om de vertooning bij te wonen. Er is ernstig spraak van in den loop van den volgenden winter «Dolle Hans» te spe-len dat in Holland reeds 270 opvoering'en mocht beleven. — «DE LUSTIGE KONING» (Béguin de Roi), is de titel der operette die na «De Maskotte» in de «Scala» wordt opgevoerd. _— ZONDAG 11. (in dag- en avondvertoo-ning) en Maandag, heeft Mevr. Fierens -Verbeeck de roi van «Hannah Glawari» in «De Lustige Weduwe» gespeeld. Hare pres-tatie was heel mooi en haar succès zeer groot. — HIPPODROOMSCHOUWBURG. — De proefnemingen over het weerstandsver-mogen van het heropgebouwde Hippodroom paleis zijn schitterend geslaag'd. Niet min dan 260.000 kilos grint en zand werden op-gestapeld om de stevigheid van den bouw op proef te stellen; de dertig toestellen die de gebeurlijke inzakkingen moesten vast-stellen, wezen een maximum verplaatsing aan van l/20ste van een millimeter. — De technische stadsdienst zal dus gerust op beide ooren kunnen slapen, want er is meer gedaan dan gevergd werd. De opening zal eerstdaags kunnen ge-schieden, waarschijnlijk Zaterdag a.s. De algemeene repetitie, in costuum, is op Don-derdag a.s. vastgesteld. Einde goed ailes goed. — IN «ROBERT EN BERTRAND» dat na «De Kino-Koningin» in «Palatinat» ver-toond wordt, zal heer Pierry de roi van «Strambach» vervullen, in de plaats van hr Robert van Aert. Het Vitra- Modernisme E. Wiohmann : «De Comediant». ' Een weekblad onzer stad heeft het noo-dig geacht te antwoorden op ons artikel — en wel voornamelijk op de inleiding — over de tentoorstelling van heer Paul Joostens. De steller van het antwoord — een nieuw-lichter heelemaal up to date — zegt dat we tardigrades zijn, d. w. z. traaggangers of langzaamloopers en voorzichtigen. Wij zien daarenboven door idioten - glazen — wat mogen dat wel voor optische hulpmiddelen zijn •— en aan cretinisme schijnen we ook vrijwel te lijden. Met die lieftallig'heden zullen wij het nu voor het oogenblik maar stellen. Het wederleg'gend schrijven geeft op het eerste zicht de impressie heel geleerd te zijn en voor oningewijden moet de steller een heele Piet wezen. Maar wat is het anders, helaas! dan een heel summaire résumé van wat ultra-moderne schrijvelaars ge-zegd hebben over cubisme, rondisme, futu-ri&me en andei-e zonderlingheden eindigen-de op isire, waarvan ons de namen voor het oogenblik niet te binnen schieten. Om een staaltje te geven op wat manier de ultra-modernen de polemiek verstaan, vermeit zich onze achtbare tegenspreker in een drukfout. Waar wij gesçhreven hadden r i c h t i n g en de «typer» gezet had i n -r i c h t i n g , vindt hij allemachtig veel ple-zier om te spreken over een veefokkerij of een kantoor voor het plaatsen van dienst-meiden.Buitengewoon ultra - modern - gedistin-geerd!...Waar het hart van vol is, loopt de mond van over... Zoo leert ons de volkswijsheid. Aan zulke spitsvondige zetten erkent men aanstonds dat de nieuwlichters in de literatuur den humor op een heel andere en vooral voornamere wijze verstaan dan hun voorgangers die, wat het denkvermo-gen betreft op hetzelfde peil staan als de schilders der vorige generaties. Om ons heelemaal klein te krijgen op fu-turistische manier, met al de vurigheid van een Marinetti, zegt hij verder dat wij door ons anonymaat — wat bastaardwoorden toch allemaal in een strijdend flamingan-tenblad — ongelukkig ook niet het «marque de fabrique» leveren van een reeds lang erkende grootheid. Neen, beste jongen, dat hebben we niet gedaan. Wr hebben de verwaandheid niet te beweren dat we een meester zijn met een reeds lang en goed gevestigde reputatie. Maar van een beginneling — want we meenen te mogen bevestigen dat al de re-daeteuren van het weekblad piepjonge vent-jes zijn — hadden