Onthoudersblad van West-Vlaanderen: tolk van den west-vlaamschen onthoudersbond

633 0
close

Waarom wilt u dit item rapporteren?

Opmerkingen

Verzenden
s.n. 1911, 01 Juli. Onthoudersblad van West-Vlaanderen: tolk van den west-vlaamschen onthoudersbond. Geraadpleegd op 09 augustus 2022, op https://nieuwsvandegrooteoorlog.hetarchief.be/nl/pid/sj19k46p3w/
Toon tekst

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.

ABONNEMENTSPRIJS • Maandsehrift tegen het draxilsmistorails: AANKONDIGINGSPRIJS : .00 f,a„k per jaar (Vrach.vrij) OPSTEL EN BESTUUE : V» y., 5 ^ Cjoedkooper voor de Genootschappen. BRXJGrGrE • 0ud.6nburgstra.atj 26. Bij abonnement groote korting. Een waar gevaar! Een gevaar waarop men dient te letten dat is : het gestadig aangroeien der kleine en groote drankhuizen. Het is als een ware jacht op de huizen welke men tegenwoordig ziet opkoopen door de brouwers, en natuurlijk altijd met het gedacht er eene nieuwe herberg van te maken. En nochtans gelegenheid om te drinken is er genoeg, en herbergen en herbergjes veel te veel. Daarvoor moet men maar eens in de volksgewesten gaan. In eene straat van 120 huizen (werkmans-huizen) telde ik onlangs meer dan 3o herbergen . Laat ons eens nemen dat er dooreen gere-kend vijf personen zijn per huisgezin, dat maakt : 120 maal 5 = 600 menschen, de kleine kinders meegeteld. Indien wij deze er af trekken mag men er ten minste 2 per huisgezin afhouden of 120 maal 2 = 240 kinders. Dus 600 - 240 = 36o mannen, jonkheden, vrouwen en jonge dochters. 36o : 3o = 12 personen per herberg. Ztedaar of er gelegenheid is tôt drinken; en r.iettegenstaande dat vermeerdert het getal drankhuizen van langsom meer. Waar moet dat uitkomen ? En wat zal de onthoudersbeweging daar-tegen kunnen doen ? En nogtans het is noodig gelijk men ziet. Krachtdadig moet er geweikt worden, want : wat baat het in de school de jongens aan te zetten tôt de onthouding en ze een afkeer van het drankmisbruik in te plan ten, wat baat het in patronagen en Zondagscholen de jonkheden het gevaar van het te veel drinken te toonen, wat baat het honderde en duizende handteekens te bezitten van mannen en vrouwen die de onthoudersbelofte gedaan hebben, zoo men de gelegenheid tôt drinken gestadig meer en meer laat aangroeien. Ja wat baat het onthouder te zijn op het papier en zich verder om niets meer te bekom-meren. Wat baat het ja, en welke vruchten zal zulke werking voor gevolg hebben? O wij die in en met de jongens en jonkheden der werklieden leven, wij zien het genoeg; en kennen er zoovelen die als kind en als jonk-heid de onthoudersbelofte geteekend hebben en niettegenstaande dat nu toch drinker en dronkaard zijn. En waarom? Omdat de oorzaken van het drinken niet genoeg uit den weg geruimd worden, omdat de onthouding bij de mannen niet samen-werkend genoeg vooruitkomt, omdat er niet gekampt en gestreden wordt gelijk het zou moeten zijn, omdat er veel te veel onthouders zijn die het alleenlijk zijn voor zich zelven. En nochtans velen zijn er die meer zouden kunnen doen, velen die door hun woord, door hun voorbeeld, door hunnen invloed, als onthouder meer tôt het volk zouden moeten gaan. Meer rechtstreeks medewerken en alzoo de algemeene gedachten doen vormen van het gevaar der te menigvuldige drankhuizen. En gelijk men voor eene schoolwet, voor een stemrecht, voor eene Hoogeschool ver-vlaamsching enz. groote betoogingen houdt, zoo 00k moet men door het inrichten van dergelijke betoogingen trachten te werken voor de beperking der herbergen, die een echt gevaar zijn voor het welzijn van ons volk. Daarom dan dat aile ware onthouders eens vooiuitkomen, dat men eens toone en doe gevoelen aan het volk dat de onthoudersbeweging nog leeft en deugd wilt doen, dat men zich sterk vorme, en niet als enkelingen rond-dole zonder ware goed te doen ; want de sterkte is er noodig. De onthoudersbeweging moet gezien en gekend zijn, en de jonkheden die in dezelve zijn binnengetreden moeten er kunnen bijblijven en van den drank kunnen afgehouden worden kost wat kost. Door aile pogingen dan gewerkt in dien zin, aile krachtdadige en doeltrefFende middels gezocht en te werke gesteld, want het geldt het uitroeien van de vermenigvuldiging der herbergen, die nu een echt gevaar geworden zijnde, de redding van ons volk wezen zal. VAN TWEE VEREENIGINGEN. 