Onthoudersblad van West-Vlaanderen: tolk van den west-vlaamschen onthoudersbond

753 0
01 november 1911
close

Waarom wilt u dit item rapporteren?

Opmerkingen

Verzenden
s.n. 1911, 01 November. Onthoudersblad van West-Vlaanderen: tolk van den west-vlaamschen onthoudersbond. Geraadpleegd op 18 januari 2022, op https://nieuwsvandegrooteoorlog.hetarchief.be/nl/pid/8g8ff3mm48/
Toon tekst

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.

ABONNEMENTSPRIJS : i.oo frank per jaar (Vrachtvrij) Goedkooper voor de Genootschappen. Maandschrift teg-en het drankmisbruik OPSTEL EN BESTUUR : BRUGrGE : Oudenburgstraat, 26. AANKONDIGINGSPRIJS : Van i tôt 5 regels . . . . i.oo frank. Elke regel meer 20 centiemen. Bij abonnement groote korting. NA DE KIEZINGEN. De Kiezing : 't is te zeggen het aanstellen van dezen welke het volk begeert als bestuur-ders zijner gemeente of stad zijn weerom voorbij, en daarom meenen wij zonder ons in politiek te vermengen, daarover eens ons gedacht te mogen zeggen. Wat wij meer dan eens hebben bestadigd, het is dat den uitslag eener kiezing ongeluk-kiglijk steunt op het drinken. Thans nogmaals is zulks het geval geweest, en misschien nog meer dan ooit. Hoe bedroe-vend ! Het ernstigste wat een man kan hebben, het g.ewichtigste waarover men uitspraak te doen heeft, te laten overwinnen door den drank. En daaraan aile ernstigheid opofferen; hoe laag en hoe vernederend, en nochtans het is zoo. Men heeft er aan begonnen van over jaren, men heeft volk gewend gemaakt om zijne stemmen te winnen, het te bedwelmen, en het uit te koopen door drank, en thans zit I die plaag zoo. diep dat zij om zeggens het I eenige lokmiddel is, en den eenigen toevlucht I der strijdmiddelen aller partijen. En dat is zoo in de stad, en dat is zoo ■ op de buitengemeenten. Tôt zoo ver is dat'gekomen dat men van ■ vijf Zes weken voor de kiezing het volk te Rdrinken geeft zooveel het maar drinken kan. Den brouwer en den herbergier zijn de sterkste propagandisten voor den goeden uitslag eener kiezing; en de gekozenen zijn in kiezingstrijd als de slaven der drinkebroers. Hoezeer is zulken toestand te betreuren, wat moet er daarvan gevvorden? Ja! Waar zal dat eindigen? Men drinkt voor de kiezing, en men geeft ten besten zooveel het volk maar drinken wilt. Men diinkt 00k na de kiezing, en men viert baldadig en beestelijk de overwinning van dezen die gekozen zijn ; en dat ailes onder den dekmantel van volksverbetering. Immers van aile partijen te gelijk hoort , men in meetings en ziet men op plakkaarten i dat zij alleen de ware redders, en de echte vrienden van het volk zijn, en waarlijk streven voor de verbetering van het volk ; en intus-schen men werkt en doet niet anders dan ieverig streven en de slechte driften van dat volk die zijn ellende veroorzaken in de hand werken. Neen men durft niet rechtzinnig bekennen wat er dient gedaan te worden om het volk te helpen, omdat men vreest dat het volk daardoor in zijne eer zoude gekrenk wezen, en het zijne stem zoude onttrekken, en daarom men geeft toe, ja, men geeft toe en men moedigt het aan in zijne drinkersdriften; en alzoo bewerkt men de kiezing. En alzoo viert men de kiezing en alzoo verkoopt men ongelukkiglijk aile zelfbewust-zijn van den mensch voor de slavernij van het drinken. En elkeen ziet toe en zwijgt; omdat het kiezing is. Ja elkeen zwijgt tôt zelfs de onthouders-bonden. tôt zelfs deze die klaar zien en het gevaar begrijpen welke men te gemoet gaat met aldus eene kiezing te bewerken. Daartegen moet men opkomen, en dat on-danks ailes. Wie het rechtzining meent met de verbetering van het volk, zal niets dan afkeuring hebben voor zulke kieswerkingen, en alwie onthouder is zal zich er tegen stellen. Ja alwie onthouder is, men zegt dat er in Brugge bij honderden leden zijn van den omhoudersbond; welnu waarom werken deze niet in evenredigheid van de propagandisten drinkers, waarom zijn zij te veel onthouder voor zich zelven, en niet genoeg met het doel anderen te helpen? Ja anderen helpen, dat moet de leus van aile waren onthouder zijn en die leus moet men in 't werk stellen overal waar het noo-dig is. Welnu ik vraag het : Is het wel ievers meer noodig dan in eene kiezingstijd ; waarom niet onbevreesd 00k dan als onthouders vooruit-gekomen, en luidop laten hooren dat het schande is en ware volksverbeesting voor dezen die