De waarheid: socialistisch weekblad

697 0
20 augustus 1916
close

Waarom wilt u dit item rapporteren?

Opmerkingen

Verzenden
s.n. 1916, 20 Augustus. De waarheid: socialistisch weekblad. Geraadpleegd op 02 oktober 2022, op https://nieuwsvandegrooteoorlog.hetarchief.be/nl/pid/rr1pg1k66c/
Toon tekst

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.

9e Jaargang. Nr 21. Prijs : 7 Gentlemen. Zondag 20 Augusti 1916 DE WAARDHEID Orgaan van den " Vrijen Socialistenhond „ Slechts hij die de vrijheid van anderen lief heeft is die zelf waardig. ALLE BRIEFWISSELINGEN TE ZENDEN NAAR: P. De Witte, Verspyenstraai, 10, Gent ABONNEMENTSPRIJS : Voor 3 maanden, fr. 1-25. Voor 6 maanden fr. 2-50. Voor 1 jaar fr. 5-00. — Op voorhand betaalbaar. — Annoncer) wordan geplaatst volgens overeenkomst Gentsche Gemeenteraad LUSTIGE ZITTING —o— De vergadering biedt een buitengewoon uitzicht aan. Men kan zien dat er gewichtige dingenop gangzijn. Er worden handdrukken gewisseld -en geheimzinnige glimlachjes. Terwijl eenige leden reeds hunne plaats heb-ben ingenomen staan er hier en daar nog kleine groepjes in gesprek. Koo kijkt woedend in de richting van Siffer, die met de vingeren zijn kùrketrekkers in de plooi legt. Brattn glimlacht vergenoegd en streelt zich de maag en den buik. Vander Motte is aan 't herkauwen en Zenner schrikt plotseling op bij de ontdekking dat hij zijn Paternoster niet op zak heeft. Misschien heb ik hem thuis laten liggen, troost hij zich. Beghyn kijkt iedereen ondervragend aan als verwachtte hij een complimenlje over zijn correcte houding tijdens de laatste zitting. Van Ceulebroeck zet een geleerd gezicht, alsof hij zoo pas de quadratuur van den cirkel had ontdekt, en Eedje De Vynck kijkt rond zoo . vergenoegd alsof ailes wat hem omringt sui-ker en honig was. Wij bemerken verder Vercoullie in gesprek met Dauge, en met journaiistieke nïeuwsgie-righeid luisteren wij het gesprek af van die twee hooggeleerden. Dauge. — Zeg eens Collega, hoe staat het metuw laatste woordenboek? Vercoullie. — Bijna af..Ik ben aan de let-terZen bewerknu het werkwoord Zwijgen. Dauge. — Ik feliciteer U. Gij werkt bijzon-der vlug. Ik herinner mij dat gij op den dag der kiezing van Collega De Bruyne aan de letter G bezig waart. Vercoullie. — Uw geheugen is verbazend; inderdaad den volgenden dag ving ik aan met het woord Gefopt. Dauge. — Het is een verklarend woordenboek, als ik het wel heb? Welke zijn de woorden die U 't minstarbeid gekost hebben om er de zuivere definitie van te vinden ? Vercoullie. — Goedgeloovigheid en Naïve-teit.Op dit oogenblik komt Anseele zich in 't gesprek mengen. . Anseele. — Zeg eens Professoren, gij die ailes weet, hebt gij gelezen in De Waarheid dat ze mijn naam hebben willen franciseeren ? Dauge. — Dat is belachelijk. Er bestaat geen fransche vertaling van uwen naam. Vercoullie. — Wel eensynoniem. Anseele. — En die is ? Vercoullie. — Cumulard. Anseele. De Burgemeester wenkt ons om plaats te nemen. Burg. Braun. — Mijnheeren, de zitting is geopend. — De Secretaris geeft lezing van het verslag der voorgaande zitting en Hardyns valt in slaap. Burg. Braun. — Ik gèf de parole aan M. Ansèle, échevin van finances. Anseele. — Mijnheers ! Ik moet tôt mijn spijt nog eens terug komen op de interpella-tie van M. Siffer. Zooals gij kunnen bemerken hebt uit den brief van Vooruit is ailes in den haak en zit Siffer nu met zijnen bek in 't water. Hardyns (ontwakend). — Dat is de grootste straf die een mensch kan overkomen. (Hij slaapt in). Anseele. — Ik ken Siffer van over lang. Hij is eigenlijk 'nen goeden jongen en geheel die interpellatie is hem opgelegd van de jesuie-ten. Al wat hij doet komt van daar. Gij hebt trouwens kunnen nagaan met hoe weinig overtuiging hij zijnen aanval had ingericht. Nu is hij uit den strijd gekomen, geklopt en verpletterd. Wij weten hetwaar hij hem