Het Vlaamsche nieuws

1429 0
20 januari 1915
close

Waarom wilt u dit item rapporteren?

Opmerkingen

Verzenden
s.n. 1915, 20 Januari. Het Vlaamsche nieuws. Geraadpleegd op 13 november 2019, op https://nieuwsvandegrooteoorlog.hetarchief.be/nl/pid/5q4rj4b700/
Toon tekst

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.

Woensdag 20 januari 1915. Eerste Jaarg. Nr 7, Priis ; s Cesitiemen dcor geheel België 1* -y"py^r*1-'« Vlaamsche Nieuws Het best inselieht ers rrteest versoreid Nieywsblad van België. - Verschijnt 7 maal per week VOORNAAMSTE MEDEWERKERS : Lode Baekeimarià. — Jan Bruylants. — Mr Arth. Cornette Vict, De Meyere. ~ Ant. Moortgat. Ary Delen — e.a .s}ÏESSa^.VJ^.'G2E»^,vC3IA«4:;v KaBàKSeC.CvnrtAOË• >. *{2^.s,X*CSTr*i."*f«Aa«1&r. - .Y: x».VTB»3 .nas2V%»nxx,\ I.vk. . BESTUUR ; iioofdopsteller : Aifons BAEYENS Beheerder Ant. VAN OPSTRART . f ir-if i-"^riri-rvTtn i^Bmiiif>fi»ri - rwmnrr r -.rrr-a t y rrr t- KvwrS BUREELEN: Roodestraat, 44, ANTWERPEN Telefoon 1990 AANKOftDlûINQEN : fweede bladz. per regel 2.50 | Vierde bladz. per regel . 0.35 Derde id. i4. 1.00 | of volyens ovureenkomst. Doodsbericht 5.00 m—«BMamameaiiMi,— innnM—rvi WMIBMI — W -I— DE STEM DER MACHIENEN Toen ik in den avond naar huis gin g heb ik de stoomfluit van een schip ge hoord. ik liep haastig door langs de een /ame wegnabij het park,en keek op naa de torens van Sint-Jozefkerk.Een oogen blik heb ik stilgestaan en geluisterd naa het van ouds bekend geluid. Maar 't bleef stil en 'k weet niet mee /.eker of ik de stem van het schip we stellig gehoord heb !... Toen liep ik maa door, denkend aan het levend gezang ei ,rebrom, rumoer en gefluit der machie nen. Als kind was ik er wel inede vei trouwd. Naast onze woning stond ee: rijstpelderij, waarvan de machiene: meestal nacht .n dag werkten. Ik kend de machinekamer en den stoker, en za dikwijls bij hem voor de vuren. Oven en ketels, wielen en slagriemen, de ma tende steenen, het vuur en de stoom e: het bedrijvig geweld trokken mij aan Ik kende de stem van den mol en, zi klonk anders dan de stem van het schip an ders dan de stem der lokomotief !... Jaren later, las ik in Rud. Kipling' k The Days Work», twee vertellinge: die een verrassing voor me waren en di mijn jeugherinneriugen en mijn kindei fantasie weer opriepen. Een verliaa droeg als titel «The Ship that found hei self », het schip dat zichzelf vond na ee: proefreis, en het tweede de geschiedeni van een lokomotief na een eerste rit heette « '007 Het schip ! Het was de eerste reis, t: al was het maar een vraehtboot van vijl L-n-twintig honderd ton, het was de best m de soort, de uitkomsi van veertig jaa ondervinding en vervolmaking van d romp en de machienen.De stoomer vang zijn proefreis aan !... 't Is een gemurmt en gefluister en gesnater van al de stenj metï van eîk der' kleine onderdeelen e lidmaten waaruit het schip gebouw< vverd. Elk spreekt zijn eigen woorden Vlaar wanneer de eerste reis ten eind loopt en de haven in 't zicht konit, val cen lange stilte in. Dan spreekt traag e: snej een hieuwe, zware stem van ieman !ie juist wakker werd. De stoora wis wat nu gebeurd was, want als een schi /.ichzelf vindt dan verstommen al de ai /.onderlijke praatjes en versmelt ailes h ëén stem die de ziel van het schip is Dan is de stoom tevreden. « Well, l'r glad vou 've found yourself » !... Wan de stoom was moe te antwoorden aan a de onderdeelen en nu de stem gesproke: heeft, kunnen zij gerust de reis herbe ginnen. De lokomotief ' Een lokomotief is naast een scheepsmachine, het mees fijngevoelig ding dat de mensch gemaak heeft, en No '007, was tevens nieuw. E weer spreekt de eigen ziel van het eige: evend ding. Wanneer het proetrit gerc den is, komt zij in het dépôt, waar haa maten staan. De kranigste onevangt haa en neemt haar op in het gezelschap 't Happy to meet you, said the Purpl Emperor»... Oelukkig u te mogen oui vaugen, zei de Purpere Keizerin, ronC blikkend in het voile dépôt. 1k veror derstel dat wij talrijk genoeg zijn om ee .dgemeene vergadering te houden. Huit h n m ! Op grond van het gezag ons toc gekend als Hoofd van den Weg, verkla ren en noemen wij u door dezen akt No '007, aangenomen lid van de Gc iisengde Vereeniging der Eokomotieven ils zoodanig hebt gij recht op al de pr: vilegiën der werkplaats, der wissels, va: het spoor, van de vvaterkraan en het de pot over de geheele uitgestrektheid va' ons rechtsgebied, en dit met de graa< van Express van Eerste Klasse, daar wi U wel kennen en van bevoegde zijd vernomen hebt dat Gij een-en-veerti mijlen in negen-en-dertig 1/2 minute: afgelegd hebt... Ten gepaste tijde zu: len wij u de Zang en het Téeken uwe graad aanleeren, waardoor men u za berkennen in den sombersten nacht!. Maar de stem der machienen leerde i pas bepaald begriipen door mijn vrien-Herman Heijenbrock, den Hollandsch schilder der grootn i j verhei d. Hij haï haar beluisterd op zijn zwerftochten doo nijverheidsgestichten, langs havens, il hoogovens en gieterijen. in staalfabrie ken en petroleumdistilleerderijen. E wa9 hartstocht in zijn woorden en hi had niets van den gewonen, zoetsappi ?en schilder van binnenhuisjes. De sten i der machienen had hem zenuw en ziel " van zijn tijd veropenbaard. En wat hi j àan zijn omgeving als zijn evangelie pr-r dlkte, heeft hij in een voordracht samen-" gevnt, waarvan een fragment in het tijd-r schrift «De Bewegingv ;Û}Ï4) ver-scheen.r « Het indnstrieland met zijn vuren 1 en booglampen aan dunne païen, schreei 1 hij, -aakt ond;r mij, al verder reiken dt. 1 horizonten, mc-er schoorsteentn, niçer gebouweu .. En ik stijg hooger en hoo- ger in den zonderlingen vuurtoren. Nog een paar wendingen en ik beu boven en zie hijgende uit, op de in vlammen en 1 vuur gezette aarde onder mij. Langs dt e horizonten, zwakke schijnsels van ros- sigen gloed, bo\'en mij het nachtelijk gewelf. Er is gerij en geklepper van bul- derende wagentjes op den plaatijzerc u \loer. Vlijtig worden karretjes gescho- ven in een cirkel rondo:n een reusachtig' -1 deksfel, Daaronder is de sidderende mas ' sa ; daar worden de ingewanden van de aarde nog eens opgekookt oit: het' b - ^ geerde meiaal tu krijgen. 1 » Hoe nietig liikt nu dat v uurstraal-tj<. daar beneden. Hoe ontzaglijk de j moeite om het machtig te worden. W' hebben het ook niet gekregen, maar zelj çemaakt. Hoe hebben we di i kun-nen doen zonder bovenaardsche macl-ten? Hoe is het mogelijk dat wij . men-scheu, dai hebben gedaan? Hoe lang heeft het geduurd eer dit kunstwerk tôt stand kvvam 1 Z6o heeft nooit een kathe-draaî mij gerœrd, met al die trotschc e schoone afmetingen, het schootu beeld- r houwwerk, de prachtige, gebrainJe rui-(jten. het schemerdonker