Het Vlaamsch heelal: katholiek - zondagsblad

2092 0
close

Waarom wilt u dit item rapporteren?

Opmerkingen

Verzenden
s.n. 1918, 09 Maart. Het Vlaamsch heelal: katholiek - zondagsblad. Geraadpleegd op 28 februari 2024, op https://nieuwsvandegrooteoorlog.hetarchief.be/nl/pid/kh0dv1dr9j/
Toon tekst

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.

I BORGERHOUT, 9 MAART 1918 ÎO Centiemen Nr 10, 41e Jaar HET VLAAMSCH HEELAL Allés in te zenden vôôr Dondbrdag middag — Inschrijvingsprijs : 5 Frank — Weekblad voor Wlaamsche en Algemeene Belangen Bureel en Drurkerij : Carnotplaats 65 Aankondigingen : 20 Centiemen den regel Opleiding en Vernuft ■ ^ In aile zaken die den menschelijken \ geest bezig houden en doen werken, is : er buiten het vernuft eene zekere oplei- i ding noodig. Zelis het genie, dat iets i meer is dan het gewoon verstand, zelfs meer dan een uitstekend vernuit, eischt , eene zekere vorming en opleiding, die er het wilde of de scherpe kanten van weg-tiemen. Daarom wordt er gezegd *: « dat iemand dichter, schrijver of kunstenaar is geboren », maar niettemin moet hij zich aan eenige regels en vorming onderwer-pen, die eene zoogezegde « school » 1 uitmaken. * * * Een dichter zou zonder die vorming en opleiding slechts een liedjeszanger zijn, ! een schrijver slechts een krabbelaar en een kunstenaar slechts een knoeier. Dit-zelfde onderscheid is in aile bedrijvig-heden van den menschelijken geest en I arbeid vast te stellen, want zonder opleiding en vorming zijn de natuurlijke gebreken zoo groot, dat zij al het schoone en uitstekende wegnemen, die genie en kunst in zich bevatten. ■ * * * Op zedelijk gebied is die vorming en opleiding insgelijks noodzakelijk. Er zou-den heden ten dage minder betreurens- , waardige zaken gebeuren, indien de geestelijke en zedelijke opvoeding van velen niet aan zich zelven ware over-gelaten geweest. Zij gemissen opleiding en vorming en verdwalen daarom in 't wilde. Geen enkele stand is er van uit-gezonderd en daarom zijn velen verwon-derd over de weinige nauwgezetheid, over het weinig eergevoel dat thans bij grooten en kleinen wordt waargenomen. * * * Eenige oppervlakkige lessen en ver-maningen in de eerste jonkheid, zijn niet voldoende om het zedelijk karakter der menschen te vormen. Het geweten zelfs, dat iedereen is ingeboren en als de stem der ziel wordt bestempeld, heeft insgelijks opleiding en vorming noodig. En dit juist ontbreekt in 't algemeen en wordt ver-vangen door eene onbewustheid, die aan het ongelooflijke grenst. + * * 't Is uit die bron van onwetendheid dat al de misvattingen voortkomen over eerlijkheid en eergevoel, want 't is juist de wetenschap van 't geweten die het meest verwaarloosd wordt. Van in de prilste jeugd meent iedereen daaromtrent genoeg te weten, zoodat velen meenen eenen leermeester te kunnen missen. En dan komt er later nog een grooter gebrek bij : zij willen niet alleen meester zijn over hun eigen geweten, maar ook over dit van anderen, en zouden wel de les willen spellen aan hen, die eene bijzon- ( dere en hoogere studie van geweten en zedenleer hebben gemaakt. * * * Destijds wierd er gespot met de zoo- ; gezegde « café-generaals », die ailes beter ; meenden te weten dan bevelvoerende , veldheeren en legeroversten. Zonder studie ; of kennis van zaken, meenden zij ailes j beter te kennen dan bevoegde lieden die hun levensdoel van de krijgskunde had- , den gemaakt. De