Het Vlaamsche nieuws

1299 0
close

Waarom wilt u dit item rapporteren?

Opmerkingen

Verzenden
s.n. 1916, 20 Mei. Het Vlaamsche nieuws. Geraadpleegd op 16 april 2024, op https://nieuwsvandegrooteoorlog.hetarchief.be/nl/pid/2z12n5146w/
Toon tekst

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.

efdag 20 Mei içié. Tweede Jaf rg, Nr 140 Prtjs : ô Gentlemen door geheel Belgie Het Vlaamsche Nieuws Het best ing-elichi en meest verspreid Nieuwsbîad van België, « Verschijnt 7 maal per week r ABONNEMENTSPRIJZEN : n^ts.iJJXjriJE,!1* vai^ ui^n Kjr^±j0,^s^£\r\u. 3 AAi^nUi^lUi^ucii; . D „ , ; Dr Aug, BORMS, Alb. VAN DEN BRANDE | Tweede bladz., per regel 2.50 Vierde bladz., per regel.. 0.50 pPr maand 1.75 Per 6 maanden 10.— ® met vaste œedewerfcjng van Dr A. JACOB j Derde bladz., id. t.— Doodsbencht 5.— Per 3 maan eu - er ja.it ^ BUREELEN: ROODESTRAAT, 44, A^WERPE^TeiLJ900 * Voor alle anaoacen' wende mea zich: RQO^ESTRAAT, 44. DE OORLOG | Vereenigde Staten tegen het aanhouden van de onzijdige Ut, — Asquith en de Iersche kwestie. — Zweden en gusland over de kwestie der Alandseilanden. — Met Dostenrijksch offensief in Zuidelijk Tirol. — Duiboot- en (nijnoorlog. [Kwestie der Âlandseilan-en in het Zweedsche Parlent.. Lkholm, 17 Mei. — Bij het débat ten regeeringsvoorstel tôt vermeer-L van personeel aan het ministerie [uitenlandsche zaken in de Tweede [r van den Rijksdag zeide heden jeu, ondervoorzitter van dç Kamer : Regeering heeft van het begin van Sorlog af, met den krachtigsten bij-van den Rijksdag,, de volkomen ftijdige onzijdigheid van Zweden Ird. In den leop van den oorlog is hisschen allerlei gebeurd, dat, voor-[den laatsten tijd, in meer dan, één It geschikt was onrust te .vvekken. [e'oben wij be.richt gekregen van Ikingswerken en andere militaire Itingen op de Alandseilanden, die [verre ernstige bezorgdheid wekten et voor ons land van bizonder ge-[is, dat deze groep eilanden militair litiek in denzelfden toestand blijft Brden oorlog.In openlijke beschovu m zijn er uitlatingen voorgekomen bt de opvatting konden leiden dat bij de bekandeling van dit vraag-juit andere dan Zweedsche ge-zichts-jn de zaak kon bezien, dat men van [litiek van onzijdigheid, die de re-pg zoo dikwijls had uiteengezet, ihte af te. wijken. Ik zelf ben over-[dat de regeering nog altijd vast-aan de onzijdige politiek die ze tôt be heeft gevolgd en dat zij in het litige vraagstuk der Alandseilan-lelijk in andere vraagstukken het [en het belang van Zweden hand-[ Het zou intusschen van groot be-f'oor de Kamer en van groote be-lis voor de openbare meening in pde ziju, als de regeering zich 1er wilde uitspreken. lenberg, de minister van buiten-pe zake.n, nam daarop het woord pde : Ikerhaling en in ondubbelzinnige prdingen is van bevoegde zij de aan-feid dat Zweden in den tegenwoordi-Iwereldoorlog, met handhaving Pjn recht ter zelfbepaling, naar alle P «n streng onpartijdige onzijdig-Iril betrachten en zeer levendig pt niet in den oorlog betrokken te ii. Ik kan de verzekeringen, welke n^aande van de zij de der regee-jn gegeven,ten voile gestand doen. ! streven van de regeering om.