Gazet van Brussel: nieuwsblad voor het Vlaamsche volk

427246 0
close

Waarom wilt u dit item rapporteren?

Opmerkingen

Verzenden
s.n. 1916, 07 Mei. Gazet van Brussel: nieuwsblad voor het Vlaamsche volk. Geraadpleegd op 23 september 2020, op https://nieuwsvandegrooteoorlog.hetarchief.be/nl/pid/z02z31pn6p/
Toon tekst

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.

Voor Slain Taal en Volk 1 OmdaMk Vlamlnà bën~| HBONNEMENTSPHIJS : Binnenîand: 3.75 fr. per kwartaal (aile kosten inbegrepen) Men wende zich tôt de posikantoreu- BEHEER EN PUBLICITEm ; Anspachlaan, 75 (Beurs) Vet*sehij£it 's namiddags MET AL DE OCHTENDTELEGRÂMMEN Elke medewerker is verantwoordelijk voor iietgecn hij sehrijft AANKONDIGINGEC WORDEN AANGENOWSEN: 75. Anspachlaan, (Beursj. — 52, Warmoesberg. Agence Générale de Publicité 26a, Place des Bienfaiteurs. Office de Publicité, 36, Nieuwstraat Brussel Het Duitsche Antwoord aan Amerika Fouten in het Onderwijs Naar mij ter oore komt is men in zekere kringen ge-struikeld over mijn artikel « Opvoedkunde ». Men duidt het den leek kwalljk; dat hij een onberede- v neerden aanval heeft uitgevoerd tegen een hoogeerbie- v dige insteMing a's het onderwijs en het gezag van de onderwijzers heeft pogen te ondermijnen. Men noemt S het schier een schande van rnijnentwege wantrouwen te 1 zaaien tegenover een kategorie eerlijke werkers, die eén £ van de edelste taken ter wereld vervu'len, die van op- c voeder onzer kinderen. 1 Het is een gewoon verschijrasel in de wereld, dat ieder s men-sch zijn eigen kluiisje als hei'.ig beschouwt. Zoolang ' men den buurman aanvalt zijt ge een engel, maar wee c a'.s gij mij zelf aanvalt ! 2 Ik heb nooit bedoeld. de onderwijzers in 't algettieen aan te vallen ; ik behoor zelf tôt een familie van onder- v • wijzers en ik heb veel leeraars en onderwijzers onder f mijn beste kennissen. Ik moet ze'.fs zeggen, dat ik onder r h en uiterst k nappe menschen ken — menschen, voor wie îk zelfs zeer eerbiedig het'hoofd buig en met wie ik nïet î graag zou willen vergeleken worden, omdat ik wel weet, r Zzt de rr;:îa^ici ... mijn sakef zou u;tvaii«n. ' 1 Dat neemt nu eenmaal ni et weg, dat onze Belglsche onderwijzers voor een groot deel hetzelfda gebrek aan 1 kultuur hebben, dat de meeste onzer landgenooten ken- c merkt. Ik ken onderwijzers, die niet eens de namen ' kemden van groote opvoedkundigen, wier werken ik ten 1 m truste heb gelezen. Dat is, naar mijn bescheiden mee-ning, al een misstrand, die niet zou mogen bestaan. Onderwijzers en leeraars zijn geen halfgoden, schreeî ' ik reéds, èn toch is h un taak zoo hoog en ede!, dat ze dat ' wèl zouden moeten zijn om die tôt een goed einde te bren- ' g eu ! Het moet voor de goede onderwijzers tromvens a'js een bestendige smaad op hun gilde zijn, dat er zich onder de hunnen bevinden, die Blinder dan gemiddelde < menschen zijn. Min goede vruchten zijn er in a'.Ie andere gilden even- ' eens ? Akkoord ! Maar een onderwijzer wordt een kind toevertrouwd, een man of een vrouw van morgen, een jonge ziel, een jong verstand, die hij kan vermoorden of 1 liefderijk doen ontptooien. Wat zoudt gij zeggen aïs één uwer geliefden door een onwetend geneesheer werd verpleegd ? Hetzelfde is het geval wanneer een kind aan een slech-ten onderwijzer wordt toevertrouwd. Wat doet het er toe, dat er middelmatige smeden, mid-de'matige advokaten, middelmatige kleermakers, letter-kundigen of metselaars