Het Vlaamsche nieuws

1362 0
close

Waarom wilt u dit item rapporteren?

Opmerkingen

Verzenden
s.n. 1915, 21 Juli. Het Vlaamsche nieuws. Geraadpleegd op 26 mei 2024, op https://nieuwsvandegrooteoorlog.hetarchief.be/nl/pid/ks6j09xq9z/
Toon tekst

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.

Iy/oensdag 21 Juîî 1915. Eerste Jaarg. --- .11.. Wm-ss»'v- MHK*MaMauaMMaf9Ra::^?*'s\ ■■■■■ .ianr»,v.,- - Nr, 188 Prits : 5 Centiemen door geheel België Het Vlaamsche Nieuws Het beat ingelicht en meest versps*esd Nieuwsblad van België. - Verschijnt 7 maal per week ABONNEMENTSPRIJZEN Fer week 9.35 i Per S maanden <.-- Psr îaaand 1.60 j Per 6 maanden 7.52 Per jaar 14.— AFGEVAARDIGDEN- VAN DEN OPSTELRAAD : Dr Au g. BORMS — Albert VAN DEN BRANDE BUREELEN : ROODESTRAAT, 44, ANTWERPEN. Tel. 199# AANKONDIGINGEN Xweede b'adi., per regel 2.60 i Vierde bladz., per regel.. 0.RB Derde blad., id. I.— j Doodsbericht 6.—- Voor aile annoncen, wende men zich: ROODUSTRAA'f, 44. HET VADERLAND 21 Juli 1915 Wat het vaderland voor elk gezoïld Benkend en voelend mensch moet dier-Lr maken, dat zijn al die gebeurte-iissen van den meest verscheiden aard, ivaarvan die laps gronds het tooneel was yan op den dag, toen de eerste schàren fan die Friezen, Sassen en Franken, taarvan wij de afstamraelingen zijn, lien op Roineinen en Galliërs verover-!en.: Zoo als zij het toen kochten, neen, tonnen ten koste van hun bloed, zoo naakten zij het vruchtbaar, zoo her-ichiepen zij dit land tôt den lusthof, lie het nog heden is, met hun edel, ?room zv. eet door een onafgebroken iiaven van meer dan duizend jaar. ; En toen zij het hadden ingedijkt te-jcn de vvateren van binnen en van bui-;en; toen zij ha-dden drooggelegd de noerassen en ontgonnen de heiden en uitgerœid de wouden ; en toen zij er ladden gebouwd honderden dorpen en iteden, waarin zij, zich al meer en meer mtwikkelend, ook naar de zijde van het ïerstand, nijverheid en handel stichtten, rrijheden neerschieven in wijze « cos-tymen» en wetten, wetenschappen en tunsten beoefenden ; toen moe»ten zij dkens weer met hun heerlijk, vroom iloed bezegelen het een tijd lang onge-leerde, — met hun heerlijk vroom bloed «rugkoopen het, hun soms met geweld mtrukte, bezit van zoovele zedelijke, es-toische en stoffelijke schatten. En niet alleen deze schatten, nog feel meer de vole en edele begaafdheden :n deugden, welke hen in staat hadden ;esteld, die wonderen te verwezenfijken, le handhaven, te vermenigvuldigen ; ira helder en gezond verstand, hun iractische zin, hun stoere volharding, ira kloeke, ijzervaste wil, hun sterk, pellicht al te sterk individueel gevoel, ira onovertroffen vaardigheid tôt het [eoefenen van elke kunst ; ook hun rij-ke en wonderluidende taal, welke is als ien spiegel van hun ziel en van hun ge-lœlen strijd om het bestaan ; zij zijn Mardi, dat wij f ï aan hangen, er aan 'erknocht zijn en blijven met dezelfde lefde. De liefde tôt het vaderland, zooals ik rtnschte dat aile Vlamingen die zouden erstaan, — zij omvat tevens het gehee-e verleden van diegenen, zonder welke rij, noch genieten zouden, zooveel wat ndere volken, zelfs groote, ons benij-b, noch zijn zouden tôt heden toe, «t geen ander volk ons heeft kunnen -wel willen — verhinderen te zijn ; zij nvat het geheele heden van strijd, «urin wij zelven ons schrap moeten Ictten, om het erfdeel, dat wij van hen utrangen hebben, vermeerderd en ver-Moid aan die na ons komen, over te la-« ; zij versmaadt het enghartige 'Près nous la fin du monde » en om-'sti eindelijk, ook de nog verre toe-•*mst, waarin, op hun beurt, zij, die namen zullen dragen, hun schep-'w en stichten zullen vastschakelen in k lange keten, die aile lattr met aile J"«fer verbindt. begrepen, z66 verruimd, houdt l(> vaderland op te zijn, wat het voor-peri in meer dan één gewest al te lang 1 febleven : het eigendom, het voor-K^t, het uitsluitend bezit van enkele wderden of duizenden. Z66 wordt het * °ntegensprekelijk — het eerste be-lnîi de hoogste schat van allen, van de etaele natie. 