Het Vlaamsch heelal: katholiek - zondagsblad

1924 0
18 september 1915
close

Waarom wilt u dit item rapporteren?

Opmerkingen

Verzenden
s.n. 1915, 18 September. Het Vlaamsch heelal: katholiek - zondagsblad. Geraadpleegd op 13 juni 2024, op https://nieuwsvandegrooteoorlog.hetarchief.be/nl/pid/5717m04z24/
Toon tekst

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.

18 September 1915 Nr 38 38e Jaargang HET VLAAMSCH HEELAL Vrij en Onafhankelijk Katholiek volksgezind weekblad voor Vlaamsche en Algemeene Belangen IN8 CHUIJ VIX GSPIUJH Yoor een jaar tr. 5.— Voor 6 maanden » 2.75 Voor 3 maanden » 1-50 Voor Nederland » 5.50 Voor 't Groot Hertogdom Luxemburg. . » 5.50 Voor andere landen » 7.00 Dit blad verschijnt den Zaturdag morgend.— M en teekent in bij den Uitgever en in aile postbureelen, alsook bij de briefdragers. Hoofdopsteller : JOHAN LEEMANS Deo Juvante Vincam ! Aile artihelen en mededeelingen moeten vààr Donderdag avond ten bureele besteld zijn, uitgenomen de aanhondigingen, die worden ingewacht tôt Vrijdag avond. Afxonderlijke nummers van dit blad zijn te bekomen ten onzen bureele, Carnotplaats 65. — lO centiemen het nummer. AWKO!VDIGI\«K\ Den regel fr. 0.20 Kleine aankondiging » 0.50 Begrafenisbericht » 5.00 Groote aankondigingen bij overeenkomst. Voor aankondigingen buiten de proyincie, wende men zich tôt de Agencte HA.VAS, Martelarenplaats 8, Brussel, en Beurs-plaats 8, te Parijs. Voor aile andere aankondigingen ten bureele Carnotplaats (Laar) 68, Borg:erhout-Antwerpen Waarde en Schatting In deze tijden veranderen vele zaken en voorwerpen van waarde en schatting. Wat vroeger eenige waarde had, is nu veelal merkelijk gedaald, en wat vroeger weinig of geene waarde scheen t® hebben, wordt thans op hoogen prijs gesteld. En die verandering ofomwen-teling is niet alleen waar te nemen op stoffelijk gebied, maar ook onder zedelijk, geestelijk of verstandelijk opzicht. * * * Het eenvoudiger leven dat thans geleefd wordt en waarover wij reeds tweemaal gehandeld hebben, geeft die bedenking en bestatiging in. Waardigheid van den eenen kant en waardeering of schatting van de andere zijde, zijn er de beste kenteekenen van. Waardigheid immers liet hier te lande veel te wenschen, en waardeering van goede en edele zaken kwam zelden tôt uiting. En nogtans, de ziel van ons volk is goed en er is iets beter uit te halen dan het vroeger placht. De eerw. pater Stracké heeft dii destijds bewezen in zijn werk Arm Vlaanderen. De ruwheid en onbe-schaafdheid van ons arbeidende volk deed hij uitkomen tegenover de meer-dere ontwikkeling en beschaving ir andere landen. En wat de eerw, pater Stracké in vreemde lander bestatigde, moest ten goede komen aar de opvoeding en opleiding van ons volk, * ** * Het eene volk is natuurlijk hel andere niet. Een volk heeft zijne ingeboren eigenaardigheid, en ook zijne ingeboren deugden en ondeugden, gebreken en goede gaven. Dit was ook het geval bij een groot deel van ons arbeidende volk. Het had gebreken er ondeugden, maar goede gaven en edek inborst eveneens. Maar dit laatste û niet voldoende. Het moet geleid er gevormd, gelijk ailes in de natuur en ir den geest der menschen moet gesnoeic en opgekweekt worden. M ^ M Natuur en geest zijn niet voldoende Onderwijs en opvoeding moet der weelderigen groei der natuur en de uitbundige uitspatting van den geesi temmen en leiden. Dit is noodig vooi planten en menschen. Maar bij onderwijs en opvoeding moet nog meei opleiding komen, opdat het volk in all< vakken zou