Onthoudersblad van West-Vlaanderen: tolk van den west-vlaamschen onthoudersbond

394 0
close

Waarom wilt u dit item rapporteren?

Opmerkingen

Verzenden
s.n. 1910, 01 Mei. Onthoudersblad van West-Vlaanderen: tolk van den west-vlaamschen onthoudersbond. Geraadpleegd op 20 november 2019, op https://nieuwsvandegrooteoorlog.hetarchief.be/nl/pid/bg2h708n46/
Toon tekst

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.

ABONNEMENTSPRIJS : i.oo frank per jaar (Vrachtvrij) Goedkooper voor de Genootschappen. Maandschrift tegen het drankmisbmik OPSTEL EN BESTUUR : BRTJGGE : Oudenburgstraat, 36. AANKONDIGINGSPRIJS : Van i tôt 5 regels .... i.oo frank. Elke regel meer 20 centiemen. Bij abonnement groote korting. Zijn zij vrij ? « Mij verbinden tôt onthouding ? — Neen, dat niet! » Wat minder drinken, dat zou hij wel willen : Pé immers is goed katholiek en de Heer Pastoor heeft in zijn laatste sermoen goed getoond dat « matigheid » eene hoofddeugd was. Maar de verbintenis aannemen als onthou-der te leven, zich het genot van korten drank ontzeggen, matig gebruik maken van bier... dat niet! Duizend bliksems! Een Vlamirg is vrij... « Men is een man of men is er geen, verduiveld!... » Zoo spreken er velen... belofte van onthouding wordt als een juk aanzien. Dwaasheid! Zij houden aan vrijheid en laten hun boeien... Zijn zij vrij, die zoogezeide matigen ? Neen, duizend maal neen! Zij zijn slaven van de alcoholplaag, zij gaan gebukt voor den .drankduivel en zien niet eens waar de ware vrijheid te vinden is. Wilt gij de dwingeland aan het werk zien, wilt gij het juk zien der matigen? De drankduivel verkîaart datjenever en bier voeden... de matigen moeten het zonder dub-ben aanveerden. Zijn zij vrij ? De drankduivel verkîaart dat bier en sterke dranken moed geven, dat zij wel doen slapen, dat zij geneesmiddelen zijn tegen aile kwaleri en ziekten... de matigen moeten het gelooven. Zijn zij vrij ? — Vrij van denken en redeneeren, vrij van al die vooroordeelen en valsche ge-dachten ? En als de geneesheeren tegen die vooroordeelen opstaan, als ze hun verstand willen verlichten en de hersenschimmen verjagen, dan komt de drankduivel op en gebiedt : « spot daar meê : dwazerikken zijn het : een druppel kan geen kwaad. » Hoort gij den dwingeland? En ziet hoe de matigen aan zijn woord gehoorzamen... Zijn zij vrij ? Meer nog, hoe dikwijls verplicht de drankduivel hun niet tegen wil en dank te drinken ? Zij zijn in gezelschap en de flesch wordt ge-vraagd... Zij komt... iedereen moet haar eere aandoen, iedereen moet drinken goeste of niet. De dwingeland wil het zoo... Zijn zij vrij? Regelen zij zaken, zij moeten drinken : de dwingeland wil het. Zijn zij vrij? Gaan zij op den vreemde, willen zij rusten : een glas bier en dan rust zoolang 't u believen mag. Dat is de gewoonte, dat is de dwingeland... Zijn zij vrij? Een vriend komt ze bezoeken : hij moet .« tracteeren. » Een koop is geslegen : de kooper moet den verkooper vergasten. Er wordt feest gehouden : de gevierde held ;moet iedereen laten drinken. Dat is de gewoon te, de wet van den dwingeland... die daar onderworpen aan blijven, zijn zij vrij? — Iemand heeft werkvolk, ten halve de ge-tijden moet zij bier dragen... de werkman moet de pint aanveerden goeste of niet... Zijn zij vrij ? Nieuwjaar is aangebroken ; daar, de flesch is gekocht en elk trekt op van zijnen kant : de werklieden naar den werkgever, de pachters naar denseigenaar. De druppel wordt geschon-ken, de rummer gevuld, iedereen moet drinken... Zijn zij vrij? 's Zondags mag geen volgroeid man ter kerke gaan of eerst moet hij hier en daar in de her-bergen koning alcohol gaan groeten en diens trawanten zijnen penning gunnen... Is dat vrij zijn? Die dwingeland ! Denkt eens na hoe elk neringdoender : winkelier, bakker, beenhouwer, schoenmaker, ja tôt de eenvoudige landbouwer toe, verplicht is 's Zondags zijne ronde te doen naar de kalanten-herbergiers, waar eer en deugd, geluk en vrede zoo dikwijls verdronken wor-den... Zij moeten drinken : hunne nering ginge te niet... O, die dwingeland! O, die slaven! Ziet rondom u en denkt na... Hoe gaat het bij de verkiezingen?