2egt het J. F. Willems gerust na, — Na vaderland is mij niet te klein » ; iiar voegt er in stilte bij dezen harte-Nsch, dat j, die na u komen, het Rooner, rijker, vrijer, grooter ook mo-''r' z'en dan het nu is. "wgeet nooit, dat naarinate er groo-^ gelijkheid, breeder vrijheid, meer ;clitvaardigheid en welvaart zal heer-|len, het getal van hen, die dezelfde zulien voeden als gij, zal toene-leni en dat het voor u een dvre plicht 'tr krachtdadig toe bij te dragen, die 'hikheid, rechtvaardigheid, welvaart !» '« breidtn POL DE MONT. ' (*edachten ovtr Vaderland en *it:l mdsliefde, Tijdschrift an het jwms~Fond9.} ! liet Lied der Vlamingen Emanuel Hiel. Mhz. v. Peter Benoit. s Waar Maas en Schelde vloeien, | De Noordzee bruist en stormt ; Waar vrede.en kunsten bloeien, i De vrijheid mannen vormt; j Waar velden, wouden, weiden, l Als gaarden rijk beplant, ] De weelde en vreugd verspreiden : Daar is, daar is ons Vaderland, Daar is ons Vaderland. Daar stijgen uit 't verleden, De Keerl en Klauwaart op; ; Zij hebben stout gestreden, \ Verplet der vteemden kop, Hun goed, hun bloed, hun leven, Met mildheid steeds verpand, Om ons te kunnen geven Het vrije, het vrije Vaderland. Het vrije Vaderland. O Nederland ! O Vrijheid ! Gij adelt ons gevoel ; Wij zweren ook met blijheid, Uw toekomst is ons doel. Wij zullen, jonge scharen, Steeds onzen plicht gestand, Met hand en hart bevvaren, Het heilig, het heilig Vaderland, Het heilig Vaderland. Odzs iittirndip PnjsKamp JULIUS oT GEYTER IS30-1905 Jan, gezegd Julius de Geyter, geboren 25 Mei 1830, te Lede, bij Aalst, in welke stad hij zijn onderwijs genoot. Om-streeks 1847 maakte hij kennis met den volksschrijver Eug. Zetternam, die zijn eerste gedicht, Een Ode aan Vlaanderen, overbracht naar Antwerpen, waar men ook den jongen dichter reeds het vol-gende jaar heenlokte. In deze stad nam de Geyter ijverig deel aan de Vlaamsche kunstbeweging, en in 1855 stichtte hij met den platsnijder Brown, Dujardin, Génard, Heremans, van Rotterdam en Zetternam, het tijdschrift : De Vlaamsche School, terwijl hij tevens bijdragen schonk aan het Jaarboekje van Gent, De Eendracht, Het Taalverbond, enz. In j 1855 werd hem met eenparige stemmen de lauwer toegewezen in den wedstrijd van Vlaamsche dichtkunde, « Over de Nationale Onafhankelijkheid des V'ader-lands», uitgeschreven door het Belgisch Staatsbestuur. In Antwerpen was de Geyter aanvankelijk onderwijzer en la-ter werd hij commies-griffier bij de ar-rondissementsrechtbank. Sedert 28 Aug. 1868 was hij pleitbezorger bij de recht-bank van eersten aanleg te Antwerpen, en den 20 Janari 1874 koos de Antvverp-sche Gemeenteraad hem tôt bestuurder van de bank van leening. Onder den naam Julius de Geyter .