uitblinken en door tuch ; tôt waardigheid en waardeering zoi komen. « * ♦ De waardigheid moet niet enke bestaan bij de overheid, zij moet ool het voornaamste beschavingsmiddel ziji bij de mindere standen ; de waardeering moet eveneens niet enkel geuit worder tegenover groote, aanzienlijke werken maar ook tegenover aile opvattingen tegenover aile zelfopofïering en onder scheiding die door minderen geleverc wordt ten bate der algemeenheid. «A» * * Dit laatste liet hier te lande veel t< wenschen. De beste en edelste dadei wierden niet eens in acht genomen zelfs wierden zij meermaals bespot ei misprezen. In dezen oogenblik echtei moeten velen ondervinden hoe verkeerc zij handelden en hoe nuttig de werking was van medemenschen, die zicl opofferden voor opvoeding en onderwijs voor vakscholen en meer andere nuttig* instellingen ten bate der arbeidendi jdas. jj Wierd dit ailes beter gewaardeerd, het Arm Vlaanderen zou in een rijk en edel Vlaanderen kunnen herschapen worden. En de kenteekenen zijn er, dat het volk tôt dit besef zal komen, door de ondervinding die het thans opgedaan heeft. Geene betere leerschool dan de ondervinding en het samen werken en in betrekking komen met andere meer beschaafde en ontwik-kelde standen. * * * Liet waardigheid en waardeering veel te wenschen op dit gebied, bij de meer ontwikkelden was het niet beter gesteld. Ruwheid en onbeschaafdheid is immers niet enkel waar te nemen in vuistenspel en gebreken van allen aard, maar ook in de geschrevene en gespro-kene taal van meer ontwikkelden. In romans en in beraadslagende vergade-ringen kwam die ruwheid en onbeschaafdheid dikwijls aile waardigheid voor zich zelven en aile waardeering voor anderen wegnemen. * * Dit ailes behoort thans tôt het verledene en 't is te hopen dat iedereen er de noodige zedelessen zal uit putten. ' De volksherleving zal dan gepaard gaan met eene edele en doeltreffende beschaving, steunende op tucht en deugd. Mr Picard die de eenvoudige levenswijze aanprees en pater Stacké die de beschavende of deftige levenswijze voor oogen hield, zouden beiden 1 zich kunnen verheugen, dat hunne ' wenken en raadgevingen niet nutteloos zijn geweest. Zij zijn twee apostels der waardigheid en hun werk moet door iedereen gewaardeerd worden. J. L. DE TOESTAND HIER EN ELDERS DUITSCHLAND. — De inschrijvingen op de derde oorlogsleening worden thans opgenomen. p De vorige leening van 9 miljard 60 miljoen mark, in de maand Maart laatstleden, wierd , bekomen door2,691,060inschrijvingen,verdeeld als volgt : ' 1,694,359 inschrijvers teekenden in voor beneden 1,000 mark, te zamen 929 miljoen ; 911,223 voor 1,000 tôt 10,000 mark, samen 3,144 miljoen ; 85,478 inschrijvingen van boven de 10,000 mark, samen 4,987 miljoen. Bij de banken wierd ingeteekend voor 6,157 miljoen, bij de spaarkassen 1,977 miljoen, bij andere instellingen 926 miljoen. ! —°— ENGELAND. — De Ministers en partij-leiders blijven verdeeld over het vraagstuk van den algemeenen dienstplicht. De meerder-• heid is er tegen en 't volk in 't algemeen is dit voorstel evenmin genegen, ondanks de nood-, wendigheden van den oorlog. Bovendien ' houden de werkstakingen niet op, bijzonder in de koolmijnen en in de wapenfabrieken, waar 1 het werkvolk hooger loon en betere behande-ling eischt. Door tusschenkomst van het Ministerie wierden reeds eenige moeielijkheden . vereffend, maar er komen gaandeweg nieuwe ^ eischen bij, zoodat eene volledige bevredigende i oplossing eene onmogelijkheid schijnt te 1 worden. f —o— l NEDERLAND. — In Nederland klagen dienstplichtigen dat zij, om wille van den ' krijgsdienst, moeielyk eene plaats in handels-' en nijverheidskantoren kunnen behouden of ' bekomen. Doordien zij niet bestendig in dienst l kunnen blijven, geven vele werkgevers de voorkeur aan hen, die geene dienstverplichting hebben. Over ditzelfde ongemak en die uit-sluiting wordt ook in andere landen geklaagd. 