zijn ? Zij kunnen een hoefijzer verkeerd slaan, een procès verliezen, een k'.eed versnij-den, een slecht boek schrijven of een wankelenden muiir bouwen. Dat is erg, dat kan zelfs heel erg zijn. Maar ik vraag het u : kan dat aîtes opwegen tegen het ver-knoeien van menschen ? Onze normaalscholen en vooral onze centrale jury's in menig opzieht te mi'd met haar diploma's. Het gebeurt zeer zelden, dat een leerling, die vier jaar op de normaal-schoolbanken heeft gezeîen, om het even wat hij er heeft lùtgericht, zijn onderwijsakte niet bemachtigt. Dit wii met andere woorden zeggen, dat iedereen, die in staat is om teksten uit zijn hoofd te leeren en. kursussen van leeraars na te praîen ook bevoegd wordt geacht om kinderen op te voeden. Zoo gebeurt het, dat in België onderwijzers kunnen aangetroffen worden, die b.v. niinder dan hun kinderen weten ! Ik overdrijf niet wanneer ik zoo iets beweer : te Brus-sei zijn er beslist onderwijzers, die in hum lessen blijken mmder Nederlandsch te -kemnen dan hun leerlingen. Zij hebben nochtans ook hun dtpîotna ! In ons land studeert men over 't algemeen enkel voor een dip'oma. Daarmee is aKes uit. Er zijn jonge onderwijzers, die meenen, dat hun dip'oma het toppunt der wetenschap beteekent en dat dus, eens hun dip'oma in handen, de zalige tijd van rustén op hun lauweren voor hein is aangekomen ! Het is eilaas maar al te waar, dat de eenige aanîeg van sommige jongeîui voor het onderwijzersvak schijnt te bestaan in de vrije donderdagnamiddagen en de twee of drie vakantles ! Voor de zu'.'ken is de ontgooeheling natuurlijk groot ! Overdrijf ik ? Ik ben overtuigd van niet. Zu'ke lamlendigheid bestaat natuurlijk ook in andere vakken. Ze'.fs bij ons, journalisten ? . 1k herhaal u, dat ik een onderwijzer of een leeraar niet kan vergelijken bij een gewonen pennelikker. De onderwijzers moeten toch de grootheid van ons volk van morgen voorbereiden ? En daarom bedroeft het me zoo dikwij's te zien, dat in de onderwijswere'd door den band niet een hooghar-tiger geest heerscbt, dat ook daar dezelfde kleinmensctse-Jijke kuiperijen en knoeierijen niet kunnen onderdoen voor het hooger belang van de kinderen, dat zelfs daar me vervolgd en gelasterd, opgeruid en verdachtgemaakt wordt... Mogen feeken dat ailes niet zien of weten ? Weten zij a'Jeen, die zelf onderwijzen tusschen de vier klasmuren, waar niemand is om ze tegen te spreken, wat goed en wat slecht is ? Zeker wij, Vlamingen, zijn meer dan eens in 't harnas, gevlogen tegen de bevoegdheid van de buitenstanders in zake onvoedkundige méthode. En van onze bewerin-gen doe ik thans nog niets af. Maar ook buiten het onderwijs staan menschen, die juist omdat zij hun gezootf verstand gebruiken en hun b'ik niet is beneveld door' stelseltjes, vooroerdeeven en bei'oepsmisvorming, en hun belang er hun niet toe drijft om wille van de eendracht door de viagers te gluren, heel veel kunnen zeggen en ook zouden moeten zeggen. Ook uit den mond van den gewonen opmerker kunnen woorden van het gezond verstand spreken, die niet a priori in den wind zijn te slaan — evenmin als ze a priori moeten beaatnd worden. Een leek oerdeelt niet aftijd juist, omdat hij niet aile gegeveîis tôt beoordee'.en bezit. Maar oordeelt een vak> man ook niet soms verkeerd, omdat hij vain verkeerd»;^ « bôgincelea ? Beschouwen" onze huidage pedagogen de kinderen maar niet al te dikwijls a's registratiemachines, die kunnen dieiîen