çaf hij in het licht : België's ivedervaren sinds 1830; Weldaden der Onafhankelijkheid, Antwerpen 1855 ; Bloemen o-b een graf. Ge-dichten, uitgegeven tôt bekostiging ee-ner grafzuil ter nagedachtenis van Eu-geen Zetternam, Antw. 1857 ; De IVaar-heid over de Vlaamsche Beweging. Brie-ven van eenen ouden Staatsman aan ee-nen jongen Gentenaar, Gent 1858 ; Wel-kom. Lied, vervaardigd -bij gelegenheid van het groote kunstfeest, te Antwerpen, in Aug. 1861 gevierd ; Drij men-schen van in de wieg tôt aan het graf. Een epos uit onzen tijd. Eerste boek, Antw. 1861 ; Drie menschen van in de wieg tôt aan het graf. Een epos uit onzen tijd. Eerste en tweede boek, Antw. 1865; Zuid-Nederland. Eene halve eeuw na Waterloo. Een gedicht, Antw. 1865 ; Over drie maanden en binnen drie maan-den, Gent 1867 ; Hendrik en Rosa, Een liefdeverhaal, Amst. 1868 ; Geuzcnlied, Antw. 1872 ; Alweter en Domper, Antw. 1872 ; Reinaart de Vos, in Nieuw-Neder-landsch, met eene inleiding en een woord over epischen versbouw, Schiedam 1874 en 1885 ; Vlaanderens kunstroem, cantate op verzoek der Stedelijke regeering gedicht door Julius de Geyter, getoonzet door Peter Benoit, Antw. 1877 ; De IVe-reld in, schoolcantate, Gent 1878 ; De Muze der Geschiedenis, cantate, Antw. 1880 ; Joncfrou Katelijne, dramatisch tooneel, Antw. 1880 ; Hucbald, symphonie, Brass. 1880 ; De Genius des Vader-lands, Bruss. 1880; Het Tooneel in Vlaamsch-België ; Inrirhting, den Too-neelraad van Antwerpen aangeboden, Antw. 1881 ; De Rijn, cantate, Antw. 1882 ; Keizer Karel en he* Rijk der Ne-derlanden, in Middeleeuwschen versbouw, Schied. 1888. Julius de Geyter overleed te Antwerpen op 18 Februari 1905. Zijn volledige (cK>k onuitgegeven) werken werden, 1907-09, door Max Rooses bezorgd (7 i Wat de Vlamifjpn wenschen en wat zij vreezeti Op ons hoofdartikel van Maandag 19 Juli, zijn de twee volgende antwoorden ingekomen : i. Ik vraag U op de aanmerkingen, welke gij op mijn artikel in nummer 185 van uw geëerd blad hebt laten volgen, bondig het volgende te mogen antwoor-den : Het heeft mij verbaasd dat gij uit de ontwikkeling van den Nederduitschen stam in het Duitsche rijk, gevolgtrekkin-gen ha ait voor de toekomst van de Vlaamsche beschaving en van de Vlaamsche taal. Dat zijn toch zaken die in het geheel niet met elkaar kunnen vergele-ken worden. Tôt in de 16de eeuw was er in heel Duitschland geen algemeene schrijftaal; elke stam, elke gemeente ge-bruikte haren tongval. Allengs en zeer lsngzaam, is dan — hoofdzakelijk onder den invloed van Luther's bijbelvertaling — overal eene nieuwe Hoogduitsche schrijftaal doorgedrongen, ook in Hol-land en de Oostenrijksche Nederlan-den, die eene eigene Nederduitsche schrijftaal, namelijk het Nederlandsch, ontwikkelden. Juist daarom, dat de Hol-landers en de Vlamingen sedert vier hon-derd jaar afzonderlijke, van de Duit-schers gansch verschillende volkeren zijn geworden, met eigene schrijftaal en eigene beschaving, kan bij hen het ont-wikkelingsproces zich niet voordeen, dat het Hoogduitsch door de Nederduitsche tongvallen als schrijftaal wordt aange-nomen. Immers thans staat, schrijftaal tegenover schrijftaal, staat eene moderne nationale beschaving tegenover de andere. De Nederlandsche schrijftaal wordt gesteund en bevorderd door de letter-kunde, de pers, de scholen en de uni-versiteiten, niet enkel in Vlaamsch-Bel-gië, rnaar ook in Nederland. VVie ze in Vlaanderen zou willen uitroeien, zou dat moeten beproeven bij middel van een taalstrijcî, die stelselmatig zou moeten gevoerd worden met al de dwangmidde-len van den Staat. Zulke verschrikkelij-ke echt misdadige dwaasheid, waardoor het zich den eeuwigen haat, niet enkel van de Vlamingen, maar ook van de Hol-landers en van de Nederduitsche Afri-kaanders, op den hais zou halen, zou Duitschland nooit begaan, zelfs wanneer het den wensch zou koesteren, het Nederlandsch te verdringen. Evenwel, Duitschland kant nooit wenschen, zooals ik denk in mijn artikel