-over-Istig haar plicht, Zwedens rech-p belangen onverkort te bandhaven piter niet misverstaan of misduid K gezien de manier waarop Zwe-P een moeilijken toestand steeds de Ëchtingen der onzijdigheid heeft P Ik behoef daaraan niet toe te iœ, dat de regeering in den geheelen Wn den oorlog ten eenenmale d is aan elke politieke gedachten-pg» die in deze of gene richting le herhaaide .verklaring der regee-[fwijkt, en dat de regeering uitin-Pet betreuren, die geschikt kunnen p yertrouwen in Zwedens verlan-p zijne zelfstandigheid te bewaren I®inderen. " het vraagstuk betreft, dat de vo-fpteker in het bijzonder heeft aan-K ieder die de geschiedkundige kkeling van het zoogenaamde ptaagstuk heeft nagegaan, moet El1 dat het voor Zweden een levens-s is. Zoo dacht de Zweedsche '* er in 1908 ook over en zoo |d« Zweedsche regeering er in 1916 [Ik ben overtuigd, dat de Rijksdag r| noS in die opvatting deelt. Der-|,n ik, in overeenstemming met f'7"00 even heb gezegd, de Kamer prîni dat de regeering het haar I acht, dat vraagstuk met onafge-r aandacht te volgen, en dat er lZal worden verznimd om op dit F °P ander gebied Zwedens recht Fa®S te verdedigen. Nadere verkla-F k,an ik orn licht begrijpelijke re-I met geven. L :Î1 minister kreeg de socialist Ps: h«t woord. Ik ben overtuigd, f i (kl ik uit naatn van do geheel« r «noattûche groep in d*n l® *la spréken, als ik d«i mi-I 111 i>uit«ilan€sche zaktti dank i zcg voor zijn ondubbelzinnige verklaring, dat de regeering volhardt in haar streven om Zwedens recht op zelfbepaling naar alle zijden te verdedigen. Wat in het bijzonder het Alandsvraagstuk betreft, in 1908 planiste onze Rijksdag-groep zich on het algemeen in Zweden ingenoincn standpunt, dat de eilanden onversterkt moesten blijven. De sociaal-democratische groep van tegenwoordig is van gevoelen, dat de redenen voor dat standpunt nog onveranderd gelden. Vervolgens sprak Brauting met na-druk de hoop uit, dat het mocht geluk-ken, bij de ondeThandelingen waarop de minister van buitenlandsche zaken had gedoeld, op overtuigende en doel-treffende wijze Zwedens recht en belang in deze zaak te verdedigen. Lindman, leider der rechterzijde, en Eden, leider der linkerzijde, legden soortgelijke verklaringen af. In de Berste Kamer heeft de minister van buitenlandsche zaken de verklaring, die hij in de Tweede Kamer had afge-legd, herhaald. Trygger, leider van de rechterzijde, alsmede andere sprekers gaven er hun instemming mee te ken-nen.Het Oostenrijksch offensief in Tirol Boekarest, 18 Mei. — De « Indépendance Roumaine » schrijft : Binnen en-kele dagen verjaart de deelneming" van Italië aan den oorlog. Gedwongen op twee fronten te vechten, bleef het inder-haast samengetrokken Oostenrijksch-Hongaarsch leger in het defensief. Be-slissende strategische voordeelen wist geen van beide partijen te bereiken, vooral wegens de bergachtige gesteld-hid van het gevechtsterrein. Eerst na io maanden strijd gelukte het den Italianen, na den top te hebben opgeblazen, den Col di Lana te veroveren. Zij slaagden er echter niet in Gôrz te nemen, noch in de richting van Trente door te dringen. Thans zijn de Oostenrijk-Homgaren op het geheele front tôt het offensief over-gegaan. Hun hoofdaanval wordt in Zuid-Tirol ondernomen. Het is de eerste keer sedert het begin van den strijd, dat in de Alpen zooveel gevangenen zijn ge-maakt. Daaruit blijkt dat het Oosten-rijksch-Hongaarsch offensief zeer zorg-vulaig was voorbereid. De Iersche Privy Council Behalve Asquith, zijn tôt leden van den Ierschen Privy Council tegelijker-tijd benoemd en als zoodanig beëedigd Sir John Maxwell, de opperbevelhebber in Ierland, Sir Robert Chalmers, de on-langs benoemde onderminister, en o'Co-nor Don van Castlerea. Er is reeds een vergadering door den Privy Council gehouden, die Asquith heeft bijgewoond. De Vereenigde Staten en Engeland New-York, 15 Mei (draadloos). — De <( Associated Press » verneemt uit Washington dat de Amerikaansche regeering