— Oor-deel, verstand, princiepen worden versmacht in het bier... Wie meest bier geeft is de grootste volksvriend... Hoe dikwijls zagen wij ze niet die propagan-disten?.. Zij doorloopen de straten driftig en gejaagd... zij bemerken eenen kiezer en « Vriend, gij geeft ons uwe stem, nietwaar? kom ik zal u tracteeren. » — De kiezer volgt den volksvriend (!) en verbeurt zijne stem, het onderpand van den vrijen man, aan den drankgod... •O die dwingeland! Hebt gij hem nog nage-gaan op de meetingen? Daar heerscht hij in voile macht en wordt door iedereen aanbeden... En daar verder staat de kandidaat en blikt met benepen hert over de menigte. Met spijt in het hert moet hij het volk zien drinken, hij moet het drank geven .. Is hij viij die volksvriend? — Wie geen herte en heeft om onthouder te worden is niet vrij! Slaaf is hij, slaaf van den drank, slaaf van den duivel ! Heft dan den kop op, matigen ! schudt u dat juk van de schouders, wordt onthouders ! De onthouder ja, is vrij, vrezentlijk vrij, want hij durft den fïeren kop recht houden tegenover al de barschheid van den drankdwin-geland, hij wil karakter hebben en overal zijne meening uiten : « Slaaf be'n ik niet ! » Hij spot met de bedreigingen van den alcohol en, sterk zoo hij staat door zijn verband met andere vrije mannen, roept hij uit « Achteruit, dwingeland! Achteruit! Die slaven uit uwe klauwen, ook zij zijn door God geschapen, ook zij zijn vrij ! » 't Doet mij huiveren! Eene lage, flauwverlichte gelagkamer eener kleine kroeg! Zondagavond en bal! Eene verwarde menigte vult het stinkend, bang-heete vertrek; wanklankig gejoel, ge- ra'as, getier klinken in 't rond; in 't midden danst men! Een duivelsch kot, al binnen duivels, een gehuil dat ook duivelsch opstijgt!.... Bij nader toezien bemerkt men jongelingen, jonge dochters!.. . Nu laten zij den teugel aan hunne lagere, dierlijke driften; ze wentelen zich in een modderpoel van onzedelijkheid!.... Afgrijselijk! Zie: daar zijn ookhuisvaders en o gruwel, ook huismoeders! 't Zijn on- vaders, onmoeders nu! Schande ! Doch, bedriegen mijne oogen mij niet! Is 't moge- lijk? O! schrikkelijk, ontzettend! : daar zijn ook jonge kinderen kleinen door vader, door moeder medegebracht ! Zegt dit u niets, lezer ? Hoe diepe wortel zal de kwade drift niet schieten in die jeugdige harten!— Het kind ziet nu, doch begrijpt niet!— Begrijpt het niet? Nu, neen, maar later; later zullen deze tafereelen den grond zijner verbeelding weêr uitkruipen, bloeien en vruchten voort- brengen vruchten van zinnelijke drift, van zedeloosheid! Doch, wee de ouders die op zulke wijze hunne kinderen in 't verderf storten ! Ze graven zich zelven eene kloof waarin ze onherroepe-lijk zullen neêrstorten, t. t. z. ze zullen gestraft worden in hunne kinders, en vreeselijk gestraft ! Immers, onderstel eens dat de duivel kome en dat die ouders op zijne vraag hun kind aan den hellegeest overleveren, denkt ge dat die vaders, die moeders daarvoor zouden geloond worden door God? Wel neen, »iet waar, eene schromelijke straf zou die ouders wachten! Welnu, wat we daar komen te ver-onderstellen gebeurd feitelijk : die vaders en moeders die zoo hunne kleinen in die pest-koten medeleiden, verkoopen de ziel hunner kinderen aan den duivel! Oordeel zelf, lezer, welke straf zulke schandige daad hun op den hais haalt! Arme kleinen, wreede onmenschelijke ouders ! En gij, vaders en moeders die dit leest, denkt er somtijds aan : de ziel uwer kinderen is u toevertrouwd, verspeelt gij hunne ziel, ge ver-liest ook de uwe. Dwaze jeugd, droeve ouderdom. In de Gazette de Liège geeft de E. H. Lem-mens ongeveer 't volgende te overwegen : In sommige steden zijn de toevluchtsoorden voor ouderlingen verbeterd. Verre van mij de inrichting dezer instellin-gen te beknibbelen, ik heb ze van te nabij N° 5. M El 1910. . 18e Jaargang.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.

Er is geen OCR tekst voor deze krant.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.

Er is geen OCR tekst voor deze krant.

Over deze tekst

Onderstaande tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition). Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dit komt mede doordat oude drukken moeilijker te lezen zijn met software dan moderne. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen. Er wordt gewerkt aan verbetering van de OCR software.

Er is geen OCR tekst voor deze krant.
Dit item is een uitgave in de reeks Onthoudersblad van West-Vlaanderen: tolk van den west-vlaamschen onthoudersbond behorende tot de categorie Katholieke pers. Uitgegeven in Brugge van 1892 tot 1914.

Bekijk alle items in deze reeks >>

Toevoegen aan collectie

Locatie

Onderwerpen

Periodes