Het Vlaamsch heelal: katholiek - zondagsblad

733 0
close

Waarom wilt u dit item rapporteren?

Opmerkingen

Verzenden
s.n. 1917, 10 Maart. Het Vlaamsch heelal: katholiek - zondagsblad. Geraadpleegd op 21 oktober 2020, op https://nieuwsvandegrooteoorlog.hetarchief.be/nl/pid/kp7tm73270/
Toon tekst

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.

10 Maart 1917 Nr 10 40® Jaargang HET VLAAMSCH HEELAL Vrij en Onafhankelijk Kathoiiek volksgezind weekblad voor Vlaamsche en Algemeene Belangen UV8CHRIJVING«PRIJ8 Voor een jaar fr. 5.— Voor 6 maanden » 2.75 Voor 3 maanden » 1.50 Voor Nederland » 5.50 Voor 't Groot Hertogdom Luxemburg. . » 5.50 Voor andere landen » 7.00 Dit blad rerschijnt den Zaturdag morgend.— M en teehent in bij den TJitgever en in aile postbureelen, alsooh bij de briefdragers. Hoofdopstellkr : JOHAN LEEMANS Deo Juvante Vincam ! Aile artihelen en mededeelingen moeten vdàr Donderdag avond ten bureele besteld zijn, alsook de aankondigingen. Afzonderlijka nummers Tan dit blad zijn te b8komen t«n onzen bureels, Carnotplaats 65. — 1 O centiemen het nummer. AANKOIVDIGINGEIW Des regel fr. 0.20 Kleine aankondiging » 0.50 Begrafenisbencht » 5.00 Groot» aankondigingan bij overeenkomst. Voor aankondigingen buiten de prorincie, wende m en zich tôt • Agencle HAVA8, Martelarenplaats 8, Brussel, en Beur*-laats 8, te Parijs. Voor aile andere aankondisringen ten bureele larnotplaats (Laar) 6S, Borgerhoat-Autwerpen Verhelers en Opkoopers Men kent het spreekwoord : waren er geene verhelers, er zouden geene dieven zijn ; nu mag men zeggen : waren er geene opkoopers, er zouden minder woekeraars aangetroffen wor-den. Inderdaad, 't zijn de opkoopers die ailes duur maken en aldus de woekeraars in de hand werken. Zij zelven moeten dan nog hooge winsten hebben op het reeds duur gekochte, en 't zijn de verbruikers die het slachtoffer van al die zwendelarij worden. * * * De verschillende instellingen voor hulp en voeding zijn nogtans geschikt om den woeker tegen te werken of onmogelijk te maken. Maar om daartoe volledig te geraken, zou die hulp vol-doende moeten wezen om in ieders behoeften te voorzien. Dit is ongeluk-kiglijk het geval niet, zoodat opkoopers en woekeraars een vrije veld vinden om hunnen sluikhandel met de meest mogelijke winst uit te oefenen. •dr * * Nemen wij vooreerst het meest noodige voor de keuken : de boter. Het ambtelijk aangesteld komiteit is niet bij machte regelmatig het onontbeerlijk rantsoen te bezorgen. Het gevolg is dat menschen, die volstrekt boter noodig hebben, ten allen prijze die waar trach-ten te bekomen. Het gevolg is nog dat de boter, door het komiteit geleverd, aan zeven tôt acht frank gerekend wordt, terwijl verbruikers elders daar-voor veertien frank aanbieden en betalen. * * * Andere voedingskomiteiten kunnen evenmin voldoende eetwaren ter be-schikking der bevolking stellen, zoodat er een ruim veld overblijft, waarop opkoopers en woekeraars kunnen han-delen. Wij mogen echter te vreden zijn over hetgene de voedingskomiteiten heel beperkt doen ; zonder hunne tusschenkomst ware de toestand nog erger en zou de sluikhandel heer en meester zijn over de volksvoeding in 't algemeen. * * * Het zou noglans wenschelijk zijn dat die komiteiten nog meerdere pogingen aanwendden om in ruime mate in de volksvoeding te voorzien, niet alleen voor die voeding zelve, maar ook om de prijzen op een redelijk pijl te houden. Dit zou het beste middel zijn om