rond de sakris-| tie, de fonkelende genaden, het zacht flonkeaend kaarsenlicht hoog in de sier-lijke kronen, evenmin het doordenken j van de onzienlijke schoonheid van demis of de litaniën en lithurgiën. » O, wonderliik menschenniaaksel vai e ( industrieele kathedralen, ge wenscht geen schoonheid en zijt des ondanks I schooner dan elke bedachtzaaiiiheid. Ge zijt zoo wonderlijk bedacht, dat de schoonheid wel komen moest. Aan u hebben evenveti vlijtige lianden gear-beid als aan het toen nuttige en noodige monument van eenheid in wereldlijk be j staan eu geestelijk doorleven. Hier oi t den trillenden en gloeienden oven is dit-, zelfd<2 aanwezig, ailes wat op poëzie en j het hoogere in den mensch dnirkn kan. Max Eyth, in zijn « Eebendige Kràfte », zei : « In Machinerie ist Poésie, weil es beantwortet an der Dreieinheit des Wah- ' ren, Guten und Schônen ». j « De raan die zoo in de schoonheid der 1 nijverheid opging was F. van Eeden a dankbaar zijn aandacht op een boekje gevestigd te hebben, waarin hij uitge-sproken vond wat hij voelde. Wat zijn zakbijbeltje werd, heet « The voice of 1 the Machine », een inleiding tôt de twin-' tigste eeuw.en werd geschreven door den Amerikaan Gérard Stanley Lee Men-schen achter de machienen, de taal der machienen, de machienen als dichters, de denkbeelden die uit de machienen 1 spreken, zoo is hei nobel boek ingedeeld. ' Aan het volgelvlucht-overzicht van het boekje danken wij deze woorden : « De hoofdkarasteristiek van het mo-. derne machien zoo wel als van ailes wat strik modem is, ligt daarin dat het zich weigert rechtstreeks te toonen. De man a die en dubbelschroefstoomer bekijkt en _ tevens niet voelt feiten en gedachten die , er aan verbonden zijn, ziet niets. 1 > Ik hoorde dat er beweerd wordt j dat de moderne mensch geen gevoel e heeft voor poezie. Het zou meer de waar-l heid nabijkomen te zeggen dat hij niets 1 voelt voor het oud fatsoen der poezie. Di - poezie van een oud en Hollândschen r windmolen fleurt nog steeds en steekc 1 den waren modernen mensch tegen. Hij ■ leerde dat in de verhoudingen van een < machien of iets anders uitdrukking is en 1 dit er iets in verscholen zit. Hoe vol-î maakter of poetischer hij zijn machie-1 nen weet te maken, hoe geestelijker zii r zijn zullen. Zijn opperste machienen zijn i de elektrische. De elektriciteit is de pro- - feet van den modernen man. Het is het i' toppunt zijner wereld. Zij bezit het tem-j perainent van den modernen mensch : de - hartstocht om onziebtbaar en •>nweer-i staanbaar te zijn » En ailes heeft zijn eigen taal. De kracht om te voelen wat de dingen ons te zeggen hebben, de wijze van uitdrukking is een zaak van begrip, van het lee-ren der taal. Daarin schuilt het geheim der taa! van de machiènen. 1k kan niet preeies weten of de machienen ai of niet liun gedachten uitdrukken. Enkci weet ik dat wanneer ik sta voor het gehamer Lener ijzergieterij die de vloer der aarde doet daveren,voor den strijd der ontzag-wekkende cvnibrden tegen den nacht, dat ik mijn ziel dan ophef tôt de stem. En in zekeren zin, hoe weet ik niet, maat terwijl het mij tegenzingt, groei ik in sterkte en blijheid. De machienen zijn schoon uit o or zaak der onmeetbare gedachten die er.voïko-men in uitgedrukt werden. » Aan dat ailes heeft me de stoomfluit op de rivier, die ik meende te hooren, herinnerd. Ik