wilde. Hij wilde hetCollege treffen en het socialism. Zijn doel was dubbel. Wat zeg ik, het was tripel ! Hardyns (wakker schietend). — Mij ook nog nen tripel ! (Hij slaapt in). Anseele. — Als ik beweer dat hij een tripel doel had, dan overdrijf ik niet. Hij zal het niet loocbenen ; hij wilde-nog treffen de heer-lijke, nooit genoeg bezongene instellingen van Vooruit. Maar hij houde het zich voor gezegd, geen macht ter wereld isin staat om ons te treffen. Ik zeg u dat M. Siffer, ik Anseele, ik ! die mij voor 't volk geofferd heb ; ik zal ook het socialisme voerentot den einde-lijken triomf. Hardyns (ontwakend). — Nen triomf voor mij ook ! (Hij slaapt in). Anseele. — Uwe houding is onbegrijpelijk. Niets kan genade vinden in uwe oogen. Al onze voorstellen worden door u afgebroken en gekritikeerd. Gij weet dat wij geld noodig hadden. Wat was er naiuurliiker dan dat wij nieuwe taxen legden op het verbruik vai de electriciteit, het gaz en het water? Hardyns (ontwakend). — Het water kan men nooit te zwaar belasten. (Hij slaapt irf). Anseele. — En dan uwe zoogenaamde protestâmes van wege de kleine Burgerij. Dat zijn ook loutere uitvindsels. En als de kleinhandél het dan zoo lastig heeft, waarom sticht hij dan niet eenige Groothandels ? Waarom sticht gij geen Banken, geen brouwerijen, geen chocoladefabrieken, geen bakkerijen, geen apothekerijen, enz., enz. Maar van dat ailes geloof ik geen woord. Het is een opzettelijk verdraaien van de feiten, het is in strijd met de waarheid. Hardyns (ontwakkend met ontzetting in de blikken). — In 's Hemelsnaam Eedje, geen strijd met De Waarheid. Neen, zwijgen. En niets anders ! Gij hebt eenmaal gezeid : « Punctum ! » En dat was het sterkste wat U ooit over de lippen is gekomen. (Hij slaapt in). Dauge. — Ik betreur de merkwaardige redevoering van M. Anseele te moeten onder-breken. Ik moet het woord vragen bij drin-gendheid voor een persoonlijk feit. (Alge-meene verbazing). Braun. — M. Dauge heeft het woord. Dauge. — Als ik het woord vraag voor een persoonlijk feit, dan is dat niet geheel juist. Hoewel ik over mijn persoon moet spreken, protesteer ik toch bij voorbaat tegen elke verdenking alsof alleen persoonlijk be-lang in 't spel ware. Maar, daar mijn persoonlijk belang een onderdeel is van 't algemeen belang, vloeit daar zeer logisch uit voort dat ook 't algemeen belang zal gebaat zijn bij de eventueele inwilliging van mijne voorstellen. (Stijgende nieuwsgierigheid). Mijnheeren, geliefde vrienden en Collegas. Van verscheidene kanten wordt er bij mij aangedrongen om de plaats te aanvaarden van Schepen van Onderwijs, voor 't geval deze vandaag of morgen zou openkomen. Den vrienden die mij 't eerst daarover ge-sproken hebben betuig ik hierover mijnen allerhartelijksten dank. Ik vraag mij echteraf : zal ik wel den rechten man op de rechte plaats zijn? Beghyn, — Zeker ! Zeker ! Dauge. — Nog eens, dank 1 beste vrienden voor dien blijk van ondubbelzinnige sympathie. Mijn denkbeelden over de taalkwestie en over het onderwijs moet ik u echter uiteen-zetten, daar ik zinnens ben eene totaal nieuwe methode in te voeren of op zijn minstgeno-men een tamelijk radikale wijze wil beproe-ven om aan de onzalige twisten die ons ver-deelen een einde te stellen. Wanneer ik spreek van ons, bedoel ik daarraêeniet mijn geliefde Collegas van dezen Raad, en als ik spreek van taalstrijd, dan dient er wel te worden aangemerkt dat ik alleen op het oog heb de zinnelooze pogingen die door enkele scheur-makers worden aangewend om den Vlaming hier baas te laten spelen in zijn eigen land. Dat is onzin ! De Vlaming is daartoe onge-schikt en indien hij den moreelen en intel-lectueelen steun moest missen van zijn Waalsche broeders, zou hij weldra vervallen in de diepste duisternis van onwetendheid en van barbarij ! En nochtans meen ik een blijk te moeten geven van