paal en perk te stellen aan de uitbuiting der verbruikers, die zonder bescherming en verdediging overgeleverd zijn aan de gewetenlooze handelaars en opkoopers. * * * Buiten die groote medewerking der komiteiten, zou eene volledige samen-werking tusschen de verbruikers de prijzen eveneens kunnen doen dalen. De woekeraars en opkoopers hebben het thans gemakkelijk, omdat er geene overeengekomen werking bestaat tusschen de verbruikers. Zij zelven echter verstaan elkander goed en weten samen te bepalen welk een prijs zij voor deze of gene koopwaren of voedingsmiddelen zullen eischen. Tusschen vraag en aan-bod maken zij geen onderscheid meer ; zij alleen zijn de meesters en vragen wat zij willen. Er zijn twee middelen, hooger aan-gewezen.om aan die uitbuiting grooten-deels een einde te stellen : van den eenen kant het verder ingrijpen der hulp-en voedingskomiteiten, en van de ; andere zijde de samenwerking der verbruikers. Hoe minder er een beroep moet gedaan worden op de tusschenkomst der sluikhandelaars, hoe minder zij hunnen wil en hunne eischen zouden kunnen opleggen. * * Ongelukkiglijk worden zij nog te veel in de hand gewerkt doorgewetenloozen, die zelfs de voedingsmiddelen in de huipkomiteiten tegen redelijken prijs bekomen, aan hen voortverkoopen om deze waren in den woekerhandel te brengen. Tegen dit laatste misbruik wordt te Antwerpen zeer streng opge-treden. Eene plakkaat van wege het Gemeentebestuur doet kennen : dat een aantal personen om zulke misdadige handelingen tôt zware gevang- en boet- straffen zijn ver wezen. * * * De overheden en komiteiten doen dus hunnen plicht, maar de verbruikers moesten insgelijks eensgezind handelen om woeker en sluikhandel te niet te doen of min schadelijk te maken. Vraag en aanbod zou de markt moeten over-heerschen, bij zonder om de prijzen neer te drukken. Zoolang dit niet gebeurt, zullen opkoopers en woekeraars de vrije hand hebben, voor zooveel zij uit de handen van 't gerecht kunnen blijven. J. L. DE TOESTAND HIER EN ELDERS NEDERLAND. — De voedingsnood wordt in Nederland waargenomen, om verschillende misbruiken tegen te gaao of om in zekere nijverheden die voedingsmiddelen voor hun bedrijf noodig hebben, tôt eene beperking der voortbrengst aan te zetten. Aldus is door eene Commissie aan de Regeering het verzoek gericht, om de tierbrouwerijen en genever-stokerijen het minste verbruik van graan op te leggen, zoolang er een te-kort aan graan voor de volksvoeding bestaat. Dit zal wel kunnen gebeuren, aangezien het verbruik van bier, en vooral van genever, merkelijk minder moet zijn dun vroeger. — Het aftreden van Minister van Gyn, in verbaDd met den geldelijken toestand van 't land, zal slechts ter sprake komen bij de behandeling der begrooting van GeJdwezen. Dit ailes zal echter weinig « gekort » zijn, nu Minister Cort zelf er heel » kort is mede geweest. Geldzaken scbijnen tegenwoordig niet veel belang meer op te leveren, sinds de miljoenen veranderd zijn in miljards. — De Postchèque- en de overschrijvings-dienst (girodienst), in 't begin van 1914 in België ingericht en die in enkele maanden eene groote uitbreiding had verworven, komt ver-moeiielijk den 1 Juni ook in Nederland in voege. De postdienst was in België immer het best ingericht en vreemde landen zonden hoogere ambtenaren, om dezen dienst ter plaatse te bestudeeren. ZWITSSRLAND. — Tôt h»den bezat Zwitser-land zoo min eene handelsvloot als eene oorlogsvloot. Met eene