1 vuiic . Seizoen dat de werkmenschen van stad 's Zondags hun verzet zouden kunnen en moeten zoeken met in familie eene aangename wandeling naar den buiten te doen. Maar waarvoor, jammer genoeg, veel te veel geen tijd hebben, omdat zij vastzitten in hunne maatschappij. Maatschappij van verzet ja, maar veel te dikwijls van ellendig verzet. Niet dat het verzet van de bolling, het spel van den Zomer, een ellendig verzet is, maar de verslaving en de manier op dewelke men dit spel soms viert maakt hetzelve ellendig, omdat er zooveel, ja te veel bij gedronken wordt, en meestal eindigt met algemeene dronkenschap der leden. En wat al moeite nogtans wordt er niet gedaan voor het vieren van dergelijke prijs-kampen.Hoe bewondersweerdig ziet men de leden niet aan het werk voor het vieren eener Sirefeest ? Dagen op voorhand worden schikkingen genomen en gewerkt voor het gereedmaken der noodige versieringen. 's Zondags, dag der sirefeest, zijn de mannen van 's morgends vroeg aan het kloppen en timmeren, aan het pareeren tegen 's avonds. De baan kan niet luisterlijk genoeg gepint zijn, aile leden zijn in 't werk, en de beweging in de herberg waar de prijskamp plaats heeft, doet voor-zien dat de mannen na het eindigen der sirefeest machteloos en wellicht geheel hande-loos zullen wezen. Waarlijk benijdenswaardig is het voor hen die zich bezighouden met het ernstige van deze werkers, îe zien met welken iever er gewerkt wordt voor het welgelukken van dergelijke feesten, terwijl er voor het welgelukken eeniger lotsverbetering geen de minste vlijt, en nog veel min iever aan den dag gelegd wordt door de werklieden zelf. Neen daarvoor is er geen tijd, en dat zullen anderen wel doen. Ja geld en tijd en moeite geeft men genoeg voor het leutige, maar voor het ernstige, dat is wat anders ; en nogtans hoe verschillend is gewoonlijk het einde der moeite welke voor deze twee werkingen gedaan wordt. Hoe dikwijls ziet men als slot zulker prijskampen, waarvoor zooveel is gewerkt, ten gevolge der bedronken toestand dezer leden geene ruzie en zelfs vechtpartijen ont-staan?Hoe dikwijls geraken er door werkverzuim van 's anderdags geene werklieden werkloos? Hoe dikwijls ja, is de algemeene feestviering niet geeindigd met geheel het tegenoverge-stelde van feestviering, met dronkaardstwisten, en met aile redengeving van belemmering tôt veredeling en verbetering van het lot van de werkmenschen? Terwijl er door de werking van eene vak-vereeniging, waarvoor dezelfde werklieden om zoo te zeggen nog niets van moeite doen en zich aile last onzien, waarvoor er gezien wordt op tijd en geld omdat het in het gedacht ailes nutteloos is, integendeel als bekrooning ervan immer meer welstand, meer veredeling, meer zelfbewustheid verkregen wordt voor de werklieden, en deze tôt ware lotsverbetering ophelpt. Verandering zou er moeten komen in den toestand dezer twee soorten van vereenigingen. Van den eenen kant ware het allerwensche-lijkst te zien dat de werklieden zich wat min zouden verslaven aan het vieren van sire-feesten, en zulks uitsluitelijk nemen voor ont-spanningsuren.Van den anderen kant is het allernoodigst dat de werklieden wat meer tijd en geld en iever over hebben voor het werk der vakver-eenigingen en voor het beramen van ernstige maatregelen tôt ware lotsverbetering. Daartoe dan is het werk van den onthou-dersbond een geschikte middel, omdat men, door het pogen de werklieden meer van de herberg af te houden, door het betrachten deze msgelijks van het overmatig drinken te ontwennen, betere werklieden vormen zal, betere mannen maken die beseffen en begrij- N° 7. JULI 1911. 19e Jaargang.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.

Er is geen OCR tekst voor deze krant.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.

Er is geen OCR tekst voor deze krant.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.

Er is geen OCR tekst voor deze krant.
Dit item is een uitgave in de reeks Onthoudersblad van West-Vlaanderen: tolk van den west-vlaamschen onthoudersbond behorende tot de categorie Katholieke pers. Uitgegeven in Brugge van 1892 tot 1914.

Bekijk alle items in deze reeks >>

Toevoegen aan collectie

Locatie

Onderwerpen

Periodes