verplaatsing ,van een , legerkorps van den eenen kant van 't land ( naar den andere, leverde voor de « café-generaals » niet de minste moeielijkheden , op. Gelijk zij het beweerden, zoo was het en moest het zijn. Een schaterlach was het antwoord op die verwaandheid. . * * * In zake van geweten en zedenleer hebben wij het zelfde zien gebeuren. ; Menschen zonder bevoegdheid, zelfs zonder gezond oordeel, waren aangesteld ( om over de opvoeding van 't volk te i Waken en voor zijne opleiding te zorgen. ] En het eerst wat zij deden was : de grondzuilen van aile zedelijk gevoel, van aile geweten weg te nemen, om in de plaats der godsdienstige zedenleer iets onbepaalds te stellen, dat noch tôt voor-lichting, noch tôt opleiding kon dienen. 1 * * * i Aan dit gebrek van eerste volledig onderricht hebben wij het te danken, | dat er thans zoovele verkeerdheden : gebeuren ; dat er nog zoo weinig belang 1 wordt gehecht aan daden, die tôt oneer en schande moesten strekken ; dat er nog ' zoo weinig eergevoel, menschwaardigheid en wilskracht bestaat om aile daden te verafschuwen die een nadeeligen dunk kunnen geven over de innerlijke gevoe-lens van velen. * * * Opleiding en vorming moeten dus aan-gewend worden om van de menschen iets meer te maken dan gewone ster-velingen. Dit is niet alleen noodig in de onkheid, maar ook in latere jaren. 't Is sene wetenschap die eene bestendige landacht en werkzaamheid vereischt, j jelijk dichters, schrijvers en kunstenaars îich immer moeten volmaken. « Men is looit te oud om te leeren », dit stelsel is Dok toepasselijk op de zedenleer en op ie volledige vorming van den mensch. J. L. DE TOESTAiP H8E8 EN ELDERS BELGIË. — In Nederland is het broodrantsoen )p 250 gram per dag vastgesteld. In 't kamp der Belgen te Harderwijk is daarover eenige ontevreden-leid ontstaan en sameuscholingen gevormd, die ioor de gewapende macht moesten uiteen gedreven worden. Dank aan de tusschenkomst van Belgische sffîciers en onder-officiers, die tôt kalmte aanmaanden, .s de rust in 't kamp weergekeerd. NEDERLAND. — Nederland geraakt meer en Meer in moeielijkheden door 't gémis aan grond-stoffen, waardoor menige nijverheid tôt werkloosheid wordt gedoemd. Vele dezer grondstoffcn moeten uit rreemde landen komen en kunnen moeielijk of niet rervangen worden door stoffen van inlandsch maaksel. Onder dit opzicht laat de nijverheid in Nederland nog veel te wenschen. Alleen bij gebrek lan stikstof kunnen 80,000 hectaren ontgonnen gronden niet meer bebouwd worden en 300,000 hect-iren wachten op ontginning. — Het smokkelen over de grenzen geeft aanleiding ;ot kluchtige maar ook tôt pijnlykej gevallen. Dp een deel der grenzen trekken personen in lieuwe kostuums over de grenzen en komen er met ilechte of met geheel geen kleederen er terug over; indere malen sohieten soldaten-kommiezen op smok-lelaars en dooden soms onschuldige personen. regen dit schieten wordt in de Nederlandsche iagbladen heftig opgekomen. —O— RUSLAND. — De Russische Socialisten die hun !and enkel den dieperik hebben ingeholpen, nneenende dat Socialisten van andere landen even anzinnig zouden handelen, hebben thans gedwongen 3en vrede geteekend om aan 't roer te kunnen blijven. 