we waarachtig een zulk scherp verwijt niet verwacht. Wij hadden altijd gedacht en meenen het nog dat de naam niet in aanmerking moet genomen worden, maar dat vooral den inhoud van belang is. Bij de ulti'a-modernen is het anders om: de naam in de eerste plaats, de inhoud is bijzaak. Maar het artikel in kwestie is ook niet \oluit onderteekend : daar staan maar alleen de beginletters P. V. O. Compositie van Piet Mondriaan. En de rai-e lezers van het blad zullen zich dan ook wel mogen afvragen: wie is die menheer P. V. O. ? Zijn dat de beginletters van Piet van Ooleghem, Pancrace van Ossendrecht of wel Polycarpus van Olla-l'odrida ? Sommige onzer vrienden met wie we over deze hoogst gewichtige kwestie spraken, durfden zelfs met de bewering voor den dag komen dat het Paul van Ostayen zou kunnen zijn. Maar die vermetele vooruit-zetting wilden of konden we niet gelooven. Deze jonge, sympathieke poëet is, naar zijn eigen zeggen een «noceur», dus een intelligente jongen en bijgjevolg onbekwaam non-sens te vertellen. We hebben ons zelfs laten wijsmaken dat hij al zijn boeken over cubisme, futurisme, snobisme, auto-gobis-me, enz. enz. aan Moorthamers verkocht heeft. Ergo... Heer P. V. O. — 't kan ons weinig'sche-len wie hij is — houdt vol dat wij ons ver-gist hebben waar wij schreven dat de be-weging der nieuwlichters s 1 e c h t s in Holland ongemeen veld gewonnen heeft. En hij somt dan de voornaamste aanhangers op in Frankrijk, Duitschland, Italie, Holland en Spanje. Maar dàt hebben we ook niet gesçhreven : vooral en niet s 1 e c h t s staat er in het artikel en dat verandert den zin heelemaal!Ik hoop maar dat met al die ultra-moderne wijzigingen die de kunst zal moeten on-dergaan er lijden, de lieve waarheid — een der schoonste kwaliteiten van de kunst — op cubistische manier den hais niet zal om-gewrongen worden. Maar nu willen we eens praktisch en zaakrijk te werk gaan een manier van doen waar P. V O. heel veel van schijnt te iiou-den.Bij ons artikel geven wij twee reproduc-ties: «De Comediant» van E. Wichmann, welke we overnemen uit het werk van Piet van Wijngaerdt «Het Signaal», verschenen in 1916, bij Paul Brand te Bussum, dus re-cent genceg, en een compositie van Mondriaan, overgenomen uit Elsevier, jaargang 1915. Onze lezers kunnen nu zien hoe een comediant e; uitziet. Zij zullen misschien bij hoog en bij laag houden staan dat die uit-gehongerde d r a a k op geen enke! lid van ons gezelschap lijkt, 't kan ons niets maken. De artist heeft de benaming onder zijn werk gezet en men moet dus maar aanne-men wat hij heeft willen «zeggen». Maar op de tweede reproductie: de compositie van Mondriaan, hebben wij en eeni-ge kunstschildei's onzer vrienden staan kij-ken en staroogen zonder het fijne er van te snappen. We zijn er met den besten wil van de werekl niet uit wijs geworden. En daarom, beste heer P. V. O., doen we een beroep op uwe mystérieuse en mediu-mieke kernis van het ultra-modernisme... Leg ons a. u. b. uit wat de compositie van Mondriaai. bateekent en wij bekennen dan schuld en doen boete. De kolommen van ons blad — dat door al de schilders gelezen wordt — staan wa-genwijd voor u open. Bewijs ons dezen ge-wichtigen dienst — wij smeeken er u om — en wij blijven U eeuwig dankbaar. De Bremer'Straatmuziek VAN ANTOON MOORTGAT. Begin December 1912 woonden we, met eenige andere vrienden van den heer Moortgat, diens lezing bij van zijn Bremer S t r a a t m u z i e k in de bovenzaal van de «Flora». Deze sympathieke Sinjoor van wie reeds op onzen Nederlandschen schouwburg werden opgevoerd: «De Menscheneters van de Mongala», «Per Velo» en «Antoon Van Dyck op Wandel», die de meesterlijke vertalingen leverde van «Cyrano de Bergerac», «Le Cloître», «Kaatje», «Monna