een protest voorbereidt tegen de belem-mering van het postverkeer van eu naar de Vereenigde Staten door Engeland, hetwelk in ambtelijke kringen als zeer scherp wordt gekenschetst. De nota die binnenkort zal worden afgezon-den, neemt het standpunt in dat de Vereenigde Staten de achter- en aanhou-ding van dergelijke poststukkeu, vooral die van onzijdige oorsprong of bestem-ming, niet langer kunnen dulden. Aan Engeland zal te verstaan worden gege-ven dat de Vereenigde Staten het voor een gebiedende jioodzakelijkheid hou-den, dat in de tegenwoordige wijze van doen verandering komt. De Amerikaansche regeering heeft protesten outvangen van vele particulie-ren en finna's, die door de veelvuldige langdurige aanhouding van poststukken schada lijdsa. Lees vewolg Qwlegstelegiamwen, op de tweede bladzijde. Onze Groote ueillustreerde Letterkundige Prijskamp HADEWIJCH f 134S "De adellijke, ridderlijke afkomst van Hadewijch-Bloemardinne drukt een stempel op haar gedichten. Ge.durig rij-zen beelden en gezegden uit het ridder-wezen in haar op. Die haar schriften in dit opzicht nagingen, zoo Dr. Kalff, hebben talrijke uitingen van dien aard opge-spoord, en zien wij dat ze spreekt van « schilden dôôrhouwen », « schermen on-der het scliild » ; « ter heirvaart rijden »; van koene ridders, die de kleure.u of een pand der geliefde jonkvrouw aan hun lans of aan hun zwaard binden, en als zij van zulke zaken gewaagt, voelt ze zich thuis en kent altijd het geijkte woord. HAAR ZIELEEEVEN Haar zieleleven nochtans was geheel liefde, waarvoor zij altijd het woord mi une gebruikt, en 't is soms alsof zij het wel duizendmaal lierhalen zou. Het woord welt gedurig in haar op, het zingt in haar lied, het leeft en zweeft gedurig op haar lippen en zij herhaalt het tôt het gestamel en geraaskal wordt van een ver-warden geest en klinkt als een raadsel. Ei, minnet ivcùre ic minne Ende met minneJ minne! u minne, Ei minne! om minne ghevet, dat minne De minne, àl-minne volkinnc! Ontcijferd moet dit beduiden : O, Geliefde! avare ik u nu Geliefde En ik u, Geliefde, mei liefde beminde, O, Gêliefde! geef uit liefde, dat mijn [liefde U, Geliefde, volkomen kenne als Allief- [de! Ge hoort in die hartstochtelijke en toch eentonige herhaling van het woord minne, de tortelklacht van de liefde. en van den gloed die haar verteert. Het is een geestelijke minnegloed, doch de hartstochtelijke kreten van gees-tesvervoering en e.xtaze zijn niet altijd te onderscheiden van die der zinnelijkheid, en die vlamroode liefde heeft de hagel-blanke zie.l van den streng-kuischen Jan van Ruysbroeck afgeschrikt en met ont-zetting vervuld. Maar onvergelijkbaar zacht en schoon kan Hadewijch wel wezen. Hoe klinkt dit! Dat aoetste van minne zijn hare stormen; Haar diepste afgrond is haar schoonste [vorme ; In haar verdolen is naderbij geraken ; Om haarverhongeren is voedsel smaken ; Om haar krank zijn dat is sijn gezond. Zonder reden zijn haar schoonste gedichten ; Haar needrigste stilte is haar hoogste zang Haar graotste verbolgen lirnr lîefste daak. Wat e«a zialekeunis ligt ®r alleen in dit : De diepste afgrtnd van de liefde is haar schoonste vortn ! Wanneer de liefde zich wild neerstort in den afgrond, dan is zij op haar schoonst. Wij weten niet of ooit één schrijver zulk stout, machtig en waar beeld van de liefde heeft gegeven en met scherper te-genstellingen heeft geteekend. Het moest liaar kwalijk genomen worden.Maar die adellijke ziel zegt -net schoo-nen trots : Hooge gc-slachte gaven mij edele gedachten. Elders bekent zij : Dat ik van minne veel heb gezongen, Dat ciccd niet veel maar luttel goed ; Maar bij ouden en bij jongen Koelt liefdezang den overmoed... Mijn zang, mijn weencn, t is zonder doel. Ik roepe, ik klage ; De minne heeft mijn dagen En ik heb den nacht en de ontheffing. Ontheffing, gebruiken wij hier in den zin van geestesvervoering, extaze. De schrijfster zegt daarvoor oreiuoet, een woord dat gansch uit de taal verlo-ren ging, Soms wordt het echter klaar dat we niet met zinnelijke liefde, doch met weg-smeltende godsvrucht te doen hebben. Dan zegt zij : Wij uuillen allen wel God zijn met God doch mensch zijn met hem; met hem lijden en het kruis dragen, met hem aan het kruis hangen, om 's menschen schuld te voldoen ; Hoeveel zijn er zoof Wij dolen arm, onzalig, ellendig en verbijsterd Langs barre voegen in een vreemd land. Atleen de minne kan 't menschelijk hart bevredigen, niets anders. Der minne loon blijft nimmer uii\ al komt het dikwijls spade. Wie haar zichzelven geeft geheel die zal haar hebben ook geheel, un en lief, wien leed. Dan vinden ziel en zinnen de rust noch dag noch nacht, dan brandt de vlam der minne in 't merg der zielJ en 't Î3 hmr nm-eht dat verzwelgen ziel en zin in de diepte van de min. Dr. Kalff, die zoo beeldeiid d« verge-lijkenis gaf met den leeuwerik zich ver-liezend in 't blauwe, kenschetst haar lie-deren met dit trçffend woord : dat een walm van zinnelijkheid soms de zuivere vlam verdonkert, waarmede de minne doorgaans brandt in haar hart. HAAR AFBEELDHSTG Morgen zullen wij een lied van haar mededeelen, dat in vlekkelooze reinheid en schoonheid klinkt als een gebed. Heden gaven wij haar bèelteniâ. Z66 ataat zij afgebeeld in een letter-miniat'iiur met middeleeuwsch realism. Gemijterd en steunend op den staf, rijst zij in vervoering op van haar zil-veren zetel en als e.en profetes of eene Pythia roept zij haar minne tôt God : Wrang en donker ende overwreed Zijn der minne wegen in haar begin... Bijwijlen licht, bijwijlen zwaar, Dijwijlen duister, bijwijlen klaar... Moeten die zinnen Die dolen in minne Altoos hier leven. Doch, zegt zij : Fiere herte en was nooit bloode. En Dr. Kalff besluit zijn studie over Hadewijch met dit alinéa : (( Eentonig — heeft men gezegd. Is niet elke minnelyriek eentonig? Ook de heide is eentonig. Toch zijn er die daar zich gelukkig voelen, omdat de blik er niet op grenzen stuit, noch in het wijde rondom noch in het diepe omhoog ; wier oog met welbehagen rust op frissche wel en voile bçek, op den dorren groird ook, aanzwellend en neerglooiend in zijn stemmig bruin, en bijwijlen zoo heerlijk opbloeiend in het rozerood der erica. » . Wij zeiden het reeds : de eerste. minnezanger, Hendrik van Veldeke, komt uit het Vlaamsche land ; het epos van den Nederlandschen stam, Reinaert de l'os, komt uit Vlaan-deren ; Maerlant, de vade.r der Dietsche dicli-ters algader, uit Vlaanderen ; de eerste Nederlandsche proza-schi'ij-ver is Jan van Ruysbroeck, uit het Vlaanische land ; de eerste dichteres die de Nederlandsche letterkunde bezit, is een Vlaamsche jonkvrouw, Hadewijch, met den dichterlij-ken bloemennaain Bloemardinne ; de laatste; dichter en de laatste dichteres van de eerste periode onzer letterkunde waren nogmaals twee Vlamingen : Maraix van Sint-Aldegonde tn Anna Bijns, dq hartstochtelijke stem van de Hervorming en de niet minder hartstoch. telijke stem van het Roomsch-Katholiek geloof. Kennen de Vlamingen hun eigen grootheid ? Wisten velen dat wij in de Middeleeu-wen een dichteres hebben van de waarde van Hadewijch? En