dacht nog even aan de sni-kerfabriek in bel lage i>olderland te Steenbergeu waar ik, in een wonderlij-ken avond onder vreeœden lichtschemer, de laatste maal de stem der machienen beluisterd heb. Het opzuigen en spoelen der beeten, het opjagên onder de mes-sen, het persen eu koken, het zuiveren en klaren, het drogen... Het gebouw da-verde en zong in den nacht. Ik luisterde niet naar den geleider, maar wel naar dt stem der machienen die me schenen oj te ijeuren uit de moedeloosheid van eer die gevlucht was.. Het was een paai dagen na het bombardement. Ik hooi nog het lied, zie nog de arbeiders en lei-ders der machienen, ruik nog den wee-zoeten reuk, denk nog hoe arm ik me voelde en hoe ik aan den jong gestorven schrijver van der Vijgh dacht, die dit land en deze industrie beschreven had !.. Hier zwijgen nu de stem.mec der machienen !... Elevators, waterpersen, scheepsma chienen en lokomotieven verstomder toen de kanonnen hun geweld over dt stad joegen, toen het snerpend-sissenc gesuis der bonimen in de lucht kwam zingen. Voelt ge nu ook, lezer, dat de stem-inen der machienen van den arbeid zwij-gen in de stad? En wij, menschen, zijn er zoo inedt vertrouwd dat, wanneer zii zwijgen, wij gedrukt gaan en schijnen te treuren. h. H. Schaduwzijdei van de Popiilariîeîl De bekende roinanschrijver Fedor von Zebelitz is de gast geweest van von Hin-denburg, in diens hoofdkwartier. Aan tafel kwam ook de populariteit ter spra-ke, waaronder von Hindenburg langza-merhand zeer te lijden krijgt. Populariteit, zoo schrijft hij in dt « Berliner Zeitung ara Mittag », is zeei aangenaam, maar kan ook hinderlijls worden. De nieuvyjaarsgroeten voor vor Hindenburg moesten in waschmander weggedragen worden. Bij 4 grader: vorst druppelde de adjudanten het zweel van het voorhoofd, als zij zich door deze bergen beschreven papier moesten heen-werken. Kinderbrieven waren er bij massa, meestal gedikteerd door ijdele moe-ders en hysterische gonivernanten. En dan het gerijm. « Hindenburg » en « Hin-tendurch » is gewoonlijk het eindrijm. Is er dan geen ander te vinden? Het is vreeselijk, zei een afgejakkerde adjudant. Ik kan het mij voorstellen. Een opperbevelheber heeft altijd nog iets anders te doen dan dagelijks 1687 brieven te lezen, waarin gewoonlijk hetzelfde staat. Zelfs de dapperste adjudant kan bevliegingen van krankzinnigheid krijgen, als hij iedere morgen, middag en avond bergen van papier ziet opstapelen, waar hij doorheen moe t. Verder vertelt von Zobeltitz nog : Zoo-lang het aardig bleef, heeft von Hindenburg zich erover verheugd. Maar nu strijden reeds steden om zijn naam. Op taarten wordt met chocoladecrême zijn monogram gedruppeld. Zijn gezicht met den knevel wordt in vanille-ijs gegoten. Op de buikbanden wordt zijn portret gedrukt. Spekbokking wordt door hem geadeld. Peperkoek draagt zijn wapen-ichild ; marsepein, wollen ondergoed, penhouders, tabakspijpen, ailes wil plot-seling Hindenburg beeten en vraagt eerst behoorlijk, of het ook mag. Mijne hee-ren, het wordt te veel. De maarschalk lacht goedmoedig. :< Nu, eens zal het wel ophoiuden », zegt hi}- De beeldhouwer Victor ' Rousseau in Engeland Een medeuerker van de « N. R. C. » bracht te Londen een bezoek aan den beeldhouwer Victor Rousseau. Londen zei hem niets ! « Ik hoor mijn kunstvrienden hier soms praten van