Vanna» en «La Demoiselle de Magasin», dat ons beloofd maar niet gegeven werd, bekwam een wel-verdienden bijval en werd warm gelukge-v enscht. Vroeg'er had hij reeds laten verschijnen zijn grootsch aangelegd Vlaamsch helden-spel: «Thyl Uilenspiegel». Thans heeft hij eindelijk besloten zijn «Bremer Sti aatmuziek» ook in druk te laten verschijnen en zijn niet-te-tellen vrienden zijn er gelukkig om. Het werk is in een eenvoudig, smaakvol kleed uitgegeven bij de firma Gust Janssens, welke tijdens den oorlog reeds meer-dere diukken van oorspronkelijk werk en herdrukken van gekende Vlaamsche boeken bezorg-d heeft. Dat is voorwaar een verheugend ver-schijnsel daar Antwerpen nu weer een uit-geverszaak heeft die vooral de boeken der Vlaming-en en voornamelijk die der Ant-werpsche literatoren en geleerden in het licht zal geven en zoodoende de aloude faam der Antwerpsche uitgeverij hoog houden.«De Bremer Straatmuziek» is, zooals de ondertitel nader beçaald : een spel van droom en werkelijkheid in twee handelingen en tusschenspel in twee tafereelen. In de eerste handelingen leeren we draina t i s perso n Ee nader kennen, zonder nochtans van allen te vernemen wie ze ei-genlijk zijn of liever en beter hun verleden woi-dt ons niet heelemaal ontsluierd. Zooals in elle spel dat vorm en traditie eerbie-digt, krijgen we die wetenschap eerst bij de ontknooping. De verwikkeling bestaat hierin: een mid-deleeuwsch koning heeft geboeld met Ber-thilde, de zuster van een graaf, die op zijne beurt in het geheim gehuwd is met 's lco-nings zuster. Deze wordt verplicht de vrouw te worden van een hertog die in den bruids-nacht vermoord wordt door den graaf. Het kind, uit dezen geheimen echt gesproten, wordt gestolen door Willebrand, gewezen roovershoofd, die voor graaf doorgaat en gehuwd is met BerthildeJn de plaats heeft hij een zwarte vormlooze vleeschklomp ge-legd welke in de vestinggracht geworpen is. De moeder, zinneloos geworden, werd in een klooster verzorgd, gênas en is priorin geworden onder den naam van Soethinde. De gevluchte graaf is terug gekomen eti leeft aan 't hof als Nar vermomd. Hij is de lieveling van den Koning. Zijn kind, dat hij niet kent, is de prinses Machtilde, de gewaande dochter van Willebrand en Ber-thilde. Zij is de verloofde van den kroon-prins.Een prins van een naburig land, Evei't, bijgenaamd het Everzwijn, die zijne moeder Goedroen van den troon gestooten heeft, is verliefd op Majchtilde. Met medehulp van Berthilde zal hij haai schaken tijdens de opvoering van het dierenspel «De Bremer Straatmuziek», verwerkt naar het gekende sprookje van den hond, de kat, den haan en den ezel, gemaakt door den Nar, terzelf-dertijd dat koning en kroonprins zullen vermoord worden. Maar dank zij de Nar lekt het verraad uit. Evert wordt gedood on zijn trawanten gevangen genomen, alsook Willebrand en Berthilde. Ailes komt aan het licht: Willebrand be-lcent en bewijst dat Machtilde de dochter is van den graaf en Soethinde, die den kroonprins en haar dochter den zegen geeft. De Nar ontmarkert zich zelve en doet zich kennen als de Graaf. Hij zal vorstelijk beloond worden door den Koning, die afstand doet van den troon ten voordeele van zijnen zoon. * * * Het onderwerp is vol afwisseling en scha-keering; er is leven in en beweging. Het dia-loog in verzen is ongekunsteld, natuurlijk en logisch en loopt vlot van stapel. De verzen zijn vol kleur en klank en gedragen door een sterke rythmiek. Vooral het dierenspel is daarbij vol gezonden,Vlaamschen en sappigen humor, geestig en blijmoedig en soms vlijmend sarcastisch. «De Bremer Straatmuziek» is voorzeker een van Moortgat's beste werken en heeft de voorname eigenschappen van een verzorgd werk. De lezing