't Is echter niet z#ker dat zij daarin zullen gelukken, want de omwenteling en de burgeroorlog jagen de partijen tegen-een op. Trotsky en Lenin sullen denkelijk het onderspit moeten delven. [ntusschen zal Japan de hand op Russisoh Siberië leggen, zoodat er van het groote Russische rijk aiet veel meer zal overblijven. —o— SPANJE. — De moeielijkheden in Spanje ontstaan ioor de aanhoudende ongeregeldheden in groote steden en de politieke drijverijen in 't leger, zijn ;ijdelijk uit den weg geruimd door 't aanstellen van sen nieuw Ministerie. Het moet voor de orde en den samenhang in de openbare besturen niet bevorderlijk jijn, voortdurend van meesters te veranderen. Door dit feit worden de knechten meesters, en het aloude spreekwoord : « ni«uwe meesters, nieuwe wetten », zou kunnen omgekeerd worden in 't gezegde : « oude knechten, nieuwe meesters ». —o— FRANKRIJK. — Caillaux is in 't gevang ziek geworden. Bij het eerste zicht meende men dat hij rergiftigd was, maar 't is zoo erg niet, alhoewel er in Frankrijk in politieke processen reeds meermaals îonderlinge dingen zijn gebeurd. Het nieuws dat Briand en Painlevé beiden mede bescùuldigd waren is onwaar bevonden. Tijdens dezen oorlog zijn d# palsche nieuwsjes en valsche aantijgingen aan de srde van den dag. Pax Verjaring en Intresten In 1913 wierd eene wet gestemd in 't belang 1er kleina niiverheid. die de veriarinc van sekere rekeningen op langeren tijd bepaalde ilsook de wettelijke intresten regeldt op ichterstallige rekeningen. In Tôle gevallen was deze wet niet doel-natig, vermits vele neringdoeners, uit vrees aunne klanten te kwetsen en deze te verliezen, ie noodige wettelijke voorzorgen niet durfden aemen. Wanneer men van weerszijden te goeder ;rouw handelt, kan de bepaling betrekkelijk le verjaring wel gemist worden, want niemand :al die verjaring inroepen wanneer hij weet sene zekere som nog schuldig te zijn. Ook heeft de bedoelde verjaring slechts ten loel, de burg8rs te ontlasten van de bewaring pan rekeningen die betaald zijn en na zekeren ;ijd geen nut meer hebben. Wordt de betaling ?an zulke rekeningen nog geëischt en is men rerzekerd deze reeds betaald te hebben, dan is îet inroepen der verjaring gansch gewettigd. Het in rekening brengen van intresten voor ichterstallige sommen, kan enkel nuttig zijn wanneer de betaling niet vrijwillig geschiedt in moet afgedwongen worden. Dan is het jnbetwistbaar billijk dat de intresten er nog aij gerekend worden. * * * Yan intresten gesproken, wij hebben in een forig artikel terloops aangehaald, dat aan de neest waardige spaarders, namelijk de kleine spaarders, intrest onthouden wordt om aan jroote spaarders of woekeraars grootere voor-ieelen toe te kennen. Zoo handelde over eenige jaren het Staats-Destuur niet. Wanneer de spaarkas toen over-stroomd wierd door spaargelden, wierden de ntresten verminderd voor sommen die de twee Juizend frank te boven gingen. Yoor minder lan deze som behielden de kleine spaarders aunne drij ten honderd. Dat was wijselijk gehandeld en volkslievend. Het moet zijn dat de verschillende bijzon-lere spaarkassen, die den intrest verminderden ?oor kleine spaarders en voor de groote ver-aaeerderden, dit niet overwogen hebben, want ht besluit is in strijd met de aanmoediging die kleine spaarders verdienen. Ook is het geen middel om minder door spaargeld overlast te zijn, vermits de groote spaarders en woekeraars juist deze zijn die de kassen doen overstroomen en nu nog aange-mosdigd of bevoordeeld worden ten kosts der kleine spaarders. Indien het nog kon herdaan worden, dienden de btheerraden dier kassen terug te komen op hun besluit, dat zoowel