ge-sveldig-grootsche indrukken. Ik kreeg hier nog geen enkele outroering. Ik voel mij eenzaam en verlaten te midden van het immer jagende gevoel van deze reus-achtige eu als verdoemde stad waarin de oorlog mij verbannen houdt. » Wij spraken dan over den oorlog en ik vroeg hem of naar zijn meening de wereldgebeurtenissen niet op de kunst zouden inwerken, of er geen opleving van militaire kunst ging komen die den krijger en den legeroverste zou verheer-lijken, van wien het lot der menschheid nu toch scheen af te hangen. « Ik geloof het niet, zei Rousseau, en God beware er ons van. De oorlog is toch maar een incident, een « fait divers », voor iemand die het menschelijk gebeuren van uit de hoogte. blijft be-schouwen. Zie, ik wandelde gisteren nog in het British Muséum en bewonderde de mirakuleuze schoonheid der marmers van Elgin. Ik zag die Grieksclie kane-foren, zoo edel-gelijnd door de lichte, subtiele plooien » — en zijne kleine, van de klei doorimpelde handen schenen het beeld te tasten in de ruimte — « en ik dacht : dat stuk werd misschien gemaakt tijdens den oorlog, die voor de Grieken van even zoo groot belang was als de te-genwoordige het nu is voor ons, maar mets heett den peinzenden geest en de rustig werkende hand van den kunste-naar komen oniroeren. Hij heett zich niet laten ontstelien door de gruwelen en de verschrikkingen en de elienden van het oogenbbk. Jtiij heeft die senooue lijnen en vornien bedroomd en gekapt in den steen De oorlog is voorbij, maar het hoogere, innige leven der marmeren icanefoor tiiijft voor eeuwig. » Ik vroeg hem nog of het een dwaling van mij was van in zijn werk te zoeken, als een verwezentlijking in steen, van wat da Vinci in zijn mystérieuse scîiil-derwerken had belichaamd : de subtiele lach der Giocouda, van Ste-Anna en Sint-Jan. — « Mijn werk is de uitdrukking van het aardsch geluk. Hetgeen bloemen, zon, liefde, muziek aan geestelijke ver-rukkingen in het hart van den mensch oproepen heb ik in brons en steen willen oestendigen. Ik was, jong zijnde, . aangetrokken tôt muziek, zoodat ik meende muzikant te rnoeten worden. Mijn hoofd ruischte van melodieën en symfonieën en het scheen mij dat, moest ik met de regels van de compositie vertrouwd geweest zijn, ik mijn mwendige zangen in één worp zou hebben neer, schreven.» Dit levensdetail verklaarde mij het rnuzikale van een kunst, die paradijsfi-guren heeft geschapen, die over heel hun naakte lijf als een voluptueuze huive-ring dragen van geluk. « En gaat het u in deze stad te wer-ken ? » « Ik voel mij niet in de stemming hier. Ik ga gebukt onder deze ballingscbap. 1k denk aan mijn arbeid ginder, aan mijn huis, aan mijn hond, die mij een ver'crouwde en beproefde vriend is, daar ware vriendschap toch zoo zeldzaam voorkomt onder menschen ; ik denk hoe de oorlog mij van zooveel, dat mij innig dierbaar is en bij mijn leven hoort, ge-scheiden houdt, voor lang misschien. » Tien jaar vroeger reeds, het is zoo vTeemd, voorzag ik al de gruwelen die nu gebeuren. In mijn slapelooze nach-ten, in mijn droomen, zag ik brand en geweld en bloed en verwoesting. Ik zei toen dikwijls tôt mijn omgeving : ge be-grijpt niet hoe heerlijk schoon de vrede is, als ailes harinonieus beweegt, als de menschen hun taak doen elken dag en het geluk en de rust voelen van den avond en de hoop van elken nieuwen