om prachtige statistieken op te maken, welke sta-tistieken dan weer moeten dienen om pedagogische, dog-ma's mee op te stellen ? Pedagogische dogma's, die a'teen daarom moeten valsch zijn, omdat de kinderen geen doode machines zijn, maar jonge, warm-levende zieitjes, die eik hun individualiteit hebben en met liefde moerten verpleegd en beroerd worden ! Juist omdat ik daar van overtuigd ben, ga ik voort en waag het opnieuw bij de aan- en opmerkingen uit mijn eerste artikel eenige tîieuwe te vœgen. Ve'.e misstanden gelden aMeen voor zekere grader. van het onderwijs maar b'ûjven er niettemin misstanden om. In vele betalende scho'.en wordt bij de kinderen, be-wust of onbewust, een geest van minachting voor de minder gegoeden ingeprent. De onderwijzers schijnen maar al te dikwijls te veroiiderstellen, dat in betalende scholen enkel m il j on airskinde nen ko men. In beginsel is het al af te keuren, dat middelbaar onderwijs b.v. niet voor aile beurzen toegankeiijk is. Vele begaafdheden worden daar-door aan de maatschappij ontzegd. Er bestaan wel-is-waar stipendia, maar die zijn m de meeste gevallen voor onvermogenden ontoereikend, en het gebeurt maar al te dikwijls, dat het ontnem'an van znlke toelagen als een zwaaid van Damoclès gestadig boven het hoofd der arme ouders wordt gehangeu, voor het geval ze wat minder goed naar de pijpen van de uitdee'ers dier gifttn dansen. Om terug te ko-men tôt mijn schaapjes. In zekere dier betalende scholen bestaat de gewoorefce om de kinderen , schatten te doen verspi'.len aan nutteloozen schoolrommel. t Daarenboven is de geest van gansch het onderwijs er niet aangepast aan de sociale verhoudingen waarin de ' t kinderen thuishooren. { (. Neem maar eens het huishoudboek van een nieisje uit t zekere middelbare scholen in handen. Zeiîfs de huishou-j ding van de heel rijke burgerij is niet zoo kostbaar inge-j richt a'.s men ze den kinderen aanleert. flls dit nu geen pedagogische fout is, snap ik er hee-: lemaal niets van. Want vergeet niet, dat de meisjes al 5 van aard zeer hoovaardig zijn en dat het die jonge ver-standen dus steMig aan kenniis des onderscheids mangelt om niet door zuik onderwijs van de rechtë lijn te wor-! den gedreven. j Ik zeide daarboven, dat mèn vaak veel dur en en nut-teloozen rommel laat koopen. Ik verwacht er me aan, dat r dit weer zal tegengesproken worden. Toch houd ik het staan. r Ik ken een school, waar men de kinderen ten minsîe n vijr-en-twintig dure schrijfboeken laat koopen, waar ze r nooit wat inschrijven. Als dat geen nutteloozen rommel is, heusch, dan wil ik gezegd hebben dat ik een slag y van den mol-en heb. t Vele leeraars verbergen de leegheid van liun onderwijs e onder lintjes, strrkjes en teekeningetjes. Ik weet niet of g gij op de tentoonstelling van Brussel in 1910 de afdee-ling van 't onderwijs hebt bezocht. Ik wel. Ik ben ver-baasd geweest over wat ik daar heb gezien. Ik weet, dat e daar enkel een keuze van schoolwerken lag en dat men dus overal wel de beste zal hebben genomen. ir En daar ben ik tôt de zonderlinge ontdekking geko-e men, dat men vooral in meisjesscholen, een rare opvat-k tâng heeft, om niet te zeggen heelemaal geen opvatting, van wat een goed schoolwerk is ! Werken met lintjes, it werken met teekeningetjes, werken met rond, Gothisch en Be'gisch schrift, werken waaraan uren en uren waren be-i- steed geworden, prachtig van buiten, schoon van verre... >r maar, zooals