çe-noegzaam te hebben bewezen,eene hoog-geschatte Germaansche beschaving te vernietigen en zoo zich zelf te berooven. De belangen van Duitschland eischen al-leenlijk, dat in de toekomst in Vlaanderen geen Fransche en Engelsche invloed heersche, dat de Vlamingen niet verder verfranscht en verbasterd worden, maar eindelijk hunne nationale zelfstandigheid verkrijgen. Wij hebben niet de minste reden om van dit grondbeginsel van het gezond verstand af te wijken en van de Vlamingen Hoogduitschers te willen maken. Zij hebben eene veel grootere waarde voor zichzelf, voor ons en voor heel het Germanendom, wanneer zij Nederlandsch spreken, zich Vlamingen voe-len, de nationale overleveringen en kultuurschatten van hun glorierijk Vlaamsch verleden bewaren en verder ontwikkelen. Overigens bezitten de Duitschers ook volstrekt die geschiktheid niet, welke de Franschen en de Engelschen in zoo hoo-ge mate eigen is, vreemde volkeren op te slorpen en in zich op te nemen. Inte-gendeel, overal past zich de Duitscher den vreemdcn volksaard aan en gaat er in op. Voorzeker hebben we aan onze gren-zen, eenige vreemde volksschilfers in het Duitsche rijk moeten opnemen, terwijl van een anderen kant miljoenen Duitschers in vreemde staten wonen en daar een zwaren strijd moeten voeren tegen de geweldige onderdrukking van hunne j taal ; — ma-ar, het is volstrekt met waar dat wij aan die vreemden hunne taal ontnomen hebben. (1) Zij zijn in 't geheel niet beroofd geworden van hunne nationaliteit, maar kampen ten deele zeer levendig tegen den Duitschen Staat.Hun taal is heelemaal niet teruggedrongen door de Duitsche taal ; in het tegendeel (1) Men leze in De Taalstrijd, de drie bijdragen van Lodewijk Melis (19 Aug. 1898, 20 April 1898 en 30 Juni 1899), over de Verduitsching van Zuider-Tut-land - (N d, Red.) hebben zij, Denen en Polen, zich mees-ter gemaakt van uitgesirekte gebieden, waar vroeger alleen Uuuscùe bevolking was. Duitschland, dat met deze vreemdelin-gen de grooiste moeilijkheden onder-vindt, zal er zich wel voor noeden, zonder reden, zonder dat zijne belangen liet daartoe verplichten, zicli ook nog eenen taalstrijd tegen de Vlamingen op den hais te halen ! Daardoor zou iiet enkel onzegiijk nadeel lijuen, maar nooit eemg nut vcrKrijgen. Waarin zou dan toch dit nut bestaan? Het is merkwaardig dat door de En-gelsche, de Fransche en Belgische pers ïteeds als voorbeeld van nationale ver-drukking door de Duitschers, Elzas-JUo-tharingen wordt aangehaald. Het scliijnt onze tegenstrevers niet l>e-kend te zijn, dat de moedertaal van de Elzassers-l_otharingers het Hoogduitsch is. VVelnu deze, hunne moedertaal, hebben zij bewaard. Waarlijk, ze waren reeds half verfranscht, zooals het nu met de Vlamingen het geval is ; en wie zich nu tegen de « vreedza-me » opslorping door de « Latijnsche beschaving » verzet, dien bekampen de .braiiscken en hunne verbondenen over heel de wereld, met dollen haat en met al de geweldige machtmiddelen, die hun ten dienste staan. Hoe kan Het Vlaamsche Nieuws gelooven dat, bij een zege-praal der bondg"nooten, het kleine hoop-je Vlanmigen aan dien woedenden, over-machtigen stormloop zou kunnen weer-staan? Velen onder de beste Flamingan-len zien den toestand van den Vlaam-schen stam, bijlange zoo rooskleurig en zoo optimistisch niet aan ; zij weten, wie de « eeuwcnoude vijand» der Vlamingen geweest is en zal blijven. Zoo schreef De Vlaamsche Post, den 15den Juli : « Terwijl men van België kan begrij-pen dat het bloedt « pour les amitiés françaises », weet de zelfbewuste Vla-ming, na elf