in strijd is met de volksliefde als met eene welbegrepen eerlijkheid. Hildebrand SCHRIJVERS EN B0EKEN XXV LOUIS COUPERU8 De voornaamste en meest gevierde roman-schrijver van Nederlaud. Wat Frederik van Eeden is voor de letter-en de dichtkunst, dat is Louis Couperus voor de romanletterkunde. Toch heb ik me nooit tôt den schrijTer voelen aangetrokken, hoewel ik onderscheidene zijner vrij talrijke werken las, tôt de mooie beschrijving van André De Ridder : Bij Louis Couperus, me toeliet dieper en nader den man te leeren kennen, die in Nederland, en elders eveneens, zoo'n ver-bazenden opgang maakt. Indien ik het goed voor heb, was Couperus' eerste werk ElineVere, dat het strenge, stijve publiek wel wat gewaagd vond. Enkelen stellen Eline Vere op een lijn met Gustave Flaubert's Madame Bovary — het berucbte, vieze verhaal van een liysterieke Fransche vrouw, — en in zoovèr hebben ze gelijk dat ElineVere een Hollandsche Madame Bovary is, geheel op de Hollandsche zeden, op de Hollandsche stijfûeid en op den Hollandschen cant aangepast. Waar ik niet aarzel Flaubert's werk een vies voortbrengsel der Fransche letterkunde te noemen, kan ik nochtans die benaming niet toepassen op Louis Couperus' eersteling ; hoewel het echter geen werk is om aan iedereen in de handen gsgeven te worden — « letterkunde voor kinderen » is iets lieel bijzonders... en er zijn menschen die kind blijven tôt aan hun dood... wellicht gelukkig-lijk voor hen ! — kan ik er toch niet àl het kwaad in vinden dat enkele geestdrijvers er zeggen in te ontmoeten. Dat ligt wellicht in een breedere levensopvatting van mijnent-wege, maar ik vind het beslist geen slecht boek ; wel een boek voor rijpere menschen, die ook eens mogen veroemen wat er zooal in de wereld omgaat. Dit ailes met terzijdestelling van het godsdienstig element, dat er in zijn waren zin geheel en al in ontbreekt. Couperus is een fljne pen, die aan 't meest-eenvoudige pit en smaak weet te geven, en die daarbij heerlijk beschrijven kan. Ik kan den lust niet weerstaan hier even aan te halen wat hij in zijn Epigrammen, in de Haagsche Post, over het voltooien van een werk schrijft : « Als het boek àf is, is het boek voor den schrijver verloren.Zoo lang hij het boek denkt, is het het innigst van hem, zoo lang hij het boek schrijft, is het het duidelijkst van hem in 's boeks meest ideaal plastische verwerkelij-king. Is het boek àf, dan is het al niet meer zoo zuiver ideëel van den schrijver. Hy heeft er mêe afgedaan, hij maakt er zich van los en er is weemoed in 's schrijvers hart, omdat het lieve boek àf is en daar ligt, met bladzijde op bladzijd6. Die gestapeldebladzijden zijn tezamen gestold tôt « kopie ». En « kopie », dat is niet meer het lieve, het ideëelst plastisch verwerke-lijkte werk des schrijvers... « Kopie », dat is heelemaal niet meer innigheid. « Kopie », dat is voor den uitgever, roor den drukker, voor den zetter. « Kopie » is van innigheid zakelijk-heid geworden. En « kopie * maakt het nog wel even lieve boek-van-geschreven-bladzijden tôt een boek-ding, gedrukt, ingenaaid of gebon-den, dat bij een boekhandelaar voor iedereen is te verkrijgen. » Ik heb vroeger wel eens geschreven —waar, dat kan ik me niet herinneren, en dat is ten andere bijzaak — dat een schrijver, de echte schrijver, bij wien het schrijven een levens-behoefte is, de schrijver-omdat-hij-niet-anders-kan, het meest en het drukst aan 't werken is>.. wanneer