4 In openbare diensten echter, moeten dienst-' plichtigen of gewezen soldaten de voorkeur 1 hebben, volgens verschillende wetsbepalingen. ; — De Vlamingen in Nederland verblijvende, 1 handelen daar voortdurend over de Vlaamsche : belangen en over de toekomstige Vlaamsche | Hoogeschool. Te dier gelegenheid worden wel t eens verkeerde bedoelingen aan dezen of genen > toegeschreven, die aanleiding geven tôt 1 terechtwijzingen. , —o— ZWITSERLAND. — Aile landen maken nu 3 en dan eene rekening, om aan te toonen hoe-veel zij bij en door den oorlog reeds hebben verloren. De Zwitsersche posterijen hebben dit nu ook gedaan en geven op, dat deze dienst zes miljoen te kort oplevert tegen 1913, waarin het overschot fr. 1,004,610 bedroeg. De zes miljoen te kort voor 1914, zouden nog met zes miljoen vermeerderd zijn geweest, indien het I bestuur niet voor omtrent fr. 6,400,000 bespa-ringen had kunnen doen. Het aangegeven te kort komt veelal voort uit de vermindering van postkaarten, welk op 86 miljoen geschat wordt, tengevolge van het minder getal vreemde reizigers. —o— AMERIKA. — Buiten de scheepvaart en de beweging in handel en nijverheid, dia aan Amerika het nadeel van den wereldoorlog hebben doen gevoelen, wordt nu ook gewezen op de mindere inkomsten der ijzerenwegen. Met miljoenen dollars zijn daar minder ontvan-gen. Dit is niet te verwonderen, want het eene volgt het andere. —o— ROME. — De Nederlandsche Kardinaal Van Rossum, te Rome verblijvende, is weer ernstig ziek geweest, maar eene spoedige herstelling is gevolgd, zoodat hij zijne werk-zaamheden reeds heeft kunnen hernemen. Pax Uit de Gazettenwereld De duurte van 't papier is weer verhoogd. Eerst was er eene verhooging door de fabri-kanten toegepast van 20 %, later van 30 %, en nu deze week is zulks geklommen op 40 °/0. Voor week- en dagbladen die eene ruime oplage hebben, zal die prijsverhooging eene groote som uitmaken. De Geestelijk© Blindheid i Indien men aan honderd menschen zou vragen wat blindheid is, zouden er voorzeker negen-en-negentig een antwoord geven dat neerkomt op : « Dat is de toestand dergenen die het gezicht verloren hebben. » En indien men hen nogmaals vroeg : « Zijn er dan geen blinden die goede oogen hebben ? « zouden zij meenen in de maal genomen te worden. Nogtans zijn er gevallen waarin blindtieid bestaat zonder dat het gezicht verminderd is of ver-dwenen, en van den anderen kant zijn er blinden waarvan de oogen aile voorwerpen met de meeste nauwkeurigheid kunnen waar-nemen. Dit zijn weliswaar feiten die het publiek over het algemeen onbekend zijn en die tezelfdertijd het gebied der geneeskunde en dat der zielkunde raken ; ook heeft men het genoeg van belang geacht al deze verschijnselen samen te vatten onder den naam van geestelijhe blindheid, in tegenstellingmet de lichamelijke blindheid, die uit een kwetsing der gezichts-organen voorispruit. Indien de lezer dit tetoog aandachtig geliaft te volgen, zal hem het verschil tusschen deze twee soorten van blindheid klaar voor oogen gesteld worden. Iedereen weet dat ons oog eenigszins op de wijze van een lichtteekentoestel werkt : de buitenstaande voorwerpen worden, om zoo te zeggen, op ons netvlies gelichtteekend ten gevolge der zelfde natuurkundige wetten die den loop der lichtstralen door een photographisch toestel beheerschen. Echter zou het ons niets baten, moesten wij op ons voorhoofd een kodak, hoezeer ook verbeterd en verfijnd, plaatsen : wij zouden toch niet kunnen zien. Hetgeen ons toelaat met onze oogen te zien, is dat de licht-indrukken, door het netvlies waar-genomen, door de gezichtszenuwenovergevoerd worden naar de hersenen, de zetel onzer verstandelijke vermogens, om er vergeleken en uitgelegd te worden onder den vorm van gezichtswaarnemingen, ongeveer op dezelfde wijze als een telegraœ, aan een telegraafbureel j toevertrouwd, maar enkel onder een verstaan-ï baren vorm den bestemmeling toekomt wanneer ' in het middenbureel een beambte, goed op de j hoogte der overeengekomen teekenen der s telegrafie, het ontcijferd en in gewone taal | overgebracht heeft. Veronderstellen wij nu dat | die beambte de beteekenis der telegraflsche j seinen niet geleerd of ze wellicht vergeten ; heeft, dat hij zich door andere bezigheden \ zoodanig heeft laten verstrooien dat hij de î aankomst van het telegram niet bemerkt, dat i hij ingeslapen is of door een beroerte getroffen î isgeworden zonder dat een zijner ambtgenooten ; daar was om hem te vervangen : hoewel het i bericht door het toestel der bestemmingsplaats i ontvangen is, zal de bestemmeling, zelfs zoo hij i op het kantoor tegenwoordig ware, er niets \ van begrijpen ; er niets mede kunnen verrichten î omdat de verstandelijke bewerhing ontbrak ' om het tôt een begrijpbare tijding te herleiden. ? Bijna dezelfde verschijnselen doen zich voor : op het gebied van het gezichtsvermogen : de i hersenen kunnen wellicht niet geleerd hebben de licht-indrukken te vertolken, of die kennis ; vergeten hebben na ze eenmaal bezeten te j hebben ; het kan ook gebeuren dat hun • werkzaamheid door iets anders in beslag geno- • men is, dat zij ingesluimerd zijn of door eene ! ziekte aangetast die hunne natuurlijke werking | verlamt. In al deze gevallen bestaat er min of meer blindheid, niettegenstaande de ontleed-kundige ongeschondenheid der oogen. * + Laat ons eerst nagaan hoe het gesteld is met diegenen, wier hersenen de indrukken door de oogen waargenomen, niet kunnen vertolken. De voorbeelden zijn verre van zeldzaam. Nemen wij heel eenvoudig een pasgeboren kind : zijn wijdgeopende kijkers staren naar aile zijden ; het licht dringt geheel vrij door den oogappel heen en zonder twijfel is ook het netvlies getroffen... nochtans schijnt het kind moeielijk den nacht van den dag te onderscheiden, en het is slechts na eenige weken dat het er in gelukt de voorbijgaande wezens en de bewogen voorwerpen met de oogen te volgen ; ettelijke maanden zijn er noodig om bem toe te laten de wezenstrekken der personen, die zich dagelijks mét en 6m hem bezig houden, te herkennen. Gedurende langen tijd is het hem onmogelijk de vormen, de afmetingen en vooral de afstan-den te schatten ; zoo men hem gedurende zijn eerste jaar een kruimel brood aanbiedt, zal men hem de hand geheel zien openen alsof het er op aan kwam de geheele korst brood te vatten, en wellicht zal hij ook wel eens beproeven de maan te grijpen. Langzamerhand worden zij oe gewaarwordingen juister en zijn feilen in de schatting minder talrijk : het is de opvoeding der hersenen die zich voltrekt, veeleer dan dat er eenige verandering komt in de werking zijner oogen. Deze ontwikkeling