maanden zwaren strijd, bloedvergieten en opoffering, nog altoos niet : waarvoor hij vecht. » — Pour l'honneur de la Belgique, antwoordt men hier. » — Pour la civilisation latine! schreeuwt men ginder... » Maar voor de Vlamingen wordt het dàn juist bedenkelijk, wanneer die zich de vraag gaan stellen : waarvoor zij vechten? » Dat het om hun « vrijheid » zou we-zen, kan bezwaarlijk aangenomen worden : Sedert 1830 hebben zij de ware vrijheid, waarop zij, als meerderheid in den lande, recht hadden, niet gekend en wat daaivoor zou moeten doorgaan, schijnt door Duitschland minder be-dreigd dan het ooit te voren was door onze verfranschte bewindvoerders. » Gewis kan eene gebeurlijke over-winning van Duitschland den regeerings-vonn in België veranderen ; doch zulks is niet het grootste gevaar dat ons volk dreigt. » Werkelijk gevaar zou eerst dàn op-duiken, wanneer de Duitsche regeering tegenover de Vlamingen dezelfde mis-slagen en dwaisheden zou begaan welke onze eigene bewindsmannen sedert onze « onafhankelijkheid » begingen en waardoor ons volk nooit tôt geestelijken groei is kunnen komen. » Dit had zijn reden. » Onze Franskiljons en verfranschte bewindmannen meenden belang te hebben bij een verwaarloosd, onmondig,dom gehouden Vlaanderen. » Duitschland echter — meenen wij — zou belang hebben bij een ontwik-keld, dat is : een in eigen taal ontwik-keld, vriendelijk gezind volk... » En het « belang », het stoffelijk belang, in de eerste plaats, is wel de hoofd-zaak waarom het in deze wereld gaat. » Welk belang, welk voordeel wacht nu ons arm Vlaanderen, bij een zege-praal der verbondenen? » Wat wij daarover te weten komen, is ontmoedigend ; want wanneer wij Des-trée, Maeterlinck, de mannen van « l'Echo Belge » en andere lichtdragers der Latijnsche beschaving hooren, — degene dus die de vertolkers zijn der gedachten van hen welke België's toekomst in han-den zouden krijgen —, dan zou Vlaanderen voor het edel bloed zijner dappere heiden, die sneuvelden met de Vlaamsche Leeuw op de linnen..., dan zou ons steeds belaagd, verwaarloosd, ver-trapt volk, na al zijn lijden, voor de zoe veelste maal ontvarigen : stank voor 'larjk !.. >» S Zoo oordeelt een Vlaamsch dagblad Imet ernstige bezorgheid over de toekomst van zijn Vlaamsch volk. En ik vrees dat het gelijk heeft ! Aan den IJzer « vloeit het bloed der dappere zonen van Vlaanderen «pour la civilisation latine». M. G. II. Mijnheer de Hoofdopsteller, Uw belangwekkend hoofdartikel van gisteren (Maandag) ochtend, geeft mij, Duitscher van geboorte, aanleiding tôt enkele opmerkingen, waarvoor gij, naar ik vertrouw, gaarne een weinig ruimte in uw blad zult willen afstaan. Ik vind namelijk, dat de vergelijking van het Nederduitscli in het Duitsche rijk met het Nederduitsch in het Vlaamsche land niet opgaat. De ontstaansgeschiedenis van het Hoogduitsch begint in de zevende eeuw. Van toen af werd in het midden en in het zuiden van Duitschland allengs wa-ter tôt wasser, slapen tôt schlafen, smî-ten tôt schmeissen, drî tôt drei, enz. Nu ligt het mijns inziens voor de hand, dat die stammen, die — onbewust, natuur-lijk — zoo krachtig in de ontwikkeling hunner taal ingrepen, ook veel meer zullen gedaan hebben voor de verspreiding hunner taal dan de Nederduitsche'stammen, die ailes bij het oude lieten. Gelei-delijk moesten dus wel, ook op Nederduitsch gebied, die jongere taalvormen burgerrecht verkrijgen. Verder moet de invloed van Luthers bijbelvertaling (in toenmalig Hoogduitsch) wel groot geweest zijn, want reeds na 1621 werd er geen Nederduitsche bijbel