dat volk willen ze. blijven verne-deren en zijn taal doen verloochenen ! Wat zeggen we : dat verlooeheut zich zelf en pleegt zelfmoord, als het zich nu niet redt. LUC. D&GELIJKSCH NIEUWS INTEREST VOOR UW EIGEN GELD BETALEN. — Ja, lezer, dat klinkt paradoxaal, toch doet zulk een ge-val zich thans voor en 't is kenschetsend voor de wijze waarop sommige instellin-gen de anormale omstandigheden inroe-pen ten nadeele van de partikulieren. Een heer onzer kennis is lid' eener bankkooperatief der stad aan wie hij reeds vôôr den oorlog zijn ontslag had in-gestuurd. Volgens de wet moeten zijn aandeelen hem uitgekeerd worden tegen den prijs zooals die uit de laatste balans vôôr de uitbetaling aan den ontslagnemer blijkt. Onze vriend in kwestie heeft op die grondslagen de waarde zijner acties opgeëischt en als eenig antwoord de me-dedeeling ontvangen dat er op het huidi-ge oogenblik geen balans kan opge-maakt worden ; men is niet zeker of de schuldenaars der maatschappij integraal of gedeeltelijk zullen betalen, hoe het met de opeischingen zal gaan, enz., enz. Kortom heel de geschiedtnis van de «bui-tengewone omstandigheden ». Vermits er geen balans kan opgemaakt worden, kan men ook de waarde der aandeelen niet betalen en ziet de aandeelhouder in kwestie zich voorloopig van zijn eigendom be-roofd. Hij heeft zich verplicht gezien tegen de maatschappij in procès te gaan. Maar wat er ook gebeure, er moet een balans opgemaakt worden, Weet ge nu beste lezer, en thans komt voor deneigenaar het smakelijke(P) van de historié, wat men aan den klager durft voorstellen : hem 33 à 40 % van de nominale waarde zijner aandeelen uit te betalen... tegen 5.50 %. Die heer zou zich dus verplicht zien interest te betalen voor geld! dat zijn erkend-rechtmatig eigendom is. Een tweede voorstel wordt ook gedaan, dat hierop neerkomt : den man zijn aandeelen tegen ongeveer de helft harer waarde af te koopen, een even pot-sierlijk voorstel als het eerste. Wij meenen dat hij met geen van beide genoegen zal nemen, want de voortstel-len behelzen ook nog dit, dat de klager van zijn processen afziet, in welk geval de kooperatief, in een vlaag van uiterste tegemoetkoming, zich bereid varklaart d« helft der onkostan t« dr«g»n. Wij beleven een tijdje. DE KWESTIE DER BELGISCHE PARLEMENTAIRE MANDATEN.— In het rapport aan den Ko,ning, van 18 Januari 1916, welke de benoeming tôt minister van de h.h. Goblet d'Alviella, Êouis Huysmans en Vandervelde voor-afging, had de kabinetschef, de heer de Broqueville, de eenige onderteekenaar van het rapport, zijn meening geuit, dat van komende Mei af, de helft der Par-lenientsleden zonder maudaat zou wezen. Men had hieruit opgemaakt dat, tôt den dag waarop nieuwe kiezingen mogelijk zouden zijn, België geen Parlement zou hebben. Deze uitlcgging schijnt een groot wantrouwen in de Belgische parlementaire wereld opgewekt te hebben, alwaar men bijzondere aandacht wijdt aan een zekere « campagne césarienne », door het orgaan van de Broqueville; de «XXe Siècle », ondernomen, en wellicht met de gôedkeuring van dezen op touw ge-zet.De heei- Schollaert, voorzitter van de Kamer, « bewaarder der rechten en pre-vilegiën u heeft, zegt ons de « Indépendance Belge », in een brief aan al de ver-tegenwoordigers gericht, die zich buiten het bezette België bevinden, zijne kol-lega's verzoeht om de kwestie, door het rapport aan den koning ter tafel ge-bracht, te willen bestudeeren. D;e ach-tenswaardige voorzitter verdedigde, aan de hand van talrijke argumenten, het princiep van besteudige