geeft aanstonds de overtuiging dat de schrijver ditmaal zonder overhaasting geproduceerd en den noodigen tijd gevonden heeft om degelijk werk te leveren.Onze Vlaamsche dramatische literatuur is een goed spel rijker geworden en dat zal voorzeker al de vrienden der Vlaamsche letteren verheugen, te meçr daar de auteur de sympiithiekste Sinjoor is die we kennen. Wij gelooven daarbij dat het werk, met enkele besnoeiingen misschien,best geschikt is om opgevoerd te worden. Een handig re-gisseur die smaak en oog heeft voor kleur en stoffeering en handig'heid voor de insce-neering, '/ al heel wat van het werk van Moortgat kunnen maken. Wij veroorloven ons een paar aanhalin-gen uit het prachtige werk van den heer Moortgat. Het eerste is een philosophie van «Poe-zemin», de kat, uit het Dierenspel. Hoor eens wat zij over «ons», menschen, denkt: De mensch, dat is het valsche beest, Door iecier dier terecht gevreesd. Gevaarlijk voor zijn eigen soort! 't Is 't eenigst wezen dat den moord Te plegen durft op 't eigen slach, Dat zuipt en vreet bij nacht en dag, Van gulzigheid is altoos krank Het eenigst schepsel dat u stank Voor dank betaalt; dat goed met kwaac Beloont, dat gierig, overdaad Gewoon te plegen is; dat liegt Uit louter lust, en dat bedriegt En zwendelt, en dat kwijnt Van afgunst als de zonne schijnt Voor d'evennaaste--- Dat zich schaamt Voor 't g-oede-.- En dat hoegenaamd Geen schaamte kent dan valsche..._ kruipt Voor grooten, en dat huichelt, gluipt, En ailes offert aan den schijn, En schrik heeft van zichzelf te zijn... Geslachtsdrift stempelt tôt een schand, Terwijl 't van wulpsch verlangen brandt. Dat geiler is dan hond en aap En monkelt tegen meid en knaap En 't edelst voor het vuilste houdt; Zijn ee1' vertuikelt voor wat goud---Dat beitelt, giet of smeedt een pop En knielt ervoor en buigt den kop! Dat tilt den domsten op den troon En dwingt zich zelf tôt slavenhoon... Dat liegt en rooft en hoert en steelt,... En denkt zich Godes evenbeeld! Geen ezel, hond, noch kat, noch haan, Noch ander dier is zoo belaan!... Met deze «photographie» kunnen de menschen het voorloopig stellen. * * * De tweede aanhaling is uit het laatste tuischenspel, opgezegd door Kwistenbibel : DES DICHTERS POLITIEK : Viering van wat zacht en schoon en goed is: Van maagd en bloem. Van al wat rein en [zoet is En frisch en zuiver als morgenkriek... Uw staatsmanschap?•■• Wat kindsche rare- [kieïc: Zij wil herscheppen wat reeds uitgebroed is Onwetend van wat leven en gemoed is, En onbekwaam, te z,weven op de wiek. Der geestdrift, die de schoonheid heeft ge- [schapen: Gii durft u 't recht tôt menschenleiden ge- [ven... Wat heeft u tôt dien waanzin toch gedre- [ven ? Wij, herders van de menschelijke schapen, Wij, dichters, voeren hen door de aardsche [dreven, Naar menschzijn, en naar Godlijkheid ver- [heven!--. Dit mooie sonnet is een vlijmende satire op de diplomatie en de verregaande verwaandheid van haar meesterschap over het lot van de menschheid in tegenstelling met de roeping van de dichters die schoonheid, goedheid en broederlijkheid brengen op dees aarde. Wij geven aan onze lezers den goeden raad zich het bock aan te schaffen. Zij zullen het met genoegen lezen en herlezen. N.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.

Er is geen OCR tekst voor deze krant.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.

Er is geen OCR tekst voor deze krant.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.

Er is geen OCR tekst voor deze krant.
Dit item is een uitgave in de reeks Het tooneel behorende tot de categorie Culturele bladen. Uitgegeven in Antwerpen van 1915 tot 1940.

Bekijk alle items in deze reeks >>

Toevoegen aan collectie

Locatie

Onderwerpen

Periodes