een mijner vrienden pleegt te zeggen : verre . van schoon ! Wat daarin te kzen stond, hiela ik, die er misschien weer eens niets van ken, voor zulken klink-klaren onzin en wemelde letterlijk veelal van zooveel fouten van allerlej aard, dat ik zelf versteld stond ! Te veel, bepaald te veel wordt in sommige scholen aan uiterlijkhéid gedaan. Het dochtertje van een mijner vrienden zit lange avon-den tôt in den nacht te pennen om kalligraffech verzen af te schrijven in mooie schriften met rose en blauwe lintjes, verzen waarvan het kind nooit de schoonheid be-grijpen zal en waarover ze nooit andere fierheid koestert dan deze, die haar mooie geschrift en de rose lintjes op-wekt.Voos is dat a'.les, voos tôt in het merg. En men staat dan versteld over de armelijke geestestoestanden van ons volk ? Een kultuur van rose en purperen lintjes: die geeft men it\ sommige scho'.en ! We komen daarop nog wel eens terug. R. VARRM/IM. Dr Aug Borms te Brussel Het bestuur w.n het « Vlaamsch Tooneel » heeft in deze tijden ten vo'.te zijn p'ichten begrepen. Omdat het beseft, dat voor e'.ken kunstenaar, die zijn volk in Kefde hooger wenscht te brengen, de nationale ontvoogding van dit volk een eerst vereischte is, heeft het niet, zooals velen het verband tusschen de Vlaamsche Beweging en de veredeïing van het voîfcskunstgevoel angstvallig gewei-gerd te zien. Zoo mocht donderdagavond Dr. Borms, onze vo'.ksheraut, in deze gewichtige stonden, met zijn majestatisch Arte-veldegebaar en zijn van geestdrift brandende woorden, voor 't eerst te Brussel ons vernieuwde Vlaamsche geloof komen preeken. Er hing kruit in de zwoele fllhambra atmosfeer en tel-kens knetberden de langdurige toejuichingen en galinden " de opstandige echo's uit wrokkige kelen, toen Borms met zijn warme bronzen stem vertelde van ons lijden, opstond tegen onze verdrukking en p'echtige trouw zwoer aan het volk, dat hij triomfanitelijk wil voorgaan naar de ver-lossing of volgen in den val, als die niet te vermijden ware. Spreker herinuerde aan zijn profelische toespraak tôt de Vlamingen van Brussel, tijdéns de Guldensporenfeesten van 1913, ter Groote Markt vereenigd, toen hij a'.s em voorgevoel had, dat de zware ramp, die Vlaanderen zou treffen nakend was en dat de Fratische partij een groot deel der schuld zou te dragen hebben. In groote trekken schildert hij den stoffeiijken en gees-te'.ijken achterstand van ons volk, achterstand waarvan het onzaïg jaar 1830 het uitgangspunt is geweest. (Ge-jouw.)Niettemin heeft het Vlaamsche volk zijn bîoed geofferd ' in dezen oorlog met dezelfde ofrervaardigheid die de ]'Waen aan den dag legden, zooniet met nog veel meer! 'Aldus hoopten wij eindelijk d«n rechtvaardigheidszi-n on-"\er verdrukkers wakker te maken. Maar ook dit was on-mogelijk : het bloed van 80 t. h. Vlaamsche soldaten kon niet beletten, dat de Goden uit deri Haverschen olgmpos twee hoogst logale Vlamingen neerbliksemden : Dr. R. De Clercq en Dr. R. Jacob (Hoe geroep en toejuichingen. Men roept op Dr. Jacob die, zich in de zaal bevindt.) Welke was hun misdaad ? Zij vroegen enkel wat aile volkeren eischen en wat ons thans allen als de eenige mo-ge'jjke opîossmg van het ta'.envraagstuk lijkt : ZELF-, BESTUUR VOOR VLflflNDEREN. (Stormachtig en langdu-; rjg applaus.) ; Wij worden voor landverraders gescholden. Scheld-woorden zu'.len ons van onzen pHcht niet doen afzien, ; evenmin als de bedreigingen, die ons uit