oorlogsvloot zou het natuurlijk niets kunnen doen, maar eene handelsvloot zou het land goed ta pas komen. Daartoe is nu een naamloos vennootschap gesticht, dat reeds over voldoende geldmiddelen beschikt om eenige schepen aan te koopen of te doen bouwen. —o— SPANJE. — Spanje is het eenige groote land in Europa dat in den wereldoorlog niet betrokken is. Het telt omtrent 19 miljoen inwoners. De andere onzijdige landen die eveneens buiten d9n oorlog blijven, hebben als bevolking : Nederland 5 1/2 miljoen inwoners ; \ Zwitserland 3 1/2 miljoen ; Zweden 5 1/2 mil- J joen ; Noorwegen 2 1/4 miljoen en Denemarken 2 1/2 miljoen. Dit maakt dus samen eene ! bevolking van omtrent 38 miljoen menschen : die de weldaden van den vrede genieten, alhoewel zij onder andere oogpunten evenveel te lijden hebben als de oorlogvoerenden, namelijk in zaken van levensmiddelen, van verkeer, scheepvaart, nijverheid en handel in 1 't algemeen. Het geleden nadeel zullen zij echter gauw kunnen herstellen, wanneer een algemeene vrede in Europa zal weerkeeren. Pax ; .1 .t ! UIT DE GAZETTENWERELD Niet enkel het gebrek aan grondstoffen voor het vervaardigen van papier, maar ook de stremming in het vervoer, vooral te water als een gevolg van den hevigen vorst, doet het papier in prijs stygen. De groote dagbladen moeten daarom naar middelen zoeken om hun verbruik merkelijk te verminderen. Daartoe wierden bijbladen reeds afgeschaft, alsmede eenige uitgaven van bladen die meer dan eens per dag verschijnen. Nu gaan zij nog de ruimte der aankondigingen iokrimpen, door deze enkel in kleine letter op te nemen. Voor een dagblad dat soms twee of drie zijden aankondigingen in groote letters heeft, kan dit nog al wat maken en veel papier doen uitsparen. In vele zaken wordt nu het spreekwoord toegepast : vele kleintjes maken een groot. Hildebrànd Voor Denkende Menschen I. Enkele O verwegingcn Er wordt wel eens geklaagd, dat ons Vlaamsche volk zoo bitter weinig « opvoed-kundig » gevormd is. « Opvoedkundig » in den zin der « huiselijke opvoeding », der « gezinsopvoeding », wel te verstaan. Dat is echter niet te verwonderen. Hoe kan iemand belang stellen in iets, wat hij niet kent, waarvan hij het belang niet beseft, dat buiten den kring der maatschappelijke verhoudingen schijnt te staan ? Hoe menigen zijn er niet, die niet eenmaal het bestaan vermoeden van een wetenschap, die nochtans van het grootste belang is voor iedereen ? In de dag- en weekbladen, in de tijdschriften, vindt men allerhande opstellen, die den niet-geschoolden, of beter niet-deskundigen lezer, toch een algemeen gedacbt geven van aller-bande wetenschappen en schijn-wetenschappen. Zelfs de meest ingewikkelde vakken — laat me hier enkel de geneeskunde en de rechtsgeleerd-heid vermelden, — worden in de pers beoefend, tôt meerder nut. en breeder ontwikkeling van den lezer. Maar àl wat de opvoeding, de opvoedkunst en de opvoedkunde aangaat, wordt over het algemeen naar de bijzondere vakbladen en vaktijdschriften verwezen. En zoo komt het dat àl wat de opvoeding aangaat, als « schoolmeesterij » betiteld wordt. Ik wil hier voor het oogenblik niet ingaan op de vraag in hoeverre de eigenlijk gezegde « schoolmeesterij » nuttig of noodig is voor iedereen. Maar wat ik wèl zeggen wil, en zonder uitstel, is dat die naam, die betiteling, héél slecht gekozen is. Want ze scheert over één kam àl wat het opvoedingswerk aangaat, zonder na te gaan of het de geleerden, de