toegevendheid ; maar laat ik er ook bijvoegen dat mijne pogingen niet moet beschouwd worden als een verworven recht en dat ik mij altijd reserveer om het stelsel te wijzigen als het niet zou beantwoorden aan mijne verwachtingen. Mijnheeren ! Ik wil aan onze beide Nationale talen de rechten geven die haar toeko-men en ze beide tegelijk aan onze kinderen aanleeren, door één en dezelfde terminologie. Ikzal u een voorbeeld geven. Laten wij nemen het werkwoord « intrigueeren ». In 't Vlaamsch is dat kuipen ! Begin eens te zeggen : ik kuip. Hardyns (wakker schietend). — De kuipers zijn de nuttigste ambachtslieden die ik ken. (Hij slaapt in). Dauge. — Men kan dus bezwaarlijk zeg-geii : ik kuip ! Daarom zal ik voorstel'len aan te leeren : Ik intrigueer. Ik zal intrigueeren. Ik heb geinlrigueerd, enz. Ik perceer. Ik zal perceeren. Ik zal arriveeren. Ik zal toucheeren, enz., enz. Vercoullie. — Maar pardon, Collega, dat is achteruitgang ! Dat was de taal onder de Hertogen van Bourgondië. Hardyns (ontwakend). — Bourgogne ! Daar ben ik bij. Mij ook een flesch. Op dat oogenblik geeft mij de Stedemaagd ongemerkt een wenk. Ik sluip stil tôt voor haren troon en terwijl ik van de redevoering van M. Dauge nog eenige malen de klanken opvang van « opvoedkunde »..., « algemeen belang »..., « persoonlijke opofferingen »..., « volksontwikkeling »..., « opnatne in de rij der beschaafde volkeren », enz., neem ik het volgend gesprek op dat boven mijn hoofd ge-voerd wordt. Stedemaagd. — Niet lachen Leeuwl Ik verbied het U. De tijden zijn daartoe veel te ernstig. Ja, ik weet het, deugniet ! het heeft iets van het dierenepos. Ja, ja, Reyntje die de passie prêekt. Allée, blijf ernstig, zeg ik u ! Ja, ik begrijp U : Zij willen het vel versjacheren van Bruin, uw vriend. Zeker ! Leeuwtje van mijn hart! Dat is hun bijzonderste bezorgd-heid. Zooveel een mandaat tegen zooveel poiitieken invloed. Oh ! mijn arme Stad ! Burg. Braun. — De zitting is gesloten. Vindex. * * * De lezers die zouden meenen dat een Leeuw niet kan lachen verzend ik naar de Leeuwen aan de trapleuning van het Post-kantoor op den Koornmarkt. Ook de Leeuw die « kuutje » maakt boven den ingang der Gemeenteschool van de Kortrijkschestraat, lacht. Misschien zijn er nogandere Leeuwen die lachen, ik weet het niet. Bijna overal ontwaren wij mangel aan de noodige geestkracht om 'n keus te doen tus-schen links en rechts. Het zoeken naar bemid-delende tusschenwegjes, waarlangs men meent « kool en geit » beiden in veiiigheid te brengen, veroorzaakt noodlottige kracht-verspilling, die bij den een 't verstand bederft — of tijdelijk benevelt althans — bij den ander 't karakter ten gronde richt. Multatuli. VAN ALLES WAT Godsvrede. — « Wat bedoelt men toch met dien « Godsvrede », waarvan in de dagbladen zoo dikwijls gesproken wordt? » vraagt ons een lezer. Vriend lezer, dat weten wij zelf niet. Aan den zin waarin meestal dat woord gebruikt wordt, zou men zeggen dat het een overeenkomst moet beduiden om, zoolang de oorlog duurt, tusschen som-mige personen, groepen van personen, en meer bepaald polilieke partijen, den vrede te bewaren. Dat wjl zeggen : niet meer te kijven, elkander geen klanten af te nemen, ieder zijn zaakjes te laten drijven zooals hij het goed vindt, niemand achter den rug te dragen, te be-dreigen noch te benadeelen, enz. Of er nu inderdaad zulke overeenkomsten gesloten zijn en tusschen wie, en of er daarbij gezworen is bij Qod en al zijne heiligen en men het daarom « Godsvrede » noemt, weten wij ook niet. Wij zijn door niemand gevraagd zoo een akkoord te sluiten, hebben dus niets moeten beloven, en behouden onze vrijheid, — wat zeer gemakkelijk is — want zij die van « Godsvrede » praten hebben het verdoemd lastig zich er aan te gedragen. Veelal schijnt het of haat, oijd, afgunst, jaloezij grooter is dan ooit. Verklikken, uithongeren, woekeren, politieke