het volk trachten om te winnen door den drank. Ja waarom aan het volk niet getoond dat dergelijke verbeesting leidt tôt eene ware ramp, waarom ondanks ailes niet gedurft gelijk het moet? Nemen wij onthouders nogmaals uit deze kiezing, eene les, en mochten wij insgelijks eens onze verstrooide krachten samen leggen om te werken tegen aile werking die leidt tôt drankmisbruik van waar of hoe het 00k wezen moge. Neen gedulden wij niet dat men op dezen voet voortga want naarmate men aan dergelijke driften toegeeft naarmate 00k zal de plaag verergeren, en de ziekte des te moeilijker om genezen zijn. O leeren wij dan aan het volk; dat zijne redding, zijne verbetering niet te vinden is in het drinken, ja leeren wij het, en toonen wij het door ons voorbeeld, en komen wij vooruit, wij die onthouders zijn, als echte onthouders, 't is te zeggen, als menschen die het waarlijk wel meenen met de verbetering onzer werkbroeders. Zijn wij niet bevreesd nog voor kiezing noch voor andere omstandigheden die het volk tôt drinken aanzetten, om dergelijke misbrui ken te bekampen en te bestrijden uit al onze krachten, en dan zal men deugd doen en waarlijk ernstig deugd doen gelijk het zijn moet. Vergunningsrecht. Ieder die met een klaarziend 00g de uit-werking van het nu bestaand vergunnings-recht heeft nagegaan, moet bekennen, dat de besturende macht er geen andere oogst bij opgedaan heeft dan veel ontgoocheling en uiterst veel misnoegen, ongerekend de ge-vaarvolle toestand voor de verbruikers, die sinds de toepassing der wet op erge ver-valschingen zijn vergast geworden. De vergunningswet werd dan 00k van stonde af aan niet alleen door de heibergiers, maar tevens door de drankweerders afgekeurd en dit voor velerlei redens die wij, bij gebrek aan plaatsruimte niet kunnen neerschrijven. Dat belet evenwel niet, dat de noodkreet door belanghebbenden geuit, als zou alléén het cijnsstelsel hun ongeluk of ondergang daarstellen, op verre na niet gegrond is. Dien noodkreet zelf zouden wij heel billijk door duizenden en duizenden veel machtiger hulp en weêklachten kunnen overstemmen, moesten wij, in tegenoverstelling van het herbergwezen de ontelbare ouders, vrouwen en kinderen plaatsen die door den alcool ten ongeluk gedoemd werden. Maar, laat ons noch wreed, noch bitter zijn en beschouwen wij de zaken met een mensch-lievend 00g voor allen in aanmerking nemend dat elkeen, die minstens eerlijk en deftig is, recht op degelijk bestaan en 00k recht tôt spreken heeft voor zijn eigen ik. Neen, de gezochte en gewenschte redplank voor de aangevallene zoomin als voor de aanvallende partij is niet in de vergunnings-regeling te vinden, maar wel in eene schadelooze beperking van het herbergwezen. Iedereen tôt zelfs de drankbestnjdivg gepaard, met gezonde reden, weet heel goed, dat ten huidige dage de deftige herberg een nood-zakelijk iets geworden is voor het gros onzes volks en er dus totale onderdrukking onmoge-lijk mag noch kan gedacht worden. Iedereen zal bovendien bereidwillig toe-geven, dat geen der bestaande herbergiers zinnens zijn zal de plaats te ruimen om tôt de r.oodige beperking volgens bewonerstal te geraken ; maar dat men dan ten minste be-ginne met den voortdurenden aangroei tegen te houden, zoo niet zal men weldra in ons land « les cafés aux étages » kunnen bewon-deren bij gebrek aan beschikbare beneden-huizen. Door dien maatregel zal het bestaand herbergwezen niet geknakt worden, wel in-tegendeel, en, dat verder de regeering een degelijk wetsonderwerp tracht te bestuderen (wij kennen er eenigen) om bij voorbeeld bij middel der niet vervanging na afsterving tôt het wenscht beperkt aantal herbergen te geraken, naar rato der bevolking, De dooden zullen er den Staat niet euvel voor bezien N° 11 NOV2MBER 1911 19° Jaargang.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.

Er is geen OCR tekst voor deze krant.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.

Er is geen OCR tekst voor deze krant.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.

Er is geen OCR tekst voor deze krant.
Dit item is een uitgave in de reeks Onthoudersblad van West-Vlaanderen: tolk van den west-vlaamschen onthoudersbond behorende tot de categorie Katholieke pers. Uitgegeven in Brugge van 1892 tot 1914.

Bekijk alle items in deze reeks >>

Toevoegen aan collectie

Locatie

Onderwerpen

Periodes