hij niets doet. Juist wanneer hij niets doet, meer nog dan wanneer hij iets anders doet, is willens of onwillens zijn aan-dacht saamgetrokken op het onderwerp dat in zijn geest broeit, en dat na eenigen tijd hem dwingt de pen te nemen om zijn hersenen te ontlasten. Schrijven is dus een ontlasting, en een ontlasting veroorzaakt immer genot. Luister nu even wat dat gedacht, dat de schrijver het drukst werkt wanneer hij niets doet, wordt onder de pen van Louis Couperus. Ik haal wederom aan uit zijn puntige Epigrammen : « Wanneer ik werk? Als ik niet slaap of eet. Als ik niet loop of « uit » ben. Als ik « thuis » ben en er liggen geen twintig brieven of briefjes te wachten, die te beantwoorden zijn. Als ik niet bezig ben mij te kleeden. Als ik... Ge begrijpt me wel. Je werkt eigenlijk alleen als... je er tijd toe hebt. Je leven is zôô in beslag genomen door gepruts en gepriechel, dat, als er, tusschen al dat gedoe, een kwar-tiertje vrij te maken is, je wérken mag. Je, als je nu eenmaal auteur bent, schrijven mag, met je pen in ja hand schrijven en werken mag,.. Maar eigenlijk werk je meer zônder pen in je hand ; als ja schrijver bent. Eigenlijk werk je het meeste als je geen pen in je hand hebt. En ik geloof dus, dat ik eigenlijk werk als... ik bezig ben mij te kleeden, als ik twintig brieven of briefjes te beantwoorden heb ; als ik niet thuis ben maar « uit » ; als ik loop, als ik eet, en het meeste misschien als ik slaap... Want een schrijver werkt het méést in onbewustheid. En als hij schrijft, als h.lj, bewust, werkt met de pen, is dit eigenlijk in stijl zichtbaar kristal-lizeeren wat reads gewrocht werd in diafaneren toestand tijdens het gepriechel en geprutst van het gewone, alledaagsche leven, vooral tijdens den droom, den soms wakenden, dan soms sluimerenden droom... » Ik heb me niet kunnen onthouden die langa aanhalingen te doen omdat zij m. i. den fijnen ontledenden geest en den vlotten, aangenamen stijl van den schrijver zoo goed in 't daglicht stellen. Nu weet ik wel dat dit een bijzondere eigenschap is van zijn « praatjes » — die men hier in Nederland ook wel « feuilletons » noemt —, en waarmede hij reeds menige deelen gevuld heeft : de Korte Arabesken, in een deel, door de Wereld-Bibliotheek uit-gegeven ; De Zwaluwen neergestreken, een deel bij Van Holkema & Warendorf ; Van en over mijzelf en anderen, drie deelen, evenals de tien deelen Van en over ailes en iedereen, door L. J. Veen in 't licht gezonden. Tusschen zijn hedendaagsche romans dienen, behalve Eline Vere (dat reeds zijn zevenden druk beleefde) nog vermeld te worden : Nood-lot, Majesteit, Wereldvrede en de acht deelen De boehen der Kleine Zielen — ik doe natuurlijk slechts een greep, want 't gaat niet hier zijn ganschen letterkundigen boedel te vermelden —; tusschen zijn geschiedkundige verhalen : De Berg van Licht, in drie deelen, en Schimmen van Schoonheid ; tusschen zijn mythologische romans : God en de Goden en Dionyzos; tusschen zijn symbolische verhalen : Psyclie en Over lichtende Drempels. Over zijn « feuilletons » sprak ik reeds hooger. Daarenboven schreef hij nog een drietal deelen reisverhalen, eveneens drie deelen verzen en een paar vertalingen. Onder godsdienstig oogpunt staat Louis Couperus echter onder vriespunt : dat is ten andere t8 verwachten van een man die in zijn Korte Arabesken, even de groote wereld-vratgstukken aanroerend, nederschreef: «Toen heb ik