kuiperijerf staan aan de dagorde, en den haat van sommigen is zôô verwoed en blind, dat zij medeburgers met plezier zouden zien door den kop schieten — en hun daarmêe bedreigen — enkel omdat deze niet denken als zij. Zonderlinge « Godsvrede »! Rotte pataten. — Bij deze berichten wij onze lezers dat we nu rotte pataten genoeggezien hebben; onnoo-dig er ons meer te komen tooneii. Hadden wif ze wil-iei'i âanvaatoèn, éï wâreïï "er ieri miiistê ëeh hàlve zak bij malkaar. — (Ziet eens, mijnheer, van het ratioen; dat is van 3 kilo. Een ander van 2, van 4 of 5, enz.) De meesten dezer lieden meenden — en waren er moeilijk af te brengen — dat de stad opzettelijk rotte pataten koopt omdat er meer winst mee te maken is. Zoo iets te denken is ongerijmd en wij komen erten stelligste tegen op. Maarom handel te drijven, om het even in wat, moet men kennis hebben van de artikelen die men wil koopen en verkoopen. Een aardappelkoopman bij voorbeeld met eenige jaren ondervinding weet, volgens het weder dat er geheerscht heeft, welke streken en gronden verdacht zijn slechte vruchten te hebben. Hij weet ook in welke gronden en streken bloemige, en in welke waterige knollen groeien. Het is dus moeilijk zoo iemand te bedriegen. Geheel anders is het met iemand die kersversch in den handel komt, zooals met de heeren van 't Stadhuis "'t gcval is; met zulke ondervindinglooze menschen hebben bedriegers het gemakkelijk. Dat is, meenen wij, de reden waarom onze gemeen-tevaders zoo weinig geluk hebben in den handel, en geenszins kwaden wil. Kostelijke bekentems. — Wij knippen de volgende regelen uit Vooruit's artikel, getiteld : De "Bien Public „ in nesten en onderstrepen daarin eenige verbazende volzinnen van Nand, die vast en zeker, op dit oogenblik in den « wijngaard des Heeren » gezeten, zich ver-beelde dat hij hoofdopsteller geworden was van De Waarheid en dus, in zijne geestrijke verbeelding immer, de volgende jmokerslagen op Vooruit liet nederbonzen : « Gij zwijgt weeral gelijk eenen stoomdoove, gij, het orgaan eener groote partij, eener regeerende klasse_ en van een onfeilbare godsdienstige leer. Ah, Bien Public (?) gij hebt gemeend van ons af te schrikken, van ons en uw eigen publiek appels voor citroenen te verkoopen. Gij zijt mis, vent, en 't zijn wij die u niet zullen los laten. Gij kunt zwijgen en niet antwoorden, maar dan lijdt gij de nederlaag en iedereen zal u uitlachen. Gij kunt voort discuteeren, maar wij zeggen u dat gij den duim zult leggen. De uitslag zal dezelfde zijn, maar min de schande van u weggestoken te hebben, gelijk klein duimkert achter den bezem van zijn moeder. f. h. » Koddig, eh! # Op 't laatste oogenblik heeft een zetter van Vooruit, vermoedende in wat toestand Nand verkeerde, in op-schrift en tekst Vooruit vervangen door Bien Public en aldus, klein duimken Vooruit weggestoken achter den tolk van 't Bisdom. De Gentsche politiek wordt geleid d'or een kluchtig gezelschap ! Wijze raadgeving aan Het Volk, dat zich beklaagt omdat Vooruit maar immer — niettegenstaande den Godsvrede — met hem aan den stok wil gaan. De tolk der getemde werklieden — volgens Vooruit zijn maar alleen zijne gaaien ongetemd en ontembaar... de dompe-laars! — zou zich eigenlijk meer moeten verheugen dan bedroeven, want dat bewijst dat Vooruit hem, Het

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.

Er is geen OCR tekst voor deze krant.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.

Er is geen OCR tekst voor deze krant.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.

Er is geen OCR tekst voor deze krant.
Dit item is een uitgave in de reeks De waarheid: socialistisch weekblad behorende tot de categorie Socialistische pers. Uitgegeven in Gent van 1906 tot 1918.

Bekijk alle items in deze reeks >>

Toevoegen aan collectie

Locatie

Onderwerpen

Periodes