morgen lien doet leven en gelukkig zijn ; als de steden ontwaken, de velden geu-ren in den dauw en ontplooien naar aile verten onder een gouden zonnestraal Hoe schijnt deze schoone vrede een droom nu en 't was werkelijkheid, maar die wij soms vergaten in onze kleine veten. « Toch voel ik mij thans weer geluk-kiger. Mijn vrouw ging naar ons land en kwam terug met geruststellend nieuws. Maar wat een wondere tocht is dat geweest. Verscheidene dagen heeft zij gereden in een karretje, getrokken door een - sukkelpaardje. Twee jonge meisjes waren bij haar en, zij weet niet hoe, maar, in den maneschijn van den winternacht, zijn zij beginnen te vertel-len van hun eerste liefde-ontroeringen. Terwijl neuriede de dronken voerman schunnige liedjes voor zich zelf en traag gleden de wittintelende sneeuwvelden voorbij, waar zij,, hier en daar aan de oneffenheden, grafterpen gingen raden of toegedekte puinhoopen, waaruit, ake-lig op het wit, soms nog stukken zwart-gerookte haardsteden recht stonden, als onheilspellende spoken KRONIJK VAN DEN DAG BERICHT. — Met deze wordt aan de aelanghebbenden bekend gemaakt dat in het vervolg de afstempeling in de ver-îchillende lokalen zal plaats hebben : Voor de mannen : van half tien tôt kwaart voor twaalf lire 's middags, uur raii den toren der hoofdkerk. Voor de vrouwen : van 3 tôt 5 ure 's namiddags, uur van den toren der tioofdkerk. UIT BliTALINGEN. — Een blad rraagt wanneer de lijfrenten van de Spaar- en lijfrentkas van 1914 zullen uitbetaald worden, alsook of de koepons van de loten van Brussel hier kunnen ontvangen worden. Wij vernemen, dat de Nationale Bank de lijfrentkas van het 2de halfjaar van 1914 uitbetaald en dat men in de Minderbroederstraat, 18, de koepons van Brussel, en zelfs van Gent kan ontvangen. DÀNK AAN DE AMERÏKAAN" SCflE JEUGO. — In het Plantijn-Mu-seum heeft ons stadsbestuur een dank-brief doen drukken voor de Amerikaan-sche jeugd, die zooveel deed voor onze schoolkinderen. De dankbrief is gedrukt op prachtig Hollandsch papier, in de van ouds ge-kende Plantijnletters. De tekst is in het iingelsch opgesteld en bevat het vol-gende:« Kerstmis 1914 « Gedenkems aan den Helgischen oorlog met onzen hartelijken -Qank van de arme kinderen van Antwerpen tôt hunne gcedhartige kameraden der Vereenigde btaten, voor hun schoone kertsgeschen-ken. » Daaronder prijkt nevens het wapen onzer stad — met den datum 25 Decem-het 1914 — het exlibris van Plantijn met de melding « Printed with the old original types of Christophorus Planti-nu (1514-1589). Deze dankorieven worden door onze schooljeugd geteekend en zullen dan naar Àmenka overgemaakt worden. ONZE GEVLUCHTE LANDGE-NOO'itiN. — Volgens de « Baseier Nachnciiten » zijn naar officieele statis-tieken, 900,000 Belgen naar Holland gevlucht. Dit getal is nu op 200,000 ge-daald ; omstreeks 500,000 zijn terug naar Beghë gekeerd. HET ETEN DER GEVANGENEN. — De bevolking van zekere gevangenis-sen is moeten ontruimd worden tenge-volge der beschieting gericht tegen de steden waar deze gestichten gelegen waren. In de meeste gevallen was er maar overbrenging van het eene gevang naar het andere. Degene, die meer bevolkt zijn geworden en de andere welke hunne eigene kostgangers van voor den oorlog behouden hebben, worden heden nog van eten voorzien? In der waarheid zijn de gevangenissen