vak-lieden, of bijzonderlijk de ouders betreft. In dit licht gezien, is iedereen van ons, welke ook onze bediening of onze maatschappelijke toestand is, een « schoolmeester », schoolmeester zonder school, maar niet zonder leerlingen. Gij, vader, die uwe kinderen « manieren leert », gij zijt een « schoolmeester. » Gij, moeder, die voor uw kleinen zoo ijverig zorgt, gij zijt een « schoolmeesteres. » Gij, oom, die met neefjes en nichtjes uit wandelen gaat, gij zijt een « schoolmeester. » In dien zin genomen is dus immers ieder van ons, of we nu aan een school verbonden zijn of niet, een « schoolmeester ». Want hetgene men gelieft « schoolmeesterij » te noemen, bestaat niet enkel in het aanleeren der noodzakelijke kundigheden — dit is er een onderdeel van —, maar vooral in het behartigen van àl wat van het pasgeboren wicht een zelfstandig mensoh maken moet. Eten, drinken, kleeding, slaping, spel, 't is al evenzeer « schoolmeesterij » als : lezen, schrijven, rekenen. Het ongeluk wil nu dat zij, die moeten | leeren lezen, schrijven, rekenen, en die daartoe langjarige studiën deden zonder ooit vol-leerd te zijn, aanzien worden als de opvoeders der jeugd ; en dat zij, die moeten leeren eten, drinken, slapen, en wat dies meer, zich niet als opvoeders aanzien, en niet eens beseffen dat zij ook wel eens mochten hun gedachten zetten op het hen toekomende deel — dat op verre na niet het kleinste is — in de opvoeding van hun kinderen. Want de schoolman heeft uw kind slechts voor korten tijd, en hij beschikt niet over de ruime keus der middelen, die de ouders ten dienste staan, en die zij wat al te lichtvaardig verwaarloozen, omdat zij het gewicht ervan niet beseffen. En nochtans zijn het de ouders die maar al te dikwijls moeten lijden onder die verwaarloozing. Er wordt zoo dikwijls gezegd, dat het opvoeden der kinderen vanzelf gaat, en dat zulks geen voorafgaande studie vereischt. Maar toch zal niemand het wagen zich aan het fokken van gelijk welk huisdier te zetten, of aan het kweeken van welke planten ook, vooraleer hij er goeden raad en deskundigs inlichtingen over ingewonnen heeft. Staan, in onze schatting, de kinderen dan zoo ver beneden de huisdieren en de planten, dat wij in de opvoeding tôt menschelijkheid ailes aan het toeval kunnen overlaten en ons vergenoegen met de bakerpraatjes ? Daar zal niemand mee instemmen... in woorden ; daar stemt iedereen feitelijk in mee... in zijn handelwijze. En het is juist daaraan dat er dient ver-holpen te worden. Niet dat ik mijn lezers wil aanraden zich zware, duffe boeken aan te schaffen en er tôt hoofdbrekens toe zitten in te lezen. Zulke raad ware 't opschrijven niet waard. want niemand zou hem opvolgen. En ik zou niet durven verzskereu dat ge geen gelijk zoudt hebben. Maar wat ik wèl aanraden mag, is uw gedachten ook eens even te zetten op uw kinderen, op wat ge van hen verlangt, op wat ge graag uit hen zoudt zien groeien... Tôt daar heb ik uw voile instemming ; maar ik verlang toch nog iets meer, namelijk : dat ge daarbij eerlijk en onbevooroordeeld de middelen zoudt beramen om het beoogde doel te bereiken, slechts het welzijn van uw kind in 't oog houdend. 