Het Belgische krantenlandschap tijdens de Groote Oorlog

Het Belgische krantenlandschap tijdens de Groote Oorlog

Redactie 's profielfoto
Redactie 09 januari 2017 114
Aan de vooravond van de oorlog beleefde de Belgische dagbladpers gouden tijden. Er verschenen honderden algemene en lokale kranten, goed voor een dagelijkse oplage van een miljoen exemplaren. Het was een uitgesproken opiniepers en veel kranten leunden aan bij één van de politieke zuilen. In oktober 1914 bracht de Duitse opmars een einde aan die bloeiende dagbladpers. Het grootste deel van het land werd bezet. De Westhoek vormde het laatste stukje vrij België.
 
Censuur en sluikpers
Het krantenlandschap werd door elkaar geschud. Enkel in het kleine hoekje vrij België verschenen nog een paar vrije Belgische kranten. In het bezette gebied legde de Duitse bezetter de persvrijheid vrijwel meteen aan banden met de oprichting van een Pressezentrale. Die censureerde preventief alle uitgaven. De richtlijnen waren duidelijk: de Duitse militaire prestaties moesten positief belicht worden, over de Belgische regering mocht niet worden gerept en berichten die haat tegen Duitsland konden aanwakkeren waren verboden. De meeste Belgische kranten staakten uit protest hun publicatie. Sommige kranten gingen door, maar verschraalden tot mededelingenblaadjes met lokaal nieuws en officiële Duitse mededelingen.
 
De bezetter steunde de oprichting van Vlaamsgezinde dagbladen en hield zelf achter de schermen de touwtjes in handen. Zo probeerde de Duitse overheid de Vlaamse bevolking voor zich te winnen, of toch de loyaliteit aan de Belgische staat af te zwakken. Overigens met weinig succes. Als tegengewicht tegen de Duitse censuur en propaganda ontstond een bloeiende sluikpers. Niet minder dan tachtig bladen verschenen tijdens de oorlog clandestien. 
 
Frontblaadjes
Aan en achter het front kwamen frontblaadjes tot stand, vooral bedoeld voor de soldaten zelf. Deze loopgravenpers biedt een unieke kijk op het zielenleven van Jan Soldaat in de Eerste Wereldoorlog. Ondanks de onvermijdelijke (zelf)censuur, de hoogst subjectieve inhoud en het vaak heel lokale lezerspubliek weerspiegelen ze de gemoedstoestand in de loopgraven en de legerkampen. Tegelijk hadden de bladen door hun humor en het nieuws van het thuisfront en van kameraden duidelijk invloed op het moreel van de troepen. Dankzij de overgeleverde loopgravenkrantjes kan onze generatie zich ook vandaag nog een beeld vormen van het leven van de soldaten en hoe ze probeerden vol te houden onder erbarmelijke omstandigheden. Honderd jaar later is dat een van de centrale vragen in de geschiedschrijving van de Eerste Wereldoorlog.