staatsinstellingen. Te dezer titel moeten ze bevoorraad worden door de Duitsche regeering. Nochtans, wegens de ver-sciiillende vragen naar verbruikartikelen, welke haar overgemaakt werden vanwe-ge de bestuurders dezer instellingen, hseft het Nationaal Komiteit van Hulp en Voeding het noodig geoordeeld, in het algemeen belang, er gevolg aan te geven. ri et neext noentans geooraeelû, aac het met meer aan Diinjk zijn zou, wanneer net ration Drooa aat aan ae gevangenen gegeven worût mcrKeiijk b^eier is aan 11c tg een tôt Dasis aient aan ae Dioemoe-vuorraaing der DurgernjKe DevoïKing, op aie aigemeene oasis net ration acr gevangenen te Drengen. Daarentegen bal ae hoeveelheid andere îeveiiaimaelen (aaraapeien, boonen enz.,) weiKe vooi'Komen in net algemeen ration naar vernouuing kunnen veinougd woraen. Liczelide beslissing is genomen voor wat aangaat ae beaeiaaragesticnten. intrebiKoepons. k, INlKE5i\iEPONS VAN STADS- — Vve vernemen dat ae ver-\ aieni Koepons aer /inLwerpatne leening van xÛ07 op net staunuis uitoeLaaid woraen.-\ochtans moeten de personen, die zien toi ae uitoeiaiing aanûieaen, kunnen bewijzen, aat ze liunne lasien vol-aaan neooen. S i'KAF. — Er wordt ons gemeld dat de gemeente Deurne aoor ae .L»uits>che overueia gescrait is met eene geiuuoete van 2000 ir. daar telegraaiaraaen aoor-gesiieaen weraen. le isorgernout deed zich hetzelfde gérai voor, aoen daar worat nog steeas onaernanaeia, aaar er met vasigesield is hoe ae leuen gepleegd werden . BERICHT. — vSinds eeuige dagen is bestaugd geworden, door net komiteit aangesieid voor den verK.oop van Diocin, dat tr nog steeds ûrood van de stad naar ouicen uii^evoerd wordt. De bevolking moet in kennis gesteld worden dat in neei de provincie de btoemverdeelmg per nooid gescnieot en dat de gemeente bedeeia woraen lu evenredigneid met hunne bevoiiiing. Het brood aat buiten de stad wordt ' gevoerd, onttiekt nien aan onze bevolking, zoodat wij, stedelingen, minder goed bedeeid worden dan de bewoners van andere gemeenten. Wij doen een dnngende oproep op het publiek opdat het, ten einde dit mis-bruik te doen opuouden, den ouwettigen vervoer.van brood helpe beietten. Het gemeentebestuur zal ook, van zij-nen kant, strenge maatregelen nemen. De kunstenaar zweeg en ik bleef m peinzen op het Shapespeariaansche va dezen tocht die mij weer 't vizioe: bracht van 't geteisterd land. De deenn tering gleed de kamer binnen. Ik za door de hooge blauwe en roze opaaltii: ten, die waren als de teere bloemen de bleeke nevelen boven de eindelooze diei ten van het Hyde Park. Voor oozo Brusselsche lozsrs «HET VLAAMSCHE NIEUWS» i regelmatig vanaf 3 uren 's middags i: gansch Brussel te bekomen, aan 5 een tiemen. Nieuvve verkoopers kunnen zich aan bieden in de « Coq Tourné », Mechei schestraat, 24. Sojo-Oooiion als yolksvoedsel Onder den invoer in Europa uit Oosl Azië zijn de soja-boonen, naar men wee d. z. gele, bruine, tôt zwarte peulvrucl. ten, zoo groot als een erwt, maar boor: vormig — tegenwoordig van belang Engeland gaf eenige jaren geleden de stoot daartoe, wegens de soja-olie, di als voedingsvet van groote beteekenis i geworden. Ook in Duitschland is de t: v'oer tegenwoordig van belang, evenal in België. De Duitsche invoer nam se dert 1911 van 43,500 ton toe tôt 125,20 ton in 1913, en steeg ook daarna no; sterk. Men hoopt nu in Duitschland,da