7 Is om het welzijn van uw kind te doen. Niet om hem een kort welzijn, een voorbij-gaand genoegen te verschaffen — wat echter in 't geheel niet uitgesloten is —, maar om hem een duurzaam welzijn te verschaffen, waarbij dikwijls diep nadenken vereischt is. Die taak, — met u eif voor uw kinderen na te denken op wat best geschikt is om hun duurzaam welzijn te bevorderen, zoo onder lichamelijk als zedelijk en verstandelijk oog-punt, — die taak zou meer moeten aangevat worden. Niet met het stoere wezen van den overbekenden « schoolmeester onder Maria Theresia », niet met de waanwijsheid van een wereldonkundig boekenworm, maar gezellig « onder ons », in gemoedelijke praatjes, met en voor denkende menschen. Yours Vervolgt DE INFLUENZA Geliefde menschen, zoo zegt pastoor Kneipp, de influenza is niets anders dan de grip van vroeger tijd, die nu terugkeert. Over vele jaren wierd de grip meer gevreesd dan de vallingen, en als iemand de grip kreeg, men zegde : dat hij voorzichtig weze en wel oppasse ; anders kunnen er groote ziekten uit volgen, met zwaar perijkel van sterven voor zwakke en zieke menschen. De influenza valt schielijk op 'nen mensch zijn lijf, gelijk eene valling. De eerste teekens van de influenza zijn : eene verflauwing, eene soort van vermoeienis in armen en beenen, dat het lastig wordt te gaan of te staan, de ledema-ten zijn als verlamd, de ademhaling wordt lastig : het hoofd is zwaar en doet zeer... In 't begin is de tong redelijk wel ; men zou zeggen de maag is goed op haren pas... En nogtans, opeens blijft de eetlust weg ; dan komt de koorts ; men heeft het nu koud, dan warm ; het bloed gaat naar het hoofd. In de gazetten lezen wij veel over genees-middelen, zeer kostelijk en weinig profljtelijk. Men wil de koorts tegenhouden en mijn gedacht is dat men de koorts moet laten doen, om door het zweeten de slechte « humeuren » uit het lijf te jagen en ailes in orde te brengen. Als de slechte humeuren in 't bloed gaan of op een punt samenrotten, dan volgt er eene algemeene ontsteking. Geliefde menschen, — het is altijd pastoor Kneipp die spreekt, — als in mijne jonkheid iemand de grip kreeg, hij ging aanstonds naar zijn bed ; men wist dat men zoodra mogelijk de ziekte moest wegjagen, met eens wel te zweeten. Iedere huismoeder had hare kleine apotheek als : een voorraad van vlier- en lindebloemen, enz. Men maakte thee van die bloemen en zij wierd gedronken zoo heet mogelijk. In de maag komende, gaf die thee er warmte; men hielp de thee met warm deksel en kussens; weldra was men in 't zweet ; gedurig deed men den zieke drinken, zoo warm mogelijk, en als 't bed nat was van 't zweet, dan zegde men : hij is er door ! De grip is overwonnen ! De zieke bleef nog een dag of twee in zijn bed en genezen was hij. Indien men de thee niet had, dan dronk de zieke melk met venkel in of komijn. Zoo gênas men vroeger de grip of influenza. Nogtans veel zwakke menschen en d'asmatieken, of die het borstwater hadden of eene hartziekte, stierven ervan. * * * En nu is de grip of influenza wedergekeerd, veel kwaadaardiger ; zij is tegenwoordig in aile streken van Europa; veel menschen sterven ervan ; de zweetmiddelen, hierboven aangeduid,

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.

Er is geen OCR tekst voor deze krant.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.

Er is geen OCR tekst voor deze krant.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.

Er is geen OCR tekst voor deze krant.
Dit item is een uitgave in de reeks Het Vlaamsch heelal: katholiek - zondagsblad behorende tot de categorie Katholieke pers. Uitgegeven in Borgerhout van 1878 tot 1930.

Bekijk alle items in deze reeks >>

Toevoegen aan collectie

Locatie

Periodes