meer gedrukt. Het Nederfrankiseh nu is nooit in dit mate aan den invloed van het Hoogduitsch blootgesteld geweest, en het daaruit voortspruitende Nederlandsch bleef eene oorspronkelijke taal, die,waar de loop der tijden het noodzakelijk maakte, uit eigen materiaal nieuwe vor-men wi'st te scheppen en zich aldus wist te verrijken en op de hoogte te houden Dat kan men moeilijk zeggen van de verschillende takken van het « rijksduit-sche » Nederduitsch, want zij aile hebben ononhoudelijk den invloed van den Hoogduitschen bijbel en het Hoogduitsche woord ondergaan. E» zijn weliswaa? liefhebbers genoeg, die (zooals b.v. ook de Friezen in Holland) hun dialekt weer meer op den voorgrond willen brengen, maar dat zijn dan meestal juist zeer ont-wikkelde mannen, die het Hoogduitsch door en door machtig zijn en er niet aan denken, het Hoogduitsch op te offeren ten gunste van het « Plattduiitsch ». En -boer en werkman maken zich in het ge-: heel niet bezorgd over de toekomst van hun « Platt ». Zij eischen integendeel, dat hun kinderen behoorlijk onderwijs ontvangen in het Hoogduitsch.Want het is wel een feit, dat gewestspraken, die eeuwenlang aan zichzelven werden over-gelaten, schatten van oude woorden en vormen bevatten, maar men mag daarom toch betwijfelen, of zij als voertaal van het onderwijs ten voile zouden kunnen beantwoorden aan de eischen van den tegenwoordigen tijd. Trouwens, van eene plattduûtsche hoogeschool heb ik nog nooit hooren spreken, en ik ben uit eene platduitsche streek afkomstig. Op kleinere schaal is overigens de toestand in het Vlaamsche land geheel dezelfde. Zoudet gij hier, in plaats van ééne Vlaamsche schrijf-en onderwijstaal, eene afzonderlijke taal willen hebben voor elk dorp of elke provincie? Hier zooals ginds, ware dit een schadelijk particularisme, — ginds in het groot, hier in het klein. Het ' Nederlandsche Nederduitsch is, sedert de dertiende eeuw, zijnen eigenen weg gegaan ; het is schrijftaal en onderwijstaal, en ik mag dus ten. slotte -wel herhalen, wat ik in het begin zeide, namelijk : De vergelijking van Platduitsch en Nederlandsch gaat niet op ! Wat de politieke strekking van uw betoog betreft, daar blijf ik buiten. SCH. DAGELIJKSCH NIEUWS DE LEUS VAN REINAART DE ! VOS. — In ons mengelwerk « Tiji Uilenspiegel » zijn gisteren « errata » ■ geslopen die voor eenmaal volstrekt moeten verbéterd. De leus van Reinaart luidde • Loos tegen boos! Sluw tegen ruw ! Snel tegen fel ! j In den tekst van gisteren wordt loos en sluw herhaalt, wat natuurlijk den zin on dcti geest ervan verandert. AAN HET MUZEUM. — Isteren avond bemerkten we tôt onze groote verbazing dat reeds ten 7 ure (B. T.), het hofje van het Muséum voor het publiek gesloten was. We vragen ons af wat dezen maatregel verrechtvaardigt daar het nog tôt 8 ure licht is en zoovele menschen, vooral die van het Zuid-kwartier, niets anders zouden wenschen dan van de zoele avondlucht te genieten. We ho-pen in hunnen naam dat het stadsbestuur het sluiten van het prachtig hofje, minstens één uur later zal stellen. DE VERLATENHEID ONZER HA» VEN. — Dat in onze haven op het oogenblik eene volslagen werkloosheid neerscht, daarvan deden we nog gi.