er nog belangrijke hoeveelkedeu soj-3 koeken en -boonen in het land zulle: zijn, of in België en Noord-Frankrijk i: beslag worden genomen. Immers, nada het hooge olie-gehalte (17 percent) 0111 trokken is, is de perskoek nog een goe veevoeder en men betoogt thans ook,da de boon in haar geheel een zeer voed zaam maal voor den mensch kan leve ren. Het gehalte aan eiwit, koolhydra ten, vet en zouten is hooger dan dat va: rundvleesch, en zelfs rekening houden de met de minder volkomen verteerbaai heid van het plantaardig eiwit, moet d voedingswaarde die van vleesch over treffen. Reeds eerder is, ook hier te lan de, uit meel van uitgeperste soja-bçone: -1 verschilleud zeer bruikbaar oakwerk ke-[i reid. Zekere minder aaugename reuk en 11 smaak der boonen verdwijut grooteu-.- deels bij *t uitpersen der oiie, en kan g verder door branden en behaudelen met - onsciiadelijke chemicalieën weggenomen r worden, ot door verwerKen van net soja-1- meel met ander meel worden gemas- keerd. Chineezeu en japainiers, in wier land de soja inheemsch is, maken, oe-haive de oiie, ook door îijnwnjven van de boonen met vvater en zeven er een soort piantaardige melk uit, waaruit zelfs het eiwit ais « plantenkaas » zich s op dezelfde manier als uit melk .aat af-B scheiden. Dit wordt, zij het op weten-scnoppeiijker en ekonoinischer manier, m Europa al nagedaan. De japon-soja, de welbekende saus, is het produkt dat, door gisting van een brij der boonen, onder zouttoevoeging ontstaat. Macaro-È ni-achtige prodakten,en (door branden) koffie- en cacaosurrogaten maakt men er ook van; in hoeverre die produkten :- zullen inburgeren, is natuurlijk nog de t vraag, daar zij uit de laatste jaren da- - teeren. Aile verlies van kostbare voedings-. stoffen, bij het verwerken nooit uitge-1 sloten, vermijdt men, door den raad van e prof. Fruwirth te volgen, die soja-boo-s lté 11 zonder meer geschikt verulaart, 01 > - dezelfde manier als witte boonen toebe-s reid, gegeten worden. H.j spreekt op - grond van proeven en eigen ondervin- - ding. Mocht de smaak niet geheel en al i zijn zooals men wenscht, dan zou men 1 toch kunnen probeeren, hoe de meer dan - 000,000 gevangenen en de talrijke in het 1 land gebleven Russische arbeiders bij 1 dien kost gedijen. Het is echter niet l waarschijnlijk, dat er voor een derge- - lijke proef in 't groot. genoeg soja-boo-i nen aanwezig zullen blijken eu ook het t volgende jaar niet. Wel is de kultuur in - Duitschland en Oostenrijk beproefd, - ,naar tôt dusver bleken sLchts enkele - soorten snel genoeg te ri j nen, om, be-1 halve in de zuidelijkste provincies van - Oostenrijk-Hongarije, met succès ver- - bouwd te kunnen worden. Ook in Ne-. derland, waar reeds voor veertig jaar - oroeven met den verbouw genomen ziji. - komen zij slechts in heete zomers tôt 1 voile rijpheid.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.

Er is geen OCR tekst voor deze krant.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.

Er is geen OCR tekst voor deze krant.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.

Er is geen OCR tekst voor deze krant.
Dit item is een uitgave in de reeks Het Vlaamsche nieuws behorende tot de categorie Gecensureerde pers. Uitgegeven in Antwerpen van 1915 tot 1918.

Bekijk alle items in deze reeks >>

Toevoegen aan collectie

Locatie

Periodes