het besluit genomen nooit meer na t® denken... Ik heb nooit meer nagedacht. » Mijns inziens is Couperus een volgeling van den ouden heidenschen wijsgeer, wiens naam mij op dit oogenblik niet te binnen komt, die het gansche leven als éôn jacht naar genot beschouwde. Genieten van het leven, is Couperus' leus, en hij geniet er van zonder nadenken, blijkens zijn eigen bekentenis. Louis Couperus is een kunstenaar met hooge gaven, maar hem ontbreekt toch het eenige wat den kunstenaar tôt hoogere sferen voert, namelijk het besef van onze verhouding tôt het hiernamaals. Hij zingt als de krekel, even helder maar ook even onbezorgd als deze, even onbewust van de taak die den deukenden mensch toekomt en die hij lichtzinnig van de schouders geworpen heeft... Yours De volgende schets handelt over Jan de Vries. OVERZICHT Er wordt dikwijls geklaagd dat vele vak- of beroepsscholen het nut niet opleveren dat men er mocht van verwachten. Gewoonlijk wordt de schuld dan gelegd op de belanghebbenden : leerlingen die deze instellingen niet waarnemen om zich te volmaken in hun ambacht, of ouders en bazen die hunne kinderen en leerjongens niet genoeg aanzetten en aanmoedigen om deze leergangen te volgen. Uit eenen omzendbrief van 25 Januari 1918, van wege het hooger bestuur, blijkt : dat de beheerraden dier scnolen grootendeels de schuld zijn van dien toestand. De leden wonen meestal de zittingen niet bij, bezoeken de scholen niet en moedigen de leerlingen niet aan. Er wordt tevens voorgeschreven, dat alleen vaklieden of bevoegde personen van de beheerraden zouden deel maken, en dat, voor beroepsscholen voor meisjes, bijzonder bevoegde vrouwen in de beheerraden zouden zitting nemen. Het stelsel van « laat maar gaan dat gaat », is op 't gebied van 't onderwijs verderfelijk. Het klagen over het mislukken van deze of gene instelling, ligt dus veelal aan den weinigen iever en de geringe toewijding die de aange-stelden daarvoor ten beste hebben. Vele lieden maken gaarne deel van besturen en beheerraden enkel om den naam te hebben daardoor iets te zijn, maar feitelijk doen zij niets om zich verdienstelijk te maken of zich op te offeren tôt nut van 't algemeen. WEKELIJKSCH VERSLAG Gevels Alhoewel het grootste deel der huisgevels niet meer onderhouden wordt door jaarlijksche schildering of andere herstelling, is het toch onaangenaam voor vele lieden dat die gevels nog vuiler gemaakt worden dan zij het reeds zijn door het krabbelen der straatjeugd tegen de boorden. Het zijn nogtans niet altijd kinderen die zoo handelen, maar ook volwassenen. 't Is eender wat zij in de hand hebben, ijzeren of andere voorwerpen, in 't voorbijgaan krab-ben zij op de muren en beschadigen deze onbewust of moedwiilig. In meer andere zaken ziet men hetzelfde gebeuren. Het weinig toezicht over de honden namelijk, maakt dat vele voetpaden bevuild of huisgevels besproeid worden. Wierden de honden aan koord of band gehouden gelijk de verordening het voorschrijft, althans tôt op zekere uur van den dag, dan zou daardoor veel ongemak en vuiligheid vermeden worden. Reporter

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.

Er is geen OCR tekst voor deze krant.
Dit item is een uitgave in de reeks Het Vlaamsch heelal: katholiek - zondagsblad behorende tot de categorie Katholieke pers. Uitgegeven in Borgerhout van 1878 tot 1930.

Bekijk alle items in deze reeks >>

Toevoegen aan collectie

Locatie

Periodes