van het verstandelijk zien schijnt ons eene zeer natuurlijke zaak wanneer zij gelijken tred houdt met die der andere vermogens : veel belangwekkender is het echter er de vorderingen van na te gaan wanneer zij plaats grijpt bij personen, die na den gezichtszin van af hunne geboorte verloren te hebben, het gebruik hunner oogen terug-krijgen op een oogenblik waarop hun verstand zich reeds op elk ander gebied ontwikkeld heeft. Deze opmerkingen, gedaan bij blind-geboren kinderen, die de heelkundige bewer-king op de oogperel gelukkig onderstaan hebben na acht, tien, twintig, en zelfs veertig jaar, zijn ten getale van meer dan dertig bekend, maar zij beginnen langzamerhand zeldzamer te worden, omdat men ten huidigen dage de aangeboren oogziekten in de eerste levensjaren behandelt. In onze streken is er een zeer bijzondere samenloop van omstandig-heden noodig opdat een geneesbare blinde door geen enkel oogmeester onderzocht wordt vôôr vyf of zes jaar. Wanneer men aldus eene heelkundige bewer-king toepast op een blinde waarvan het verstand zich slechts door het gehoor, den reuk, den smaak en het gevoel heeft kunnen ontwikkelen, moet men zich niet inbeelden dat de zoo hoog te schatten zin, waarvan hem het gebruik teruggeschonken wordt, aanstonds voor hem een bron van verrufcking is : hij is zoo onbekwaam er de waarde van te begrijpen als een wilde wien men een bundel bankbrieven of eigendomstitels zou ter hand stellen. De blindgeborene, dien men geneest wanneer hij tôt de jaren van verstand gekomen is, bevindt zich ten opzichte van het zien in denzelfden toestand als een pasgeboren kind, en hy moet zich nog de geheele kunst van zien, die wij allen sedert den eersten levensdag begonneu te leeren, toeëigenen. Dat is echter eene waarheid waarop de eerste oogheelmeesters niet voldoende gelet hadden, ook waren zij in den beginne zeer teleurgesteld met de uitkomst hunner bemoeiingen, en meenden zij dat de zieken niet alleen aan de oogperel, maar ook aan erge storingen in de verdere gezichtsdeelen leden ; in der waarheid was het euvel veel hooger te zoeken, namelyk in het verstandelijk midden van den gezichtszin. Onder de meest gekende bovestigingen zijn er twee die in het Blindengestichtvan Lausanne in Zwitserland gevonden werden. De eerste werd ten jare 1875 in al zijne bijzonderheden openbaar gemaakt door Dr Marc Dufour, en had betrekking op een jongen inboorling van Savoie, die toen twintig jaar was ; de tweede betrof een achtjarige knaap uit de Bernsche Jura, die door Dr J. Gonin in 1915 aan de beide oogen genezen werd, met veertien dagen tusschenruimte. Beiden waren behept met een aangeboren oogperel die hun wéi toeliet den dag van den nacht, de klaarte van de duister-nis, maar geenszins de bijzonderheden der voorwerpen te onderscheiden. Het geval door Dr Dufour beschreven, is vooral opmerkens-î waardig met het oog op de onmogelijkheid waarin de genezene verkeert, gebruik te ; maken van den nieuwen zin dien men hem

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.

Er is geen OCR tekst voor deze krant.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.

Er is geen OCR tekst voor deze krant.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.

Er is geen OCR tekst voor deze krant.
Dit item is een uitgave in de reeks Het Vlaamsch heelal: katholiek - zondagsblad behorende tot de categorie Katholieke pers. Uitgegeven in Borgerhout van 1878 tot 1930.

Bekijk alle items in deze reeks >>

Toevoegen aan collectie

Locatie

Periodes