den vreemde : in de ooren klinken. Wij zutlen niet wegvkichten voor den l vijand. Spreker is te Merksem gebleven onder de Duit-I sche bommen ; zijn volk verlaat hij met. Evenzoo zal hij tôt zijn laatsten ademtocht in Vlaanderen blijven, zelfs ; als zij terugkomen, die beloofd hebben flntwerpen te f zullen vernielen en de Vlaamsche voormannen te fusil-jeeren. Deze van ontroering trillende. woorden worden met een oorverdoovend gejuich begroet. Ta'rijke aanwezige t flntwerpenaren roepen : « Laat ze maar komen ! » De s vrouwen betoonen zich niet het minst geestdrii'tig. 't Was een onvergetelijk schouwspel, dat ons terug deed denken aan de grootste dagen uit onzen strijd voor de Ver-vlaamsching van de Gentsche Hoogeschool en dat de mannen uit Den Haver eens hadden moeten bijwonen. i, Spreker eindigt zijn schitterende rede met eenige ver-i zen van Gezelle : een eed van trouwheid aan de Vlaamsche leeuwenvaan ! (Geestdriftige betooging ter eere van Borms.) e In de zaal bevondeii zich ta 1 rijke Brusselsche Vlamin gen, voor wie die dingen geheel nieuw waren : ook hen stak de geestdrift aan. Het feest van dien avond werd ingericht ten voordee'.e van onze liederavonden voor het volk en met de mede-werking van deze instelling. Het was een echt, eenvou-éig volksfeest, dat heelemaal paste bij de Vlaamsche be-tooging van dien avond. De strijdliederen weerklonken weldra uit aile borsten. Mevr. J. Plefcinckx, kunstzangeres, en de heer J. van Kugck, van de Vlaamsche Opéra te Antwerpen, zettsn dezen, met het zingen van de Conscience-kantate, op waardige wijze gesloten feestavond, nog meer luister bij. A. de PERME. ■yWr*pBa«BBg3gSBgEgIgjl8B3£!g«iBggCTJSg3EE^^ Het Duitsehe Àntwoorii _ aan ânierlte BEPiLUN, 5 Mei. — De volgende nota werd als ant-woord op de Amerikaansch-e nota van 20 der vorige maand, over het voeren van den Duitscben duikbootoorlog aan den gezant der Vereemgde Staten van Amerika, ^i-;-terenavond overiiandigd : rre-ontret-gcTVL'KCTrat!1 UWll'•?!?!*i-t'i, ■irf=îTa*iiiii âvr'knf.'er- lijk Duitsehe regeermg aan Zijne Excellentie den gezant der Vereenigde Staten van Arherika, der; heer James W. Gérard, op het schrijven van 20 der vorige maand, over h et voeren van den Duitschen duikbootoorlog, het volgende te antwoorden : De Duitsehe regeerîng heôft het materiaal, haar door de Regeering der \'ereenigde Staten medegedeeld, in zake de « Susses » aan de betrokkein ina>rinediensten lot onderzoek overgemaakt. Op grand van de huidige uit-slagen wordt de mogelijkheid niet uitgcsloten, dat het, in uwe nota van 10 der vorige maand bedoelde, door een Duitsehe duikboot getorpedeerd schip, inderdaad met do « Sussex » overeenstemt. De Duitsehe regeering durft een verdere mededeeling hierover vèorbehouden, tôt nog eenige vaststeliingen, doorslaggevend voor de beoordee-ling van den skmd der zaken, gemaakt ^n. In geval hot bevvezen werd, dat de meenirig van den kommandaiit, een oorlogsschip voor zich te hebben, verkeerd was, zoo zal de Duitsehe regeering de gevotgtrekkingen er uit op-maken.De Regeering der Vereenigde Staten heeft aan het « Sussex «-geval een reeks beweringen vastgeknoopt, die hun hoogtepunt bereiken in den zin, dat dit geval sleehts een voorbeeld is van de voorbedaclite stelsetmatige ver-nieiing van schepeii van allen aard, nationalitei't en b&-stemming door de bevelhebbers der Duitsehe duiikbooten. Ce Duiisehe regeering moet deze Jiewering ijeslist van