Kamers. De parlementaire groe^ van Senaats-leden en vertegenwoordigers, in Engeland vertoevende, nam eenparig de the-sis aan van een voortdure,nd Parlement, en droeg den vertegenwoordiaer, den heer Standaert, op om een verslag over deze kwestie uit te brengen, welke zoo belangrijk is, en die zich sedert de Belgische Constitutie voor het eerst voorge-daan heeft. De thesis, welke in het col-lectief antwoord van de Belgische parlementaire groep in Engeland, verdedigd wordt — thesis geschraagd door talrijke wel overwogen en zeer gedoeumenteerde beschouwingen — is geheel en al in deze hoofdpassus van het verslag vervat : « De Belgische Grondwet, zeggen de cominentaren is slechts een verzameling van besluiten, welke zich om de voor-naamste princiepen van een representa-tieve regeering bewegen, van waar al de machten van het volk uitgaan. Onder dc"c voomaamste princiepen staat voor-op de wetgevende macht der Kamers : het zijn de Kamers en niet eenige be-\'oorrechten, zeggen de Belgische Pan-decten, welke de soevereine macht uit-oefenen (wetgevende Kamers). Stellig, de wetgevende kracht berust niet uit-sluitend bij de Kamers. Zooals de heer Raikem in zij,n rapport aan het Natio-naal Congres zeide, het hoofd van den Staat neemt deel aan de wetgevende macht, doch de verslaggever voegde erbij : de wetgevende macht is de eerste, de Kamers hebben er het voornaamste deel van. Hieruit valt af te leiden, dat als men de Kamers doet verdwijnen, men de ba-sis, het weze,n zelf van de instelling van 1830 te niet doet. Men kan, zonder over-drijving, zeggen, dat België juridistisch opgehouden heeft te bestaan den dag, waarop het geen Parlement meer zou hebben. » BOUILLIEZ IN «BORIS GODOUN-CY ». — « The Beecham Opéra Season » te Manchester heeft zich door een opmer-kenswaardige vertolking van « Boris Go-douncy van Moussorgsky gekenmerkt. De baryton Bouilliez van het Muntthea-ter verkreeg in de roi van « Boris » den grootsten bijval ooit in zijn loopbaan be-haald. Hij speelde en zong die als een groot artist, zeggen de Belgische bla-den in Engeland. "nationaal vlaamsch stu- DENTENVERBOND. — TAK ANT-WERPEN. — Dinsdag 1.1. werd in het Nat. Vlaamsch Studentenverbond beslo-ten tôt een aktieve propaganda ten voor-deele der Vlaamsche Hoogeschool over te gaan. Er werd beslist dat buiten hen wie het mogelijk zal zijn de kolleges aan de ver-nederlandsehte universiteit bij te wonen, aan deze propaganda ook andere Vlaamschgezinde studenten zullen deel-nenien.De functie van het Nat. Vlaamsch Studentenverbond werd omschreven als zijnde het waarnemen, in dezen tijd, van de roi van het Algemeen Nederlandsch S tud en tenverbond. TAALKWESTIE IN CANADA. — In het Canadeesche Lagerhuis is een taalkwestie aan de orde geweest, naar aanleiding van een voorstel om de regeering van de provincie Ontario te verzoe-ken, op de tweetalige scholen in die provincie het Fransch geen hindernis in den weg te leggen. Na een débat, dat den heelen nacht duurde, is h«t voorstel met ©en maerderhaid van 47 stommen ver-\vor*pi&n.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.

Er is geen OCR tekst voor deze krant.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.

Er is geen OCR tekst voor deze krant.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.

Er is geen OCR tekst voor deze krant.
Dit item is een uitgave in de reeks Het Vlaamsche nieuws behorende tot de categorie Gecensureerde pers. Uitgegeven in Antwerpen van 1915 tot 1918.

Bekijk alle items in deze reeks >>

Toevoegen aan collectie

Locatie

Periodes