-steren de bevinding op. We bemerkten dat op net ronde punt, dat dient om de waggons van riggel te veranderen, aan de St Mi-chielskaai, een struik opgeschoten was van minstens 1.40 m. hoogte. Zulks zouden we in normale tijden niet zien en het bewijst dat onze haven op het oogenblik een doodenakker gelijkt. Laat ons hopen dat weldra de wel-doende vrede verandering moge brengen in dezen toestand. IN ONZE HAVEN. — Op 17 Juli kwamen onze haven binnen : 5 stoomers, 1 motorboot en 19 binnenschepen. Er vertrokken : 6 stoomers, 3 motor-booten, 18 binnenschepen. Op 18 Juli vaarden onze haven binnen : 1 stoomer, 4 motorbooten, l'4 binnenschepen.Er vertrokken denzelfden dag 5 stoomers, 5 motorbooten en 8 binnenschepen.IN DE HAVEN VAN LEUVEN. — De handel in binnenlandsche granen is geschorst tengevolgc van de verorde-11111g der Duitsche overheid. ONZE VLAAMSCHE SOLDATEN. — De « Vlaamsche Stem » van 14 Juli oevat o. a. voigend K-enschets^nd stuKje uit een bnet van een Vlaauiacuen sol-daat : « Sinds het terugtrekken van ons léger uit antwerpen nad ik nog net geluk met gehad een biad te iezen in onze uuuroare moetleriaal gesenreven en he-ueii, "Ai juni, is een van uw geeerde uuinmers mij bij toe val in de naiiden cieicomen. » 1k herieef bij het lezen van dien druk, ometat bij velen van onze Vlaaiu-ache strijUiuaivkers het taairecut nog aan ue clagorde staat; miju nart bioeiide oinds lang, nu zal de woutle ra» genezen > ge liunt met denicen, wat een ware v iaaiiische strijder lijut, als hij zijne duurbare gevoeiens en gedachten geen lucht kan geven. » Ik onderviud, reeds van in het begin van den ooriog,. dat onze tegenatrevers ons al weer wUlen'verdrukken,. dat zij van deze droevige oinstandiyheden ge-oruik maken om ons over het hooid te zien en elke oprechte Vlamhig kent onze hevigste tegenkampers. » Het « parler français » is, zooals ge weet, nog meer in voege in het leger dan elders, en ge hoort daar dikvvijls Vlamingen, — ze zijn niet waardig dat men hen alzoo noemt, — die een wemig t1 ransch spreken en daardoor eenige strepen bekomen hebben, aan Vlaamsche boerenjongens bevelen in die spraak, als zij zelf de taal nog niet behcorlijk machtig zijn,die hunne moeder hun aan-leerde, terwijl zij hen schommélde. ». Gehaat en verfoeid wordt hij, die zijne Vlaamsche gevoeiens en gedachten durft uiten, al is hij zelfs bekwaam zijne onmiddellijke oversten eenige lessen toe te dienen in de taal, waarme le zij ons bestrijden. Die tijdelijk aan zijn lot over-gelaten Vlaming wordt niet geacht, om-dat hij alleenlijk Fransch spreekt, als het hoogst noodig is, als hij zich moet verantwoorden tegenover Vlaamsch on-kundige officieren en lagere bevelheb-bers.» Is het niet droevig te bestatigen, dat, in het jaar 1915, Belgische ambtenaren nog bevelen aan lieden in eene taal, die deze laatsten niet verstaan, dat voorge-noemde ambtenaren een taalm.in noodig hebben als zij hunne onderdanen moeten berisoen of bevelen? » Het oogenblik is nog niet gekomen. waaron wij alweer voor goed den strijd zullen kunnen voortzetten. maar onze tegenstrevers mogen er on rekenen, dat zij meer dan ooit zullen te kampen hebben tegen een volk, dat nooit opgeeft. dat nooit den rnoed verliest, daar waar het strijdt voor gelijkheid en recht » Leve onze Leeuw ! Leven al onze Vlaamsche broeders ! » U op voorhand bedankende, mijnheer de hoofdopsteller, voor de plaats-ruimte, bied ik U mijne oprechte groe-ten aan. »

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.

Er is geen OCR tekst voor deze krant.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.

Er is geen OCR tekst voor deze krant.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.

Er is geen OCR tekst voor deze krant.
Dit item is een uitgave in de reeks Het Vlaamsche nieuws behorende tot de categorie Gecensureerde pers. Uitgegeven in Antwerpen van 1915 tot 1918.

Bekijk alle items in deze reeks >>

Toevoegen aan collectie

Locatie

Periodes