de hand wijzen. Van eene in bizonderlieden tredende weerteggmg meent zij intussehen in het huidig stadium der za<ik te kunnen afzien, vooral daar de Arnerikaanscao regeering nagelaten heeft, hare beweringen door kon-krete aanduidingen te staven. De Duitsehe regeering wil alleen vaststeilen, dat zij, en juist alleeniijk met het oog op de belangen der onzijdigon, in het gebruik van het duikbootwapen zich verregaandô beperkingen heeft opge-legd, alhoewel die beperkingen noodzakeiijkerwijze ook de vijanden van Duitsehiand ten goede komen, — een ontzag, dat de onzijdigesa bij Engeland en zijne bondge-nooten nieit ontmoetten. Inderdaad moeten de Duitsehe zeestrijdkrachten den duikbootoorlog votgens de algemeene grondnegôlen van het volkenrecht over het aanhouden, het doorzoekeai en het vernielen van handelssehepen voeren tegen de in het Engelsche oôrlogsgebied aangetroffen vijandèlijke vraciit-sehepen, over dewellce er nooit een formeele verzekering aan do Vereenigde Staten gegeven werd, niet eenmaal door de verklaring van den o Februari 1916. De Duitsehe regeering mag niet aannemein dat men zou gaan twij-J felen of do daarop betrekking hebbende bevelen op loyale I wijze gegeven en uitgevoerd werdça. N'ergissingen, zooals deze werkelijk voorgekonaein zijn, zijn bij geen enkele manier van oorlog te voeren goiieél te vermijden en zijn, in een zeeoorlog tegen eenen vijand, die aile veroor-loolde en niet veroortoofde iisten gebruikt, zeer verklaar-baar.Maar ook afgezien van vergissingen hnenat de zeeoor-[ log, juist zooals do oorlog ten lande, voor onzijdige per-sonen en goederen, die in iiet bereik van de gevecliten 1 geraken, onvermijdelijk ge va L'en met zich. Zelfs m gevallen, waarin de gev.echt.ea zich enkel onder den vorm van î een kruiseroorlog hebben afgespeeld, is het herhaalde-s lijk voorgevallen, dat onzijdige personen en goederen > schade hobben geleden. Op het mijngevaar, waaraan ta!» * rijko schepen ten ol'fer zijn gevallen, heeft de Duitsehe regeering herhaaldelijk opmerkzaam gemaakt. De Duitsehe regeering heeft aan de Regeering der Ver-- eenigde Staten meermaals voorstelien gedaan ten eindo z de onvermijdelijke govaren van den zeeoorlog voor /fflio s rikaansche reizigers en goederen op een minimum terug i to brengen. Het is spijKg, dat de regeering der Vereenigde Staten niet heeft geloofd, op deze voorstelien te. e moeten ingaan, want deze hadden er toe bijgedragen, een groot gedeelte der ongevallen ,waa.rdoor Amerikaan-sohe onderdanen intusschen getiroffen werden, te vermij-, den. Do Duitsehe regeering blijft nog steeds aan haan, aanbod heohten, overeenkomsten in dien zin te treflen, n Overoenkomstig de herhaaldelijk door haar aîgefegde verklaringen, kan de Duitsehe regeering van het gebruifc van het duikbootwapen ook in den liandelsoorlog nielt - ■ ■ ' 3 JAARGANG. Nf -126 PRIJS : j* 5 CENTIEM Z0NDAG 7 MEI 1916.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.

Er is geen OCR tekst voor deze krant.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.

Er is geen OCR tekst voor deze krant.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.

Er is geen OCR tekst voor deze krant.
Dit item is een uitgave in de reeks Gazet van Brussel: nieuwsblad voor het Vlaamsche volk behorende tot de categorie Gecensureerde pers. Uitgegeven in Brussel van 1914 tot 1918.

Bekijk alle items in deze reeks >>

Toevoegen aan collectie

Locatie

Periodes